Home Blog

Drie archetypes waarmee we ons tijdsgewricht beter kunnen duiden

👋 Hallo, Ed en Chris hier. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat. In deze nieuwsbrief zoomen we uit en duiden we onze veranderende wereld door de bril van de langetermijndenker en met de gereedschapskist van de speculatieve maker.

We hebben het afgelopen jaar veel geschreven over digitalisering en wat dit betekent voor onze democratische waarden, tradities en instituties.

Ook dit jaar zullen we onze gedachten hierover met jullie blijven delen, maar we willen ook wat meer aandacht besteden aan die andere tektonische verschuiving in onze samenleving: de opkomst van de Homo Romanticus.

De Homo Romanticus is één van de drie culturele archetypen die we hebben ontwikkeld in het verlengde van ons historisch-futuristische denkraam, onze conceptuele gereedschapskist waarmee we historische trends en verschuivingen kunnen duiden en kunnen doortrekken naar onderbouwde toekomstscenario’s.

De andere twee archetypen zijn de Homo Nobilis, het archetype dat dominant was in de Middeleeuwen, en de Homo Economicus, het moderne archetype dat nu langzaam terrein verliest.

De archetypen kan je begrijpen als een soort mens- en wereldbeelden die dominant waren in een bepaalde periode in de Westerse geschiedenis. Maar ook als ze langzaam hun culturele invloed verliezen, verdwijnen ze niet helemaal. Ze zijn alle drie nog steeds onder ons, en zitten nog steeds in ons. 

Maar wat is zo’n cultureel archetype eigenlijk? Hoe kan je ’m begrijpen? Wat zeggen deze archetypen over onszelf, over de wereld die we achter ons laten en over de samenleving van morgen?

Deze week dus wat cultuurfilosofische overwegingen over onze archetypen, hoe ze te begrijpen en hoe ze te gebruiken om de toekomst in kaart te brengen.


⟻ HOMO ROMANTICUS  ⟼

Dit stuk is onderdeel van een nieuwe redactionele categorie waarin we schrijven over ons verschuivende mens- en wereldbeeld en wat dit betekent voor onze toekomstige samenleving. Zie hier voor meer artikelen in deze reeks.

Wat zijn Archetypen?

🗿

Zoals de vaste lezers onder jullie weten, zijn we op het spoor van de Homo Romanticus gekomen toen we tien jaar geleden veel in Tokio werkten. Na maanden hard werken liep met name Christiaan tegen iets aan, iets wat hem uit balans bracht, een soort onzichtbare muur. Omdat hij in Indonesië ooit de volle spanningsboog van de cultuurschok had doorlopen, kon zijn ongemak relatief snel geduid worden.

Cultuurschok voelt alsof je jezelf door een dik, onzichtbaar, krachtenveld heen worstelt. Het is een sterke weerstand die altijd en overal terugduwt. Alsof de plek waar je bent en jijzelf wederzijds allergisch voor elkaar zijn. Tegenpolen. Alsof, na je zoveelste faux pas, je omgeving je herkent als een binnendringer en je z.s.m. wilt afscheiden. Dit krachtenveld, dat is dus cultuur. 

Of beter gezegd, het is jouw cultuur die botst op de cultuur van de mensen om je heen. Ergens botst jouw set aan normen, waarden, esthetiek, ideeën, aspiraties, smaakpallet, etiquette, gewoonten, verwachtingen, tradities, enzovoort, op die van anderen. En dat is heftig, want je over (een deel van) je eigen culturele pallet heen zetten is geen sinecure, het is een emotionele achtbaan. De meeste mensen gaan dit uit de weg, daarom zijn expats zo losgezongen en is integratie vaker dan niet een intergenerationeel project. 

Maar als je er doorheen gaat, als het je lukt om op te gaan in een andere cultuur, leer je veel over wat cultuur is. Sterker nog, als je dit nooit hebt meegemaakt blijf je toch een beetje die vis die misschien theoretisch gezien wel weet dat hij in water zwemt, maar het toch ook niet écht weet. Niet alleen leert cultuurschok je iets over de cultuur van de ander, als je oplet, leert het je vooral iets over je eigen cultuur.

Bron Sverre Lysgaard: Hier wordt voor het doorlopen van cultuurschock 12 maanden gegeven. Dit gaat wellicht op voor de expat-ervaring, de oppervlakkige aanpassing. Christiaan ervaring is dat het je eigen maken van een nieuwe cultuur, waarbij het leren van de taal de sleutel is tot echte adaptatie, ongeveer 24 maanden duurt.

Dat gezegd, liep Christiaan in Tokio opnieuw tegen iets aan. Maar met zijn Indonesië-ervaring als spiegel gingen we op zoek naar waar hij in Tokio precies tegenaan liep en wat dat ons kon vertellen over onszelf.

In het essay ‘The Noble Art of Subjective Exploration’, dat we al eerder met jullie deelden, schreef hij het volgende over deze zoektocht:

‘After some soul searching, some making an ass out of myself, and a lot of discussion with my colleagues, I came to suspect that there were a couple of things — let’s call them first impressions (although they differed very little from prejudices) — about this city that were throwing me off balance.

First there was Tokyo’s extraordinarily generic cityscape; second there was an apparent lack of urban turmoil and individual temperament; third came my impression that Japan was a country of role-playing and decorum; fourth was my estimation that Tokyo was not a cosmopolitan city; and finally, it seemed to me that a large part of Tokyo’s populace was chronically exhausted.

Together these impressions were somehow offensive to me. But why?’

Het antwoord, zo concludeerden we, was dat deze impressies aanbotsten tegen de innerlijke Romanticus in Christiaan.

Maar wie was die innerlijke Romanticus precies? Waar kwam hij vandaan? Zat die in ons allemaal? En zaten er wellicht nog meer van die culturele ‘personages’ in ons verstopt? Zoekend naar antwoorden legden we de basis voor ons historisch-futuristische denkraam.

Omdat de innerlijke Romanticus zichzelf zo sterk roerde in Tokio, vermoedden we dat het een significante culturele kracht, of culturele subset, vertegenwoordigde in ons Westerse culturele spectrum. Maar hoe konden we hier precies over nadenken?

Toen we de literatuur indoken werden we deels in ons vermoeden gesterkt. Zo schrijft Isaiah Berlin in zijn essay ‘The Roots of Romanticism’ het volgende: ‘The importance of Romanticism is that it is the largest recent movement to transform the lives and the thought of the Western world. It seems to me to be the greatest single shift in the consciousness of the West that has occurred.’

Maar wat is dan precies die verschuiving waar Berlin over schrijft, en wat was er daarvoor?

Aan een definitie van de Romantiek waagt Berlin zich niet, daarvoor is de beweging volgens hem te tegenstrijdig, te veelzijdig en te dubbelzinnig. Want wat hebben bijvoorbeeld Shelleys Frankenstein, Thoreau’s Walden, Hitlers nationaal-socialisme, Debords Situationalist International en Blatty’s The Exorcist met elkaar gemeen? Dat is lastig te zeggen, en toch zijn de hier genoemde/ideologieën allemaal doorspekt met Romantiek.

Wat Berlin wel zegt is dit: ‘the romantic movement was just such a gigantic and radical transformation, after which nothing was the same’, waarna hij poogt de transformatie te beschrijven, zonder ’m vast te pinnen.

Isaiah Berlin (01909-01997). ‘The Roots of Romanticism’ was oorspronkelijk een zesdelig lezingenreeks gegeven in 01965. Hier kan je ze horen. Geen straf, want de opnames zijn van goede kwaliteit en Berlin’s erudiete Engelse is heerlijk om naar te luisteren.

De meeste historici beschrijven de Romantiek als een cultuur-brede beweging, of maatschappelijke verschuiving, die zo halverwege de 18de eeuw opkwam in Europa en de Westerse beschaving in verandering bracht. Zo benadrukten Romantici de subjectieve ervaring en relativeerden ze de objectieve meetbaarheid, vonden ze zich niet in de vooruitgangsgedachte en waren ze kritisch op rede en technologie, ze verwierpen helderheid, omarmden het dubbelzinnige en verkozen mystiek boven wetenschap.

Al deze aspecten, en nog veel meer, vormen wat filosoof Maarten Doorman de Romantische Orde noemt. Een soort culturele ordening binnen de Westerse beschaving. In zijn keuze voor ‘orde’ refereert hij aan Michel Foucault, die in zijn werk ook verwijst naar culturele breuklijnen tussen wat hij epistèmè noemt. Epistèmè zijn volgens Foucault culturele patronen van praten, denken, doen en ervaren die corresponderen met historische perioden.

Nadenkend over shifts in consciousness, ordeningen en historische epistèmès vonden we deze categorieën, hoe goed gevonden en beschreven ook, toch iets te afstandelijk. Alsof de Romanticus niet ook in ons huist. En alsof de Romantische waarden en normen in onszelf niet in samenspel opereerden met andere niet zo Romantische waardensets.

Wij kozen daarom voor ‘archetype’, een set aan culturele patronen, gevangen in een soort modelmens. Een ‘stem’ die niet alleen de boventoon voerde in bepaalde historische perioden, maar die in sommige huidige contexten ook het hoogste woord heeft. Het is een culturele stem die dus ook in ieder van ons afzonderlijk huist, want uiteindelijk zijn we zelf de dragers van onze eigen cultuur, veel meer dan de artefacten die we nalaten.

Vervolgens vroegen we ons af welke innerlijke archetypen we allemaal nog meer in onszelf meetorsen. Het antwoord hierop kwam voort uit die eerdere ervaring met cultuurschok die Christiaan in Indonesië had.

Voordat hij de taal leerde en wegzakte in de culturele logica van zijn omgeving, botste zijn innerlijke Homo Economicus tegen de in Indonesië nog immer dominante Homo Nobilis. Dat gezegd, toen we de Homo Nobilis in kaart probeerden te brengen concludeerden we dat deze ook nog steeds aanwezig is in onze eigen cultuur, en dus ook in onszelf.

Terwijl we de culturele waardensets van de drie archetypen in kaart probeerden te brengen, probeerden we ook te bepalen hoe ze correspondeerden met bekende historische perioden. Het viel ons op dat de historische tijdsgewrichten waarmee de archetypen correspondeerden ook een soort van parallel liepen met sprongen in de ontwikkeling van de informatietechnologie.

In onderstaand schema hebben we kort samengevat hoe de archetypen zich verhouden tot de historische perioden waarin ze dominant waren en de toen heersende informatiecultuur. (‘De Gewortelde Tijd’ is de naam die we de speculatieve toekomstige periode hebben gegeven waarin de Homo Romanticus dominant wordt en waarin onze instituties zich hebben aangepast aan een digitale logica.)

Afbeelding met tafel

Automatisch gegenereerde beschrijving

Een andere manier om het schema te lezen is als een soort Maslow-piramide. Zo kon de Homo Economicus pas dominant worden toen aan de uitdaging van de Homo Nobilis – fysieke veiligheid – werd voldaan met de ontwikkeling van de rechtstaat. En zo kan de Homo Romanticus pas dominant worden als aan de uitdaging van de Homo Economicus – economische veiligheid – wordt voldaan.

De ontwikkeling van de verzorgingsstaat na 1900 en de welvaartsprong na de Tweede Wereldoorlog heeft de kracht van de Homo Romanticus in onszelf ook geen windeieren gelegd. Het is niet toevallig dat de civil rights movements, de counterculture movements en de hippies opkwamen in een tijd waarin de jeugd opeens genoeg tijd en geld had voor dit soort Romantische overwegingen.

De opkomst van de Homo Romanticus wil ook niet zeggen dat de Homo Nobilis niet meer onder ons is. Hij huist nog steeds in ieder van ons. Alleen is zijn ‘stem’ minder bepalend geworden voor ons denken en doen dan die van de andere twee archetypen. (Wellicht, als bijvoorbeeld ooit het erfrecht wordt afgeschaft, zal zijn stem zo zacht worden dat we hem misschien nog wel eens denken te horen mopperen, maar dat we hem al lang niet meer kunnen verstaan.)

Het denkraam stelt ons in staat om zowel historische als huidige culturele contexten te duiden, zoals we Poetins Rusland vorig jaar hebben geduid.

Ook kunnen we er gegronde scenario’s en speculatieve werelden mee bouwen. Onze aanstaande illustratieve toekomstgids van Amsterdam in 02091 is een verbeelding van een wereld waarin ons denken en handelen vooral wordt geleid door het wereld- en mensbeeld van de Homo Romanticus.

En het denkraam maakt het mogelijk om hedendaagse problemen te signaleren en analyseren, en oplossingsrichtingen te ontwikkelen. Zoals ons denken over de democratische borging van het digitale publieke domein waarover we in het najaar veel hebben geschreven.

We willen overigens graag het volledige denkraam met jullie kunnen delen. Zo is het drieluik langer en coherenter dan het snelle schema hierboven. Ook werken we met allerlei aanvullende historisch-futuristische denkramen en modellen die bijvoorbeeld de interactie tussen disruptie en emancipatie inzichtelijk maken. Het zou tof zijn om elk artikel dat we schrijven te kunnen plaatsen in ons denkraam, en daarmee in het Lange Nu.

We zoeken alleen nog naar overzichtelijke manieren waarop we dit kunnen doen in een nieuwsbrief/online omgeving.

Wordt vervolgd dus.

Liefs,

Edwin en Christiaan


Hoe de toekomst van de stad voortvloeit uit haar fictie

👋 Hallo, Ed en Chris hier. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat. In deze nieuwsbrief zoomen we uit en duiden we onze veranderende wereld door de bril van de langetermijndenker en met de gereedschapskist van de speculatieve maker.

Welkom in 02023. Door een griepje waren we er opeens vier weken tussenuit in plaats van drie. Voor degenen die afgelopen zaterdag vol spanning hun mailbox hebben doorzocht – sorry. Dat gezegd, wat is één week in het licht van het Lange Nu?

We beginnen het nieuwe jaar met vrolijk nieuws. We hebben de kunstmuur van de Tolhuistuin in Amsterdam Noord mogen behangen met een preview van de toekomstgids die we maken met graphic novellist Jan Cleijne. Dit jaar komt de gids (eindelijk!) uit.

Als je de komende 3 maanden van het Buiksloterwegpontje A’dam Noord in fietst, word je verwelkomd door een 30 meter lange toekomstdroom. Het is mooi geworden, al zeggen we het zelf, waarvoor dank aan de Tolhuistuin 🙏🏾

Om dit mooie begin van 02023 in te luiden hebben we deze week wat gedachten en reflecties op ‘papier’ gezet over de stad als speculatief en futuristisch project.


SPECULATIVE PECULIARS

Dit stuk is onderdeel van een nieuwe redactionele categorie waarin we schrijven over de speculatieve kunsten en het futurologische vakgebied. Zie hier voor meer artikelen in deze reeks.

De Stad als Toekomstdroom

🔮

Nergens is groei zo tastbaar als in een stad. Steden zijn kunstmatige plekken. Enorme artefacten waar de planetaire biosfeer niet meer is dan een echo van een lang vergeten droom. Een stad is een interieur. Een plek waar het sterrenlicht wordt tegengehouden door kunstlicht.

Of, zoals Rem Koolhaas het in Delirious New York verwoordde: ‘Manhatttan is the product of an unformulated theory, Manhattanism, whose program – to exist in a world totally fabricated by man, i.e., to live inside fantasy – was so ambitious that to be realized, it could never be openly stated.’

Een stad is, in de kern, menselijke fictie. Fantasie. Deels geschreven in asfalt, glas, plastic, beton en silicium, deels in blogs, kranten, romans, kunst, ideologieën, wet- en kookboeken. De stad is een collectieve koortsdroom. Iets wat uit onszelf is voortgekomen. Het is een poging de wereld die ons gegeven is te overschrijven met ons eigen verhaal.

Afbeelding met tekst, menigte

Automatisch gegenereerde beschrijving
Afbeelding met tekst

Automatisch gegenereerde beschrijving
Tokyo Meltdown (02015), een tweeluik door Jasper van den Berg. Met meer dan 40 miljoen inwoners is de Tokyo Metropolitan Area de grootste menselijke nederzetting aller tijden. Het is een fantasmagorisch landschap, een pulserende droom. Op ieder gegeven moment stromen er miljoenen mensen, gigatonnen goederen en vele petajoules energie doorheen.

Steden zijn notoir moeilijk te navigeren. Het zijn plekken waar veel mensen verdwalen en moeite hebben om zich thuis te voelen. Dat is niet verwonderlijk, want hoe kan je je thuis voelen in een droom die niet de jouwe is?

Alles in een stad is bedacht, ontworpen, gemaakt, vervoerd, gekocht en gebruikt door mensen. Niets staat er zomaar, zoals een berg ergens staat. Of zoals, in vroegere tijden, een boom gewoon ergens kon staan. Alles in een stad is doorspekt met ontelbare lagen culturele betekenis. Alles heeft meerdere intenties, alles wordt driedubbel geclaimd. En je moet je overal op een of andere manier toe verhouden. Voor veel mensen is dit vermoeiend. 

Voor andere mensen is de stad, juist vanwege de diepe culturele gelaagdheid, een warm bad. Een plek van ontdekking, raadselachtigheid, verwondering, inspiratie en ontmoeting. Een etalage van alles wat de mens mens maakt – een plek waar de condition humaine zichzelf in al zijn ontroerende en pijnlijke groteskheid manifesteert. Wij rekenen onszelf tot deze laatste soort.

Om deze redenen maakten we vroeger, voordat onze huidige futurologiepraktijk gestalte kreeg, samen met een groep vrienden subjectieve stadsgidsen, o.a. voor Beiroet, Amsterdam, Warschau en Tokio.

Het idee achter deze gidsen was dat steden diep emergente plekken zijn die onmogelijk objectief in kaart kunnen worden gebracht. Niet alleen omdat er op ieder gegeven moment te veel gaande is om te kunnen meten of berekenen, maar ook omdat het plekken zijn waar de ontastbare binnenwereld en de tastbare buitenwereld zich vermengen. Steden zijn immers zowel opgestapelde stenen als opgestapelde verhalen.  Steden zijn diepe subjectieve zinkgaten in het objectieve weefsel van de werkelijkheid.

De enige manier om een stad te navigeren, zo schreven we in het voorwoord van Tokyo Totem, is om ’m je eigen te maken. Om je eigen verhaal, je eigen subjectiviteit, te verweven met die van de stad. De subjectieve gidsen waren bedoeld als een soort gereedschapskist hiertoe.

Onze toekomstgids Amsterdam in 2091, die we maken met Jan Cleijne, ligt in het verlengde van dit oude gidsproject.

Het is uiteraard deels een poging om de historische trends en verschuivingen die wij zien om te zetten naar een positieve toekomstverbeelding. Door de trends te vertalen naar alledaagse toekomstige situaties, met alledaagse mensen, hopen we een beter inzicht te krijgen in wat de toekomst ons kan brengen.  

Maar het is ook een poging om een nieuwe speculatieve of ideologische laag toe te voegen aan onze gezamenlijke verbeelding van wat een stad kan zijn, wat Amsterdam kan zijn, wat het in zich heeft. Een laag die hopelijk resoneert bij dromers, denkers en doeners die zich identificeren met de stad en deze willen verbeteren. Zodat fictie feit wordt.

(NB: bovenstaande beeld is een mock-up)

Net als de subjectieve gidsen is onze toekomstgids een gereedschapskist om je de stad eigen te maken. Want een stad is gebouwd op dromen en verhalen, waaronder die over de toekomst.

Een beproefde manier om een stad te navigeren is om in te tappen in de stad als literaire entiteit, of entiteiten, want vaak hebben ze er meerdere.

Een stad als Parijs kan je navigeren als een bohemien, avant-gardistisch en Situationalist weefsel, kijkend door de Romantische bril van Victor Hugo, Charles Baudelaire, Céline, Van Gogh, Édith Piaf, George Orwell, Hemingway en Debord. En zo kan je Londen navigeren door de magisch-realistische lens van William Blake, Charles Dickens, Lewis Carroll, Peter Ackroyd, Ben Aaronovitch en J.K. Rowling. Of New York als een magische Neo-noir plaats delict – denk The Matrix, Dark City, Batman, Michael Clayton of bijvoorbeeld het werk van Paul Auster.

Als de literaire en artistieke identiteit van een stad resoneert, dan is de kans groot dat deze immense, onkenbare en diep mysterieuze wereldsteden je zullen verwelkomen als één van hun lang verloren kinderen. Waarna de stad, jouw levensstijl in zich opnemend, weer meer wordt zoals je het je ooit voorstelde.

Feit volgt fictie, en andersom.

“Calvani is een van de mooiste van de Obscure Steden. Deze stad, die oorspronkelijk een conventionele architectuur had, stond vooral bekend om haar sombere weer. Op een dag werden een aantal prachtige kassen gebouwd om een tijdelijke botanische tentoonstelling te huisvesten.” — uit Alta Plana, de onmogelijke & oneindige [online] encyclopedie over de wereld van Schuiten & Peeters.

In De Duistere Steden, een stripreeks van François Schuiten en Benoît Peeters, zijn steden architectonische mysteries, vol cruisende zeppelins, onmogelijk hoge wolkenkrabbers, eindeloze gelaagdheid, en labyrintische bibliotheken. De steden hebben kathedraalachtige interieurs zonder einde, afgewisseld met intieme werkplaatsen en huiskamers.

De esthetiek van De Duistere Steden bouwt voort op het werk van o.a. Jules Verne, M.C. Escher en Jorge Luis Borges. Het is fictie, pure fantasie, maar het zijn tegelijkertijd formidabele gidsen naar steden als Parijs en Brussel. Door de onmogelijke complexiteit van steden als Parijs en Brussel aantrekkelijk te maken, esthetisch te duiden, geven ze je een emotionele ingang om je hier thuis te voelen.

En ook hier volgt feit fictie. Want in 1994 nodigde Parijs François Schuiten uit om het metrostation Arts en Métiers, op lijn 3 en 11, te herontwerpen in de stijl van De Duistere Steden. In de fantastische met koperplaten bedekte metrohalte wordt aan eenieder duidelijk dat steden pure fictie zijn; complexe verhalen die zijn ontsproten aan onszelf.

De esthetiek van De Duistere Steden is verwant aan Steampunk, een subgenre in de speculatieve kunsten dat teruggrijpt op de 19de-eeuwse esthetiek van het Victoriaanse stoomtijdperk. Het is deels retrofuturisme, maar vooral alternative history – een stroming waarin men zich afvraagt hoe de wereld eruit had gezien als het linksom was gegaan, in plaats van rechtsom. Steden als Parijs en Brussel passen deze terugverlangende esthetiek als een handschoen. 

Kunstenaar Jeroen van Kesteren bouwt deze fantastische steampunk luchtschepen van louter papier en karton. Zie er hier meer en in al hun minutieuze details en als je er een wil kopen ga langs bij Rademakers Gallery (Amsterdam).

Een andere metropool met een sterke speculatieve identiteit is Tokio. Tokio is mede vormgegeven door een krachtige cyberpunk-onderstroom. Het is, naast alle andere dingen die het uiteraard ook is, het dystopische decor van de cyborg-toekomst en de robot-Apocalyps. Maar cyberpunk is niet alleen decor. Het is intiem met de stad verweven. Het is de enige plek waar mensen, zonder blikken of blozen, zeggen te willen trouwen met een digitaal construct.

Cyborg Motoko Kusanagi daalt letterlijk af de stad in in Ghost in the Shell (01995). Deze anime was enorm invloedrijk en een enorme inspiratiebron voor de Wachowski’s toen ze The Matrix (01999) maakten.

Voor velen is Tokio een high-res visioen van wat komen gaat. Of zoals William Gibson, auteur van Neuromancer en één van de grondleggers van cyberpunk, zegt: ‘The Future has arrived – it’s just not evenly distributed.’ En in Tokio heeft de toekomst een grote dichtheid, volgens Gibson. Maar de toekomst die Tokio symboliseert is die van een alles omvattende kunstmatigheid. Een virtuele plek waar mens en robot één zijn geworden en waar we onszelf hebben geüpload in een fantasie die tegenwoordig metaverse heet.

Kaneda op zijn iconisch motorfiets met op de achtergrond Neo Tokyo in de anime Akira (01988), een van de beste animatiefilms aller tijden en een invloedrijk voorbeeld van Japanse cyberpunk.

Het is een toekomst die in het verlengde ligt van de groeisamenleving, waarin de planetaire biosfeer is overschreven door kunstmatigheid, door een droom die langzaam veranderde in een nachtmerrie. In ieder geval, dat zullen de Romantici onder ons vinden.

En dat is belangrijk, want de mensheid wordt Romantischer. De dominantie van de Homo Economicus is tanende. De Homo Romanticus is in opkomst – de betekeniszoekende mens die niets liever wil dan samenvallen met zichzelf, zijn gemeenschap en de natuur. De zoektocht naar economische veiligheid wordt steeds minder belangrijk, de zoektocht naar emotionele veiligheid steeds meer.

Het Bos en Lommerplein in 2091, een van de vele platen uit Alles Komt Goed. Voor het verhaal achter deze plaat zal je nog even moeten wachten op onze toekomstgids.

Onze aankomende toekomstgids heeft als werktitel: Amsterdam in 2091, Alles Komt Goed, Indrukken uit de Gewortelde Tijd. Het is een speculatief onderzoek naar hoe de wereld eruit zou zien als de Homo Romanticus dominant wordt. Wat gebeurt er als economische veiligheid niet langer het einddoel is, maar slechts het emotionele, gemeenschappelijke en ecologische welbevinden ondersteunt? En hoe vindt die culturele transitie plaats?

De gids is, zoals gezegd, ook een poging om Amsterdam een nieuwe speculatieve identiteit te bieden – of hiertoe in ieder geval een aanzet te geven. Het verkent ideologische en esthetische trends die passen bij een gelijkwaardige en duurzame samenleving. We vertalen ze naar allerlei toekomstige indrukken om onszelf in het hier en nu te inspireren. Zodat het onderdeel wordt van onze verbeelding van wat mogelijk is en zich vervolgens kan vertalen naar concrete praktijken.

Hoe gaaf als we over 10 jaar Amsterdam kunnen navigeren als een tastbare hallucinatie van een betere wereld?


Nieuwe Redactionele Opzet

🗂

Het is jullie misschien opgevallen dat tussen de introductie en het hoofdartikel een redactioneel kadertje is toegevoegd, waarin staat dat het artikel valt onder een nieuwe redactionele categorie genaamd ‘Speculative Peculiars’.

Deze week beginnen we namelijk met een nieuwe opzet voor de wekelijkse dosis langetermijndenken. Eentje die jullie beter meeneemt in ons historisch-futuristische denken. In ieder geval, dat is het idee: dat jullie het onderwerp waarover we schrijven beter kunnen plaatsen in het Lange Nu.

Naast ‘Speculative Peculiars’, waarin we reflecteren op de speculatieve kunsten en het futurologisch vakgebied, hebben we de volgende drie categorieën geïdentificeerd, die corresponderen met de drie belangrijkste verschuivingen van onze tijd:

De Turing Tijd’, waarin we reflecteren op de fundamentele gevolgen voor de samenleving van de introductie van een nieuwe informatietechnologie.

‘De Homo Romanticus’, waarin we schrijven over ons verschuivende mens- en wereldbeeld en wat dit betekent voor de samenleving.

‘De Poreuze Stad’, waarin we schrijven over wat het allemaal betekent om duurzaam en natuurinclusief samen te leven.

Uiteraard zullen sommige artikelen aan meerdere verschuivingen raken. We hopen dat jullie zodoende een beter inzicht krijgen in ons achterliggende gedachtengoed en daarmee – als ons denken hout snijdt – in de krachten die onze samenleving voortstuwen.

Binnenkort zullen we ons online archief ook volgens bovenstaande categorieën gaan ordenen.

NB: ‘Speculative Peculiars’ was ook de naam van een programma dat Christiaan ooit maakte met curator Femke Lutgerink.

Tot zover,

Liefs, Edwin en Christiaan ❤️

Happy Apocalypse: Schoonheid en troost in donkere dagen

👋 Hallo, Ed en Chris hier. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld daarom door de bril van de langetermijndenker en met de gereedschapskist van de speculatieve maker.


Welkom bij de laatste editie van dit jaar! Een kersteditie met een drietal fijne apocalyptische kijktips, want kerst en allerlei andere eindejaarsfeesten zijn apocalyptischer dan je misschien zou denken.

Happy Apocalypse

👹

Van oudsher worden er tijdens de donkere dagen verhalen verteld over spoken, gnomen en demonen die tevoorschijn komen en rondwaarden in onze wereld. Monsters die kinderen die niet zuiver en eerlijk zijn geweest meenemen naar hun onderwereld. De naderende jaarwisseling is letterlijk een eindtijd in het klein, met offers, rituelen en verhalen om ons door de donkere dagen een nieuwe tijd in helpen. Elk jaar weer.

In de Alpenregio wordt Sint Nicolaas vergezeld door Krampus. Een wezen uit de de pre-christelijke Germaanse mythologie, half-bok half-duivel, die kinderen door middel van angst en dreiging tot goed gedrag moet inspireren. Maar zoals vele heidense rituelen, zoals ook de kerstboom, is ook Krampus nu vooral onder ons in zijn gekerstende vorm.

Maar niet enkel de heidense eindejaarsfestiviteiten hebben apocalyptische vibes, het Christendom zelf staat ook bol van de apocalyptische verhalen, zelfs het verhaal van de geboorte van Jezus Christus kan geduid worden als een apocalyptische gebeurtenis: het Goddelijke wordt vlees en wordt deel van de aardse mensenwereld (lees er hier meer over). Maar dit strookt misschien niet helemaal met de associaties die we vandaag hebben bij de Apocalypse als allesvernietigende catastrofe. 

De term apocalypse komt uit het Oud-Grieks, betekent openbaring of onthulling en is in vele spirituele en religieuze tradities terug te vinden. Vaak komt de openbaring via een droom of visioen en vertelt ze over een kosmische waarheid of voorspelt ze een toekomst, en vaker dan niet zijn apocalyptische visioenen verbonden aan verhalen over een eindtijd.

Onze moderne apocalyptische verhalen zijn hier een eigentijdse afspiegeling van, met als grootste verschil dat de hoofdrol niet is weggelegd voor kosmische openbaringen of goddelijke interventies, maar voor wetenschappelijke ontdekkingen en menselijke vindingrijkheid die zowel onze ondergang als onze redding kunnen betekenen. Dit soort moderne apocalyptische verhalen komen vooral voor in de sciencefiction.

Children of Men (02006) van Alfonso Cuarón is misschien wel de beste apocalyptische film ooit en op zichzelf al een cinematografisch meesterwerk. De film zou je kunnen zien als een eigentijds kerstverhaal waarin de ophanden zijnde geboorte van een kind de hoop en houvast is voor een onvruchtbare en ontrafelende mensheid. En mocht je ons niet geloven over de waarde van deze film dan kunnen Francis Fukuyama of Slavoj Zizek je wel vertellen waarom deze op je kijklijstje hoort.

Sciencefictionverhalen zou je als de mythos van wetenschap kunnen zien (zo vertelde Damien Walter in deze podcast). Waar de logos van de wetenschap gaat over het rationele, over ‘hoe’ iets werkt, over de methode, zoekt sciencefiction naar wat de mythos van de wetenschap zou kunnen zijn. Wat betekenen haar inzichten voor onze plek in het universum, wat zeggen ze over het ‘waarom’ van ons bestaan? Zo is het niet voor niks dat ontzettend veel sciencefiction juist de mysteries en rafelrandjes van ons wetenschappelijke wereldbeeld verkent en er allerlei religieuze stijlfiguren en thema’s in te herkennen zijn (check de bovenstaande podcast als je meer wilt weten hierover).

Met dit in het achterhoofd leggen we hieronder drie (post)apocalyptische films en series onder de loep. Wat zeggen deze eindtijdverhalen over onze tijd, en over de nieuwe wereld die we aan de andere kant van de onthulling denken te zien? Ook het apocalyptische genre ontwikkelt zich namelijk en zegt iets over de tijd waarin we leven. Zo waren (post)apocalyptische films voorheen vooral actiefilms, denk aan Mad Max of Waterworld, over eenzame (anti)helden die tegen wil en dank het goede doen in een verder verrotte en geruïneerde wereld. De onderstaande voorbeelden laten een heel ander verhaal zien.


Station Eleven

🎭

I Remember Damage. And Escape. Then Adrift In A Stranger’s Galaxy For A Long Time. But I’m Safe Now. I Found It Again. My Home.

August en Kirsten in het acteurskamp in afwachting van hun volgende optreden.

Station Eleven (02021-02022) is een urgente, mystieke en inspirerende serie die op vele fronten resoneert met onze tijd. In deze miniserie van tien afleveringen wordt in meerdere tijdlijnen en vanuit diverse karakters verteld over een grieppandemie die in zeer korte tijd het overgrote deel van de wereldbevolking uitroeit. Centraal in het verhaal staat een Shakespeareaans theatergezelschap dat zo’n twee decennia na de pandemie elk jaar rond Lake Michigan reist en optreedt. Hoewel iedereen op z’n hoede is voor ronddwalende vreemdelingen, trekt het hechte theatergezelschap erop uit in het verwilderde landschap met weelderig woest groen en uitgespannen luchten.

Het intrigerende aan de post-apocalyptische wereld van Station Eleven is dat hoewel alles houtje-touwtje is, het ook een zekere lichtheid bevat, in tegenstelling tot de grijzige, grauwe en verroeste esthetiek die we gewend zijn van het post-apocalyptische genre. In Station Eleven worden de overblijfselen van de beschaving kleurrijk en poëtisch hergebruikt.

Clark (als Claudius) en Elizabeth (als Gertrude) in een opvoering Hamlet.

Alle karakters zijn zoekende naar liefde en betekenis en worstelen met trauma. Dat is niet gek, want er is immers ontzettend veel verloren gegaan: geliefden, familie, maar ook een hele wereld, haar steden en haar cultuur. Sommigen voelen nostalgie, anderen zijn woedend en willen niks meer weten van de wereld van ‘ervoor’. Maar ze maken er wat van. ‘Survival is Insufficient’ is niet voor niets een van de mantra’s van het theatergezelschap.

Voor alle karakters is rouw een terugkerend thema dat telkens op andere manieren naar voren komt, zoals in de woorden van Shakespeares Hamlet. Voor de kijker (voor ons althans) resoneert het op allerlei manieren met het ecologische verlies dat we nu in onze eigen tijd ervaren. De schoonheid van de serie is dat het ons niet alleen rouw toont, maar ook troost biedt. Zoals er troost kan zitten in een stad waar wij niet meer zijn, waar de straten leeg zijn en de natuur weer voorzichtig tevoorschijn komt.

Kirsten.

📺 Check de trailer van Station Eleven op IMDb.
📖 De mini-serie is gebaseerd op de gelijknamige roman van Emily St. John Mandel.

Vesper

🦠

They’re safer here, but I hope one day, they make their way out into the world.

Vesper op verkenning in de genetisch gemodificeerde wildernis.

De film Vesper (2022) vertelt over onze wereld na een ecologische ineenstorting. De mens heeft geprobeerd deze te bestrijden met genetische technologie, maar de technologie is ontspoord en heeft zich vervolgens gemengd met de wildernis. Dat resulteerde in een modderig landschap met kale bossen waarin alleen mos en aan het lab ontsnapte levensvormen lijken te leven. Vesper is een tienermeisje en een getalenteerd synthetisch bioloog die haar verlamde en zieke vader in leven probeert te houden.

Vesper in haar genetische werkplaats.

Wat er bijzonder is aan Vesper is niet zozeer het verhaal, het zit ’m vooral in de worldbuilding. Vesper leeft in een wereld waar biologie de belangrijkste technologie is en waar de scheiding tussen elektronische gadgets en levende materie niet lijkt te bestaan. De esthetiek van al deze levende technologie zou je kunnen omschrijven als een soort kruising tussen de body horror van David Cronenberg (zie Crimes of the Future, 02022) en de betoverende bioluminescente natuur van James Camerons Avatar.

Vesper laat een wereld zien waarin de scheidslijn tussen natuur en technologie verdwenen is en wat de schoonheid daarvan kan zijn. Want tussen de grauwe dode wildernis is het juist de exotische synthetische natuur die betovert. Hoewel zij, net als de wildernis van weleer, allesbehalve ongevaarlijk is. 

Een van Vesper’s creaties.

📺 Meer informatie over Vesper en de trailer zijn te vinden op IMDb.

After Yang (02022)

🦋

What the caterpillar calls the end, the rest of the world calls a butterfly.

Yang en Mika thuis.

Wie After Yang gezien heeft zal misschien verbaasd opkijken deze film in dit (post)apocalyptische lijstje te vinden, maar stel je oordeel nog even uit. De film gaat over een familie die omgaat met het verlies van Yang, een niet van mens te onderscheiden sibling-bot.

De film is een intiem, verstild portret van een gezin in een onbepaalde toekomst. Hoewel het sciencefiction is, zijn er geen epische vergezichten of glimmende technologie. Sterker nog, je krijgt eigenlijk bijna niks van de buitenwereld mee, de horizon komt vrijwel nooit in beeld, bijna alles gebeurt in warm getinte interieurs die ingericht zijn met natuurlijke materialen. Het huis van het gezin is een moderne bungalow, met veel hout, ambachtelijke keramiek, planten en een binnentuin. Eames met een Japanse touch. Zelfs de ritjes op de snelweg zijn in deze wereld zijn kalme uitstapjes in een zelfrijdende auto met een bemoste hoedenplak die geruisloos onder een rijkelijk begroeide overkapping doorzoeft.

Yang en Jake onderweg.

Iedereen in de film praat rustig, en lijkt nog net niet te fluisteren. Het voelt alsof er zich een Apocalypse heeft voltrokken, een grote tragische gebeurtenis waar iedereen nog van aan het bijkomen is. Vader vindt troost in zijn vak: het maken van thee, moeder werkt als botanicus, en Yang zorgde voor Mika. In de flinters die je wel van de buitenwereld te zien krijgt, zie je dat de natuur hier volop in ere is hersteld. De vraag die in de lucht blijft hangen is ‘ten koste van wat?’

Het hele gezin: Jake, Kyra, Mika en Yang.

📺 Meer informatie en de trailer van After Yang op IMBd.


Overigens zou je uit alle drie deze films ook veel Solarpunk inspiratie kunnen halen (om maar even een bruggetje te slaan naar de kersteditie van vorig jaar). Zoals de grote rol voor de natuur, al dan niet verwilderd, ambachtelijk of synthetisch. Of het meesterschap in zowel nieuwe technologieën als oud vakmanschap. En tot slot de rijkdom van de rituelen en aandachtig aanwezig zijn.

Deze drie apocalyptische verhalen onthullen alle een toekomst waarin de natuur weer lucht en ruimte krijgt en waar rouw, verlies en liefde de leidende emoties zijn in het zoeken naar betekenisgeving. Best een mooie kerstgedachte toch?

Happy Apocalypse en een gelukkig nieuwjaar!

❤️ Ed & Chris


PS: Edwin deed dit najaar een TEDx Talk in Den Helder over het inzicht van de tijdreiziger. Je kan ‘m hier kijken.

Planetary Detox: op zoek naar een gezonde planetaire stofwisseling

👋 Hallo, Ed en Chris hier. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld daarom door de bril van de langetermijndenker en met de gereedschapskist van de speculatieve maker.

🦠 In deze editie gaan we op zoek naar een gezonde planetaire stofwisseling. Leren we over de bouw van een moleculaire atlas van onze leefwereld – het exposoom -, hoe de natuur onze fabriek kan worden en delen we een indruk uit ons aanstaande boek.

Op het moment van schrijven is de biodiversiteitstop van de VN in Montreal in zijn laatste fase beland. Hoewel deze top wereldwijd lang niet zoveel aandacht krijgt als de Klimaattop van nog maar een maand of wat geleden, is de inzet urgenter en fundamenteler. Zonder biodiversiteit storten ecologische systemen namelijk in en daarmee ook de menselijke soort. Ook wij zijn immers onderdeel van de natuur, al wordt dat soms nog wel eens vergeten.

Naar aanleiding van de bijeenkomst in Montreal willen we onze verhouding tot de natuur eens overdenken, en onderzoeken wat er nodig is om het rijke leven op aarde veilig te stellen en te laten floreren. Eerst zullen we verkennen wat natuur eigenlijk is en hoe natuurbescherming eruit zou kunnen zien. Wat ons betreft zijn er grofweg twee natuurbeelden:

🏞️ De natuur als een ongerepte wildernis waar, idealiter, geen spoor van menselijke activiteit te vinden is. Natuurlijkheid als tegenhanger van de kunstmatigheid van menselijke cultuur, steden en industrie. Het natuurlijke staat voor het eigene, het spontane en het oorspronkelijke; het is de keerzijde van beschaving, opvoeding en conditionering. Dit natuurbeeld past in de moderne dichotomie natuur vs. cultuur, nature vs. nurture. De beschermingsstrategie die hierbij past is die van het hek. Een hek dat om het natuurgebied staat en de onschuldige natuur moet beschermen tegen oprukkende steden, de kwaadaardige industrie en intensieve landbouw.

Niemand bracht de oerwildernis beter in beeld dan fotograaf Sebastião Salgado, zie hier een van zijn platen uit zijn Genesis project.

🧬 De natuur als levende materie, als een evoluerend informatiepatroon dat in staat is zichzelf voort te planten en zich bewust te zijn. In deze visie is de natuur dat wat leeft, van de kleinste eencellige tot de grootste walvis en alle manieren waarop ze met elkaar interacteren. De tegenhanger van de levende natuur is de ‘dode’ natuur van rotsen, zand, water, gassen en alle atomen en anorganische moleculen.

In dit unieke op nanoschaal gefilmde videootje zie je een enzym (het witte blurpje) een sliertje DNA van een virus bewerken. Bron: BBSRC

Dit laatste natuurbeeld is existentiëler en inclusiever dan het inmiddels wat achterhaalde idee van de natuur als wildernis.

💀 Existentieel, want tja, zonder leven is er letterlijk niks. Als er geen bewustzijn bestaat, geen enkele waarnemer van het universum, is dat universum er dan überhaupt wel?

🤗 De natuur zien als alles wat leeft is radicaal inclusief. In de natuur als wildernis is geen plek voor de mens, tenzij die al zijn moderne cultuur en beschaving afwerpt en weer een ‘wilde’ wordt. Het is natuurlijk evident dat de mens wél onderdeel is van alles wat leeft, en dus onderdeel is van de natuur.

Terug naar Montreal en het beschermingsvraagstuk.

In Montreal is de strategie van ‘het hek’ een van de belangrijkste prioriteiten. Zo wordt er door veel partijen ingezet op het 30×30 plan, waarbij in 02030 30% van het land- en zeeoppervlak beschermd moet zijn. Maar veel wetenschappelijke studies wijzen erop dat er eerder 50% bescherming nodig is (zie dit artikel in Time magazine) om de natuur een kans te geven zich te herstellen en de biodiversiteit veilig te stellen.

Dit is uiteraard superbelangrijk, maar het is niet genoeg.

Klimaatverandering en stikstof laten zich niet tegenhouden door een hek. Chemische vervuiling is alom aanwezig. Het zit in de producten die we gebruiken, de lucht die we inademen, het voedsel dat we eten en het water dat we drinken. Geen hek, afscheiding of mondkapje beschermt hier uiteindelijk tegen. Al deze giftige stoffen verstoren de gezondheid van het leven op aarde, van de kleinste plankton midden in de oceaan tot de mensendieren in de grote stad.

Planetary Detox

🦠

Op zoek naar een gezonde planetaire stofwisseling

Een passende metafoor voor de natuur als grote, diverse, levende gemeenschap die overal om ons heen is, is die van de stofwisseling; een web van wisselwerkingen, van het metabolisme in onze lichamen en de intieme relaties met ons microbioom tot de voedselketens van enorme ecosystemen. Deze stofwisseling verbindt de levende natuur met de ‘dode’ natuur. Veel van de voedingstoffen die het leven nodig heeft zijn immers mineralen, ijzer, water en zonlicht, al dan niet verpakt in een biefstuk of een blaadje sla. Sterker nog, het leven is ooit voortgekomen uit niet-levende chemische processen (een rabbit hole waar we een andere keer nog wel eens in zullen duiken). 

Waar het op neer komt is dat op moleculair niveau het onderscheidt tussen levend en niet-levend eigenlijk niet echt bestaat. De mens en het leven zelf is een dynamisch chemisch proces dat continu stoffen uitwisselt met de moleculaire cocktail waarin we leven. Ook giftige en schadelijk stoffen vinden hierin op vaak onnavolgbare wijze hun weg en richtten op allerlei plekken schade aan. Dus als we een gezonde biosfeer willen, zowel in onze eigen lichaam als in de verste wildernis, dan moeten we de gehele planetaire stofwisseling aan een detox kuur onderwerpen. 

Het ontgiften van onze maatschappij is echter geen sinecure. Alle productieketens zullen opgeschoond en gereorganiseerd moeten worden om de stofwisseling weer gezond te maken. Van grondstof tot afvalstof en van zaadje tot drol. Kringlopen dienen gesloten te worden en producten moeten zo gemaakt worden dat ze herbruikbaar, biologisch afbreekbaar en/of onschadelijk zijn. 

Wat is hiervoor nodig? Om te beginnen hebben we een kaart nodig.

Het Exposoom: een moleculaire atlas van onze habitat

🗺️

Onze gezondheid en ook de gezondheid van al het andere leven zou je kunnen samenvatten als de uitkomst van de som: genen + omgevingsfactoren. De afgelopen decennia is er veel vooruitgang geboekt met het in kaart brengen van onze genen, en leren we steeds meer over welke genen wat doen. Met de CRISPR-Cas-technologie kunnen we tegenwoordig DNA lezen én schrijven. Maar DNA is slechts een stukje van de puzzel van wie we zijn, waar we wel en niet gevoelig voor zijn en voor welke ziektes we vatbaar zijn. De andere helft van de puzzel ligt in de leefomgeving waaraan we van baarmoeder tot graf worden blootgesteld.

De moderne mens leeft in een radicaal ander soort omgeving dan onze voorouders, de jager-verzamelaars. Beiden behoren echter tot dezelfde menssoort, de Homo Sapiens, en hun DNA komt overeen. Echter, de moderne mens heeft last van hooikoorts en diverse voedselallergieën, iets waar onze voorouders geen last van hadden en waar nog levende jager-verzamelaarculturen ook geen last van hebben. Een van de oorzaken hiervan ligt in het verarmde microbioom van de moderne mens. De maar liefst 1 tot 2 kilo microben die op en in ons leven spelen een cruciale rol in onze spijsvertering en het opnemen van voedingstoffen. Biodiversiteit gaat dus niet alleen over de grote natuur buiten, maar ook over de kleine natuur diep vanbinnen.

Hierboven zie je de onderzoekers van Mason Lab met wattenstaafjes micro-organismen verzamelen in de metro van New York om daarmee het metagenoom van het New Yorkse metrostelsel in kaart te brengen. En wat blijkt, verschillende stations en wijken hebben een ander microbioom. Zo bleek de kimchi bacterie goed vertegenwoordigd in Korea town en bleek een van de stations die was ondergelopen tijdens Hurricane Sandy, maanden na dato op microbisch niveau nog steeds een mariene ecosysteem te zijn. Lees hier meer over het project of bekijk de metgenomische kaart van de New Yorkse metro.

Aan de Universiteit Utrecht hebben ze het Exposoom-project opgetuigd, een groot onderzoeksproject naar alles waar de mens zich aan blootstelt. Een enorme onderneming, want waren er in 02002 zo’n 20 miljoen verschillende chemicaliën te vinden in onze leefomgeving, in 02019 waren dat er inmiddels zo’n 156 miljoen. Sommige hiervan worden door natuurlijke processen gemaakt en andere door de chemische industrie, sommige zijn fantastisch, heilzaam en gezond, andere zijn schadelijk, giftig of zelfs dodelijk. Van veel van de nieuw geproduceerde chemicaliën weten we verontrustend genoeg niet wat ze met ons doen, terwijl ze wel in onze kleding, meubels, speelgoed, water, voeding, cosmetica en medicijnen zitten. We zijn dus ongewild onderdeel van een enorm chemisch experiment.

Veel van deze chemicaliën brengen onze stofwisseling en allerlei lichamelijke processen in de war, waardoor bijvoorbeeld onze hormonen uit balans raken (endocrine disrupting chemicals, EDC’s) en/of we obesitas, diabetes en andere ziektes krijgen. Maar ook depressie, Parkinson, kanker, hart- en vaatziekten, eigenlijk alles wat gemakshalve onder de morbide term ‘welvaartsziekten’ valt, is (deels) te herleiden tot stoffen waar we ons gedurende ons leven aan blootstellen. 

Het exposoom

Wil je meer weten over het Exposoom-project en wat er zoal onderzocht wordt, lees dan: Het exposoom, de grootste beïnvloeder van onze gezondheid, decoderen.

De natuur als fabriek: van petrochemie naar biochemie

🧪

Het is belangrijk om in kaart te brengen wat slecht voor ons is. Maar van veel stoffen weten we dat al en daar moeten we dus zo snel mogelijk vanaf. Maar hoe dan? De industriële voedselvoorziening leunt sterk op pesticiden, kunstmest en antibiotica. Plastic is schadelijk als afval, maar veel producten en processen in onze moderne wereld zijn ervan afhankelijk. Zoals de houdbaarheid van voedsel of de hygiëne in ziekenhuizen. In het stuk ‘What would happen if we stopped using plastic’ op BBC Future wordt uitgebreid verkend waarom we nog niet zo makkelijk van plastics afkomen.

Voor zowel de productie van voedsel als materialen wordt er druk gebouwd aan een veel schonere keten. Beide leunen nu namelijk zwaar op de petrochemie, waardoor de gehele keten vervuilend is, van de winning, de raffinage en het gebruik, tot de uiteindelijke afvalfase. Wat als deze hele keten verduurzaamd wordt en louter gebaseerd is op biochemische processen? Kunnen we dan een betekenisvolle stap zetten in het detoxen van de planeet? Laten we om te beginnen eens kijken naar de kop en de staart van deze keten.

Biologische grondstoffen 🦠 Als je grondstoffen niet van fossiele bronnen wil maken, zijn biologische bronnen dan een oplossing? In het BBC Future-artikel hierboven nemen ze textiel als voorbeeld. In 02018 was 62% van al het textiel synthetisch en dus van petrochemische origine. Nu zou je dit kunnen vervangen door natuurlijke grondstoffen zoals hennep of katoen, maar dan zou deze productie enorm opgeschaald moeten worden. Katoen verbruikt nu 2,5% van het wereldwijde landbouwareaal en 16% procent van alle insecticide. Met andere woorden, als de grondstoffen niet van onder de grond komen moeten we ze boven de grond kweken. En dit zorgt meteen voor meer druk op de levende natuur. Zelfs als we minder zouden gaan consumeren en zonder pesticiden kunnen werken, dan nog is er te veel ruimte nodig voor het kweken van alle grondstoffen op land voor acht miljard mensen.

Een andere route is wat sommigen de tweede domesticatie noemen. De eerste domesticatie verwijst naar het domesticeren van macro-organismen zoals planten (worden gewassen) en dieren (worden vee). De tweede domesticatie gaat over het domesticeren van micro-organismen zoals bacteriën, gisten en schimmels. In het kort komt het erop neer dat je als input suikers (koolhydraten) in een bioreactor stopt, en dat micro-organismen hieruit de gewenste chemische grondstof produceren. Het werkt hetzelfde als bierbrouwen alleen dan gecombineerd met digitale rekenkracht en synthetische microben. Deze suikers kunnen zowel uit eetbare grondstoffen komen, zoals mais, maar ook uit de niet-eetbare stengel van de mais, en dus ook uit grassen of andere biomassa.

De cel begrepen als fabriek.

De ideale oplossing zou zijn dat deze microbische fabrieken niet meer afhankelijk zijn van macro-organische inputs, maar dat er direct gewerkt kan worden met anorganische moleculen. Dit is al mogelijk. Zo is de Finse startup Solar foods begonnen met de certificering van een nieuw eetbaar eiwit, solein, dat gemaakt wordt uit lucht. Ze voeden hun micro-organismen met zonne-energie, CO2 en waterdamp uit de atmosfeer en een kleine hoeveelheid nutriënten. Een dergelijke oplossing zou letterlijk voedsel- en materiaalproductie los kunnen koppelen van de biosfeer, en daarmee geen beslag hoeven leggen op een landoppervlak, geen gif en antibiotica hoeven spuiten en geen kunstmest hoeven uitrijden. Een goeie oplossing, denken wij.

De bovenstaande technieken worden ook wel precision fermentation genoemd. Wij bouwden er anderhalf jaar geleden al eens dit toekomstscenario omheen en ook George Monbiot gelooft dat deze techniek de sleutel is in het veranderen van ons planetaire voedselsysteem (maar wat ons betreft dus ook ons materiaal-systeem). Recent is hij daarom het gezicht geworden van de Reboot Food campagne.

Biologische afvalverwerking 🌱 Stel dat je op een schone manier de benodigde materialen kan produceren, wat gebeurt er dan aan het einde van het leven van een gebruiksobject, na reparatie, hergebruik en recycling? Kan je alles biologisch afbreekbaar of onschadelijk maken? En zo ja, hoe dan?

Het probleem zit ’m in de vaagheid van de term ‘biologisch afbreekbaar’. Want bijna alles is biologisch afbreekbaar als je maar lang genoeg wacht. Maar tien, honderd of duizend jaar wachten tot afval onschadelijk is gemaakt is nogal een verschil. Daarnaast is iets wat met biologische grondstoffen op ecologisch verantwoorde wijze gemaakt is, zoals een bioplastic, niet automatisch onschadelijk. Dat hangt allemaal af van hoe het verwerkt zal worden. 

Uiteraard wil je ten eerste dat iets überhaupt geen afval wordt, maar dat het gewoon weer een grondstof wordt voor de grote microbische brouwerij (microben lusten namelijk echt bijna alles, ook plastic), of dat het gecomposteerd wordt. Maar bij het circulair maken van deze ketens is het essentieel dat ze gifvrij worden. Want wanneer er gif in de cyclus komt, dan zit het uiteindelijk ook weer in de producten die je ermee maakt, of in de compost waar je je voedsel op groeit. 

Echter, enkel technologisch vindingrijkheid is niet genoeg. Om deze transitie tot een succes te maken is een verandering van onze cultuur nodig.

Indrukken uit de Gewortelde Tijd

Tekeningen door Jan Cleijne

Wanneer ons relatie met de natuur niet meer wordt gedefinieerd door het controlerende hek maar door een intieme stofwisseling dan zal dat wellicht ook betekenen dat we onze walgingsimpuls zullen moeten leren bedwingen. Dat vraagt nogal wat van de mens, want deze impuls zit diep verankert in zowel onze cultuur als natuur. Hieronder een speculatieve geschiedenis over hoe we misschien onze walging zouden kunnen overwinnen. Het fragment komt uit Alles komt goed, onze gids naar een mogelijk Amsterdam aan het eind van deze eeuw in wat ze dan de Gewortelde Tijd noemen. Maar voor dat de Gewortelde Tijd z’n naam kreeg moesten we met z’n allen door iets heen.

Een geschiedenis

De Jaren van Walging

(02037-02047)

Toen de wereld, eind jaren dertig van deze eeuw, serieus begon te bouwen in synergie met de natuur kwam ook een wereldwijde tegenbeweging op. Een culturele tegenstroom van mensen die, volgens eigen zeggen, een sterke walging ervaarden naar de verwildering van de stedelijke omgeving. Ze klaagden over ongedierte, ziekten, hooikoorts en andere allergieën. Maar dat waren gelegenheidsargumenten, gaven ook zei vaak ietwat onwillig toe. Hun onderliggende klacht was walging. Het idee dat ze moesten samenwerken en samenleven met schimmels, bacteriën, amoebes, planten en beesten vervulde hen met een diepe emotionele weerstand. 

Terugkijkend is de walging niet vreemd. Gedurende de hele geschiedenis hebben mensen geprobeerd om de natuur op afstand te houden. Zo waren de eerste wetten, vaak religieus van aard, hygiënische regels. Voorschriften over wat je wel en niet mocht eten, hoe je dit eten moest klaarmaken en over wanneer en hoe je je lichaam moest reinigen. Deze regels waren erg nuttig in een wereld zonder koelkasten, riolering, vaccinaties en antibiotica. Walging had een functie. Het zorgde ervoor dat je wegbleef van zaken die niet goed voor je waren. Maar, op de lange termijn, droeg het er ook aan bij dat we de natuur ondergeschikt maakten aan onze eigen belangen, wat bijna leidde tot de vernietiging van de aardse biosfeer.

In de 21ste eeuw moest de mensheid dus opnieuw leren samenleven met de natuur. En op een manier die in het voordeel was van al het leven op aarde. Dit ging uiteraard niet over één nacht ijs. Veel mensen hadden een epigenetische aanleg voor walging en smetvrees. Iets wat hun voorouders waarschijnlijk heeft helpen overleven maar dat in de 21ste eeuw niet meer de handigste eigenschap was. Gelukkig voor alle walgers in de wereld was er een decennium eerder een ontdekking gedaan die hen kon helpen. In 02033 was een schimmel ontdekt met helende en geestverruimende eigenschappen die goed hielpen bij het ombuigen van allerlei ingesleten routines, vastgeroeste gedragingen en nare dogmatische attitudes. Alsook met therapeutisch herprogrammeren van een bepaalde epigenetische aanleg.

Omdat deze zogenaamde toverboleet bijzonder aangenaam was in gebruik doofden de Jaren van Walging vanzelf uit. De snel voortschrijdende klimaatcrisis en natuurcrisis waren nu ook evident, voor iedereen, waar je ook woonde. Dus terug naar af was overduidelijk geen optie meer. Zelfs de meest fanatieke smetvrezige mopperkonten kozen op een gegeven moment eieren – of beter gezegd; paddo’s – voor hun geld. Het was een bevrijdend moment. Voor de wereld, maar vooral voor henzelf. 


❤️ Liefs Ed & Chris

Een onderdompeling in Solarpunk vibes en Habermas die reflecteert op het digitale domein

👋 Hallo, Ed en Chris hier. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld daarom door de bril van de langetermijndenker en met de gereedschapskist van de speculatieve maker.

Deze week delen we wat gedachten over twee totaal verschillende boeken. 

Allereerst het nieuwe boek van de nu 93-jarige Jürgen Habermas. Zestig jaar na de publicatie van Strukturwandel der Öffentlichkeit, zijn eerste en beroemdste boek, heeft hij een vervolg geschreven. Zoals vaste lezers weten is zijn eerste boek een inspirerend referentiekader voor ons, vooral voor ons denken over een beter Internet.

Vervolgens bespreken we een heel ander soort boek: een solarpunk novelle getiteld A Psalm for the Wild-Built, van Becky Chambers. Mocht Habermas toch iets te veel voor je zijn op de zaterdagochtend, schroom niet en scrol dan naar beneden. Het is een leestip voor donkere dagen. (Spoilers? Alleen qua worldbuilding, niet qua plot.)

Maar we beginnen met Habermas. Want als je op je 93ste nog kan knallen zoals je ooit op je 33ste knalde, dan verdient dat aandacht. Vooral van twee fanboys.

Return of the Habermas

👓

Maar eerst, een recap:

Op dit moment wordt het Internet zowel in Europa als in de VS hoofdzakelijk gereguleerd als een markt – als een louter transactionele ruimte. Dit is, denken wij, een kostbare vergissing.

Het Internet herbergt uiteraard markten. Plekken voor koop en verkoop. Maar het is veel meer dan dat. Het is een platform waar mensen samenkomen, informatie wordt gedeeld, sociale bewegingen ontstaan, normen en waarden zich uitlijnen en een gemeenschap wordt geproduceerd.

Kortom, het Internet is geen marktplaats maar iets anders: een zogenaamd publiek domein. Het moet dus ook als zodanig gereguleerd worden.

Het begrip ‘publiek domein’ komt uiteraard niet uit onze koker. Het kwam op tijdens de Renaissance, toen men behoefte kreeg aan transparante en openbare plekken voor informatie-uitwisseling die niet werden gedomineerd door lokale potentaten. Maar wij, en met ons vele anderen, hebben het begrip leren kennen via Jürgen Habermas.

In 1962 werd zijn Strukturwandel der Öffentlichkeit gepubliceerd. In het Nederlands vertaald als De structuurverandering van het publieke domein, hoewel Öffentlichkeit ook wel wordt vertaald als ‘openbaarheid’. Het was Habermas’ eerste boek, alsook zijn meest invloedrijke.

Afbeelding met tekst, buiten, zwart

Automatisch gegenereerde beschrijving
Strukturwandel der Öffentlichkeit was één van de inspiratiebronnen voor de studentenprotesten van 1968. De beroemde slogan ‘onder het plaveisel ligt het strand’ verwees zowel naar het openbreken en barricaderen van de straat als naar het benauwende en onvrije karakter van de openbare ruimte in de Kapitalistische samenleving.

In Strukturwandel der Öffentlichkeit beschrijft Habermas het publieke domein in de 18de eeuw, de eeuw waarin de intellectuele basis werd gelegd voor de democratische burgermaatschappij van vandaag de dag. Volgens hem bestond het publieke domein in die tijd vooral uit koffiehuizen en literaire salons. Hier kwam men samen om zaken van algemeen belang te bespreken. Het waren toegankelijke plekken, vrij van marktkrachten en de invloed van overheden.

Toen in de 19de en 20ste eeuw het publieke domein verschoof van koffietentjes en literaire salons naar massamedia kwam het, volgens Habermas, steeds meer onder de invloed van kapitalistische belangen en/of van de staat. Het burgerpubliek had midden 20ste eeuw bijna geen vrije ruimte meer over voor gemeenschappelijke menings- en besluitvorming. Wat, op termijn, een veeg teken was voor de democratie.

Habermas bouwde in zijn denken voort op het werk van Immanuel Kant, de 18de-eeuwse Verlichtingsdenker. Volgens Kant kunnen mensen worden beschouwd als intrinsiek vrij en gelijkwaardig. Onder de juiste omstandigheden zijn alle mensen bovendien in staat om dit feit te herkennen en te erkennen. Met andere woorden, diep in hun hart weten alle mensen dat ze vrij zijn en gelijkwaardig aan alle andere mensen. Universele mensenrechten vloeien, volgens Kant, daarom ook logisch voort uit de menselijke natuur.

Habermas ging hierin mee. Maar hij erkende ook dat de crux lag in de zinsnede ‘onder de juiste omstandigheden’. De juiste omstandigheden waren volgens Habermas vrijheid van armoede – hij was een voorvechter van de welvaartstaat – en een gezond publiek domein, waar alle mensen zowel zichzelf als elkaar zouden herkennen en erkennen als vrije en gelijkwaardige wezens.

Voordat de juiste omstandigheden zich aandienden, en het publieke gesprek tussen de geëmancipeerde burgers vrij en ongedwongen kon stromen, was het volgens Habermas aan publieke intellectuelen om het debat in rationele banen te leiden.

Habermas (met bril) belichaamt als geen ander het Europese gedachtegoed. Hij bepleit de creatie van een Europese welvaartstaat en de vorming van een Europees publiek domein. (Een publiek domein dat dus ongetwijfeld nogal intellectueel van aard is omdat Europa zoveel verschillende talen kent.) Voor zijn theoretische en praktische inzet kreeg hij in 2013 de Erasmusprijs.

Habermas belichaamt als geen ander het Europese gedachtegoed. Hij bepleit de creatie van een Europese welvaartstaat en de vorming van een Europees publiek domein. (Een publiek domein dat dus ongetwijfeld nogal intellectueel van aard is omdat Europa zoveel verschillende talen kent.) Voor zijn theoretische en praktische inzet kreeg hij in 2013 de Erasmusprijs.

In zijn studie uit ’62 beschrijft Habermas vooral een probleem. Hij geeft geen antwoorden, oplossingen of ontwerprichtingen. Hij verkent geen mogelijkheden of toekomstscenario’s. Dat zou ook niet passen bij zijn vaak ondoorgrondelijke Duitse wetenschappelijke Gründlichkeit, dat soort ongepaste speculatieve toepasbaarheid. (Om het maar even op zijn Habermasiaans te zeggen.)

Nu valt er nog heel veel meer over Habermas en zijn ideeën te zeggen. Maar het komt er voor ons op neer dat hij ons inspireerde tot het formuleren van designcriteria voor een gezond digitaal publiek domein. Waar moet de digitale sfeer aan voldoen wil het functioneren als een gezond publiek domein?

Voortbordurend op Habermas’ ideeën en op die van denkers zoals Benedict Anderson (Imagined Communities, 01983) en Jane Jacobs (The Death and Life of Great American Cities, 01961) denken we nu dat een gezond publiek domein vier dingen moet doen. Het moet op zo’n manier mensen bij elkaar brengen dat:

  1. Op een transparante en rationele manier informatie kan worden gedeeld en geordend;
  2. Mensen zowel zichzelf als anderen herkennen als vrije en gelijkwaardige individuen;
  3. Waarden en normen worden uitgelijnd zodat een gemeenschap wordt geproduceerd;
  4. Legitimiteit wordt gegeven aan publieke besluitvorming en uitvoering.

In onze een na laatste nieuwsbrief laten we in een toekomstscenario zien hoe dit gestalte zou kunnen krijgen. (Het is het laatste item.)

Habermas’ ideeën hebben ons anders doen kijken naar de geschiedenis en naar wat de introductie van een nieuwe informatietechnologie doet met een samenleving. Zijn ideeën zijn als het ware onderdeel geworden van onze conceptuele toolkit.

Illustrator Jon Berkeley maakte voor The Economist deze eigentijdse update van het 18de eeuwse koffiehuis.

En nu heeft hij dus een vervolg geschreven op Strukturwandel der Öffentlichkeit, getiteld Ein neuer Strukturwandel der Öffentlichkeit und die deliberative Politik. Hierin gaat hij expliciet in op het nieuwe digitale domein.

Hoewel het voor Habermasiaanse begrippen een dun boekje is, is het wel in het Duits, wat ons niet per se makkelijk afgaat. Vooral als het geschreven is door Habermas. We wachten dus geduldig op de vertaling in het Nederlands die op 3 april 02023 bij uitgeverij Boom verschijnt. Maar afgaande op de vele recensies die we gelezen hebben (en door de Google Translate hebben gegooid), is dit ongeveer de strekking:

(En ja, dit is dus niet zozeer een boekrecensie maar eerder een boekrecensies-recensie of, beter gezegd, een recensie uit (minstens) tweede hand.)

Het publieke domein is tegenwoordig gekaapt door socialemediabedrijven. Deze platformen vormen de saaie rechtschapen burger om tot een emotioneel incontinente consument. De algoritmes willen de consument zo lang mogelijk op het platform houden, want zo kunnen ze reclames verkopen. Daarom voeden ze de consument met content die zijn/haar zelf- en wereldbeeld bevestigt. Kortom: ze maken van de publieke ruimte een emotioneel casino waar de consument altijd wint. 

Omdat ze worden aangesproken als consument gaan gebruikers zichzelf ook zo zien. De publieke ruimte is uit elkaar gevallen in een carrousel aan particuliere publicatiekanalen, vol livestijlkeuzes en emotioneel geïnformeerde meningsvorming. De publieke ruimte volgt, volgens Habermas, opeens de logica van de privésfeer. De democratie is daarmee binnenstebuiten gekeerd. 

De digitale wereld is een winkelstraat geworden van persoonlijke identiteiten. Het is een plek waar niemand elkaar nog aanspreekt op hun burgerschap en waar het algemeen belang is opgelost. De eigen ervaring en het eigen belang staan centraal. Als de onlineconsument wordt geconfronteerd met contrasterende informatie gaan de hakken in het zand, want de identiteit staat op het spel. Het publieke domein is vervallen tot een plek waar alles persoonlijk wordt genomen.

Het publieke domein is volgens Habermas volledig gekaapt door de vrije markt. Regulatie wordt als tegengesteld aan vrijheid ervaren. Dat terwijl het publieke domein een heel andere logica volgt: in een gezond publiek domein zijn er juist regels nodig die je bijvoorbeeld beschermen tegen manipulatie, intimidatie en uitsluiting.

We moeten de onlineconsument dus weer gaan zien als democratisch burger en daar wet- en regelgeving op loslaten.

Aldus Habermas.

Op eerste gezicht vertelt Habermas ons niet iets wat we nog niet wisten. Tegelijk denken we dat wet- en regelgeving niet voldoende is om van de onlinewereld een gezond publiek domein te maken. Wet- en regelgeving leunt op een professionele bureaucratie die naleving moet afdwingen. En daar is (a) het geactiveerde woord veel en veel te complex voor en (b) de onlinewereld veel te groot en te internationaal voor.

Professionele instituties, die nog stammen uit de tijd van het gedrukte woord, hebben bovendien noch de capaciteit, noch de expertise, noch het publieke vertrouwen om de wereld van het geactiveerde woord in goede banen te leiden. We hebben een hardere publieke digitale infrastructuur nodig – een hardere architectuur van vertrouwen. (Zie ook ons essay hierover.)

Een digitale basislaag die alle mogelijke lock-in- en netwerkeffecten naar de publieke sfeer brengt. Die dataveiligheid en interoperability garandeert. En die de transparante validatie van informatiebronnen mogelijk maakt zodat open journalism, open science en open government de norm kunnen worden.

Want uiteindelijk zal een digitaal publiek domein alleen legitimatie verschaffen aan vormen van publieke besluitvorming en uitvoering die een digitaal-sociale logica volgen, waarvan eerlijkheid en transparantie wellicht de belangrijkste zijn.  

The Future is Solarpunk

🌞

Onlangs luisterden we naar de aflevering van de Ezra Klein Show met Bill McKibben, een oudgediende in de klimaatbeweging. Hij zei iets dat ons raakte, namelijk dat we op zoek moeten naar een nieuwe esthetiek, een nieuw soort landschappelijke ervaring van wat we mooi vinden en wat niet.

Hij gaf het voorbeeld van windmolens. In plaats van deze te zien als landschapsvervuiling kunnen we ze ook zien als the breeze made visible, als de schone energiecentrales die onze toekomstige auto en onze huidige waterkoker van elektriciteit voorzien.

De moderniteit heeft een hele opgeruimde recht-toe-recht-aan esthetiek. Er is weinig tolerantie voor de rommeligheid van de natuur (inclusief de menselijke inborst). Ook de werkplaatsen van de welvaart zien we liever niet, dat vinden we te confronterend. iPhone, graag. Shenzhen als achtertuin, hell no. Materiaalwinning, massafabricage, energieopwekking? Not in my backyard.

En uiteindelijk is het uit het oog uit het hart.  

Helaas voor alle welstandcommissies is de esthetiek van een schone, gezonde en eerlijke wereld niet een heel opgeruimde. Integendeel. Het is een jungle van beestjes en plantjes en ongepaste op- en uitbouwen en zonnepanelen en windmolens en laadpalen. Het is de esthetiek van earthship meets Tesla meets composthoop meets Tolkien meets okselhaar. Oké, die laatste misschien niet, maar al met al is het toch even wennen.

Enter Solarpunk.

Solarpunk is zowel een subgenre in de sciencefiction en een categorie Internetmemes alsook een DIY-praktijk. Lees er hier meer over in onze nieuwsbrief van 18 december vorig jaar.

Als Solarpunk iets doet dan is het ons vertrouwd maken met esthetische gevoeligheden en kaders die passen bij een natuurinclusieve en sociaal gelijkwaardige samenleving. De beweging verkent de look en feel van een positieve toekomst. Lange tijd bestond de beweging vooral uit Internetmemes, maar de laatste jaren verschijnen er de eerste korte verhalen en romans.

Zo ook A Psalm for the Wild-Built, een novelle van Becky Chalmers uit 02021 die dit jaar de Hugo Award voor beste novelle won. We hebben ’m net uit. Het is het eerste deel van een tweeluik. Het tweede deel kwam afgelopen zomer uit en is getiteld A Prayer for the Crown-Shy.

A Psalm for the Wild-Built vertelt het verhaal van Dex, een theemonnik. Dex leeft op een maan genaamd Panga, waar op een dag, lang geleden, robots opeens zelfbewustzijn kregen en vervolgens de wildernis in trokken. Waarna niemand ze ooit meer heeft gezien. Totdat Dex Splendid Speckled Mosscap tegenkomt, een wild-built robot. En de rest van dit totale feel good verhaal moeten jullie zelf maar lezen.

Afbeelding met tekst, speelgoed

Automatisch gegenereerde beschrijving

We willen het namelijk hebben over Panga, de wereld die Chalmers heeft geschapen. Het is een toekomstvisioen van onze eigen planeet.

Nadat de robots – de onbetaalde zwoegers waar Panga’s groeisamenleving afhankelijk van was – opeens wakker worden, nodigen de mensen hen uit om op gelijkwaardige voet met hen samen te leven. Het aanbod wordt afgeslagen, waarna de samenleving een omwenteling doormaakt. Van een zogenaamde Factory Age naar een nieuw tijdperk, dat nog in ontwikkeling is als we enkele eeuwen later kennis maken met Dex.

Panga heeft één stad en het is een goede stad:

‘The City was beautiful, it really was. A towering architectural celebration of curves and polish and colored light, laced with connective threads of elevated rail lines and smooth footpaths, flocked with leaves that spilled lushly from every balcony and center divider, each inhaled breath perfumed with cooking spice, fresh nectar, laundry drying and fresh air. The City was a healthy place, a thriving place.’

Het is een high-tech stad met een low tech samenleving. Met tussen het mos en weelderig groen windmolentjes, zonnepanelen, dakgaarden, verticale boerderijen en ambachtelijke werkplaatsen. Plekken waar meesters van alles maken en kweken. Van smartphoneachtige zakcomputers waar je alles mee doet tot fietsen en zaden. En hoewel de robots weg zijn, en de tijd van goedkope spullen in het verleden ligt, leven ze op de maan van Dex toch met een zekere overvloedsmentaliteit.

Alles wat ze echt nodig hebben is er namelijk. Goed eten en drinken, warme kleding, een dak boven het hoofd, medische kennis, vrienden en geliefden en tijd genoeg om je te vervelen. Het boek voelt daarom vooral als een esthetische meditatie op overvloed en betekenisgeving.

Als Dex de stad uit trekt op een soort elektrische dubbeldekker-camper-fiets – een vreemd toestel dat kennissen voor hem bouwden, gratis, gewoon omdat hij dat nodig had om thee te kunnen serveren aan mensen die om een praatje en een knuffel verlegen zitten, krijg je langzaam een beeld van een continent dat in tweeën is verdeeld. De ene helft is voor de mensen, hun steden en velden. De andere helft is voor het andere leven. En de oceanen, zo lezen we, worden sowieso met rust gelaten.

‘It was a crazy split, if you thought about it: half the land for a single species, half the land for the hundreds of thousands of others. But then, humans had a knack for throwing things out of balance. Finding a limit they’d stick to was victory enough.’

Deze 50/50-verdeling bestaat al eeuwen, maar nog steeds is Panga aan het bijkomen van de grote vergiftiging, van de chemische vervuiling. Alle landbouwpraktijken op Panga zijn nog steeds regeneratief van aard.

Het idee om de planeet in tweeën te splitsen, met één helft voor de menselijke beschaving en de andere helft voor de wilde natuur, komt van de Amerikaanse bioloog Edward Osborne Wilson, die 26 december vorig jaar overleed 92-jarige leeftijd. Het is een krachtig visioen. Zie hier de website van de Half-Earth Project.

Afbeelding met tekst

Automatisch gegenereerde beschrijving
Het idee om de planeet in tweeën te splitsen, met één helft voor de menselijke beschaving en de andere helft voor de wilde natuur, komt van de Amerikaanse bioloog Edward Osborne Wilson, die 26 december vorig jaar overleed 92-jarige leeftijd. Het is een krachtig visioen. Zie hier de website van de Half-Earth Project.— De kaart hierboven is van het Global Safety Net project waarin ze 50,4% van de aarde teruggeven aan de natuur. Check hun website om deze kaart te verkennen.

In A Psalm for the Wild-Built beschrijft Chalmers een houtje-touwtje wereld die stabieler aanvoelt dan de onze. Rommeliger maar schoner. Prikkelender maar serener. Geen machinewereld, maar een ademende wereld. Niet solide maar poreus. Een samenleving die loom met de seizoenen mee deint.

Maar het is ook een wereld waar iedere ademhaling verfrissend is. Helend. Zelfs in het midden van Panga’s miljoenenstad. Waar geluidsoverlast komt van spelende kinderen, zoemende beestjes en kwetterende vogels. En waar vieze geurtjes komen van wilde bloemen en schone was, dat droogt in de wind.

A Psalm for the Wild-Built is daarom boven alles een kunstwerk dat hoopt bij te dragen aan een nieuwe esthetische gevoeligheid. Een nieuwe schoonheidscultuur, eentje die past bij de duurzame en inclusieve wereld.

Chalmers heeft ervoor gekozen om deze cultuur te verkennen op een verre fictieve maan, in plaats van op de aarde. Dit is geeft haar meer artistieke vrijheid maar het maakt haar visioen ook vrijblijvender. Ook maakt het het boek meer genre waardoor, in onze huidige verkokerde boekenmarkt, andere lezers het misschien niet meteen zullen tegenkomen.

Dat gezegd sluit haar artistieke visie op zich goed aan bij ons eigen futuristische toekomstbeeld. Het is verenigbaar met de drie grote verschuivingen waar onze samenleving nu mee worstelt:

  1. De introductie van het geactiveerde woord.
  2. De opkomst van de Homo Romanticus.
  3. De omschakeling naar een natuurinclusieve en regeneratieve economie.

Hoewel in Chalmers wereld de robots hun biezen hebben gepakt kunnen wij ons volledig vinden in haar synthese tussen high tech en low tech, de herontdekking van de ambachten, half earth en het helen van de planetaire ecosystemen. Niet alleen omdat wij haar visie aantrekkelijk vinden, maar ook omdat het in het verlengde ligt van de trends.

Dat gezegd, dragen wij volgend jaar ook wat bij aan het groeiende Solarpunkuniversum. In 02023 komt eindelijk(!) onze illustratieve gids naar Amsterdam in 2091 uit, die we hebben gemaakt met Jan Cleijne (Concerto Books). Vanaf januari is een soort preview te zien als muurschildering bij de Tolhuistuin in Noord. En in februari 2023 wordt een solarpunkig kort verhaal van ons gepubliceerd in de bundel De komeet (De Geus), met liefde samengesteld door Martijn Lindeboom en Vamba Sherif.

❤️ Liefs, Edwin & Christiaan

Hoe longtermism het heden laat gijzelen door de verre toekomst

👋 Dag, Ed en Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze veranderende wereld. We doen dit door de bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat.

Het zal geen verrassing zijn dat wij ervan overtuigd zijn dat langetermijndenken cruciaal is voor het begrijpen van onze wereld en het navigeren van de turbulente en complexe tijd waarin we leven. En hierin zijn we uiteraard niet uniek. De afgelopen jaren ontpoppen er allerlei projecten waarin langetermijn- en toekomstdenken in allerlei vormen centraal staan. Van workshops tot rechtszaken, en van kunstprojecten tot burgerraden. In veel van deze projecten is een belangrijke rol weggelegd voor de emancipatie van toekomstige generaties. 

Dat de belangen van toekomstige generaties nu zo urgent in beeld komen is natuurlijk niet zo gek, want het is evident dat het lot van hun leefwereld op het spel staat. 

De afgelopen paar eeuwen werd er in de moderne cultuur vanuit gegaan dat de volgende generaties het beter zouden hebben dan de vorige. Maar dit is vandaag allesbehalve een vanzelfsprekendheid geworden. Je kan zelfs stellen dat er met de klimaatcrisis voor toekomstige generaties al veel potentieel lijden in de pijplijn zit en dat onze instituties hun belangen uitzonderlijk slecht behartigen. Want toekomstige mensen hebben immers geen stem, geen politieke vertegenwoordiging en daarmee dus geen poot om op te staan.

Nu zijn er de laatste tijd allerlei organisaties en initiatieven ontstaan om de belangen van al deze toekomstbewoners voor het voetlicht te brengen (Roman Krznaric, auteur van De goede voorouder, maakte dit lijstje, maar zie ook het Network of Institutions for Future Generations). Over het algemeen dragen we al deze initiatieven een warm hart toe, want het is hard nodig dat we serieus met elkaar nadenken over aan welke toekomst we bouwen en welke wereld we aan onze kinderen en kindskinderen na willen laten. 

De minimale vereiste hierin is dat we geen schade of leed voor toekomstige generaties veroorzaken als we dit kunnen voorkomen. De klimaat- en biodiversiteitscrisis is daarom ook een van de meest urgente en legitieme cases binnen de intergenerational equity beweging. 

Maar het langetermijndenken of het behartigen van de belangen van toekomstbewoners is niet iets wat per definitie goed uitpakt. 

Longtermism

🔭

De afgelopen jaren is er een nieuwe stroming in het langetermijndenken ontstaan: Longtermism. Op het eerste gezicht is dit een progressieve beweging die opkomt voor toekomstige generaties en ons denkgereedschap geeft om ons te verhouden tot mensgemaakte en natuurlijke existentiële risico’s, zoals klimaatverandering, nucleaire vernietiging, kunstmatige intelligentie, biotech, pandemieën, asteroïden. Met andere woorden, risico’s die het einde van de mensheid zouden kunnen betekenen.

Uit Toby Ord’s The Precipice (02020). Ord geeft in het boek toe dat het moeilijk is getallen te hangen aan deze risico’s en er is ook geen uitgebreide onderbouwing behalve dat hij dit baseert op zijn inzicht en ervaring van het in kaart brengen van dit soort risico’s.


Longtermism komt uit de koker van een groepje theoretici verbonden aan de filosofieafdeling van Oxford en is mainstream geworden door twee boeken: The Precipice (02020) van Toby Ord en What We Owe the Future (02022) van William MacAskill. Het bouwt voort op het werk van Nick Bostrom en Nick Beckstead van het Future of Humanity Institute.

William MacAskill (links) te gast in Trevor Noah (rechts) talkshow. Bekijk hier het fragment.

Longtermism is voortgevloeid uit het Effectieve Altruïsme (EA), een beweging die ernaar streeft om zoveel mogelijk goed te doen in de wereld. Dit ‘goed doen’ proberen ze te maximaliseren en zo rationeel mogelijk te onderbouwen. 

Het idee van EA is simpel doch krachtig: een leven hier is net zoveel waard als een leven aan de andere kant van de wereld. De afstand tot de ander doet er niet toe en het is eenieders morele plicht om zoveel mogelijk lijden in de wereld te verhelpen. EA is niet enkel een gedachte-experiment, het is een levenshouding die door velen in praktijk gebracht wordt, en dat is ook precies het doel: praktische handvaten om goed te doen in de wereld. 

Effectieve altruïst zijn betekent dat je weggeeft wat je kan missen aan degenen die dat harder nodig hebben dan jij. Een goed begin is zo’n 10% van je inkomen, maar als je meer kan missen, alleen maar beter. MacAskill zegt in de bovenstaande video bijvoorbeeld dat hij meer dan de helft van z’n inkomen weg geeft. 

Maar dan komt de volgende vraag op: wie heeft jouw euro’s het hardste nodig? En hoe zorg je ervoor dat jouw euro effectief het meeste goed doet? Give What We Can (een evidence-based charity project geïnitieerd door MacAskill en Ord) helpt EA’ers geld aan goede doelen te geven die zijn geselecteerd op basis van het idee dat iedere euro die je geeft maximaal goed doet. 

Longtermism voegt een temporale dimensie toe aan EA. Want is een leven in het heden net zoveel waard als een leven in de verre toekomst? Volgens longtermism doet afstand in de tijd er niet toe en is het onze plicht als bewoners van het heden om zorg te dragen voor de bewoners van de toekomst. Nu is deze manier van denken voor de komende eeuwen nog enigszins te overzien en al uitdagend genoeg. Maar longtermists hebben het over al het leven, of bewustzijn, dat ooit nog gaat bestaan totdat het universum uitdooft (over 10100 jaar). En dan gaat het al snel over triljoenen menselijke toekomstbewoners die miljarden zo niet triljarden jaren van ons verwijderd zijn, als ze er al zijn, en wat ‘zijn’ dan überhaupt betekent.

Bron: Longtermism: The future is vast – what does this mean for our own life? – Our World in Data

Longtermists laten argumentaties en berekeningen los op het mogelijke lijden dan wel geluk van toekomstbewoners. En hier wordt het allemaal wat absurdistisch, want het is niet alleen zo dat lijden van ongeborenen voorkomen moet worden, wij in het heden zouden ook zorg moeten dragen dat de toekomst bevolkt wordt door zoveel mogelijk gelukkige zielen. Dus het draait niet enkel om het voorkomen van schade, het gaat ook om het maximaliseren van ‘waarde’: zoveel mogelijk maximaal gelukkige ‘mensen’. Met als bizarre conclusie dat elke handeling die het lot van deze triljoenen ongeboren zielen ten nadele zou kunnen beïnvloeden in de kiem gesmoord zou moeten worden.

Filosoof Émile P. Torres zet op Aeon helder uiteen tot welke bizarre afwegingen dit kan leiden, en had mooie anecdote van wiskundige statisticus Olle Häggström die zegt: 

I feel extremely uneasy about the prospect that [berekeningen zoals hierboven] might become recognised among politicians and decision-makers as a guide to policy worth taking literally. It is simply too reminiscent of the old saying ‘If you want to make an omelette, you must be willing to break a few eggs,’ which has typically been used to explain that a bit of genocide or so might be a good thing, if it can contribute to the goal of creating a future utopia. Imagine a situation where the head of the CIA explains to the US president that they have credible evidence that somewhere in Germany, there is a lunatic who is working on a doomsday weapon and intends to use it to wipe out humanity, and that this lunatic has a one-in-a-million chance of succeeding. They have no further information on the identity or whereabouts of this lunatic. If the president has taken Bostrom’s argument to heart, and if he knows how to do the arithmetic, he may conclude that it is worthwhile conducting a full-scale nuclear assault on Germany to kill every single person within its borders.

Andersom kan het leiden tot de conclusie klimaatverandering niet al te serieus te nemen, aangezien de kans dat een kwart van de mensheid dat wel zal overleven aanzienlijk is en daardoor komt de toekomstige potentie van de mensheid over een tijdspanne van triljoenen jaren niet echt in gevaar. Zie ook in de tabel hierboven waarin het risico dat klimaatverandering de mensheid in de komende 100 zal uitroeien wordt ingeschat op een kans van 1 op 1000.

Nu kun je lacherig doen over deze bizarre gedachten-experiment experimenten, maar de longtermisten halen veel geld op voor hun onderzoeks- en filantropie-instituten in Silicon Valley bij onder andere figuren zoals Elon Musk (zie ook het essay van Torres). 

Moreel-Temporale Tunnelvisie

🕳️

De filosofische fundamenten waar het longtermism op voortbouwt zijn die van het utilitarisme, de moraalfilosofie waarin al ons handelen langs een soort ethische kosten-baten meetlat wordt gelegd. 

Zorgt een beslissing voor meer of minder lijden? En als niemand in theorie meer zou lijden, welke beslissing zorgt dan voor meer geluk, plezier of ‘het goede’ in mensen? Vooruitgang, welzijn en betekenisgeving als simpelweg een rekensom.

Kortom, je zou kunnen zeggen dat we het hier hebben over het morele kompas van de Homo Economicus. Want in het universum van de Homo Economicus is God dood, de speling van het lot heeft plaats gemaakt voor een deterministische keten van oorzaak en gevolg, en het enige wat werkelijk bestaat is de objectieve materiële werkelijkheid. Binnen zo’n wereldbeeld is de enige manier voorwaarts inderdaad de verbetering van de materiële condities van het bestaan en de creatie van meer mensen die gelukkig kunnen zijn. Want stel dat alle pijn en al het lijden (en misschien zelfs sterfelijkheid) de wereld uit is, dan is de enige weg voorwaarts meer mensen maken die meer plezier hebben en een goed leven hebben.

Bij het lezen over longtermism moest ik denken aan het artikel van Tom Vanderbilt over Futurism’s Cultural Blindspot. Hij legt uit dat veel toekomstdenken en toekomstverbeeldingen last hebben van een blinde vlek voor culturele verandering. Dit probleem is goed zichtbaar in veel sciencefictionfilms. Het kan zich afspelen in de 23ste of 24ste eeuw (zoals in Star Trek) of 10.000 jaar in de toekomst (zoals in Dune) en de ruimteschepen, steden, ecologie en kleding kunnen exotisch en vreemd zijn, maar de personages lijken vaak verdacht veel op ons. Ze spreken onze taal, gedragen zich zoals wij en lijken op mensen uit onze tijd. Een goed voorbeeld zijn de Jetsons. Hoewel het decor is voorzien van een huishoudrobot en de familie rondreist in een vliegende auto, zien we op het scherm één-op-één een kopie van de sociaal-culturele realiteit van een Amerikaanse familie uit de suburbia van de jaren 60.

Zo is ook het longtermism net als de Jetsons een vorm van chronocentrisme, alleen dan een stuk minder onschuldig. Want het stelt een bepaalde eigentijdse culturele waardenset centraal en projecteert deze op triljoenen hypothetische toekomstbewoners die ze vervolgens op de weegschaal zet en waar de levende generatie niks meer tegen in te brengen heeft. Het is eigenlijk een soort chrononautische blackmail. 

Historisch-Futurisme

🪞

Wij stellen een andere houding ten opzichte van de toekomst voor: Historisch-futurisme. 

Wat ons betreft is zinnig nadenken over de toekomst alleen mogelijk als je onderzoekt hoe samenlevingen werken en zich ontwikkelen over lange tijdsperiodes. Daarom kijken we in ons onderzoek grofweg zo’n duizend jaar terug en honderd jaar vooruit. Dit is allesbehalve een exacte wetenschap. Bij historisch duiding en futuristische projecties komt de nodige verbeelding kijken. 

Om iets te zeggen over de samenlevingen uit het verre verleden zijn historici en archeologen aangewezen op geschreven bronnen en gevonden artefacten. Op basis van deze objecten proberen ze op wetenschappelijke wijze een cultuur te reconstrueren. Uiteraard kan een collectie historisch objecten ons veel vertellen over een plek, een volk en hun gebruiken, maar desalniettemin blijven er gaten zitten in onze kennis over het verleden. Omissies die steeds groter worden hoe dieper we het verleden verkennen en die we enkel kunnen invullen met speculatie en fictie, zeker wanneer we ons willen inleven in de bewoners van zo’n tijd. Hoe zou het leven van een Soemerische priester eruit hebben gezien, of hoe voelt het gezinsleven van een Germaanse boerenfamlie?

Soemerisch beeldje van zo’n 2450 jaar voor Christus van twee Gala (𒍑𒆪) priesters van de Inanna tempel in Mari in het huidige Syrië.

De futuroloog doet zijn werk aan de andere kant van de tijd zonder tastbare bronnen en artefacten. Want de toekomst is er immers nog niet. Maar ook een futuroloog zet alle wetenschappelijke kennis en kunde in om iets te zeggen over hoe de toekomst eruit zou kunnen zien. Van cultuurhistorische ontwikkelingspatronen tot de learning curves van de laatste technologisch uitvindingen. En ook hier geldt dat de toekomst enkel tot leven komt als we de hiaten opvullen met verbeelding en ons proberen in te leven in de bewoners van die tijd.

Zowel de historicus als de futuroloog onderzoeken andere tijden, en onderbouwen hun scenario’s met wetenschap en brengen haar tot leven met verbeelding. In deze zin bedrijven ze allebei een vorm van science*fiction, fictie vanuit wetenschappelijke uitgangspunten. Dat er een fictief element in hun werk zit betekent niet dat het niks waard is. Het betekent dat de enige manier waarop we ons tot de toekomst kunnen verhouden de verbeelding is. Dit geldt zowel voor de statistische speculaties van de Longtermisten, als voor de verhalen van sciencefictionschrijvers, historici en futurologen. 

Geschiedenis en toekomst zijn het best te begrijpen als spiegels die ons laten zien waar we vandaan denken te komen, wie we denken te zijn, en waar we denken naar toe te kunnen. Met andere woorden, het laat ons zien in welke verhalen we leven, en dan bedoelen we de grote cultuur-maatschappelijk narratieven die we bewonen. Waar we ons thuis in voelen, of juist niet, waardoor we op zoek gaan naar nieuwe verhalen die ons wel een gevoel van behoren geven.

Het verhaal van de longtermisten is er maar eentje. Het is het verhaal van onbegrensd menselijk potentieel gestoeld op verlichting, rationaliteit en wetenschap. Dit verhaal van de modernistische utopie tussen de sterren is in de hedendaagse sciencefiction eigenlijk al lange tijd begraven. De enige manier waarop die nog langskomt is als dystopisch spiegel beeld. 

Weet je nog dat Elon Musk een van zijn Tesla’s de ruimte inschoot? In de auto zat ook een van deze schijfjes met daarop The Foundation trilogie (01942-01950) van Isaac Asimov. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat de Longtermists zichzelf het hoofdpersonage Harry Seldon wanen: De briljante wiskundige die het lijden van een intergalactisch imperium probeert in te korten met zijn berekeningen. We schreven er hier eerder over.

Voor onze inspiratie als futurologen, of chrononauten, hebben we niet de morele statistiek uit Oxford nodig, maar schrijvers zoals Ursula K. Le Guin (01929-02018). Zij schreef in het essay The Carrier Bag Theory of Fiction [PDF] eigenlijk nog het mooiste op wat eraan ontbreekt bij de Longtermists, en waarom het verzamelen en verkennen van uiteenlopende realiteiten aan de hand van fictie een veel rijkere manier is om de mogelijke vergezichten voor de mensheid in beeld te krijgen.

“If science fiction is the mythology of modern technology, then its myth is tragic. “Technology,” or “modern science” (using the words as they are usually used, in an unexamined shorthand standing for the “hard” sciences and high technology founded upon continuous economic growth), is a heroic undertaking, Herculean, Promethean, conceived as triumph, hence ultimately as tragedy. The fiction embodying this myth will be, and has been, triumphant (Man conquers earth, space, aliens, death, the future, etc.) and tragic (apocalypse, holocaust, then or now). 

If, however, one avoids the linear, progressive, Time’s- (killing)-arrow mode of the Techno-Heroic, and redefines technology and science as primarily cultural carrier bag rather than weapon of domination, one pleasant side effect is that science fiction can be seen as a far less rigid, narrow field, not necessarily Promethean or apocalyptic at all, and in fact less a mythological genre than a realistic one. 

It is a strange realism, but it is a strange reality. 

Science fiction properly conceived, like all serious fiction, however funny, is a way of trying to describe what is in fact going on, what people actually do and feel, how people relate to everything else in this vast sack, this belly of the universe, this womb of things to be and tomb of things that were, this unending story. In it, as in all fiction, there is room enough to keep even Man where he belongs, in his place in the scheme of things; there is time enough to gather plenty of wild oats and sow them too, and sing to little Oom, and listen to Ool’s joke, and watch newts, and still the story isn’t over. Still there are seeds to be gathered, and room in the bag of stars.”


❤️ Ed, Chris en ook beetje namens Ursula

Bouwstenen voor een Architectuur van Vertrouwen

👋 Dag, Ed en Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze veranderende wereld. We doen dit door de bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat.

Ons Designing Cities for All Fellowship bij Pakhuis de Zwijger zit er bijna op. Aanstaande woensdag, 30 november, om 20:00 sluiten we af met een gesprek met Ben Tarnoff, schrijver van het boek Internet for The People (je hoeft het boek niet gelezen te hebben om het gesprek te kunnen volgen).

We hebben tijdens de afgelopen drie Architectures of Trust-bijeenkomsten veel geleerd van de gesprekken die we met uiteenlopende experts hadden, waardoor we ons toekomstscenario verder konden uitdenken.

In deze editie delen we de voorlopige oogst van onze fellowship:

💡 Een reeks inzichten die we opdeden in de gesprekken met onze gasten. Waaronder hoe anonimiteit ons dichter bij elkaar kan brengen en wat we kunnen leren van het ziekenhuis bij het ontwerpen van digitaal vertrouwen.

🛠️ De technische en conceptuele bouwstenen voor een Architectuur van Vertrouwen die er al zijn of waaraan gewerkt wordt: Open Social Media en de gamification van consensus met Bridging-Based Ranking

🔮 Het laatste toekomstscenario dat we afgelopen maandag presenteerden bij Pakhuis de Zwijger: The Emergence of Open Government, Civic Craftsmen and Boring Politics. Een synthese van de inzichten die Jopie (de wereldberoemde mediageleerde die we twee weken geleden introduceerde) de komende eeuw op zal doen met het vooruitzicht dat in 02093 de politiek te saai voor woorden zal zijn. Dat lijkt ons wel een opluchting.


Inzichten in het ontwerpen van digitaal vertrouwen

💡

🔍 QAnon combineert een gevoel van behoren en gemeenschapszin met waarheidsvinding — Hoewel QAnon voor velen gelijk staat  aan het geloof in samenzweringen en de ontwrichting van een democratische maatschappij, betekend dat niet dat ze asociaal zijn. Integendeel, we leerden we van Aiganysh Aidarbekova van Bellingcat dat nieuwkomers bij QAnon warm verwelkomd worden. Er is veel interesse in de ideeën en nieuwe theorieën die ze hebben, en in wat zij denken dat de werkelijke waarheid is.

In zekere zin wordt QAnon gedreven door dezelfde missie als velen bij Bellingcat en andere onderzoeksjournalisten: het achterhalen van de waarheid en autoriteiten niet op hun woord geloven, door het gebruik van (openbare) bronnen. Waar het uiteraard vaak mis gaat, is dat er in hun zoektocht naar de waarheid geen gebruik wordt gemaakt van journalistieke checks and balances en dat hun eigen sentimenten leidend zijn, waardoor tunnelvisie ontstaat.

Aiganysh Aidarekova, Bellingcat (links) en Gwenda Nielen, TILT (rechts) in Architecture of Trust Deel I: Designing a Public Domain (video)

Een digitale architectuur van vertrouwen moet naast authenticatie en verificatie ook falsificatie faciliteren — Een waarheid of observatie is niet absoluut en onveranderlijk, ook al kan het op een zeker moment de beste uitleg van een gebeurtenis zijn. Data of bronnen moeten dus naast verifieerbaar en authenticeerbaar ook falsifieerbaar zijn.

🎭 Anonimiteit kan naast polariseren mensen ook depolariseren — Jona de Jong deed onderzoek naar de impact van waaromkiesjij.nl en vergelijkbare projecten waarin een app twee tegenstanders op het politieke spectrum bij elkaar brengt om een stelling te bediscussiëren. Het resultaat van die discussie is dat in veel gevallen mensen niet van mening veranderen, maar dat ze de positie van de ander wel beter begrijpen, waardoor het gesprek dus depolariseert. Het blijkt namelijk vrijwel altijd dat ook de ander goede argumenten en overwegingen heeft om te vinden wat hij of zij vindt.

De discussie vindt anoniem plaats. Je weet dus niet hoe iemand heet of hoe iemand eruitziet wanneer je in gesprek gaat. Jona legde uit dat in deze context, in een chat van een aantal minuten, anonimiteit juist barrières wegneemt die anders in de weg zouden kunnen staan. Wanneer je iemand met een bepaalde naam, huidskleur of kledingstijl zou zien, moeten veel mensen zich eerst over hun eigen vooroordelen heen zetten voordat ze op een open manier kunnen luisteren.

Uiteindelijk is het natuurlijk ook van belang dat je juist wel even dat vooroordeel voelt, erdoorheen moet, en dan voelt dat de ander zinnige dingen te zeggen heeft. Want juist dan kan je je vooroordeel aanpassen. Maar goed, daar is misschien wat meer tijd en ruimte voor nodig dan bij een korte chat.

Lynn Zebeda, moderator (links), Nanda Piersma (midden), Jona de Jong (op scherm) en Ed & Chris (rechts) in Architecture of Trust Deel II: Creating a Public Culture (video)

🏥 Het ziekenhuis als metafoor voor hoe we met digitale veiligheid en gebruikerservaringen omgaan –Responsible IT lector Nanda Piersma vertelde ons dat behalve dat er een nieuwe veiligere en publiek geborgde infrastructuur nodig is, we ook moeten kijken naar hoe zich dit naar een betere gebruikerservaring vertaald. Zo’n betere ervaring zou moeten zorgen voor digital comfort. Want radicale transparantie is niet per se goed, en is vaak voor de gebruiker niet of moeilijk werkbaar. Denk maar aan alles waar je voor op ‘OK’ klikt zonder het te lezen.

Nanda vergeleek het met een patiënt in een ziekenhuis. Die moet zich veilig voelen en zeggenschap blijven hebben over haar lichamelijke integriteit en persoonlijke ruimte. Tegelijkertijd kan je een patiënt niet opzadelen met alle technische details van een operatie of behandeling, maar je kan haar wel genoeg inzicht, ruimte en tijd geven om een weloverwogen beslissing te nemen. Op eenzelfde manier moet iemand online vanuit een veilige persoonlijke ruimte kunnen handelen en deelnemen aan het digitale verkeer, zonder dat het complete algoritme of de broncode bestudeerd moet worden. Idealiter wordt met een toegankelijke interface precies de juiste mate van transparantie gegeven waarop goede afwegingen kunnen worden gebaseerd.

Mocht je meer willen weten over deze insteek, neem contact op met Nanda, of ga naar haar lectorale rede “System error, please restart” op 6 december in Pakhuis de Zwijger.

Image

🤝 It’s about the relation, not the user — Digitaal Socioloog Lisa Talia Moretti vertelde ons dat er bij het ontwerpen van digitale systemen een focusverschuiving nodig is van ‘de individuele eindgebruiker’ naar ‘het onderhouden van een relatie’. Vaak is alles gericht op de user interface en op gebruiksgemak, vanuit het oogpunt van programmeurs en ontwerpers.

Deze insteek werkt niet goed voor instituties waarmee je een langdurige vertrouwensrelatie moet onderhouden. De relatie moet hier centraal staan en hoe deze zich ontwikkelt en kan wijzigen na verloop van tijd. Zo kan het nodig zijn dat mensen die niet digitaal geletterd zijn deze relatie ook op papier kunnen onderhouden. Of dat iemand die niet goed meer voor zichzelf kan zorgen anderen kan machtigen om de relatie voor haar te beheren. Een potentiële digitale architectuur van vertrouwen zou aan al deze criteria moeten voldoen.

Tara Karpinski, Pink Pony Express (links) en Martijn de Waal, Civic Interaction Design Research Group (rechts) in Architecture of Trust Deel III: Building Public Governance (video)

⚖️ Is juridische vernieuwing nodig voor digitale commons? — Wanneer genetwerkte relaties en datakluizen, coöperatieve platformen en data commons ons voorland zijn, dan is ons rechtssysteem misschien ook aan wat vernieuwing toe. Martijn de Waal legde uit dat er in het commons discours ook nieuwe juridische kaders worden verkend. Zo is veel wetgeving nu gebaseerd op het concept ‘eigendom’ waaraan verantwoordelijkheden, rechten en plichten zijn gekoppeld. Binnen dit systeem zijn zachtere algemene belangen vaak slecht vertegenwoordigd, denk bijvoorbeeld aan informele sociale structuren, ecosystemen of andere commons.

Zo zit de waarde van data ook in de relaties tussen de data, en niet in afzonderlijke datapunten. Misschien, en dit is volledige speculatief en nog heel vaag, zit er iets complementairs tussen dit nieuwe juridische denken en een digitale vertrouwensarchitectuur. Stof tot nadenken.

Twee ingrediënten voor digitaal vertrouwen

🛠️

💬 Open Social Media — Ten eerste, en dit vergeten we nogal eens, zijn er nu al uiteenlopende open source en publieke protocollen die het sociale verkeer op internet op een gedecentraliseerde manier mogelijk maken. Denk aan het e-mailprotocol (hoe je deze nieuwbrief nu leest), of RSS (hoe je ook direct de Chrononauten-website kan volgen). Maar ook Matrix of IRC voor chatten, en Scuttlebutt en ActivityPub voor gedecentraliseerde sociale media (waar o.a. Mastodon op draait).

Maar deze communicatieprotocollen hebben ook allemaal zo hun nadelen: ze zijn technisch wat ingewikkelder, opereren slecht op enorme schaal, het is niet makkelijk en soms zelfs onmogelijk om een account over te zetten en het vertrouwen is niet goed genoeg geborgd.

Jack Dorsey, voormalig CEO en oprichter van Twitter, wil deze problemen oplossen. Hij heeft vaak gezegd dat hij in z’n carrière de meeste spijt heeft van het naar de beurs brengen van Twitter, omdat hij daarmee effectief de controle over het bedrijf verloor. Musk heeft het nu weer van de beurs gehaald en heeft de controle terug, al jaagt hij vooralsnog iedereen op en bij Twitter de stuipen op het lijf en is de grote vraag hoe en of het bedrijf de Musk-behandeling zal overleven. Hoe dan ook, Dorsey startte een paar jaar geleden een nieuw project naast Twitter, Bluesky, waarin hij met een klein team fundamenteel herdacht hoe sociale media idealiter zou moeten werken: niet als platform maar als protocol.

Een maand geleden brachten ze de eerste versie van het open source AT Protocol naar buiten. Het werkt aan de hand van deze vier principes:

🧳 Account Portability: Je account is niet het eigendom van een bedrijf, maar van jou, en je kunt het verplaatsen wanneer je maar wil.
Algorithmic Choice: Algoritmes bepalen wat je ziet, dus moeten ze open en transparant zijn, en kan je zelf kiezen via welk algoritme je de wereld wilt zien.
↔️ Interoperation (of Federated Social): Verschillende socialemedia-apps en -netwerken kunnen met elkaar communiceren.
💪 Performance: Het moet goed, veilig en snel werken op enorme schaal.

Hoe zo’n open social media-landschap er in de praktijk uitziet, is nog even afwachten, en de vraag is dan nog steeds of deze sociale media ons publieke domein gezonder zullen maken of dat ze nog steeds polarisatie in de hand werken.

🤝 Bruggen bouwende algoritmes — Wat zou kunnen helpen om sociale media te depolariseren is het zogenaamde ‘Bridging-Based Ranking’-algoritme. Vandaag werkt alle populaire sociale media met ‘Engagement-Based Ranking’: hoe meer en hoe heftiger mensen reageren op een post, zowel positief als negatief, hoe meer zichtbaarheid zo’n post krijgt en hoe eerder deze viraal gaat. Dit werkt polariserend, maar dat hoeft niet zo te zijn.

Bridging-Based Ranking waardeert content namelijk hoger wanneer gebruikers die aan tegengestelde kanten van het politieke spectrum zitten de content allebei waarderen. Hieronder een voorbeeld van hoe dat in z’n werk gaat.

Bridging-Based Ranking; How Platform Recommendation Systems Might Reduce Division and Strengthen Democracy – Aviv Ovadya (link)

Het algoritme heeft zich ook al bewezen. De eerste toepassing van dit algoritme gebeurde met het Polis-platform, ontwikkeld door The Computational Democracy Project. In Taiwan werd het door vTaiwan gebruikt voor het crowdsourcen van nieuwe wetgeving. Zo werd er bijvoorbeeld gevraagd: ‘Aan wat voor regels zou Uber moeten voldoen?’ Mensen konden hier dan op inhoudelijk reageren, en daar konden anderen het dan mee eens of oneens zijn. De Polis-software gebruikt deze data om de verschillende meningen rond een vraag in kaart te brengen en clusters van mensen te herkennen die het met elkaar eens zijn. Vervolgens haalt Polis de voorstellen naar voren die relatief de meeste ondersteuning krijgen in de verschillende ideologische clusters.

Polis gamificeert hiermee eigenlijk het vinden van consensus. Wat er dan gebeurt, volgens Audrey Tang (Minister van Digitale Zaken van Taiwan), is dat er competitie ontstaat tussen wie de meest genuanceerde en afgewogen voorstellen kan schrijven. Die zullen immers de meeste support krijgen!

Voordat Musk het bedrijf overnam, was ook Twitter met dit algoritme bezig in de Community Notes-functionaliteit (voorheen Birdwatch). Hiermee kunnen gebruikers notities schrijven die aanvullende context geven bij potentieel misleidende tweets. Wanneer deze notities door gebruikers met uiteenlopende meningen waardevol worden gevonden, wordt deze notitie zichtbaar gemaakt voor iedereen op Twitter.

Vooralsnog is het Community Notes-team een van de weinige teams die Musks slagveld overleefd hebben, aangezien hij grote potentie ziet in deze benadering. Volgens Musk heeft Community Notes ‘incredible potential for improving information accuracy on Twitter!’


The Dawning Age of the Activated Word

The Emergence of Open Government, Civic Craftsmen and Boring Politics.

In the previous sessions we embarked on a time travel journey to the year 02093.

Here, in 02093, we met Jopie Sjef Arends. We learned Jopie was one of the most prominent media scholars of the late 21ste century.

Image
Here we see Jopie being interviewed by a journalist. Jopie is the one on the left.

Listening to Jopie we discovered how society had changed in the century after the invention of the World Wide Web, which had made the Internet an omnipresent social reality.

It was, in many ways, a watershed moment. She explained that the arrival of the World Wide Web created a brand-new space for information sharing and community building.

Suddenly people could connect with everybody, everywhere, all the time, in real time.

It was magical.

But it was also profoundly disruptive to the old ways and the known institutions. Ways and institutions that were part of a much older information culture – an information culture that was based on the printing press.

Image

Jopie explained to us how, with the arrival of a new information technology, a new public domain emerged. A place where people connected with other people, with whom they shared information, and aligned values and norms.

Something in society begun to brew, to change, to mutate.

This new public domain, where information literally flowed at the speed of light, produced immense pressures on state institutions to be more efficient, more effective, more transparent, more inclusive, more honest and more democratic.

But she also explained that, at first, people didn’t know that this was happing at all. They were under the impression that the Internet was just a cool everyday gadget. Most were oblivious to the fact that something monumental had shifted.

Which resulted in societal misalignment and in confusion and chaos. This was the time of the Wild Web.

The time of the Wild Web was a time when social trust was at a low point. Misinformation proliferated, communities fragmented, politics became polarised and public institutions were increasingly seen as inadequate and not up to the task.

Some people believed the most outrageous things. Encouraged by shrewd and opportunistic politicians whose modus operandi was to sow division so they could rule.

Around 2016 it became clear to most that the Internet was somehow at the heart of the chaos. But they still didn’t understand how, and thus how to fix it.

They didn’t have a good conceptual framework to deal with it.

The concept of a public domain wasn’t new, but society never had to consciously deal with it before.

Jopie explained that the public domain that people were used to, at that time, was that of newspapers, magazines, and TV-shows. And that this public domain had grown organically in the many centuries after the invention of the printing press. It wasn’t consciously designed. It sorts of just emerged, came into being.

And if there was any design to it, it was long forgotten knowledge.

Therefore, People took it for granted.

So, at first, people treated the online sphere as a large marketplace. And when things went wrong, they reverted to known market regulation laws.

It took a while but eventually people realised that this wasn’t a constructive way forward. The online sphere wasn’t just a marketplace. It was also, and perhaps more so, a public domain. Something vital to democratic culture.

When they realised this, they also slowly – excruciating slowly – realised that it should not be regulated as a commercial space but governed as a communal space.

Image

In the end they figured out a public domain did three things.

It created a space where people:

(1) Share information and produce a shared truth;

(2) Align values and norms and produce a shared sense of belonging and,

(3) Provide both the cultural legitimation and the technological foundation for public decision-making and public execution.

Image

Inspired by this new insight the European Union built the Universal Data Commons, a public data chain that consisted of individual or organisational data lockers that were embedded in a single network.

It came online in 02029. And it was mandatory for all European Citizens.

Because they expected a lot of distrust from those online denizens who thought everything coming from the old institutions being totally evil, they made the chain a commons, governed by drawn members.  

In the years that followed other countries built their own compatible systems.

Image

The Universal Data Commons did a couple of things, which changed everything.

First of all, it made it possible for journalists, scholars, and scientists to publish journalistic sources and research data in their own vault, or in their organisational vaults. These sources could then be linked to related publications that verified, complimented, or falsified them.  

This created a radically transparent chain of evidence. It became the tool that forced open journalism, open science, and open governance to become the operational standard. 

It re-reestablished a certain societal trust in it’s methods of truth-finding, data-sharing and information ordering.

Image

This radically transparent chain of evidence also created a new truth-culture. It became a key resource in finding sources, correlating data, finding new connections.

You could even make a living as a chain weaver, verifying or falsifying sources. Organising authentication, and in general deepening trust through connecting sources and augmenting data.

Image

Children started to learn in school how to ‘Check the Chain’ and how they could verify, falsify or compliment what they found with corroborating or contrasting sources. They learned to interpret the information they found online.

Was the photo of the burning house an original? And if it is a derivative, how so? What does the data chain tell you? Is it connected to other chains of evidence? If the flames were added later and the image was used to disinform people, what is then the correct course of action?

Image

Another thing the Universal Data Commons did, according to Jopie – was that it cemented individual data ownership.

The Universal Data Commons created data and log-in standards, which forced platforms to become interoperable, which broke the big online monopolies and cleared the way for a diverse online ecosystem of small mutually compatible platforms.

The network and lock-in effects migrated from Big Tech towards the Universal Data Commons, which became the digital base layer.

This established a new common platform where people could meet, greet and bond.

The Universal Data Commons also had the advantage that log-in could only be done on verified identities, which created a known public.

People could still operate pseudonyms, but they could no longer operate anonymously. This limited online bullying and intimidation and created a safe online space.

The Universal Data Commons also allowed for contextual privacy, which means that you only share the information that is needed in a certain context. This made societies need for radical transparency and the individual’s need for privacy mutually compatible.

Image

So, after the introduction of the Universal Data Commons the Internet basically became a much healthier public domain, where recognisable members of the citizenry could engage, in a shared interoperable environment, in truth finding and community building.  

But, as Jopie pointed out, that still left the last function of a healthy public domain unchecked.

How would the Universal Data Commons transform political decision-making and public governance?

The answer came in time.

People realised two things:

They realised that every time the information density in society became more intense – public organisations had to become more transparent, objective, and trustworthy and public decision-making had to become more democratic.

Because the Universal Data Commons secured a more transparent, objective, and trustworthy ecosystem, they could build trustworthy platforms for public decision-making and execution that catered more towards the talents and fascinations of people who did the work.

In the old days organisations were built upon the trusted work ethos of the professional. People trusted the professional to be objective and impartial – to do his or her job despite his or her subjective feelings and thoughts.

Although you didn’t really know if the professional in question was doing his or her job, you trusted her anyway. You believed he or she was there for you. Which was, as we all know, not always the case.

The Universal Data Commons created a transparent environment, where more was known and more was accountable. This new transparency created the space where a new work ethos could be developed: craftsmanship. 

Professionals simulated objectivity so people would put their trust in them. Now people trusted the information in the Universal Data Commons and workers could be more like themselves, which allowed for more artistry and authenticity.

This cultural shift made new collaborative platforms possible.

And it soon became clear that bottom-up cooperative projects were much better suited to the on-chain economy than static hierarchical bureaucracies.

This new emerging collaborative culture also translated itself to how governments organised themselves.

Besides Open Science and Open Journalism also the practice of Open Government emerged, where all policy documents and memos were published on chain and where all decisions were transparent and under public scrutiny.

The civil servants considered themselves no longer as professionals.

Most professional civic servants were cogs in the machine. Above all loyal to the department and its political master.

But as civic craftsmen they professed above all loyalty to the public. If all the documents were not already available on-chain, they would all be potential whistleblowers.

Finally, Jopie explains to us, that in 02060 the European Union and its member states ended the practice of elected professional politicians.

Parliamentary democracy became a thing of the past.

From now on drafted citizen assemblies would be responsible for public decision-making.

And because most people had extensive experience with cooperative decision-making these assemblies were very boring affairs. No more crazy rhetoric’s. No more opportunistic power grabbing manoeuvres.

The need for re-elections no longer warped public decision-making and because everything was on-chain the concept of backroom politics was soon forgotten.   

Obviously, most people didn’t like being part of a council. They had better things to do. So, they were extremely well reimbursed for their efforts. A couple of months assembly duty earned a couple of years living money.

At last Jopie explained that within an information dense society, decision-making needed to rely on very diverse assemblies.

All physical and neurological conditions know to mankind and all kinds of cultural backgrounds would be represented. As well as, obviously, the people most effected and interested.

In this way, the decision-making process could take advantage of the widest variety of experiences, angles, insights, and intelligences. It took take into account all that humanity had to offer.

And, by bringing people from all walks of life together around a common problem, community was produced in a very inclusive way.

 —

❤️ Ed & Chris

De Oliebaron van de Toekomst

👋 Dag, Ed en Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze veranderende wereld. We doen dit door de bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat


📆 Maandag 21 november om 20:00 alweer de laatste sessie in het Architectures of Trust drieluik bij Pakhuis de Zwijger. We zullen in gesprek gaan Lisa Talia Moretti (Digital sociologist at Ministry of Justice, UK), Martijn de Waal (Prof. Civic Interaction Design Group HVA) en Tara Karpinski (Researcher Sitiuated Design) over vernieuwingen in democratische cultuur en publiek bestuur en besluitvorming bij kunnen dragen aan meer vertrouwen in onze publieke sfeer. Kom kijken of stream ons hier je huiskamer binnen.

De vorige editie over is hier terug te zien, of als je meteen door wil naar het toekomstscenario, hier.

📆 Vanavond 19 november om 19:30 zal Edwin een presentatie geven op het TIJ Festival in Dordrecht over de kracht van speculatieve verbeelding en dan in het bijzonder die van Solarpunk en Afrofuturism. Je bent van harte welkom, hier meer informatie over tijd en plek.


Toekomstscenario

🔮

Energie is sinds de oorlog in Oekraïne een thema geworden waar we een stuk meer bij voelen dan vroeger. Gillend dure energierekeningen en een opgeblazen gasleiding voor de kust van Denemarken maken opeens duidelijk hoe erg ons moderne leven afhankelijk is van goedkope en overvloedige energie, die voor het merendeel nog steeds opgewekt wordt met fossiele brandstoffen.

Dat het anders moet is zonneklaar, maar hoe, daar lopen de meningen over uiteen. Want inmiddels is het niet enkel een technische discussie meer, maar zijn er vele industriële belangen en politieke overtuigingen in het spel. ‘Windmolens en zonnepanelen ja, maar niet in m’n achtertuin’, ‘nul uitstoot ja, maar geen kernenergie’, ‘waterstof is de toekomst, of toch niet?’ om maar even een paar voorbeelden te geven.

Het liefst zouden we met z’n allen zo snel mogelijk van de fossiele industrie en alle problemen die daaraan vastkleven af willen; de CO2-uitstoot, de vervuiling, de uitbuiting en het geopolitieke machtsspel. Maar dit is makkelijker gezegd dan gedaan, het is namelijk een beetje alsof je de motor moet vervangen terwijl die ondertussen gewoon op volle toeren door moet blijven draaien. Dit proces gaat dus stukje bij beetje, rommelig en asymmetrisch. Zo is er bijvoorbeeld opeens genoeg duurzame energie, maar zit het net plotseling vol.

De allertraagste moloch in deze transitie is uiteraard de fossiele industrie zelf. De dominante strategie daar is tegenstribbelen, ontwijken, vertragen en greenwashing. De enige vraag die van belang lijkt, is hoe lang ze het nog kunnen rekken en hoeveel er nog verdiend kan worden totdat het voorbij is.

In een poging dit narratief te doorbreken begon Edwin samen met industrieel ontwerper Willem van der Sluis bij Foreland Hydromax aan een gedachtenexperiment en onderzoek. Dat leidde tot Exit Strategy, een speculatieve verkenning die in kaart brengt hoe een progressieve exit strategie voor de fossiele industrie eruit zou kunnen zien. Of, anders verwoord, hoe de fossiele sector hun business zou kunnen kantelen en duurzaam en schoon zou kunnen worden.

Om deze exit strategie te verkennen stappen we in de schoenen van een denkbeeldige progressieve oliebaron die het avontuur aan wil gaan: het roer om naar 100% duurzaamheid. Wat zijn de opties?

De Oliebaron van de Toekomst

🧐

Om onze moedige oliebaron een beetje smoel te geven, stel ik me voor dat hij lijkt op Andrew Forrest, de recalcitrante Australische miljardair die rijk werd van zijn mijnbouwimperium en die nu alles op groene waterstof heeft ingezet. Een oudere witte man die het licht heeft gezien en een grote koerswijziging in gang wil zetten.

Maak kennis met Andrew met zijn geniale dis naar de fossiele industrie: Thank you fossil fuel execs, but the party’s over (video).

Maar voordat we verdergaan leggen we wat basics van de fossiele industrie uit.

De fossiele industrie handelt in moleculen

De core business van de fossiele industrie zijn nu ‘vieze moleculen’ die in de vorm van vloeistof, gas of een vaste stof uit de aardkorst worden gehaald en die bij verbranding zorgen voor CO2-uitstoot. Maar er zijn ook schone moleculen die bij verbranding niet bijdragen aan het CO2-saldo in de atmosfeer, zoals waterstof uit duurzame energie, waar bij verbranding alleen water vrijkomt, en elektro- en biofuels, waar bij verbranding CO2 vrijkomt die uit de atmosfeer is gehaald, waardoor de CO2-uitstoot dus netto-nul is.

Ons moderne energiesysteem bestaat naast moleculen uit elektronen (elektriciteit), en in de duurzame energie-infrastructuur zijn die elektronen dominant. Denk aan zonnecellen, windturbines, batterijen en elektrische aandrijvingen. Direct duurzame elektriciteit gebruiken is bijna altijd een betere oplossing dan het eerst om te zetten naar een brandstof en vandaaruit weer elektrische energie te maken. Bij elke omzetting gaat er namelijk energie verloren en worden de kosten hoger.

Desalniettemin zijn er dingen waar moleculen juist heel geschikt voor zijn:

💄 Van moleculen kun je allerlei materialen maken. Zo produceert de huidige petrochemische industrie zo’n 70.000 verschillende materialen. In 95% van de dingen om ons heen (kleding, plastic, verf, kunstmest, etc.) zit er minstens eentje van in. Hieraan kleven enorme problemen, denk aan giftige stoffen, CO2-uitstoot en microplastics (zie onze Oceaan editie over hoe groot). Maar er zijn biochemische processen die een rol kunnen spelen in het deels opschonen bij de fabricage van deze materialen (zie Industrial biomanufacturing: The future of chemical production (Science)).

🛢️ Moleculen kunnen energie langere tijd goed opslaan en zijn makkelijk in bulk te vervoeren. Batterijen daarentegen lopen nog altijd langzaam leeg en een wereldwijd elektrisch super grid bestaat vooralsnog niet (maar daar wordt aan gewerkt).

🔥 Veel industriële en chemische processen werken met hoge temperaturen en hoge druk en hebben chemische inputs nodig. Deze processen zijn lastig elektrisch te doen en hebben duurzame brandstoffen en grondstoffen nodig, met andere woorden: schone moleculen zoals waterstof.

ℹ️ Mocht je specifiek nog wat meer toelichting willen op het hoe, wat en waarom van waterstof, elektrofuels en biofuels en hun mogelijke rol in een duurzaam energie systeem? Onderaan deze nieuwsbrief staat een wat uitgebreidere toelichting. 👇

Stranded assets of tweede leven?

🚧

🧐 Terug naar onze oliebaron, of anders gezegd, onze moleculenhandelaar. Kan hij omschakelen naar schone moleculen? En zo ja, kan hij dan nog gebruik maken van al die infrastructuur die gebouwd is voor het transporteren van olie, kolen en gas? Of moet al deze infrastructuur straks bij het grofvuil?

Alle industriële gaspijpleiding. Bron: SNAM. Zelf die enorme omvang van de fossiele infrastructuur verkennen, ga naar oilmap.xyz
De wereldwijde tankervloot (dit is voor alle vloeistoffen en gassen, het overgrote deel hiervan is olie en gas). Bron: MarineTraffic

Onze oliebaron heeft geluk. Door de meeste bestaande pijpleidingen en olietankers kunnen ook prima elektro- of biofuels stromen.

​​💧 Sommigen zeggen zelfs dat aardgaspijpen relatief makkelijk aangepast kunnen worden voor waterstofgas. Maar hierover hoor je tegenstrijdige geluiden, want zo simpel is het misschien niet. Waterstof is namelijk de kleinste molecuul in het universum en ontsnapt nogal makkelijk. Om waterstof praktisch vervoerbaar te maken in bijvoorbeeld een tanker moet je het onder enorme druk zetten (350 tot 700 bar) of afkoelen tot -253 graden Celsius. Dit kan, maar bestaande olie- en gastankers zijn hier niet geschikt voor. Maar gelukkig vaart de eerste waterstoftanker al tussen Australië en Japan.

🚮 In plaats van het aanvoeren van brandstoffen en grondstoffen kunnen pijpleidingen ook heel goed CO2 uit industriële processen afvoeren om op te slaan op de plekken waar de CO2 ooit vandaan kwam: de voormalige olie- en gasvelden!

Bron: Carbon Capture and Storage: How Green Can Black Be? (Science)

🧐 Onze progressieve oliebaron ziet mogelijkheden, maar heeft ook vragen. Want CO2-opslag is misschien wel nodig om de klimaatcatastrofe te beperken, maar het kost ook weer ontzettend veel geld en energie. En stel dat het allemaal goed werkt, wie gaat dat dan betalen? En kan dit niet sneller via natuurrestauratie en regeneratieve landbouw? En dan is dit ook maar een tijdelijke oplossing, een tussenstation. Kunnen oude bronnen niet op een andere manier productiever gebruikt worden?

💧 Niet alleen CO2-gas, maar ook waterstofgas kan in voormalige olie- en gasvelden worden opgeslagen. En ook zoutcavernes en aquifers zijn geschikt om waterstofgas in op te slaan.

Bron: The world has vast capacity to store CO2: Net zero means we’ll need it (IEA)

⚒️ Oude mijnen zouden zwaartekrachtbatterijen kunnen worden door gewichten of water op en neer te hijsen of te pompen.

Bron: Gravitricity

🧐 De aardkorst als batterij! Geen gek idee, want met al die wispelturige zonne- en windenergie heeft het net veel batterijcapaciteit nodig om windstille en donkere periodes te overbruggen. Maar onze oliebaron wil meer dan transporteren en opslaan, hij wil ook nieuwe energiebronnen aanboren!

Boren naar schone energie

🎯

Als de fossiele industrie ergens verstand van heeft, dan is het van graven, boren en bij de schatten komen die een kilometers dikke aardkorst herbergt. Kunnen ze met dezelfde kennis niet juist schone energie aanboren? Dat kan!

🌋 Hoe dieper je de aarde ingaat, hoe warmer het wordt. Geothermie biedt een stabiele, voorspelbare en schone energie. Geothermie heeft tot nu toe echter nog geen grote vlucht genomen behalve op plekken waar de hitte dicht bij het aardoppervlak zit. Denk aan vulkanen en warmwaterbronnen. Maar nieuwe boortechnieken die geen boorkop gebruiken, waardoor ze tot 20 kilometer diepte zouden kunnen boren, zorgen ervoor dat je niet meer hoeft te speuren naar dunne stukjes aardkorst, maar dat geothermie vrij universeel toepasbaar wordt en je stoom van 500 graden kan produceren op de plek waar je het nodig hebt. Overigens kun je met stoom van 500 graden direct een industriële stoomturbine aandrijven. Dit betekent dat je een gat zou kunnen boren naast een oude kolencentrale en de bestaande turbines in plaats van met kolen met aardwarmte zou kunnen aandrijven. Maar goed, dit is vooralsnog een theorie, maar een aantal startups zijn er druk mee bezig (Zoals Quaise. Voor meer informatie over de kansen van geothermie lees Geothermal energy is poised for a big breakout – Vox).

💧 Als waterstof zo overvloedig is, kunnen we het dan niet ergens vinden in plaats van het te maken van fossiele bronnen? Dat kan, waterstof komt inderdaad ook in de aardkorst voor, maar er zijn op dit moment slechts een paar natuurlijke bronnen in gebruik en de voorraden zijn niet in kaart gebracht omdat er eigenlijk nooit interesse voor was.

Waar wel aan gewerkt wordt, is om van olie- en gasvelden waterstofbronnen te maken. Dit kan door CO2 en zuurstof in het veld te pompen en een chemische reactie in beweging te zetten die onder de grond van olie en gas waterstof maken. Vervolgens kan de waterstof opgepompt worden terwijl de CO2 achterblijft. (Bijvoorbeeld Proton is deze technologie aan het ontwikkelen.)

Bron: Proton

🧐 Interessante opties voor onze oliebaron om in de gaten te houden en in te investeren, maar hij wil ook graag meteen aan de slag met bewezen technologie. Zon en wind is toch booming, daar kan hij toch ook op meesurfen?

Bron: IRENA
Bron: IRENA

Duurzame energie oogsten bij barre omstandigheden

🌊

De fossiele industrie is gewend te werken aan complexe en grote projecten in afgelegen en onherbergzame gebieden. Boorplatformen op open zee en oliebronnen in hete woestijnen. Met andere woorden, plekken met een overvloed aan duurzame energie: machtige golven, ongenadig harde wind en verzengende hete zonneschijn.

Windsnelheid op 100 m hoogte. Hoe roder hoe harder. Bron: Global Wind Atlas
Hoe roder, hoe meer zonne-energie er te oogsten is. De kaart toont Lange termijn gemiddelde fotovoltaïsche energie potentieel. Bron: Global Solar Atlas

De felste zon en de hardste wind leveren de goedkoopste energie, het nadeel is echter dat locaties waar deze te vinden zijn vaak ver verwijderd zijn van de bewoonde wereld. Een oplossing kan zijn dat je hier groene waterstof of elektrofuels gaat maken en deze per tanker of pijpleiding naar industriegebieden transporteert. De huidige petrochemische hub van het Midden-Oosten is wat dat betreft goed gepositioneerd. Groen en autocratisch zullen uiteindelijk prima samengaan.

🔀 Kan een fossiel energiebedrijf een succesvolle duurzame energiespeler worden? Jazeker, het levende voorbeeld is Ørsted. Dit Deense bedrijf maakte voorheen energiecentrales en infrastructuur voor olie, kolen en gas, maar is inmiddels het grootste windenergiebedrijf ter wereld.

Ørsted’s transitie van zwart naar groen. (Grafiek is geannoteerd door Peter Fisk)

 

Let’s Go!

🚀

🧐 Onze vooruitstrevende oliebaron heeft genoeg gezien, hij is om. Genoeg kansen en routes om voorwaarts te gaan wat hem betreft. En, hij heeft haast, want ook al gaat het met de gas- en oliewinsten weer even voor de wind, de industrie heeft het tij tegen. De piek van de industrie is nabij en daarna is het gestaag bergafwaarts, dan drogen de kapitaalreserves op en wil geen bank hem meer iets lenen. Krimp is dan ook onherroepelijk. Het gaat erom wie er overleeft, en wie er in deze nieuwe tijden nieuwe kansen ziet.

Grafiek uit Decline and Fall: The Size & Vulnerability of the Fossil Fuel System (Carbon Tracker)

🧐 Met grootste plannen wil onze oliebaron de transitie van vieze naar schone moleculen zo natuurlijk zo snel mogelijk maken. Om dit te bewerkstelligen stellen we ons voor dat hij in zijn boardroom een roadmap heeft hangen en dat die er ongeveer zo uitziet als de ‘Exit Strategy’ die Willem en Edwin maakten. Een routekaart die ze hieronder dan ook graag delen met iedereen die de fossiele industrie de goede richting in wil stuwen.

Download hi-res PDF
Download hi-res PDF
Download hi-res PDF
Detail van hoe de schone moleculen infrastructuur er in Europa uit zou kunnen zien.
Legenda bij bovenstaande kaart

Dat was het voor deze keer. Tot de volgende.

❤️ Ed, Chris en Willem


📎 Hoe, wat en waarom waterstof, elektro- en biofuels

💧Waterstof — Waterstof is een magisch molecuul, het is namelijk het eerste molecuul dat ooit bestond en waarvan sterren zijn gemaakt, en het is alom aanwezig (90% van ons universum bestaat eruit). Als sterren sterven en uit elkaar klappen produceren ze alle andere elementen die we kennen. En zoals gezegd komt er bij verbranding van waterstof enkel water uit de uitlaat.

⚠️ De fossiele industrie propageert waterstof als de schone brandstof van de toekomst. Wat ze er vergeten bij te vermelden is dat waterstof nu niet of nauwelijks als brandstof wordt gebruikt, omdat het veel te duur en inefficiënt is om uit te rollen omdat de infrastructuur ontbreekt. Praktisch alle waterstof wordt nu gebruikt op de plek waar het wordt gemaakt: raffinaderijen. Daarnaast is het zo dat nu 99% van alle waterstof uit kolen, gas en olie wordt geproduceerd en maar een fractie uit duurzame elektriciteit, omdat dit te duur is. De huidige waterstofproductie wordt niet als brandstof maar voornamelijk als grondstof gebruikt in de chemische industrie, en speelt een hoofdrol in de productie van kunstmest (zo wordt praktisch alle ammoniak uit waterstof geraffineerd).

⏩ Maar er is zeker een rol voor groene waterstof in de energietransitie, en dan vooral in het verduurzamen van waterstof als grondstof en in het verduurzamen van hoog-industriële processen, zoals bijvoorbeeld de staalindustrie. Daarnaast is waterstof ook interessant om energie op te slaan om bijvoorbeeld de seizoenen te overbruggen en om strategische energievoorraden aan te leggen.

Voor goeie informatie, zonder hype over waterstof zie Hydrogen Science Coalition.

Elektrofuel — Ook wel e-fuels of synthetische fuels genoemd. Het grote voordeel is dat netto-nul-brandstoffen identiek zijn aan benzine, diesel en jetfuel en dus meteen de tanks van bestaande auto’s en vliegtuigen kunnen vullen. Deze brandstoffen worden gemaakt door waterdamp en kooldioxide uit de lucht te halen, die te splitsen in waterstof en koolstof, en die te recombineren tot brandstof. Als je dit allemaal doet met zonne- of windenergie krijg je een groene netto-nul-brandstof die gebruikt kan worden in bestaande tanks, pijpleidingen en benzinepompen.

⚠️ Verschillende startups zijn met deze technologie bezig en doen grote beloftes dat ze de prijs van deze nu nog dure brandstoffen flink omlaag kunnen krijgen (zie Prometheus Fuels en eFuels Alliance). Vooralsnog is dit echter nog vooral een belofte.

⏩ Maar goedkoper wordende zonne- en windenergie, hogere CO2-belastingen en hogere fossiele brandstofprijzen vergroten de kansen voor elektrofuels. Dus stel dat de luchtvaart wel accijns op kerosine moet gaan betalen en er nog een CO2-belasting overheen komt, dan worden elektrofuels opeens veel interessanter.

🦠 Biofuels — Deze brandstoffen zijn al in gebruik en worden gemaakt van biomassa, met name graan, maïs en afvalstromen uit de landbouw en zijn bij verbranding netto-nul.

⚠️ Hoewel deze brandstoffen kostencompetitief zijn is de uitdaging voor biofuels dat ze nu voornamelijk op industriële landbouw zijn gebaseerd en dat de impact niet netto-nul is. Zo wordt nu 40% van alle maïs in de VS omgezet naar ethanol, en wordt zo’n 10% van de wereldwijde graanproductie verwerkt tot biofuel. Maar in 02019 reden nog maar zo’n 3% van alle wegvoertuigen ter wereld op biofuel. Dus als deze biomassaproductie opgeschaald wordt naar de volumes die nodig zijn om de huidige wereldwijde benzine en diesel consumptie te vervangen dan zou alle graan en mais enkel nog voor brandstof geteeld worden. Geen goed idee.

⏩ Maar wanneer de productie van biofuels succesvol ontkoppeld kan worden van een grote voetafdruk op het landoppervlak door meer gebruik te maken van microbische processen in een bioreactor, dan zou dit een weg voorwaarts kunnen zijn (zie ook de Grote Omdraaiing). Daarnaast biedt ook een circulaire insteek veel mogelijkheden, zou kan er veel biomassa uit afvalstromen van waterzuivering, agro- en voedselindustrie geoogst worden.

De Marshall McLuhan van de 21st eeuw

👋 Dag, Ed en Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze veranderende wereld. We doen dit door de bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat.


📣 Reminder: Maandag 14 november om 20:00 praten we bij Pakhuis de Zwijger met Nanda Piersma (Lector Responsible Technology HVA), Jona de Jong (PhD researcher gamified de-polarisation aan de European University Institute en Benjamin Fro (Singer-songrapper) over hoe we (online) publieke ruimtes kunnen creëeren die veilig, inclusief en democratisch zijn, én die vertrouwen en gemeenschap produceren. Kom kijken of stream ons hier je huiskamer binnen.


Beste Allemaal,

Deze week een experiment met een nieuwe vertelvorm. Vorige week hebben we onze eerste avond in de reeks over Architectures of Trust bij Pakhuis de Zwijger ingeleid met het onderstaande toekomstscenario. Een kort verhaal waarin we naar het einde van de 21st eeuw reizen en getuige zijn van een interview met mediageleerde Jopie Sjef Arends. In het interview reflecteert ze op de grote verschuiving die de informatiecultuur en het medialandschap de afgelopen eeuw hebben verandert.

We zijn benieuwd wat jullie er van vinden.

Jopie Sjef Arends;
de Marschall McLuhan van de 21st eeuw
🔮

Van online argwaan naar ‘on chain’ vertrouwen

Stel je voor, het is het jaar 02093. We bevinden ons een studio in een oud Amsterdams pakhuis aan wat begin deze eeuw nog de Piet Heinkade heette, maar nu de Jo Moabkade heet. De gelauwerde journalist Mo Markusson, zijn cameravrouw en zijn geluidstechnicus zetten hun spullen klaar voor een interview met Jopie Sjef Arends. Deze indrukwekkende en zeer slimme mediageleerde heeft met haar duidingen een stempel gedrukt op hoe we naar onze informatiecultuur kijken. Ze wordt ook wel de Marshall McLuhan van de 21ste eeuw genoemd. Een eind 21ste-eeuwse beroemdheid dus, die nu in een comfortabele fauteuil zich nog even buigt over haar notities.

Diagram

Description automatically generated

Wanneer iedereen in de studio is ingelogd en alle apparatuur draait, kan het gesprek beginnen. ‘Ben je er klaar voor?’ vraagt Mo. Jopie knikt. ‘Oké, daar gaan we.’ Mo richt zich tot de camera en begint.

MM: ‘Honderd jaar geleden, in 01993, ging het internet of beter gezegd het World Wide Web open voor het brede publiek. Het veranderde de economie, de politiek, het publieke domein en ons leven radicaal. Waar de computer voor 01993 vooral een gadget was in de hoek van de kamer of op zolder, werd met de geboorte van het web de computer de spil van de infrastructuur waar onze samenleving vandaag nog steeds op draait.’

Diagram

Description automatically generated with low confidence

MM: ‘Jopie, hoe duid jij deze beginperiode van het web?’

A picture containing porcelain

Description automatically generated

JSA: ‘Nou, als behoorlijk crazy. Maar dat zie je eigenlijk bij elke introductie van een General Purpose Technology, of dit nu de boekdrukpers, de stoommachine, elektriciteit of de computer is.

A person sitting in a window

Description automatically generated with low confidence

JSA: ‘Voor de computer was het web het kantelpunt. Geïsoleerd waren computers vooral een stuk gereedschap, maar toen ze genetwerkt werden ontstond er een compleet nieuwe informatiesfeer. Een digitaal publiek domein dat ontzettend ondermijnend was voor de oude architectuur van vertrouwen van het gedrukte woord.’

A picture containing outdoor, sword, group, net

Description automatically generated

MM: ‘Op welke manier ondermijnde het web dan de op dat moment geldende architectuur van vertrouwen?’

JSA: ‘In het begin was het natuurlijk allemaal vrij onschuldig, en was het web vooral een speeltuin voor de pioniers en dromers; mensen die geloofden in de democratische belofte van het web.

A picture containing text

Description automatically generated

Maar het werd al snel duidelijk dat de opkomst van het digitale domein ontwrichtende gevolgen had voor de manier waarop we samenleefden en de manier waarop onze democratische instituties werkten. Dit waren instituties die waren gebouwd op het informatie-metabolisme van het gedrukte woord. En er zijn een aantal grote verschillen met het gedrukte woord.

A drawing of a house

Description automatically generated with low confidence


Ten eerste was het web tweerichtingsverkeer. In tegenstelling tot bij het gedrukte woord kon iedereen content publiceren. Er waren geen poortwachters meer, zoals de redacties van kranten en tijdschriften.

Ten tweede bood het een continue stroom informatie waar het publiek te allen tijde toegang tot had, waar ze zich ook bevonden. Gebruikers konden alles wat ze maar wilden weten opzoeken en controleren en iedereen kon dus meepraten.

Dat was heel wat anders dan het gedrukte publieke domein, waarbij de informatievoorziening vooral eenrichtingsverkeer was en waar uitgevers en redacties bepaalden wat te publiceren, wat te onderzoeken en welke ingezonden brieven te plaatsen.

Het publiek had eigenlijk dus nieuwe superpowers gekregen, waardoor de traditionele afzenders van nieuws, kennis en beleid er uit alle hoeken en gaten concurrentie bij kregen. Allerlei nieuwe stemmen, bronnen en ideeën stroomden redactieloos de publieke sfeer in. Met allerlei onthullingen, schandalen en vertrouwensbreuken tot gevolg.

Diagram

Description automatically generated

Ten derde werd deze nieuwe dynamiek vervormd en verstoord door een handvol commerciële monopolies. Deze bedrijven bepaalden de spelregels waaraan de nieuwe informatiestromen zich moesten houden. Die spelregels werden ingegeven door hun commerciële overwegingen. Ze hielden geen rekening met de rol die het publieke domein in een samenleving zou moeten spelen. Zo namen ze bijvoorbeeld schaamteloos eigendom van de gebruiksdata en hun online identiteiten.

Wat dan weer voor hen pleit, is dat niemand zich in die tijd bewust was van de werking en het belang van het publieke domein. Dat een publiek domein bijvoorbeeld voor een gemeenschap zorgt, was geen algemene kennis, zoals nu. Dus daar hielden de commerciële spelregels geen rekening mee. Die richtten zich op het vasthouden van de aandacht van hun gebruikers, zodat die op het platform zouden blijven en ze hen reclames konden voorschotelen. Dit leidde tot spektakelalgoritmes, filterbubbels, nepnieuws en de versplintering en polarisatie van gemeenschappen. 

De eerste veertig jaar van het web waren ruig, wild en tomeloos.’

MM: ‘Oké, ik snap het beeld dat je schetst van het Wilde Web van het begin van de 21ste eeuw, maar misschien kun je iets dieper ingaan op die oudere architectuur van vertrouwen en waarom die niet bestand was tegen de digitale revolutie.’

Diagram

Description automatically generated

JSA: ‘Goeie vraag. Laten we beginnen met de definitie. Een architectuur van vertrouwen zorgt ervoor dat mensen en partijen kunnen samenleven en samenwerken zonder dat ze elkaar persoonlijk kennen. Op deze manier is er een abstract gemeenschapsgevoel mogelijk, gebaseerd op gedeelde waarden en normen en gedeelde instituties. Zo’n architectuur van vertrouwen is een voorwaarde voor complexe samenlevingen zoals de onze, waarin miljoenen mensen die elkaar niet kennen zich thuis moeten voelen.

In de tijd voor het web kwam het erop neer dat wanneer mensen elkaar niet op persoonlijke basis vertrouwden, of wanneer vreemden met elkaar zaken moesten doen, men vertrouwde op drukwerk.

Gedrukte documenten met meerdere handtekeningen, stempels, datums en met meerdere kopieën in meerdere archieven legden onderlinge afspraken vast. Vaak was er ook een onafhankelijke derde getuige bij betrokken, zoals een notaris, om de documenten extra gewicht mee te geven in de rechtbank.

In de tijd voor het digitale web vertrouwde men op het gedrukte woord. Men navigeerde de wereld via papieren. Men verliet zich op wetboeken, contracten, polissen, kaarten, bankbiljetten, boekhoudingen, paspoorten, kranten en tijdschriften. Men raadpleegde registers, kadasters, archieven en bibliotheken.

Het gedrukte woord was de informatietechnologie waarop de Westerse moderniteit was gebouwd. Na de uitvinding van de drukpers ontstond een nieuwe organisatievorm, de bureaucratie, en een nieuw werkethos, dat van de professional. Twee cruciale elementen in de architectuur van vertrouwen.

Diagram, schematic

Description automatically generated

Een bureaucratie definieer ik als een set methodes die het gedrukte woord gebruiken om complexe organisaties te coördineren. Zoals destijds ministeries, bedrijven en NGO’s.

Die bureaucratie is gebaseerd op paper trails, waarop iedereen in de organisatie vertrouwt. Dat betekent dat als iets niet op papier staat, het de facto ook niet bestaat. Althans in de ogen van de organisatie.

Om deze papieren werkelijkheid te produceren zijn er protocollen (vastgelegd op papier) die je kan zien als het operating system van een geletterde organisatie. Zo’n bureaucratisch operating system was een vereiste om zaken te kunnen doen, ook als je slechts een eenmanszaakje had.

A picture containing text, whiteboard

Description automatically generated

En dan de professional. De professional ondersteunt de bureaucratische machine en brengt hem tot leven, maar dit kan alleen als de professional zich objectief, onpartijdig en rationeel opstelt. Met andere woorden, wanneer de professional naar z’n werk gaat laat hij zijn subjectiviteit thuis, en wordt hij of zij geacht zakelijk te zijn.

Dit is uiteraard een ideaalbeeld, een modelwerkelijkheid, want zoals we allemaal weten is de mens geen machine die perfecte rationele afwegingen maakt. De mens neemt over het algemeen al zijn vooroordelen, levenservaring en cultuur mee en dit kleurt bewust dan wel onbewust zijn handelen.

A picture containing text

Description automatically generated

De cultuur van professionalisme was geworteld in het idee dat je trouw was aan je beroepseer, je organisatie en aan het publieke belang. Artsen, advocaten, wetenschappers, boekhouders en journalisten werden geacht te handelen volgens het ethische kader van hun vak. Beroepsorganisaties, tuchtkamers en andere toezichthoudende organisaties controleerden of deze professionals zich wel aan deze kaders hielden.’

MM: ‘Dat klinkt best exotisch als je dat zo hoort. Want vandaag leven we in een hele andere realiteit, waar sociaal vertrouwen uiteindelijk door de public data chain wordt geborgd. Vandaag zijn we zelf eigenaar van onze data, hebben we altijd toegang tot onze data en bepalen we zelf met wie we onze data delen. De dingen waarover je vertelt, zoals die monopolies en hoe zij het publieke domein konden domineren en uitbuiten, dat is nu onvoorstelbaar.’

JSA: ‘Dat klopt. Veel mensen zijn zich hier niet van bewust, maar het feit dat onze informatiesfeer vandaag de dag niet wordt gedomineerd door een handvol monopolies is een gevolg van de public data chains. Ze borgen niet alleen onze data en identiteit, maar dwingen platformen ook tot interoperability waardoor het netwerkeffect zich nu bevindt in de public data chain.’

MM: ‘Alleen mensen ruim boven de zeventig kunnen zich nog de chaotische wereld van toen herinneren. Voor de meeste mensen is dat verre geschiedenis.’ 

JSA: ‘Absoluut. Maar de architectuur van vertrouwen die we vandaag de dag voor lief nemen, en die het geactiveerde woord betrouwbaar maakt, is stap voor stap zorgvuldig opgebouwd. We moeten het niet voor lief nemen. Want wat is opgebouwd kan ook weer worden afgebroken.

Ik had het al over de experimentele pioniersfase en het Wilde Web dat erna kwam. Begin jaren 20 brak de derde fase aan.

De monopolies waren toen nog oppermachtig, verdienden schandalig veel geld en hun platformen speelden een hoofdrol in het creëren van verdeeldheid en de verspreiding van desinformatie. De situatie was zo ernstig dat mensen niets meer vertrouwden. Soms werden zelfs verkiezingsuitslagen niet meer erkend.

A picture containing text

Description automatically generated

Om hier paal en perk aan te stellen, begon men in de VS de monopolies open te breken, en introduceerde de EU wetgeving die de grote platformen dwong interoperable te worden.


Daarnaast zorgde een golf van nieuwe decentralisatietechnologieën voor een nieuwe generatie aan digitale platformen die slim gebruikmaakten van de nieuwe interoperability-eisen. Opeens werd het voor veel mensen duidelijk dat het internet ook heel anders kon zijn, bijvoorbeeld coöperatief.

A picture containing text, electronics

Description automatically generated

Dit nieuwe vertrouwen werd in Europa ook gevoed door de introductie van een Europese Digitale Identiteitswallet. Hierin zaten paspoorten, diploma’s, en allerlei andere officiële documentatie waar burgers zelf de volledige controle over hadden. Een ID waarmee ze online, of eigenlijk on chain, overal mee terecht konden.

A picture containing text

Description automatically generated

Tegen het einde van de jaren 20 werd een nieuwe public data chaininfrastructuur geïntroduceerd, de Universal Data Commons (UDC). Dit werd uiteindelijk het ijkpunt van het Internet zoals we dat nu kennen. Het werd steeds belangrijker in het borgen van vertrouwen.

Carbon accounting, ESG-compliance, transparante waardeketens, open science, open journalism, open voting – alles kon worden geborgd in de UDC. Beslissingen en bewijsstukken konden door iedereen worden geauthentiseerd, geverifieerd of gefalsificeerd. De UDC zorgde voor een transparant publiek domein zonder de privacy van burgers in gevaar te brengen. 

Diagram

Description automatically generated

En deze infrastructuur bleek broodnodig, want steeds meer van de informatie die gebruikers voor ogen hadden kwam niet meer uit mensenhanden. GenTech, een afkorting van Generative Technology, produceerde teksten, beelden, muziek en audiogesprekken die niet van menselijk of ‘echt’ te onderscheiden waren. Kunnen bepalen welke informatie door wie of wat waar en wanneer geproduceerd was, werd opeens essentieel om vertrouwen te hebben in de realiteit. Om deze op waarde te kunnen schatten.’

Text, whiteboard

Description automatically generated

MM: ‘Als je een analogie zou moeten maken tussen deze twee architecturen van vertrouwen zou je dan kunnen zeggen dat de bureaucratische organisatie van toen de chain platforms van nu zijn, en dat de professionals de algoritmen en AI’s zijn die deze animeren?’


JSA: ‘Ja, in zekere zin wel, want het grote verschil tussen het gedrukte en het geactiveerde woord is immers dat het gedrukte woord de mens nodig heeft om tot leven te komen en werk te verzetten, terwijl het geactiveerde woord tot leven komt in een machine. Ze is dus zowel de informatie, de organisatie als de arbeider.

De architectuur van vertrouwen van het geactiveerde woord heeft daarom ook de ruimte gecreëerd voor een nieuw werkethos: meesterschap. Hierin is de beroepseer uiteraard nog steeds belangrijk. Maar het accent ligt niet meer op het formele, het zakelijke en het objectieve, omdat deze taken zijn gedelegeerd naar de chain. Hierdoor kunnen we ons persoonlijker verhouden tot ons werk. En onze waarden, fascinaties en talenten het uitgangspunt maken voor onze praktijk, uiteraard binnen de beperkingen van de UDC. Veel meer dan vroeger richten we ons nu op de intrinsieke waarde van werk in plaats van op het protocollaire aspect ervan.’

MM: ‘Behalve dan dat we moeten beslissen welke interacties we “on” of “off chain” zetten, of welke we openbaar maken.’


JSA: ‘Ja, maar tegenwoordig ervaren we dat heel anders dan toen mensen vroeger dingen “online” deden.

Tegenwoordig ervaren we “on chain” als het beschermen van onszelf en het beveiligen van onze gegevens. En iets publiceren “on chain” beschouwen we nu als een bijdrage leveren aan onze gemeenschappelijke kennis, hoe klein deze bijdrage ook is.

Aan het begin van de eeuw was dit anders. Velen voelden zich ongemakkelijk of waren enigszins paranoïde om iets online te doen. Het was een devil’s bargain. Je kon toegang krijgen tot de superpowers van het digitale tijdperk, maar je “betaalde” ervoor door al je gegevens op een plaats te zetten waar je er geen of nauwelijks zeggenschap over had.

Ook kon je de toorn van anderen verwachten als je iets publiceerde in het gepolariseerde klimaat van toen. Er was een groot afbreukrisico. Alles was politiek. Nu is bijna niets meer “te” politiek. Want er zijn geen professionele politici meer om de boel op te blazen. De meeste dingen worden beslist in praktische en apolitieke burgerraden, waarin gewone mensen samen besluiten nemen op basis van alle informatie die de mensheid rijk is, stored on chain.’

MM:Crazy times indeed. Dankjewel, Jopie, voor dit fijne gesprek. Laten we ons “on chain” gesprek hier afsluiten en genieten van een welverdiend “off chain” drankje aan de bar.’

‘That’s a wrap!’ roept de cameraman terwijl de studio ‘off chain’ gaat.


Als altijd benieuwd naar jullie gedachtes!

Fijn weekend!
❤️ Ed & Chris

PS — ✨ Sander van Iersel‘s documentaire over de impact van lichtvervuiling op de natuur is in premiere gegaan op de Oostenrijkse televisie (3SAT). Sander deed een aantal jaren geleden mee in ons Nachtlab waarmee we samen met architecten, ecologen en lichtontwerpers aan toekomstscenario De Donkere Stad (een stad zonder lichtvervuiling en met Melkweg) werkten. Terwijl we samen de kwaliteiten van het duisternis en de impact van luchtvervuiling onderzochten werd bij Sander het zaadje voor deze docu in zijn geest geplant. En nu is die er! Kijken dus die docu. Hier is die te zien.

Hoe populisten het probleem aanvoelen, maar een verkeerde oplossing voorstaan

👋 Dag, Ed en Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze veranderende wereld. We doen dit door de bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat.


📣 ReminderMaandag 7 november om 20:00 praten we bij Pakhuis de Zwijger met Gwenda Nielen (TILT), Aiganysh Aidarbekova (Bellingcat) en Pedro Noel (Associated Whistleblowing Press) over ons afbrokkelende vertrouwen in waarheidsvinding en hoe we dit vertrouwen kunnen herstellen. Kom kijken of stream ons hier je huiskamer binnen.


Onderzoeksnotities
🗒

We waren van plan deze week een notitie te schrijven over de historische relatie tussen professionalisme en de opkomst van publiek vertrouwen. Maar tijdens het vooronderzoek vielen we in het diepe konijnenhol van rechts-populistisch denken in Amerika. Dat was even schrikken, maar het was ook verhelderend.

Er zijn veel raakvlakken tussen de opkomst van het digitale publieke domein, het rechts-populistische gedachtegoed, het afbrokkelende vertrouwen in de professionaliteit van onze publieke instituties en de opkomst van identiteitspolitiek. Te veel om in één nieuwsbrief uiteen te zetten. 

Toch willen we deze week een aanzet hiertoe doen. Een eerste poging om onze gedachten hierover te ordenen. Vaste lezers zullen veel vaste thema’s en kapstokjes herkennen. Wellicht dat de lens van het rechts-populistische gedachtegoed deze in nieuw licht zullen plaatsen.  

Hoe populisten het probleem aanvoelen, maar een verkeerde oplossing voorstaan

Elon Musk heeft Twitter gekocht. Eén van zijn eerste tweets als ‘chief twit’ was het verspreiden van een complottheorie over de aanslag op Nancy Pelosi vorig weekend. Pelosi is de fractieleider van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden. Al meer dan twee decennia wordt ze gedemoniseerd door de Republikeinen. Bij de aanslag raakte haar man ernstig gewond. De tweet is naderhand verwijderd.

Het is onmogelijk om te zeggen of Musk, die een notoire provocateur is, gelooft in het complot. Misschien wilde hij het vrije woord testen. Of misschien tweette hij in een vlaag van irritatie richting Hillary Clinton, op wier tweet hij reageerde.

Als we namelijk iets met enige zekerheid kunnen zeggen, afgaande op Musks tweets, dan is het dat de man die elektrisch rijden mainstream heeft gemaakt (en daarmee een meer dan substantiële bijdrage heeft geleverd aan onze overlevingskansen vis-à-vis klimaatverandering) de laatste jaren meer en meer anti-establishment lijkt te worden. En als Hillary Clinton ergens symbool voor staat, in de hoofden van veel Amerikanen, dan is het wel het establishment.

Musk is nooit fan geweest van de status quo. Zoals het een techbaron betaamd, is hij een najager van ontwrichting. De laatste jaren lijkt hij links-progressief Amerika echter steeds meer te vereenzelvigen met het establishment, met de status-quo.  Een vreemde plottwist, klimaattransitie-technisch gezien. Het zijn immers vooral Democraten die zijn klimaatneutrale visie delen. En die in zijn Tesla’s rijden.  

In zijn tweets beschuldigt Musk de Democratische Partij en de in zijn ogen linkse ambtenarij van achterkamertjespolitiek, voortrekkerij, corruptie en misplaatste politieke correctheid met wanbeleid als gevolg. Hij lijkt met name gefrustreerd te zijn omdat hij het idee heeft dat de linkse vleugel van de Democratische Partij hem constant als kop-van-jut gebruikt. Alleen maar omdat hij een rijke, machtige, witte nerd-man is met allerlei atypische ideeën over voortplanting en opvoeding. Terwijl hij, vindt hijzelf, meer heeft gedaan om de wereld te redden dan menigeen. In ieder geval meer dan zo’n stelletje politieke schreeuwlelijken. Musk vindt het allemaal maar oneerlijk.

Zie hier, hier en hier ter illustratie een korte bloemlezing van Musks tweets.

Musks gekrenkte ego lijkt hem in de armen van de norm doorbrekende Republikeinen te hebben gedreven, de partij die anti-establishment als strijdkreet heeft, denk aan: ‘drain the swamp’, ‘kill the Deep State’, ‘stop the steal’, etc.

Musks miskenningen echoën die van populisten van over de hele wereld. Van Pim Fortuyn, die klaagde over blinde politieke correctheid en achterkamertjes, tot Trump, die klaagt over de linkse Deep State en Washington Swamp, tot Baudet, die klaagt over een links-progressief partijkartel en een samenzwering van gemene hagedissen.

Allemaal hebben ze het gevoel dat de overheid en de media worden beheerst door een linkse cultuur die, al dan niet geleid door duistere krachten, iedereen die niet voldoet aan hun universitaire normen en waarden bevooroordeeld tegemoet treedt. Dat leidt in hun ogen tot een cancelcultuur, het maatschappelijk ghosten van mensen, bedrijven en instituties.

Zo voelde Musk zich oneigenlijk behandeld toen Standards & Poor, een credit rating agency die aandelen waardeert, Tesla uit de ESG-index gooide. De ESG-index is een lijst van bedrijven die volgens S&P goed presteren op het gebied van zuinig energieverbruik, goede werkomstandigheden en een eerlijke ondernemingscultuur. S&P gooide Tesla uit de index en zette Exxon op nummer één, omdat Tesla geen strategie had om de eigen CO2-uitstoot te verlagen en omdat er berichten waren over racisme op de werkvloer. Musk was boos en gaf de schuld aan phony social warriors (link naar tweet):

Afbeelding met tekst

Automatisch gegenereerde beschrijving

Wat Musk gemeen heeft met populisten, is een lage dunk van de instituties die zorg dragen voor de publieke zaak, of dit nu overheidsinstituties zijn of commerciële corporaties zoals S&P. Wat ze ook delen is een hoge dunk van het vrije woord, dat meestal in de vorm van een provocerende tweet komt.

Het vrije woord versus de achterkamertjespolitiek van een losgezongen politieke elite – die tegenstelling wordt vaak opgeroepen. Nadat hij Twitter kocht, zei Musk in een statement dat hij het heeft gedaan om het vrije woord te beschermen: ‘The reason I acquired Twitter is because it is important to the future of civilization to have a common digital town square, where a wide range of beliefs can be debated in a healthy manner, without resorting to violence.

Natuurlijk, een groot deel van de populistische vrije woorden worden besteed aan identiteitspolitiek. Ze gaan over anti-links, anti-islam, anti-immigranten, anti-stedelingen, anti-experts, anti-hoogopgeleiden, anti-woke, anti-reptielen, anti-pedofielen en andere variaties van wij-versus-hen. Tegelijkertijd is er dus een duidelijke onderstroom die gaat over publieke transparantie versus institutionele elites. 

En hiermee komen we bij het eerste punt dat we deze week willen maken. De populisten hebben hier onbewust toch een beetje gelijk: er is een groeiende onverenigbaarheid tussen het digitale publieke domein dat transparantie eist en de oude en gesloten institutionele logica en politieke mores. Maar de oplossing van de populisten voor dit probleem is nogal ondoordacht; namelijk het afschaffen van de democratie.  

Musk is niet de enige techbro die zich afkeert van de status quo. Er is een groeiend verband tussen Silicon Valley en het Republikeinse populisme. Eén van de belangrijkste rechtse ideologen is Curtis Yarvin. Yarvin is een voormalig programmeur en start-up founder die naam maakte als een anti-democratie-blogger. Yarvin pleit voor een soort absolute ‘monarchie’; een autoritaire staat die wordt geleid door een CEO, en wordt begeleid door een board of directors. Volgens hem kan je Napoleon, Lenin en andere revolutionairen en coupplegers namelijk zien als succesvolle start-up founders.

Kort samengevat is hij tegen de democratie, omdat alle journalistieke en democratische instituties in de VS zijn gestoeld op linkse normen en waarden. Een cultuur die Yarvin the Cathedral noemt en die zijn oorsprong vindt op elitaire universitaire campussen zoals die van Harvard. Die cultuur wordt vervolgens in stand gehouden door de organisatiecultuur binnen de overheid en door kranten als The New York Times. Volgens Yarvin is deze linkse bestuurscultuur de reden dat overheden de laatste veertig jaar niets meer voor elkaar hebben gekregen.

Afbeelding met tekst

Automatisch gegenereerde beschrijving
The Cathedral doet uiteraard denken aan ‘de linkse kerk’, populair gemaakt door Pim Fortuyn. Ook hier wordt de link gelegd tussen het vrije woord en de zogenaamde linkse politieke correctheid.

Niet alleen schrijft Yarvis over hoe de linkse cultuur verweven is met de macht. Ook schrijft hij uitgebreid over hoe een Republikeinse presidentskandidaat na verkiezingswinst de macht zou moeten grijpen. Hij heeft hele draaiboeken uitgeschreven over hoe dit in zijn werk moet gaan. Het doel van de machtsovername is het ontslag van bijna alle overheidsambtenaren. Die moeten dan worden vervangen door trouwe vazallen van de nieuwe president/CEO/dictator.

Dit artikel in VOX geeft een interessant overzicht van Yarvis’ denken, inclusief een database met blogposts van en interviews met Yarvis. Zonder er hier al te diep op in te gaan, moet vooral gezegd worden dat zijn denken invloedrijk is in de Republikeinse Partij. Heel invloedrijk. Trumps campagnestaf gebruikt zijn draaiboeken as we speak als inspiratie voor de transitieplanning mocht hij in 02024 winnen. En wellicht ook als hij niet wint.

Wij hadden nooit eerder gehoord van Yarvis, zijn denken en zijn invloed op de The New Right. Dus dat was best even schrikken, maar het was ook verhelderend.

Waar Yarvis vrij vaag over is, voor zover wij daar nu inzicht in hebben, is wat zo’n dictator-CEO moet gaan doen als hij aan de macht komt. We hebben het idee dat het kapot maken van de oude gevestigde instituties en ‘de linkse kerk’ belangrijker is dan het voeren van een rechts beleid. Sterker nog: volgens Yarvis moet de dictator zo regeren dat linkse mensen er ook blij van worden. Hoe hij dat voor zich ziet op thema’s als klimaat en abortus blijft nog in het ongewisse.

Het verklaart in ieder geval de aantrekkingskracht voor Silicon Valley, waar ontwrichting wordt gezien als een natuurlijke fase in Schumpeters cyclus van creatieve destructie. Als je iets nieuws wilt bouwen moet je eerst iets afbreken. Of, in de woorden van Mark Zuckerberg: ‘Move fast and break things’.

Het verklaart wellicht ook de rol van techmiljardair Peter Thiel. Thiel is een vriend en een voormalig PayPal-collega van Musk. Hij is ook één van de machtigste geldschieters van de Republikeinse Partij en van Trump. Én hij is een goede vriend van Yarvis.

Thiel is een libertijnse techpionier die droomt van ultieme vrijheid. In een essay uit 02009 concludeert hij dat individuele vrijheid en kapitalisme niet meer verenigbaar zijn met de parlementaire democratie.  Democratie is veel te polariserend. Het zet mensen tegen elkaar op vanwege triviale redenen. Volgens hem is het democratische politieke stelsel daarom tegengesteld aan vrijheid en moet er een apolitieke vorm van besluitvorming komen. Maar daarvoor moet wellicht eerst het huidige systeem kapot.

De frustratie met de huidige politiek is uiteraard niet het exclusieve domein van het rechts-populisme. We kunnen ons voorstellen dat de meeste mensen wel enige frustratie ervaren over de politieke inertie op urgente dossiers. Zoals, om maar iets te noemen, digitalisering, klimaatverandering en de afnemende biodiversiteit. (Maar wellicht projecteren we nu onze eigen frustraties.)

Dat gezegd, is onze voorzichtige analyse dat de rechts-populisten en de libertijnse technerds het probleem eigenlijk best goed aanvoelen: de oude en gesloten bureaucratische en politieke mores zijn niet verenigbaar met het opkomende digitale publieke domein. Ook wij denken dat de huidige status quo moeilijk te handhaven is.

In tegenstelling tot de populisten en de libertijnse techbro’s, denken wij alleen niet dat de oplossing ligt in minder democratie. Volgens ons ligt de oplossing juist in een verdieping van de democratie. Denk bijvoorbeeld aan een transitie van de politiek polariserende parlementaire democratie naar een vorm van apolitieke burgerraden. (Hier heeft David Van Reybrouck een mooi boek over geschreven.)

Er is namelijk een direct verband tussen het rechts-populistische verlangen naar een verlicht despoot, het afnemende vertrouwen in publieke instituties en de opkomst van identiteitspolitiek. Dat verband is de komst van een nieuwe informatietechnologie en het ontstaan van een nieuw publiek domein.

We hebben eerder over dit verband geschreven in ons essay Building Trust in the Electric Age. Zonder het hele argument opnieuw te herhalen, heeft een gezond publiek domein de volgende functies:

  1. Het creëren van een publieke ruimte waar op een objectieve manier informatie wordt uitgewisseld en geordend zodat gemeenschappelijke besluiten kunnen worden genomen.
  2. Het produceren van behoren, gemeenschapszin, saamhorigheid en solidariteit.

Een gezond publiek domein vormt de basis voor zowel publieke besluitvorming als ons gevoel van behoren. Het is dus niet gek om te zien dat de komst van het internet en de teloorgang van de traditionele gedrukte media beide aspecten beïnvloeden.

Om deze verschuiving in een historisch-futuristisch perspectief te zetten, zie onderstaande tabel, met in het rood de architectuur van vertrouwen:

Afbeelding met tafel

Automatisch gegenereerde beschrijving

Een publiek domein moet gefundeerd worden door een architectuur van vertrouwen. Je moet elkaar immers op een bepaald niveau kunnen vertrouwen om een gemeenschap te vormen, om tot gezamelijke besluiten te komen en om een effectieve uitvoering te garanderen. Tot voor kort was het de professional en zijn/haar werkethos die de basis leverde waarop publiek vertrouwen was gebaseerd.

De onpartijdige professional was een werker die zijn subjectiviteit thuisliet en objectief te werk ging, met de belangen van de publieke zaak hoog in het vaandel. Het waren de advocaten, journalisten, uitgevers, apothekers, drukkers, artsen, rechters, verpleegkundigen, boekhouders, wetenschappers, politici en andere professionals die ervoor zorgden dat we vertrouwden op het gedrukte woord. Door hen konden we de almaar complexere samenleving veilig navigeren.

Dat was in ieder geval het idee.

Professionals committeerden zich immers aan een beroepscode. Ook konden ze niet zomaar hun beroep uitoefenen. Men moest eerst een theoretische opleiding doen, er waren examens en er was een beroepskamer die toezag op de objectieve integriteit van de professional. Professie betekent van oudsher ook ‘de gelofte’.

Met de komst van een nieuwe informatietechnologie, het geactiveerde woord, stroomt er meer informatie door onze samenleving heen. Veel meer. Als het rechts-populisme iets duidelijk maakt, dan is het dat het professionele werkethos en de publieke instituties die daarop zijn gebaseerd niet meer volstaan om objectiviteit en vertrouwen te generen.

Het professionele werkethos gaf vertrouwen aan het publieke domein toen dat nog was gebaseerd op het gedrukte woord en toen mensen journalisten, experts en wetenschappers nog op hun woord geloofden. Toen het publieke domein nog eenrichtingsverkeer was en je, als je geluk had, een ingezonden brief gepubliceerd kon krijgen. Nu het publieke domein is gebaseerd op het geactiveerde woord, waar iedereen content kan publiceren en waar nepnieuws, AI-generated content, spektakelalgoritmes en spambots de show stelen, is het woord van de professional niet goed genoeg meer. 

Er is een robuustere vertrouwensarchitectuur nodig. Een stevig fundament dat het geactiveerde woord een basis geeft waardoor op een objectieve manier informatie kan worden uitgewisseld en kan worden geordend zodat consensus kan worden bereikt en gemeenschappelijke besluiten kunnen worden genomen.

Wij denken dat een Universele Data Commons zo’n functie zou kunnen vervullen.

Hoe zou dit werken?

Stel je voor dat iedereen een persoonlijke datakluis heeft waarin al je data zit. Deze datakluizen zijn verankerd in een Universele Data Commons, die democratisch wordt beheerd door een onafhankelijk en transparant publiek lichaam. Deze datakluis heeft een aantal (theoretische) aspecten. We benoemen er hier kort 4 van:

  1. Het beheert je data; van je identiteitspapieren, tot je geld, tot je medische gegevens. Niemand anders heeft toegang tot je data, tenzij je daar toegang tot geeft. Er is contextuele privacy. Alle data die je genereert stromen per definitie naar je kluis. Dit maakt het publieke domein veilig.
  2. Het beheert zowel je identiteit als je biomedische gegevens en deze geven je toegang tot alle digitale platformen en overheden. Wachtwoorden zijn passé. Ook is er geen lock-in effect meer. Je kan altijd met jouw data overstappen naar een ander platform.
  3. De Universele Data Commons creëert universele standaarden van inloggen en databeheer. Alle hardware en software wordt gedwongen tot interoperability. Het netwerkeffect zit in de Universele Data Commons, niet in de platformen die daarbovenop worden gebouwd.
  4. In je datakluis kan je documenten authentiseren, maar ook laten certifiëren door derden. Hierdoor kunnen journalisten en wetenschappers bronnen en onderzoeken publiceren en laten certificeren. Ook kunnen ze deze bronnen koppelen in chains of evidence, die in theorie alle informatie in de wereld zou kunnen bevatten. Je hoeft journalisten en andere experts niet meer op hun woord te geloven. Alles is transparant. Je kan direct bronnen en referenties inzien. Dit vergroot de objectiviteit van informatie.

Uiteraard is dit nog volkomen theoretisch, maar je kunt je voorstellen hoe zo’n basisarchitectuur het publieke domein van een radicale transparantie voorziet zonder dat de individuele privacy in het geding komt.

Zo’n architectuur kan ook de basis vormen voor radicaaldemocratischere vormen van wetgeving en publieke uitvoering. Denk bijvoorbeeld nogmaals aan Van Reybroucks betoog voor burgerraden in plaats van raden van professionele politici.

Kijk nog eens naar onderstaande tabel:

Afbeelding met tafel

Automatisch gegenereerde beschrijving

Gezien de grote maatschappelijke verwarring die de introductie van een nieuwe informatietechnologie met zich meebrengt, is het wellicht begrijpelijk dat je concludeert dat moderne democratie een aberratie was, een historische vergissing. Maar die conclusie betekent slechts een gebrek aan verbeelding. 

We moeten niet, zoals populisten denken, terug naar de Middeleeuwen. We moeten de sprong naar voren wagen. Het opkomende digitale domein vraagt niet om minder democratie, minder toerekenbaarheid, minder transparantie en minder maatschappelijk vertrouwen – want dat is wat een alleenheerser met zich meebrengt – maar juist om méér democratie.

De komst van de computer maakt de samenleving exponentieel complexer. Een eenzame president/CEO/dictator die de mensen om zich heen uitkiest op loyaliteit en familiebanden, in plaats van op deskundigheid, zal deze complexiteit nooit in goede banen kunnen leiden. We zullen overgeleverd zijn aan de persoonlijke belangen van zijn of haar inner circle.

Een diverse groep apolitieke burgers, met toegang tot alle informatie in de wereld, die zich focussen op een specifiek probleem daarentegen…

Als we als samenleving innoveren en onze publieke instituties weten te verenigen met de eisen die het geactiveerde woord daaraan stelt, dan zal het sociaal vertrouwen en de gemeenschapszin weer toenemen.

En voor de duidelijkheid, wij denken niet dat we eerst met het huidige bestel moeten breken voor we iets nieuws kunnen opbouwen. Een geleidelijke overgang is wat we nu nodig hebben. Digitalisering is namelijk maar een van de problemen waar we nu mee worstelen.

De ideeën en concepten voor zo’n robuustere architectuur van vertrouwen, vergelijkbaar met het voorbeeld dat we hierboven schetsten, worden overigens nu, as we speak, ontwikkeld.

Nu hopen dat het op tijd komt. Voordat de Trumpies van deze wereld hem voorgoed op zijn kop zetten.

De toekomst is van ons allemaal.

❤️ Ed en Chris


PS — Vanavond (5 nov 02022) om 19:30 is Edwin in Antwerpen te gast bij de eerste Watlab salon samen met schrijver Jonathan van der Horst en illustrator Dieter De Schutter om de verbeeldingswereld van hun creatieve maakprocessen te verkennen. Edwin zal onder ander vertellen en laten zien hoe hij met Christiaan en tekenaar Jan Cleijne samenwerkt aan hun aanstaande boek. De avond is in Bibliotheek Permeke en de muzikale omlijsting wordt verzorgt door Teletext. Toegang is gratis, meer informatie hier.

Tokio en de edele kunst van de subjectieve verkenning

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat.

In deze editie gaan we terug naar het begin. Althans, terug naar ons begin, naar het eerste project dat wij, Edwin & Christiaan, ondernamen en waaruit ons denken, ons onderzoek en uiteindelijk onze futurologische studio is ontsproten: ons bezoek aan Tokio.

We gingen in 02012 naar Tokio omdat we wilden onderzoeken wat ‘groei’ is. Groei zagen we als de continu uitdijende en expansieve groei van steeds meer mensen, met steeds spullen, in steeds grotere steden, met steeds meer verifieerbare kennis. Groei als vooruitgang, verbetering en persoonlijke ontwikkeling. Wij dachten, laten we naar de grootste stad ter wereld gaan, zodat we kunnen ervaren hoe groei voelt, kunnen onderzoeken wat het is, en misschien aanwijzingen kunnen vinden over wat erna zou kunnen komen. Want eindeloze expansieve groei is uiteraard niet mogelijk op een eindige planeet.

Japan was interessant: het land was snel aan het vergrijzen en krimpen en de economische groei schommelde al sinds de bubbeleconomie in de jaren 90 was geknapt zo rond de 0%. Met andere woorden, groei werkte niet meer.

Dus ook al was Tokio de grootste en meest complexe opeenhoping van mensen op de planeet, het groeide ook niet spectaculair meer. Het was in onze ogen een ‘Still City’, noch groeiend, noch krimpend, misschien bevond het zich wel in een soort metabolisch equilibrium. Wij dachten toen dat het een voorbode zou kunnen zijn van hoe een degrowth, post-growth of steady-state samenleving zou kunnen werken.

We besloten om samen met een eclectische groep kunstenaars, ontwerpers en wetenschappers de stad vanuit deze premisses te gaan onderzoeken in een workshop en de uitkomsten te publiceren in een subjectieve stadsgids, Tokyo Totem, die in 02015 uitkwam.

Tokyo Totem is nog steeds in druk. Als je er eentje wil kopen, kijk hier. In Tokio ligt hij ook in verschillende boekhandels, hier een lijstje. Voor meer informatie en een kijkje in het boek: tokyototem.jp.

Ons Tokio-avontuur gaf uiteraard geen direct en duidelijk antwoord op onze nogal grote vraag. Wat het wel deed, is het zaadje planten van ons World Tree Model, het historisch-futuristische denkraam waarmee we het lange nu duiden en toekomstscenario’s maken.

Het bracht ons namelijk op het spoor van de onderschatte rol die de Romantiek in de Westerse cultuur heeft. In het Westerse vooruitgangsverhaal ligt namelijk vaak het accent op de vruchten van de Verlichting: objectiviteit, rationaliteit en de wetenschappelijke methode. Terwijl de intellectuele en kunstzinnige stroming van de Romantiek een minstens zo grote rol speelt in de Westerse cultuur, en de laatste decennia steeds dominanter wordt (Zie ook ons schrijven over de opkomst van de Homo Romanticus).

Tokyo Totem opent met een essay dat een inkijkje geeft in de oorsprong van het historisch-futuristische gesprek die wij nu al een decennium met elkaar hebben. Dat essay delen we vandaag met jullie. Enjoy!


The Noble Art of Subjective Exploration

By Christiaan Fruneaux

An interesting episode unfolded the first time I visited Tokyo, in July 2012. We were preparing the Still City workshop, whose outcome would form the basis of this guide. We had two and sometimes three meetings a day with people we hoped would join the workshop, or who could tell us something about their city. We were zigzagging through Tokyo, going in and out of subways, trying to navigate a unique address system that doesn’t use street names. We spent our days meeting people, sitting in coffee shops trying to connect to the Internet, and traveling in subterranean metro cars. After two weeks, Tokyo weighed heavy on me. I didn’t know why, but I felt claustrophobic. Trapped. Lost inside a seemingly endless, perfectly organized city.
   I felt the need to confirm that Tokyo was not all that there was. I persuaded my fellow Monnik companions to join me in my search for a physical end to the city. We took the Chuo line westwards to Takao station, an hour by JR-train from Nakano, where we were staying with a friend. From the train-car window, the vast cityscape flowed unremittingly past. When we arrived in Takao we walked north for 20 minutes, towards a green rise on the horizon, and found a fence, demarcating the end of the city. This fence stood at the foot of a hill. On one side of the fence was Tokyo; on the other side, a forest. It was the end of the city. I felt relieved. Behind a small opening in the fence we found an old stone stairway that led to an abandoned Shinto shrine. It was raining, and through the leaves you could see the Metropolis, not so endless after all.

The second time I visited Tokyo, in October and November 2012, the oppressive heaviness returned, and with a vengeance. I felt unwanted, like I had hit an invisible wall. As though Tokyo didn’t appreciate my presence. And this feeling was increasingly mutual. Again it was a busy time; we were working hard to get the Still City workshop organised. Though I was conscious of the fact that I couldn’t host a workshop about Tokyo if I felt so out of place in the city, I wasn’t able to shake off my sense of alienation. After some soul searching, some making an ass out of myself, and a lot of discussion with my colleagues, I came to suspect that there were a couple of things—let’s call them first impressions (although they differed very little from prejudices)—about this city that were throwing me off balance. First there was Tokyo’s extraordinarily generic cityscape; second there was an apparent lack of urban turmoil and individual temperament; third came my impression that Japan was a country of role-playing and decorum; fourth was my estimation that Tokyo was not a cosmopolitan city; and finally it seemed to me that a large part of Tokyo’s populace was chronically exhausted. Together these impressions were somehow offensive to me. But why?
  First impressions are, of course, mostly projections. You don’t actually have the knowledge to make a sensible interpretation of what you are seeing. First impressions, in short, will tell you more about yourself than the other. So why did these first impressions leave me deeply confused? What did that say about me? Was I so easily unhinged? Was there a deeper narrative that I believed about myself, one that was colliding with what I observed about Tokyo? 

Once upon a time I was trained as a historian, and if someone asks about my background I’m always sure to mention my master’s degree in history. My love affair with history is as old as my capacity to read. In my free time I still read historical biographies or browse historical atlases. You can say it’s ingrained in my consciousness. I also happen to live in Amsterdam, a city where you can easily read the built environment within its historical framework.
   Perhaps like many who are interested in history, my knowledge from the past generates a sense of belonging in the present. I take comfort in the idea of continuity and historical narrative. It makes me feel part of something. In Tokyo my habitual sense of belonging did not recognise anything it could hold on to, or make sense of. I realised that my uneasiness was a direct result of me being a hopeless Romantic—indeed, with a capital R.
   But first some historical context, appropriately: In the 18th and 19th centuries Romanticism, an artistic and intellectual movement, was searching for more meaningful ways to connect to the natural and social environments. The Romantics were trying to make sense of a world disturbed by individualism, secularisation, the rationalisation of work and chaotic urban growth. Their emotional and intellectual search for belonging focused on genuine feelings and the raw experience of the external environment and the subjective self. In a world that was becoming more and more artificial, the Romantics were looking for the uncontaminated, in themselves and in the world.
   I can relate to this. And I’m not the only one. In many ways Western cities have never been as Romantic as they are today, with our interest in authenticity, craftsmanship, honest food, fun jobs, creative hubs and pure experiences. In this sense I’m no more then a product of my time. For me old stones symbolise historical roots, while my own spontaneity provides me with a kind of rootedness in myself. Both entities provide me with a sense of belonging, anchoring me in a world based on relentless technological innovation and economic growth. For me cities are places of reinvention—technologically, socially, but most of all personally.

With my newly discovered inner lens of Romanticism, my unease in 2012 suddenly made more sense. My inner Romantic was obviously not pleased with Tokyo’s nonspecific and non-historic cityscape. I couldn’t distill any kind of narrative from the buildings. My Romantic inclination towards spontaneity, which presumed a certain unexpectedness and chaos to be part of any city, made it difficult for me to accept that Tokyo was both the biggest city in the world and the safest and cleanest. This seeming lack of mayhem, and ostensible lack of individual temperament, was not how the Romantic in me typically understood cities to work. In my mind cities were engines of creative destruction, tumultuous but virtuoso, elegant but rowdy, deeply unfair but also hopeful—places were anything could happen. Tokyo appeared to represent another kind of urbanism. Or so it seemed at least.
   In short, because I couldn’t recognise anything, these first impressions left me confused about how exactly Tokyoites made sense of their city and how they felt at home within it. My confusion wasn’t helped by all the tired people I saw. I seemed to encounter them everywhere, sleeping in restaurants or in subway cars. I got the strange impression that half the town was jetlagged.

In the back of my rational head I knew that there must be an explanation. That Tokyoites must have the same love/hate relationship with their metropolis as any other urbanite. But in the moment I couldn’t see it. I could only see an outwardly perfectly organized city, inhabited by very tired people, in very generic homes. It made my presence sad and negative. I needed to snap out of it, which I eventually did.
  Out of my initial confusion and unease, and out of the subsequent discussions I had with my colleagues, interest gradually emerged in the notion of “home”, and how this is structured in different cities and cultures. My unease transformed into fascination and curiosity. Discomfort faded and only questions remained: How do Tokyoites engage with their city? How do they take personal ownership and responsibility over their surroundings? How do they try to make the city work for them?

I’ve transcribed the above anecdote because it reminds me of two things. It reminds me that exploration and investigation, perhaps of any kind, are always very subjective affairs. They have as much to do with personal intuitions, inclinations and fascinations as they have to do with rationality. They are as much an art as a craft. And the anecdote also reminds me of the blind spot that most urban explorers have towards the behavioral aspects of society. Most look at the hardware of cities, but the software is just as important. Cities are governed not only by conventions, etiquettes, ideas and expectations but by buildings, infrastructure and technologies as well. Cities are foremost a gathering of people and only secondarily a heap of man-made objects. Cities are more about how people come together than about where they come together.

What I experienced in Tokyo resembles an experience I had years ago, an experience commonly known as a culture shock. As a student I lived for a while in Indonesia. I was doing research for my master’s thesis and learning the Indonesian language. My father was born in the former Dutch East Indies, present-day Indonesia, and for the first six months I lived with relatives in Malang, East Java. For the last six months I lived on my own in Jakarta. Culture shock is an interesting phenomenon because it is occurs when you are confronted with different behavioural patterns and social expectations to those you’re used to. Looking back at my attempt to internalise Indonesian language and customs, it felt like moving through a thick, unseen barrier.
   Culture shock makes something that is in normal circumstances implicit and imperceptible suddenly very difficult. Culture shock has four distinct phases, whose reality I can attest to: the honeymoon phase, where you experience the differences between the old and new culture as “exotic” and alluring; the comparison phase, where the excitement eventually gives way to unpleasant feelings of frustration, loneliness and anger, as you interpret events as strange and offensive to your own attitudes and worldviews; the adjustment phase, where you grow accustomed to the new culture and develop new routines and understandings in line with it; and the bicultural phase, where you accept the cultural logic of the new place and become part of it (without shedding the old one). The whole process, if one perseveres, takes about two years.
   The experience of culture shock is probably one of the most insightful experiences a person can have. It makes you aware that you are embedded in a cultural force field of shared habits, expectations, ideologies and conventions, from body language to political worldview, none of which you have ever been explicitly taught. These cultural elements are an implicit part of you. Like a fish that does not notice the water he swims in, most people are unaware of the cultural space they inhabit. They only become aware of it when they are confronted with another cultural system. 

Subjective exploring is thus as much about observing the other as it is about observing yourself, because whenever you feel strongly about something—positively or negatively—there is something in that feeling that’s worth looking into. Making yourself at home inside a city is an internal process. It has to do with making sense of your new surroundings but also with adapting to them, to the cultural logic of the place you’re in. It is not an easy task. It can be full of confusion, misunderstanding, frustration and angst. But it’s definitely worthwhile. 

The last time I visited Tokyo, in June 2015, this guide was almost finished. I had read all the contributions. The city, although still as mysterious as it was the first time I visited, made much more sense to me now. I felt very much at ease and comfortable in it.
   On one particularly warm night I was riding the bicycle I had borrowed from a friend. During the day Tokyo can be hot and humid but the nights are pleasant. A nice breeze brushed against my body. I was on my way to have dinner with friends. Above my head an artificial firmament of slow flashing red lights stretched out. Warnings for airplanes and helicopters, so they wouldn’t fly into the skyscrapers, those dark concrete mountains that occasionally rise up above you. Tokyo felt like a dream. Interspersed within the metropolitan expanse were intimate residential areas. I was constantly cycling through barriers, from shadowy almost suburban neighbourhoods to light metropolitan high-rises. I felt myself falling in love with the city for the first time. It wasn’t love at first sight, but that doesn’t matter. Perhaps it makes the relationship even more precious.


Fijn weekend!
❤️ Ed & Chris

PS1 👓 Mocht je meer willen weten over het Still City Project en het onderzoek wat we destijds in Japan deden. Dan kan je hier de Still City Glossary (02012) [PDF] downloaden. Een eclectische verzameling invalshoeken, gedachtes, anecdotes en artikelen in de vorm van een mini-encyclopedie/glossarium.

PS2 💬 We weten inmiddels wie onze gasten zullen zijn op onze eerste Architectures of Trust sessie (op maandag 7 november, 20:00, Pakhuis de Zwijger) over het publieke domein en waarheidsvinding. We zullen die avond in gesprek gaan met onder andere:

Een indrukwekkende line-up, al zeggen we ‘t zelf. Wij zullen het gesprek met de deelnemers aanslingeren met een kort toekomstscenario over hoe er meer transparantie en objectiviteit in het publieke domein gebracht zou kunnen worden a.d.h. van een soort publieke chain-of-evidence.

PS3 🎓 Edwin zal vrijdag 4 november op de Impact Learning Day van de UVA wat vertellen hoe toekomstverbeelding en speculatief denken ingezet kan worden binnen een onderwijscontext.

Het oceanische fundament van onze levende planeet en haar toekomst

↑ coverbeeld: Uit de film Planktonium (02021) van Jan van IJken.

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat.

Onderzoeksnotities

🗒


De Oceaan als Blinde Vlek

Nadenken over het Lange Nu waarin we leven kan soms een uitdagende, confronterende of zelfs beangstigende oefening zijn. Zeker in de tijden waarin we nu leven, en zeker wanneer we ons moeten verhouden tot de klimaatcrisis, de toestand van de biosfeer en de toekomst van onze levende planeet.

De bovenstaande problemen echt doordenken en begrijpen is ontzettend lastig, een planeet is immers een zeer complex en dynamisch systeem. Waar we echter vaak overheen kijken is de fundamentele rol van de blauwe wildernis, de oceaan. Een blinde vlek ter grootte van 70% van onze planeet, en een omissie die de basis van het planetaire ecosysteem buiten beschouwing laat. We kwamen hier achter toen we de paper Climate regulating ocean plants and animals are being destroyed by toxic chemicals and plastics, accelerating our path towards ocean pH 7.95 in 25 years which will devastate humanity (PDF) van het Global Oceanic Environmental Survey (GOES) project lazen. De auteurs, Howard Dryden en Diane Duncan en Caroline Duncan, verzamelden en vergeleken uiteenlopende onderzoeken over de staat van de oceaan en keken naar hoe de oceaan zich de komende eeuw verder zou kunnen ontwikkelen. Zelf zijn ze gespecialiseerd in marine biologie, waterzuivering en gesloten aquatische life support systems. Daarnaast deden ze ook zelf onderzoek op de Equatoriale Atlantische Oceaan waar ze zich rot schrokken over hoe slecht het gaat met de basis van de planetaire voedselketen: plankton.

In hun analyse stellen ze dat de oceaan een enorme rol speelt in de planetaire biosfeer en daarmee het klimaat, maar dat deze rol wordt ondermijnd door het uit- en afsterven van het leven in de oceaan. Dit proces herleiden zij tot de chemische revolutie rond 01950, toen plastics, chemicaliën en allerlei andere goedkope kunststoffen onderdeel werden van onze leefomgeving, producten en voeding. De introductie van deze toxische stoffen heeft een vicieuze cirkel teweeggebracht met catastrofale gevolgen, die alle pogingen om CO2-emissies te reduceren en naar nul te brengen teniet zou kunnen doen.

Wat volgt is een kleine samenvatting van de belangrijkste punten uit het stuk van GOES. Het is geen vrolijk verhaal en nogal alarmistisch, maar door dit doomscenario te doordenken wordt wel duidelijk welke rol de oceaan, en met name plankton kan spelen. Zowel ten goede, als ten kwade.

Laten we beginnen met wat er nu misgaat.

🤮 Bijna alle toxische stoffen die we gebruiken komen uiteindelijk in de oceaan
Denk aan microplastics, fijnstof, PFAS (onafbreekbaar), cosmetica, pesticiden en medicijnen die via rivieren, riolering en industrieel afvalwater afvloeien. Het GOES-rapport meldt dat maar liefst 80% van ’s werelds afvalwater onbehandeld de wereldzeeën in gaat!

🧽 Microplastics zijn chemicaliënsponsjes
Veel giftige chemicaliën gedragen zich olieachtig en kleven vast aan microplastics. Die microplastics worden zo kleine gifbommetjes die vervolgens geconsumeerd worden door plankton. Via het plankton werken ze zich omhoog in de voedselketen en komen ze uiteindelijk ook op ons bord en in ons lichaam terecht. De basis waarop de chemische en afvalstoffenregelgeving is gebaseerd – ‘the solution to pollution is dilution’ – werkt dus niet, want dat gaat er namelijk van uit dat stoffen verdunnen in grote waterlichamen en niet dat ze zich aan andere stoffen gaan hechten waardoor er weer veel hogere concentraties ontstaan.

🎣 Minder zeeleven = Meer verzuring = Nog minder zeeleven
Sinds 01950 zijn we 50% van het zeeleven kwijtgeraakt. Deze afsterving zet een vicieuze cirkel in gang: hoe minder fytoplankton er is, hoe minder CO2 er uit de atmosfeer wordt opgenomen. Wanneer deze CO2 door het oceaanwater wordt opgenomen en niet door fytoplankton, verandert het in koolzuur (je weet wel, de prik in je frisdrank). Dit maakt de oceaan zuurder (de pH-waarde zakte de afgelopen 70 jaar van 8.2 naar 8.05). Door deze zuurdere oceaan wordt het steeds moeilijker voor plankton en schelp-, schaal- en koraaldieren om te overleven. De afstervende koraalriffen zijn hierbij een teken aan de wand. Uiteindelijk slaat deze cyclus de bodem uit het huidige marine-ecosysteem van onze oceanen en daarmee uit het ecosysteem van de planeet.


🦠 Een giftige biosfeer krijgt meer ruimte
Wanneer deze cyclus niet wordt doorbroken, is het eindpunt een waar doemscenario. De oceaan neemt steeds minder CO2 op, waardoor de klimaatopwarming versnelt. Het zuurstofgehalte in de atmosfeer, dat nu al gestaag daalt, daalt zo nog verder en sneller. En we zullen naast een toxische oceaan ook mogelijk naar een toxische atmosfeer bewegen, omdat bacteriën en zogenaamde dinoflagellaten dominanter zullen worden. En deze laatste soort stoot stoffen uit in de atmosfeer die voor de mens giftig zijn.

Het hierboven geschetste doemscenario valt terug te lezen in de (zeer leesbare) paper, en is samen te vatten in de onderstaande grafiek.

Los van hoe snel het zal gaan (de grafiek is gebaseerd op het RCP 8.5 klimaatscenario, dat inmiddels als een vrij extreem en onwaarschijnlijk scenario wordt gezien), ligt de crux vooral in het feit dat het verminderen van de uitstoot en het afvloeien van giftige stoffen en microplastics nu nog niet als een topprioriteit wordt gezien in het klimaatvraagstuk. Beleidsmakers en beslissers leiden aan een zekere CO2-emissie-tunnelvisie, terwijl het om iets veel fundamentelers gaat, namelijk de biosfeer. Het klimaat en onze zuurstofhoudende atmosfeer worden immers in stand gehouden door planetaire ecosystemen, en de oceanen spelen hierin de allergrootste rol, met als sterspeler: plankton. Plankton staat namelijk aan de basis van een oplossing die sneller en op grotere schaal kan werken dan we op land zouden kunnen realiseren.

De Oceaan als Klimaatmaker

☁️

Planktonbloei, gezien vanuit het International Space Station

Veel mensen denken dat de Amazone ‘de longen van onze aarde’ zijn en dat miljoenen bomen planten dé manier is om koolstof weer uit de atmosfeer te trekken en vast te leggen. Dit is een mythe. De helft van de zuurstof die wij inademen wordt namelijk geproduceerd door fotosynthese van fytoplankton. Dit zeeleven absorbeert ook nog eens 60 tot 90% van alle CO2, omdat het via het voedselweb van de oceaan uiteindelijk naar de zeebodem zakt. Echter, sinds 01950 zijn we zo’n 50% van dit CO2-absorberende vermogen verloren door verlies aan zeeleven. Maar dit vermogen kan teruggebracht worden, en veel sneller dan met het vergroten van de biomassa op het land. De verdubbeling van de biomassa van landplanten en dieren is absoluut belangrijk, maar zou zo’n 60 jaar duren. In de oceanen is het meeste zeeleven echter 1mm of kleiner, en veel van deze zeeplanten en -dieren verdubbelen hun massa in enkele uren of dagen. De regeneratie en het herstel van marine- en andere natte ecosystemen, zoals moerassen en mangroves, levert dus snel veel op omdat ze snel groeien en omdat ze stervende biomassa (en dus koolstof) af laten zinken in plaats van terug de atmosfeer insturen door rottingsprocessen (zoals de herfstbladeren nu).

Image
Fytoplankton staat aan de basis van het leven op aarde, het creëerde namelijk iets meer dan 2 miljard jaar geleden letterlijk de zuurstofrijke atmosfeer, die het complexe meercellige leven van vandaag mogelijk maakt, tijdens wat wel de Great Oxidation Event wordt genoemd.
Movie
Een jaar in het leven van de CO2-cyclus van de aarde. Een prachtige animatie van NASA waarin je de aarde CO2 ziet inademen als het lente en zomer wordt en alles gaat groeien en bloeien, en CO2 ziet uitademen als de herfst begint. Kijk hier deze fantastische video met meer uitleg over wat je hier ziet gebeuren.

Het team van GOES stelt zelfs dat wanneer we niet de helft van het zeeleven zouden zijn verloren in de afgelopen 70 jaar, we vandaag de dag geen klimaatverandering zouden hebben. Met andere woorden, mochten we deze trend kunnen keren en wereldwijd marine-ecosystemen kunnen regenereren, dan vergroten de kansen op het afwenden van catastrofale klimaatverandering aanzienlijk.

Image
Image
In de paper wordt dit rekenvoorbeeld van de CO2-balans gegeven. Hoe die nu is, en hoe die zou kunnen zijn als we de CO2-uitstoot wat omlaag brengen in combinatie met het regeneren van ecosystemen en een verdubbeling van de planktongroei.

Dus wat staat ons als samenleving te doen?

We moeten naar een algeheel einde aan alle vormen van vervuiling. Alles wat giftig en schadelijk is mag in geen enkele oplossing ons leefmilieu meer binnenkomen, want uiteindelijk concentreert het zich in microplastics. De blauwe aders van onze landschappen moeten schoon, helder en drinkbaar worden. Alles komt immers uiteindelijk in de zee terecht. Nu klinkt dit natuurlijk super logisch, maar dilution as solution to pollution is nog steeds de dominante denkwijze bij gif- en afvalstoffen. Wetten en regels rond schadelijke stoffen gaan allemaal uit van drempelwaarden. Dat moet anders, de uitstoot en afvoer van schadelijke stoffen moet naar nul. Wanneer we dat gaan doen, in combinatie met bescherming en regeneratie, dan wordt de natuur een metgezel in de strijd tegen het klimaat.

Wat zou dat betekenen?

💩 Waterzuivering — Het bekent dat onze riolering en afvalwatersystemen zo snel mogelijk moeten stoppen met slecht en onbehandeld water in rivieren en zeeën te lozen. Uiteindelijk moeten al deze systemen water van drinkkwaliteit gaan afleveren en reststoffen op een andere manier verwerken zodat onze medicijnen en andere schadelijke stoffen niet in de leefomgeving terechtkomen. Zo wordt nu veel rioolslib als een soort bemesting op het land gebruikt, hiervan biochar maken zou al een verbetering zijn.

🧹 Van vervuilers naar schoonmaker — Het betekent dat alles wat er uit een fabriek, een boerderij of ander bedrijf komt schoon en gezond moet zijn. Van het product en de dienst dat het verkoopt, alsook de lucht, het water en andere stoffen. Idealiter creëert het zelfs leven en voedt het de lokale biodiversiteit. Het betekent dus ook dat we van alle schadelijke pesticiden en herbiciden af moeten. Deze komen immers in ons eten, in de bodem en in het water terecht. Dat betekent dat er voor ons voedsel twee opties zijn: natuur inclusief en regeneratief, of ontkoppeld van de biosfeer met micro-organismen voedsel kweken, van kweekvlees tot eiwitten uit zonne-energie. Zie ook ons toekomstscenario: 🦠 De Grote Omdraaiing.

🧸 Materialentransitie — Het betekent dat alle materialen, van teddybeer tot autoband, geen microplastics of gifstoffen het milieu en ons lichaam meer inbrengen. Materialen moeten gebaseerd worden op de principes van groene chemie, en er moet een verschuiving plaatsvinden van petrochemische producten naar biochemische producten die biologisch afbreekbaar zijn. Het bekent ook dat alle cosmetica, zonnebrand en andere spullen die we in ons haar en op ons lijf smeren en wegspoelen in de zee of een doucheputje, natuurvriendelijk moeten zijn voor zowel onszelf als voor al het andere leven.

Zo’n transitie komt er natuurlijk niet vanzelf, daar moet voor gevochten worden en daar is de nodige verbeelding en creativiteit bij nodig. Maar gelukkig zijn er vele projecten en initiatieven die zich hier al mee bezig houden.

💧Denk aan Li An Phoa’s pleidooi voor Drinkbare Rivieren.

🦭De Ambassade van de Noordzee waar ze onderzoeken hoe de Noordzee en het leven erin van zichzelf kan zijn.

🌊 Het Earth Law Center dat onderzoekt hoe de gehele oceaan een wettelijke entiteit zou kunnen worden, en hoe er gewerkt kan worden aan oceaanrechten.

🌐 De VN lanceerde vorige jaar The Ocean Decade (02021-02030) om het wetenschappelijk onderzoek te ondersteunen dat nodig is om de oceaan weer gezond te maken.

⚖️ In Groot-Brittannië wordt door het Good Law Project gepoogd een eerste rechtszaak op te tuigen tegen het lozen van afvalwater in de zee.

🌍 Misschien zou plankton weleens onze perfecte geo-engineering partner kunnen zijn. Door bijvoorbeeld planktonbloei te voeden met ijzersulfaat wordt er in korte tijd heel veel CO2 opgenomen. Overigens heerst er ook nog de nodige controverse rond dit idee, hoewel het bewezen is dat het werkt (zie de link hierboven).

🐋 Radical Ocean Futures verkent aan de hand van science fiction prototyping hoe de toekomst van de oceaan eruit zou kunnen zien, zowel positief als negatief.

Oceans back from the Brink, een van de Radical Ocean Futures scenarios, waarin de mensheid erin slaagt om het tij te keren en de oceaan te redden. Het beeld is gemaakt door een van onze favoriete tekenaars: Simon Stålenhag

En, tot slot, mocht je willen weten wat je zelf kan doen: op de website van het GOES-project staan praktische tips en tops.

Fijn weekend,
❤️ Ed & Chris


PS1 — 📚 Leuk nieuws, Ben Tarnoff de schrijver van Internet for The People zal eind november bij de bookclub aanwezig zijn om met ons en de deelnemers in gesprek te gaan. Je kan je nog steeds aanmelden en een gratis boek bemachtigen! 

PS2 — 🤿 Mocht je nog niet genoeg hebben van de oceaan, kijk de prachtige docu Becoming Cousteau (o.a. op Disney+) zijn leven en werk omspant precies de periode van voor tot na de chemische revolutie van de jaren ’50. Een verschuiving die vrij letterlijk zijn leven tekende. (trailer)


Klimaathoop, open science en hoe sociale status onze samenleving vormgeeft

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is een moment dat eeuwen beslaat.

We zijn helaas nog steeds aan het bijkomen van onze aanvaring met Covid. Ook deze week dus geen uitgewerkte notitie over langetermijntrends. Wel willen we enkele artikelen en podcasts met jullie delen die ons de afgelopen weken aan het denken hebben gezet. Voor zover we daartoe in staat waren.

Voor degenen die vorige week onze survey hebben ingevuld: hartelijk dank daarvoor! Meer mensen namen de moeite dan we hadden verwacht. Erg tof. We zullen de resultaten snel met jullie delen, alsook de lessen die we daaruit kunnen trekken.

📌

Voor lezers die sinds de Oekraïense blitzkrieg in oblast Charkov weer aan de live-feed geplakt zitten: wij lazen onze historisch-futuristische analyse van Poetin en Poetins Rusland onlangs terug en vertaalden we hem in het Engels (deel ‘m vooral met je internationale vrienden!). De analyse blijft, onzes inziens, een interessante lens op zowel de wreedheid als de incompetentie van de Russische krijgsmacht. Wellicht de moeite waard om nog eens door te nemen.

Tekens aan de Wand

🔮

🔐 The Truth is Out There (for a prize)

Het merendeel van de wetenschappelijke studies en onderzoeksresultaten zit op dit moment achter de paywalls van dure tijdschriften zoals Nature, Science en The Lancet. Je moet veel geld betalen om deze te mogen inzien. Alleen al een abonnement op Nature kost zo’n €200,- per jaar. Maar om bij te blijven moet je je eigenlijk abonneren op honderden van dit soort winstzoekende tijdschriften.

Dit artikel (Tearing down the academic research paywall could come with a price) van Vox beschrijft een oude doch groeiende beweging in de VS en de EU om een einde aan te maken aan dit systeem: de Open Science movement.

De beweegredenen van de Open Science movement (zie de wiki) zijn simpel: de belastingbetaler heeft al betaald om de universitaire of anderszins gesubsidieerde studie uit te voeren, waarom moet hij vervolgens ook nog betalen om de resultaten te mogen inzien? Ook hopen voorstanders dat open toegang tot onderzoeksgegevens het publiek meer inzicht geeft in de stand van de wetenschap en dat het meer innovatie met zich meebrengt.

De Open Science movement heeft (vooralsnog) alleen betrekking op publiek gefinancierde studies, niet op particuliere R&D.

Een ander argument voor het publiek toegankelijk maken van wetenschappelijke datasets, dat in het Vox-artikel niet wordt genoemd, is de noodzaak van een gezond publiek domein, waarin alle informatie die relevant is voor de publieke discussie open en vrij toegankelijk is.

We leven in een tijd van fake news. Een tijd waarin we experts niet langer op hun woord geloven. Als de onderzoeksresultaten waarop experts hun mening baseren vrij toegankelijk zouden zijn, zou er vertrouwen kunnen terugkeren in het publieke domein. Dan kunnen we zien waarop meningen worden gebaseerd en kunnen we, bij tegengestelde meningen, onderzoeken met elkaar worden vergeleken.

Stel je een integere en toegankelijke database voor waar zowel wetenschappers en journalisten als andersoortige waarheidsvorsers hun datasets, statistische analyses en journalistieke bronnen toegankelijk maken voor het grote publiek. Zodat je een open chain of evidence krijgt en alle kennis van de wereld integer vastgelegd wordt en vrij toegankelijk is.

Uiteraard kan een gemiddelde nieuwsconsument geen chocola maken van een database vol obscure cijfertjes, maar het zal ongetwijfeld de journalistieke en wetenschappelijke mores veranderen.

Interview je een expert? Maak dan niet alleen de audio-opname van je interview toegankelijk voor je lezers, maar ook de onderzoeken waarop de expert zich baseert. (En eventueel ook de onderzoeken die in strijd zijn met de mening van de expert.) Dit zal ook de vaak infantiele meningen-carrousel van aard doen veranderen, want je kan nu niet opeens meer je vermoedens of opinies verkopen als feiten.

Met de transitie van het gedrukte woord naar het geactiveerde woord verandert het publieke domein. Door de overweldigende overvloed aan informatie kunnen we niet langer vertrouwen op het woord van tussenpersonen. We moeten een open, betrouwbaar en solide kennissysteem ontwerpen waar we in onze publieke discussies naar kunnen verwijzen en op kunnen terugvallen.

🌞 Klimaathoop – Is een Groen Walhalla nakend?

Diep weggezonken in Covid-gesnotter lazen we dit stuk (Hope amid climate chaos: ‘We are in a race between Armageddon and awesome’) van Damian Carrington, de environment editor van The Guardian. Volgens de klimaatactivisten en klimaatwetenschappers die hij in zijn artikel aan het woord laat, kan het zomaar zijn dat we over een x aantal jaar in een klimaatneutraal Utopia leven.

De bron van dit voorzichtige optimisme is simpel: de exponentiële groei van duurzame energieopwekking en de elektrificatie van het wegtransport. Het zijn, volgens de voorzichtige optimisten, de kantelpunten die het systeem nodig heeft. Alle industrieën zullen zich gaan aanpassen en het zal leiden tot steeds meer investeringen in duurzame oplossingen. Het tij is aan het keren. 

Vervolgens lazen we in The Atlantic, The Climate Economy Is About to Explode, over een rapport van Credit Suisse waarin de bank inschat dat de effecten van de Inflation Reduction Act (IRA), waar we hier eerder al positief over schreven, worden onderschat. Volgens de bank zal de IRA tot twee keer zoveel klimaatinvesteringen leiden dan gedacht. Geen 374 miljard dollar aan directe investeringen in duurzame oplossingen, maar 800 miljard. Bovendien zal de IRA leiden tot nog eens 1.000 miljard aan extra klimaatinvesteringen vanuit de markt. 

De vraag is natuurlijk: gaan al deze exponentiële ontwikkelingen en investeringen nog op tijd zijn?

De uitstoot van broeikasgassen daalt nog steeds niet. En niet alleen onze redding leunt op kantelpunten – ook de klimaat-Apocalyps heeft zijn momenten. Zo lezen we dat het Amazonewoud op uitdrogen staat, dat de poolkappen onomkeerbaar aan het smelten zijn, dat de Russische permafrost opwarmt en dat de golfstromen bijna stilvallen. (Om nog maar te zwijgen van de snel afnemende biodiversiteit, de grondverarming en de verzurende zeeën.)

Maar hoewel het moment de klimaat-Apocalyps betere kansen geeft, is het momentum absoluut aan de kant van een betere wereld. En, denkend over de toekomst, gaat het altijd over het momentum, nooit over het moment. Vooral niet als het momentum exponentiële kwaliteiten heeft. Wat nu lijkt op een langzaam stromend beekje is morgen een vloedgolf aan goedkope en duurzame energie.

Met dit alles in gedachten stuitten we opeens op dit manische Wired-artikel; After Going Solar, I Felt the Bliss of Sudden Abundance, van Clive Thompson, over de komst van zonnepanelen. In het artikel beschrijft Thompson hoe zijn zonnepanelen in Brooklyn naar eigen zeggen zoveel energie opwekken, dat zijn gezin deze overvloed nooit zelf kan opmaken. Hij vertelt hoe zijn panelen hem hebben veranderd van een negatieve klimaatzeur in een positieve levensgenieter.

Los van de vraag of hij zijn overvloed niet beter kan delen met New Yorkers die ergens driehoog-achter wonen, zonder ruimte of geld voor zonnecellen, is de realisatie dat een duurzame economie misschien ook overvloed en blijdschap kan betekenen best interessant. Het zal legio mensen motiveren die anders wellicht liever hun kop in het zand steken. Niet verduurzamen om de Apocalyps te voorkomen, maar om het Paradijs te verwelkomen.

Why not. Het doet ons denken aan een gesprek dat we ooit hadden met vertegenwoordigers van Eneco. Die gaan er ook van uit dat elektriciteit in de toekomst zo goed als gratis wordt. (We snappen hun redenering, maar zijn nog niet helemaal overtuigd. We hebben immers nog steeds problemen met energieopslag. Hoewel batterijen ook exponentieel goedkoper lijken te worden, is er veel onzekerheid over de schaarste van materialen.

Dat gezegd wordt Christiaan op zaterdag 29 oktober, 18:30 IJzaal, tijdens het Warming Up Festival, aan de tand gevoeld door Bahram Sadeghi over de positieve grondhouding van onze futurologiepraktijk, Studio Monnik. Die houding is natuurlijk ook schandalig. Waarschijnlijk schuift ook Jelmer Mommers of Lisanne Boersma aan. Toegang is gratis.

🤘 It’s Social Status, Stupid

Sociale status speelt een grote rol in ons denken. Het is nauw verbonden met het diepe streven van onze archetypen, de Homo Nobilis, de Homo Economicus en de Homo Romanticus. Tegelijkertijd lopen we, als we het over sociale status willen hebben, vaak tegen een muur op. ‘Ik geef niets om sociale status,’ is dan vaak de Pavlovreactie. ‘Dat lijkt ons nogal onwaarschijnlijk,’ zeggen we dan, met als gevaar dat zij denken dat wij denken dat zij patjepeeërs zijn.

Dat denken we niet. Het enige wat we denken is dat sociale status overal om ons heen zijn werk doet, een beetje zoals ook de zwaartekracht overal om ons heen zijn werk doet. Los van het kluizenaarschap is sociale status onontkoombaar. Iedereen verhoudt zich ertoe, de hele dag door. Maar precies uitleggen wat het is, dat is best ingewikkeld.

Daarom waren we blij verrast met deze aflevering van de Ezra Klein Show. In de show praat Rogé Karma – een collega van Klein – met Cecilia Ridgeway, een socioloog verbonden aan Stanford. Ze vertelt in heldere bewoordingen wat sociale status is en hoe dat mechanisme in allerlei sociale situaties werkt. Van de straat en in de winkel tot in de collegezaal en de vergaderzaal.

Sociale status is, volgens Ridgeway, iets wat anderen ons geven. We kunnen het onszelf niet geven. Het is een soort sociale bewegingsruimte die ons door anderen wordt gegeven om ons in te manifesteren.

Volgens Ridgeway geven groepen mensen sommige individuen meer ruimte dan anderen, omdat de groep – terecht of onterecht – herkent dat die persoon iets belangrijks te zeggen heeft, iets waar de hele groep wat aan heeft. Volgens haar was dit in vroeger tijden, in minder complexe samenlevingen, een handig sociaal mechanisme om leiderschap te geven aan diegenen die het verdienden in een bepaalde situatie.

Tegenwoordig werkt sociale status op een heel diffuse manier. In onze gelaagde, complexe en diverse samenleving is het vaak onduidelijk wie de aandacht van de groep verdient. Arbeidsdeling is bij ons zo ver doorgevoerd dat in elke situatie andere kennis vereist is. Alleen zijn die kennisgebieden vaak ver van elkaar verwijderd en zijn de markers van expertise zo diffuus geworden dat we die niet meer in elkaar herkennen.

Sociale status werkt tegenwoordig via vele verschillende statuscriteria en statusladders die, op het eerste gezicht, vaak nog maar moeilijk te lezen zijn voor niet-ingewijden. Die gothic dracula naast je in de metro kan immers zomaar de enige zijn met verstand van veldchirurgie. Dat moet je maar net weten in een plotselinge rampsituatie. Het valt te hopen dat diegene dan de sociale bewegingsruimte krijgt van de sociale groep om zich te manifesteren. 

Deze fragmentatie van socialestatuscriteria signaleren wij ook.

Afbeelding met tafel

Automatisch gegenereerde beschrijving

Het rode kader in bovenstaande tabel geeft de socialestatusarchitectuur aan binnen onze samenleving. Je ziet de verschuiving, of de stapeling, naar steeds complexere socialestatuscriteria.

In de Middeleeuwen was de grote uitdaging fysieke veiligheid. De meest dominante criteria voor sociale status waren daarom iemands eigenschappen, zowel fysiek als qua karakter. In de Moderniteit verschoof de uitdaging naar economische veiligheid. Hierdoor werd eigendom het meest dominante socialestatuscriterium. Dit is eigenlijk nog steeds het geval, hoewel wellicht niet lang meer. Maar het verklaart waarom mensen bij sociale status aan rijkdom denken.

De laatste zeventig jaar verschuift de grote uitdaging echter van economische veiligheid naar emotionele veiligheid. Hierdoor wordt eigenheid belangrijker als socialestatuscriterium. Alleen is eigenheid een nogal particulier criterium. Het is moeilijk meetbaar en moeilijk herkenbaar door de groep. Steeds meer mensen gebruiken in het dagelijks leven niet meer de socialestatusmarkers van hun werk, maar die van naar binnen gekeerde subculturen.

Niet langer loopt daar iemand met de statigheid van een advocaat de rechtszaal in, nee, het is een surfer die straks even snel zo’n kriebelige toga over haar gebruinde en gespierde schouders gooit.

Dat gezegd moet de beschavingsverschuiving in o.a. sociale status tegelijkertijd worden gezien als een opstapeling. Het is niet alsof eigenschappen of eigendommen verdwijnen als socialestatuscriteria. Ze worden alleen minder dominant. Volgens Ridgeway heeft dat ook voordelen.

Mensen die niet kunnen wedijveren op het gebied van eigenschappen of eigendommen kunnen tegenwoordig altijd wel ergens sociale status verkrijgen. Ergens is er wel een (online) subcultuur waar je gezien wordt voor wie je echt bent.

🌱 De Subjectiviteit van Homo Romanticus

In de nieuwsbrief van twee weken geleden beschreven we (of betoogden we) dat de Homo Romanticus een natuurlijke aanleg heeft tot complotdenken.

Sommige lezers schreven in de comments dat we de Romantische geest hiermee tekortdeden. Hier zijn we het mee eens. De Homo Romanticus is zoveel meer dan dat en heeft zoveel potentie voor heling in zich – heling van onze relatie met onszelf, met onze gemeenschap en met onze natuurlijke omgeving.

Dat gezegd, heeft de Romanticus ook blinde vlekken. Waarvan akte.

Mochten jullie overigens geïnteresseerd zijn in hoe de archetypen onderdeel zijn geworden van ons denken, lees dan dit essay (The Noble Art of Subjective Exploration) van Christiaan waarin hij ontdekt dat het zijn diepe Romantische inborst is waardoor hij zich zo unheimlich voelde tijdens ons onderzoek in Tokio, alweer tien jaar geleden.

❤️

Ed & Chris


PS1 🎧 — Edwin werd geïnterviewd door Hiroaki Koizumi voor Rokko Radio, de podcast van Rokkonomad, een fantastische werkretraite in de bossen van de Rokko-berg, net buiten Kobe, Japan. Je kan de podcast hier luisteren.

PS2 📚 — Maandag 17 oktober begint onze boekenclub bij Pakhuis de Zwijger. We gaan Internet for The People van Ben Tarnoff lezen. Er is nog plek! Meld je hier aan.

Als je meedoet, krijg je gratis het boek!

Wie leest de Atlas van het Lange Nu, en wat is ze waard?

Beste allemaal,Deze week een kleinere editie dan jullie van ons gewend zijn, aangezien we allebei in de lappenmand liggen door Covid 😷

Gelukkig hadden we al een poosje iets klaarliggen: een klein prijs- en doelgroeponderzoekje om erachter te komen wie de lezers van de Atlas van het Lange Nu zijn en wat jullie over zouden hebben voor een eventueel abonnement. Want zoals de lezers van het eerste uur weten, is het ons plan om van de Chrononauten en de Atlas van het Lange Nu uiteindelijk ons fulltime werk te maken.

Wij publiceren de Atlas van het Lange Nu nu zo’n anderhalf jaar met veel plezier. Het schrijven van onze onderzoeksnotities, het uitdenken van toekomstscenario’s en het verdiepen van ons historische-futuristische World Tree Model brengt ons veel plezier en zorgt telkens weer voor nieuwe inzichten, en wij hopen, voor jullie als lezers ook.

Het goede nieuws is dat steeds meer mensen ons weten te vinden, ons abonneebestand staat nu op iets meer dan 1.200 leden en er komen...

You are unauthorized to view this page. ✨ test123

De Opkomst van de Homo Romanticus

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is namelijk een moment dat eeuwen beslaat.

Vandaag wijden we wat gedachten aan de opkomst van de Homo Romanticus: het culturele archetype dat niets liever wil dan samenvallen met zichzelf, zijn gemeenschap en zijn natuurlijke omgeving. Hij of zij zoekt boven alles naar emotionele veiligheid. Wat, idealiter, wordt gevonden in eigen en oorspronkelijke relatie met de wereld, en met zichzelf.

De opkomst van de Homo Romanticus heeft goede kanten, maar lijkt ook gelinkt aan het steeds subjectievere karakter van ons publieke domein.

De Homo Romanticus wil soms namelijk niets liever dan de starre objectieve werkelijkheid ombuigen en die om zich heen wikkelen als een zacht, warm dekentje. Soms is een alternatief feitje immers fijner dan een emotioneel uitdagend feitje. Deze week dus wat gedachten over de cognitieve dissonantie van de Homo Romanticus. 

En, ter herinnering:

Aanstaande maandag, 3 oktober, om 20u begint onze fellowship bij Pakhuis de Zwijger. Tijdens een lezing verkennen we het verleden en de toekomst van ons publieke vertrouwen. Daarna gaan we in gesprek met Indira van ’t Klooster. Je kan ons live sluwe vragen stellen of je kan dat online doen, via deze link. (Je moet wel eerst een account aanmaken, maar daarna ligt het Pakhuis aan je voeten – die vervolgens lekker warm op de bank kunnen rusten terwijl het buiten herfstig waait en regent 🍁🍂)

Daarnaast heeft het Pakhuis de Zwijger ook een leuke podcast met ons opgenomen waarin we praten over het Lange Nu, hoe toekomstdenken werkt en hoe vertrouwen de afgelopen 1000 jaar veranderde, en waarom we nu nieuwe Architectures of Trust nodig hebben. De podcast is op Apple, Spotify, Soundcloud en andere podcast-platforms te beluisteren 🎧.

Notitie:

De Opkomst van de Homo Romanticus

🌸

Vorige week bespraken we A Culture of Fact. In dit boek beschrijft historica Barbara J. Shapiro hoe de Engelse cultuur in de Vroegmoderne Tijd steeds objectiever werd. Via de juryrechtspraak leerden gewone lieden denken in feitelijkheden, bewijzen, alibi’s, getuigenissen en motieven. Het subjectieve leerde men te wantrouwen.

Zoals we al eerder beschreven in het essay Building Trust in the Electric Age werd dit streven naar objectiviteit geborgd door ‘de professional’. Dit ging gepaard met een werkethos dat kenniswerkers aanmoedigde om hun subjectiviteit thuis te laten en alleen te doen wat de baan van hen vroeg, ongeacht eigenbelang of wat ze er zelf van vonden. De ideale professional was slechts een radertje in de machine.

In haar boek beschrijft Shapiro bijvoorbeeld hoe de schrijvers van nieuwsberichten en reisboeken in de 17de eeuw aan hoge standaarden werden gehouden door hun lezers. Als ze te partijdig waren of als ze gebeurtenissen beschreven die ze uit tweede hand hadden vernomen, werden ze pardoes beschuldigd van het schrijven van fictie.

Deze objectivering van de werkelijkheid was nauw verweven met de snelle opkomst van drukkers, uitgevers en auteurs na de uitvinding van de boekdrukkunst in het midden van de 15de eeuw. Het urbaniserende Europa kreeg zo een nieuwe blik op de wereld. En de objectieve professional voorzag deze blik van een architectuur van vertrouwen.

Met de overgang van het gedrukte woord naar het geactiveerde woord moeten we op zoek naar een nieuwe architectuur van vertrouwen. Want het vertrouwen in professionaliteit en de instituties die op dit werkethos zijn gebaseerd zijn tanende. Ze zijn niet opgewassen tegen de stortvloed aan informatie die het internet continu over ons uitgooit.

We moeten bouwen aan een robuust digitaal systeem dat enerzijds onze publieke waarden borgt en anderzijds het niveau van objectiviteit opkrikt en versterkt binnen het publieke domein. 

Maar dit is slechts een deel van de oplossing, want het is meer dan alleen een technisch probleem. Een andere oorzaak van het afgenomen vertrouwen is de opkomst van de Homo Romanticus.

De Homo Romanticus is een cultureel archetype dat in het midden van de 18de eeuw kwam bovendrijven in het Europese bewustzijn. Hij staat in ons denken naast de Homo Nobilis en Homo Economicus.

(Zie onze analyse van Poetin en van Poetins Rusland voor een uiteenzetting van deze drie archetypes. Poetin is een typische Homo Nobilis.)

Wij hebben de Homo Romanticus vernoemd naar de Romantiek, een stroming in de Westerse Moderniteit die zich vooral aan het einde van de 18de eeuw en in de 19de eeuw deed gelden in de kunsten en in het intellectuele leven. Tijdens de Romantiek was de subjectieve ervaring het uitgangspunt. Introspectie, oorspronkelijkheid, intuïtie, emotie, spontaniteit en verbeelding stonden centraal. De Romantiek was dan ook een tegenreactie op de rationalisering, industrialisering en objectivering van de Moderne Westerse samenleving.

Het woord romantiek is ontleend aan Middeleeuwse romances; epische en lyrische gedichten over imperfecte lieden die volmaaktheid najaagden.

Dat de middeleeuwse cultuur een grote inspiratiebron was voor Romantische denkers en kunstenaars is goed te zien in het werk van William Morris en de Arts & Crafts beweging. Hierboven een wandtapijt dat Morris & Co. heeft gemaakt waar een scene uit de Arthuriaanse legende van de Heilige Graal is afgebeeld. Voor meer voorbeelden van middeleeuwse invloeden in de afgelopen vierhonderd jaar zie Medievalism (Wikipedia)

De Homo Romanticus stond lange tijd in de schaduw van de objectieve Homo Economicus, het dominante archetype van de Westerse Moderniteit. De Homo Romanticus liet zich weliswaar gelden in de wereld van intellectuelen, wetenschappers, kunstenaars en vrijheidsstrijders, maar de rest van de bevolking had wel iets beters te doen dan zich zorgen te maken over hun emotionele veiligheid.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam hier verandering in. De Homo Romanticus kwam aan de oppervlakte van de populaire verbeelding. Door de toenemende welvaart, de leerplicht en de opkomst van elektronische media hadden jongeren opeens de tijd en de ruimte om zich bezig te houden met de zin van het leven en afgeleide morele vraagstukken. Dit leidde tot o.a. de burgerrechtenbeweging en de vele jeugdsubculturen van de jaren ’60.

Naarmate steeds meer mensen konden genieten van een middenklasse levensstijl, groeide de vraag naar zelfhulpproducten, paranormale dienstverlening en een velerlei aan Oosterse filosofieën, religies, geneeswijzen en vechtkunsten. De opkomende Homo Romanticus zoekt namelijk naar een soort emotioneel houvast. Naar een reddingsboei in de groeiende complexiteit. Naar menselijkheid in een hoogtechnologische samenleving.

De openingssong van de musical Hair, Aquarius kadert het verhaal en de idealen van de hippies als onderdeel van nieuw astrologisch tijdperk. De eerste zinnen van het lied luiden: When the moon is in the seventh house / And Jupiter aligns with Mars / Then peace will guide the planets / And love will steer the stars / This is the dawning of the age of Aquarius. Met andere worden de Hippies als boodschappers van een opkomend kosmische tijdperk. Een ‘New Age’.

De Homo Romanticus mag vaak en graag afgeven op de zielloze Homo Economicus en de objectivistische professionaliteit waar dit archetype van afhankelijk is. Maar in de zoektocht naar zijn subjectieve ankers vergeet de Homo Romanticus wel eens dat ook zijn welvaart en welbevinden afhangen van objectieve structuren. Schoon water uit de kraan is immers geen natuurverschijnsel.

Het is de uitdaging van de Homo Romanticus om de individuele en subjectieve ervaring te verenigen met de objectieve werkelijkheid die we onderling delen. Een democratische samenleving met een complexe kenniseconomie is nu eenmaal niet verenigbaar met een in zichzelf wegzakkende Homo Romanticus. De Homo Romanticus moet zichzelf trainen in een dualistisch mens- en wereldbeeld.

Projecteerde de Homo Nobilis zijn subjectieve binnenwereld op de objectieve buitenwereld (waardoor de buitenwereld onwerkbaar werd), zo projecteerde de Homo Economicus de objectieve buitenwereld op zijn subjectieve binnenwereld (wat de binnenwereld weer onwerkbaar maakte). Het is aan de Homo Romanticus om deze twee zienswijzen met elkaar te verenigen.

Dat dit voor veel mensen een lastige opgave is, blijkt uit de grote overlap tussen mensen die ontvankelijk zijn voor complottheorieën en mensen die werkzaam zijn in de wellness industrie. Of, met andere woorden: Er zijn veel yogi’s onder Trump-aanhangers en QAnon-adepten.

Na de bestorming van het Amerikaanse Capitool op 6 januari 02021 verschenen er artikelen met titels als ‘QAnon’s Unexpected Roots in New Age Spirituality’ (Washington Post), ‘Does yoga have a conspiracy problem’ (BBC), ‘The wellness world’s conspiracy problem is linked to orientalism’ (VOX) en ‘Meet the police chief turned yoga instructor prodding wealthy suburbanites to civil war(Washington Post)

Het BBC-artikel begint bijvoorbeeld met de volgende zinnen:

Throughout her career as a yoga teacher, Seane Corn has been used to hearing students and colleagues rail against mainstream medicine. She even shares some of their concerns.

But when the coronavirus pandemic began in 2020, Seane noticed a change.

‘I started to get text messages and emails inviting me to speak on panels or listen to leaders talking about anti-vaccination – but within that, there was this rhetoric about Covid being a hoax,’ she told the BBC.

‘They would then start to send me information about Big Pharma, which then led into information related to Bill Gates, then to sex trafficking,’ says Ms Corn.

Wat begon met een sceptische houding ten opzichte van de Westerse medische wetenschap, en wellicht met een oprechte nieuwsgierigheid naar andere medische tradities, eindigt vaak in een cul-de-sac van onnavolgbare complotgedachten.

Dit is deels verklaarbaar doordat het publieke domein wordt gefragmenteerd door allerlei sociale mediabedrijven wier algoritmes mensen steeds meer spektakel en verontwaardiging voorschotelen. Hierdoor komen ze terecht in filterbubbels die hun cognitieve dissonantie voedt. (Cognitieve dissonantie is de spanning die iemand ervaart als hij wordt geconfronteerd met feiten die niet stroken met zijn eigen overtuigingen.)

Maar naast het niet functionerende publieke domein is er dus ook die verdwaalde en wanhopig zoekende Homo Romanticus. De betekeniszoekende mens heeft een bijna occidentalistische afkeer van de Westerse beschaving. (Occidentalisme is een term die is gemunt door de Brits-Nederlandse sinoloog Ian Buruma en de Israëlische filosoof Avishai Margalit. Volgens hen wordt occidentalisme gekenmerkt door een afkeer van de Westerse beschaving. Die is te materialistisch, te lichtzinnig en te individualistisch.)

Nu valt er ontzettend veel aan te merken op de Westerse Moderniteit en zijn er vele voorbeelden van de absolute horror die het heeft voortgebracht. Ook valt er heel veel goeds te zeggen over allerlei briljante niet-Westerse kennistradities. En de verkenning van de eigen subjectiviteit kan absoluut interessant en zingevend zijn.

Maar het kind met het badwater weggooien is nooit een goed idee. (Het kind is in dit geval het objectief en systematisch denken.)

De uitdaging van de samenleving is dus tweeledig:

Enerzijds moet het digitale domein gestut worden met een robuuste digitale architectuur van vertrouwen. Anderzijds moet de samenleving de Homo Romanticus in zichzelf leren dat de erkenning en verkenning van de eigen subjectiviteit de erkenning en verkenning van een gezamenlijke objectiviteit niet hoeven uit te sluiten.

De toekomst van de Homo Romanticus is namelijk of dualistisch, of we riskeren een dreigende ‘terugval’ naar de tijden van de Homo Nobilis.

Verder lezen:

👁️ Laatst deelden we overigens al een link naar deze reportage over het Qbisme, een theorie in de kwantummechanica die expliciet suggereert dat de werkelijkheid zowel objectief als subjectief is.

🧠 We schreven al eerder over bewustzijn (de raadselachtige bron van de subjectieve ervaring) en hoe dat de laatste jaren door de wetenschap wordt erkend als een objectief fenomeen.


Fijn weekend, en misschien tot maandag bij Pakhuis de Zwijger!
Liefs ❤️ Ed & Chris

Een Cultuur van Feitelijkheid

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Door ons verleden te duiden openbaren zich immers nieuwe verbeeldingen van onze toekomst.

Deze week lazen we een fascinerende historische studie.

Het boek heet A Culture of Fact. England, 1550-1750, geschreven door Barbara J. Shapiro, een historica verbonden aan de University of California. Zoals de titel al doet vermoeden, is het boek een onderzoek naar de oorsprong van het Moderne concept ‘feit’. Het beschrijft hoe ‘denken in feiten’ onderdeel werd van de Engelse populaire cultuur.

A Culture of Fact geeft een fascinerend beeld van de Vroegmoderne Engelse geschiedenis (1450-1800), een periode waarin Europa wanhopig op zoek was naar een nieuwe verhouding met de werkelijkheid.

Wanneer is iets waar? Of slechts waarschijnlijk? Wat zijn bewijzen en wat is een waarneming eigenlijk waard? Over deze vragen braken de Europese Vroegmodernen hun hoofd.

De antwoorden die ze op deze vragen formuleerden hebben onze huidige juridische, wetenschappelijke en journalistieke tradities gevormd.

We lazen A Culture of Fact om meer te leren over hoe de Moderne cultuur, waar feitelijkheid en objectiviteit een belangrijke rol spelen, ontstond. Maar natuurlijk waren we ook benieuwd of het ons iets kan vertellen over het huidige tijdsgewricht van fake news en alternative facts.

Vandaag dus enkele gedachten na het lezen van dit boek. Deze gedachten liggen overigens in het verlengde van het essay dat we voor onze fellowship in Pakhuis de Zwijger schreven en dat we vorige week hier met jullie hebben gedeeld: Building Trust in the Electric Age

Notitie

Een Cultuur van Feitelijkheid

⚖️

In de Vroegmoderne Tijd (1450-1800) ontwikkelde zich in Europa geleidelijk een meer objectieve en onttoverde benadering van de werkelijkheid. Naarmate de verstedelijking en geletterdheid toenam, versnelde deze ontwikkeling.

Aron Gurevich, een Russische historicus, beschreef de populaire cultuur in de Middeleeuwen ooit als een ‘mythopoetic and folkloric-magic consciousness’. In de Middeleeuwen leefde de mens in een diep subjectieve wereld vol wonderen, begeestering en overlevering. Deze dagelijkse ervaring maakte in de Vroegmoderne Tijd geleidelijk plaats voor een meer objectieve, seculiere en materialistische kijk op de wereld. De wereld werd niet langer voortgedreven door subjectieve wilskrachten, zoals die van goden of duivels, maar door objectieve natuurkrachten – krachten die te kennen zijn.

Een representatie van het Laatste Oordeel, waarin de verdoemden worden verorberd door een muil van de Hel. Uit de in the Winchester Psalter (12de eeuw)

In A Culture of Fact beschrijft Shapiro enkele van de mechanismes waarmee deze langzame culturele transitie zich voltrok in Engeland.

Shapiro laat zien hoe in de 16de eeuw het concept van feitelijkheid vorm kreeg in de Engelse rechtszaal, waarna het via allerlei andere disciplines onderdeel werd van de populaire cultuur. Aan het begin van de 18de eeuw was het woord fact volgens Shapiro al onderdeel van het alledaagse taalgebruik.

Met een feit wordt tegenwoordig – zonder te trekken aan de vele epistemologische losse eindjes – een gebeurtenis of omstandigheid bedoeld waarvan de materiële werkelijkheid vaststaat. Het probleem van deze definitie, zoals Engelse rechtsgeleerden in de 16de eeuw ook ontdekten, is als volgt: hoe bepaal je wanneer de materiële werkelijkheid van een gebeurtenis of omstandigheid vaststaat?

Om dit probleem op te lossen verzonnen ze indertijd allerlei juridische procedures en afwegingen om de betrouwbaarheid van bijvoorbeeld getuigenissen te bepalen. Ze stelden daarbij de volgende vragen: Is er eigenbelang of bevooroordeeldheid in het spel? Zijn de getuigen wel toerekeningsvatbaar? Wat is de waarde van een getuigenis onder ede? Hoeveel getuigen zijn er en zeggen ze wel hetzelfde? Hoe werkt hoor-en-wederhoor?

Maar ook werd de waarde van andere bewijsstukken, zoals moordwapens, onder de loep genomen, alsook die van alibi’s en motieven. En experts – wat voegen die eigenlijk toe? Hoe schat je deskundigheid en onafhankelijkheid op waarde?

Er ontstonden, kortom, allerlei juridische methoden om iets beyond reasonable doubt als feit te kunnen duiden. Een feit was hier dus niet een absolute vaststelling, maar een juridische aanname. Men was zich ervan bewust dat de werkelijkheid moeilijk te benaderen was – in ieder geval in de rechtszaal, waar met name niet-herhaalbare gebeurtenissen en omstandigheden werden behandeld.

Houtsnede van een rechtbank of tribunaal (17de eeuw)

Deze ontwikkelingen waren volgens Shapiro niet uniek voor Engeland. Sterker nog: op het Europese vasteland waren de rationalisatie en objectivering van het recht al veel eerder begonnen. Dit kwam omdat in Engeland het gewoonterecht gold, terwijl op het vasteland het Romeinse recht de norm was – waarin dit soort rationele afwegingen al zo’n 1.000 jaar eerder waren gecodificeerd.

In tegenstelling tot de Romeinse rechtstraditie, waarin professionele rechters een oordeel vellen, werkte het Engelse gewoonterecht met juryleden. En het waren deze gewone lieden die dit juridische denken de wijde wereld in brachten. Waar het, volgens Shapiro, in grote mate bijdroeg aan de objectivering van het Engelse mens- en wereldbeeld. 

Deze culturele ontwikkeling kwam vervolgens in een stroomversnelling doordat de Engelse bevolking in die tijd snel verstedelijkte en de geletterdheid toenam. Hierdoor moesten schrijvers van reisboeken en kranten zich bijvoorbeeld verantwoorden over dat wat ze opschreven. Ze konden niet zomaar meer iets beweren. Beweringen moesten onderbouwd worden. Het was in die tijd niet ongewoon dat een slecht geschreven nieuwsbericht of reisverhaal werd afgedaan als onfeitelijk – als fabels, fictie of opinie.

Deze ‘cultuur van feitelijkheid’ leidde uiteindelijk tot de Moderne journalistieke ethiek, waarin bewijzen, getuigenissen, hoor-en-wederhoor en deskundigheid een grote rol spelen.

Volgens velen zijn de Verlichting en de ontwikkeling van de wetenschappelijke methode de motor achter de transitie van het Middeleeuwse naar het Moderne mens- en wereldbeeld. Maar wat Shapiro in haar studie overtuigend betoogt, is dat de juridische traditie, in ieder geval in Engeland, hier dus op zijn minst medeverantwoordelijk voor is.

Ver voordat de Moderne wetenschap zich deed gelden in de populaire cultuur was de rechtszaal al geruime tijd een arena voor epistemologische discussies. Ook hier staat immers waarheidsvinding centraal. Toen godsgerichten, religieuze dogma’s en andersoortige irrationele lot bepalende praktijken – denk bijvoorbeeld aan de heksenwaag – meer en meer wenkbrauwen deden fronsen moest men toch op zoek naar iets anders.

Tussen de regels door lazen we in Shapiro’s boek ookdat de transitie van de Middeleeuwen naar de Moderniteit werd gekenmerkt door de introductie van een nieuw werkethos: professionalisme. De reisboekenschrijver en de journalist werden geacht hun subjectiviteit thuis te laten en zich te voegen naar de mores van hun professie. Hun meningen en hun voorkeuren werden ondergeschikt geacht aan de feiten.

Zoals we vorige week al schreven in het essay voor Pakhuis de Zwijger was de ontwikkeling van dit nieuwe Moderne werkethos een belangrijk element in het ontstaan van een nieuw publiek domein. Een publiek domein dat niet langer was gebouwd op subjectieve meningen en ervaringen maar op objectieve methoden van waarheidsvinding. Dit nieuwe publieke domein was, door de uitvinding van de boekdrukkunst, bovendien ook schaalbaar

De cultuur van feitelijk die in de Vroegmoderne Tijd in Engeland en Europa ontstond werd dus geborgd door professionals. Eerst door professionals die de juridische procedures zo feitelijk en objectief mogelijk hielden en vervolgens door schrijvers die het publieke domein zo feitelijk en objectief hielden. 

Zoals we vorige week schreven was de overgang van subjectief wereldbeeld naar objectief verweven met de overgang van het gesproken woord naar het gedrukte woord.

Op dit moment maken we de overgang mee van het gedrukte woord naar het geactiveerde woord en tegelijkertijd zien we ook dat het nieuwe digitale publieke domein wordt overspoeld door nepnieuws en ‘alternatieve feiten’. Ook zien we dat mensen hun vertrouwen beginnen te verliezen in de objectiviteit van de professionals.

Professionaliteit als werkethos is dus blijkbaar niet voldoende om objectiviteit te garanderen in het digitale publieke domein. We moeten dus op zoek naar een hardere architectuur van feitelijkheid. Een structuur waarin feiten en hun bewijsstukken veel makkelijker achterhaalbaar zijn voor het publiek.

Denk bijvoorbeeld aan een journalistiek platform zoals de NOS. In de meeste artikelen op de website van de NOS worden bijvoorbeeld de woorden van deskundigen, politici of gewone mensen aangehaald zonder dat het bronmateriaal, de audiofiles van de interviews bijvoorbeeld, wordt meegeleverd. Er wordt van de lezer verwacht dat hij vertrouwt op de professionaliteit van de NOS-redactie (vaak staat er geen auteur bij het artikel) dat de quotes ook echt zijn gezegd.

Hetzelfde geld voor andere journalistieke bronnen, zoals foto- of videomateriaal van gebeurtenissen of officiële documenten die zijn verkregen door middel van de WOB. Ook deze worden gesampled en ge-quote zonder dat de lezer het bronmateriaal kan raadplegen op accuraatheid. 

Kortom, wellicht is het tijd voor soort public stack, een digitale publieke infrastructuur waarin, via bijvoorbeeld persoonlijke datakluizen, journalistiek bronmateriaal beschikbaar kan worden gemaakt door de journalist.

De journalist kan de files en de metadata van de files, zoals geolocatie en timestaps, authentiseren – hij staat persoonlijk in voor hun authenticiteit en integriteit. Vervolgens kan hij hiernaartoe linken in zijn artikelen. Ook andere journalisten kunnen in hun artikelen hiernaartoe linken. Ook kan hij de files linken aan ander relevant bronmateriaal die bij andere journalisten in de datakluis staat.

Op deze manier krijg je een meer transparante chain of evidence. Vooral als deze wordt gekoppeld aan publieke datakluizen, zoals bibliotheken, archieven, kadasters, etc.

Voor zover wat eerste gedachten na het lezen van A Culture of Fact. We komen hier ongetwijfeld nog vaker op terug want Shapiro’s onderzoek raakt aan vele aspecten van ons denken.


Tot volgende week,
Veel liefs ❤️ Ed & Chris

Bouwen aan vertrouwen in het Elektrische Tijdperk

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Door het verleden te duiden openbaren zich immers nieuwe verbeeldingen van de toekomst.

🥳 For our more international audience who’ve been putting our newsletters through Google translate, or for those wanting to forward our newsletter to friends, students and colleagues who don’t read Dutch, we have good news! — We’ve started an English edition over at Substack titled Atlas of The Long Now. There we are publishing translations within a week after we’ve sent out the Dutch edition, and we’re translating some popular previous issues this fall. You can subscribe here.


En nog wat meer goed nieuws. Het afgelopen jaar hebben we uitgebreid geschreven over de toekomst van vertrouwen, en de grote rol die vertrouwen speelt in het mogelijk maken van complexe moderne samenlevingen. Pakhuis de Zwijger vroeg ons in het kader van hun Designing Cities for All Fellowship (DCFA) ons Toekomst van Vertrouwen-dossier dit najaar verder uit te werken. In gesprekken met verschillende experts willen we uiteenlopende aspecten van dit thema verder uitdiepen. We gaan deze gesprekken inleiden met, hoe kan het ook anders, een historische duiding van hoe vertrouwen de afgelopen duizend jaar gestalte kreeg, en een aantal ontwerpprincipes en toekomstscenario’s die laten zien hoe vertrouwen georganiseerd en geborgd zou kunnen worden in de toekomst.

Als een soort schot voor de boeg hebben we voor ons internationale panel van experts dan ook een inleidend essay geschreven dat we hieronder graag met jullie delen.

De komende tijd zullen we meer informatie geven rondom de verschillende elementen van het programma en welke gasten we zullen hebben. Er komt een podcast, een boekenclub en een aantal events bij Pakhuis de Zwijger waar live en online aan deelgenomen kan worden. Om te beginnen maar even een kort een rijtje data voor in de agenda:

  • Maandag 3 oktober 20u-22u — De DCFA launch: De introductie van de Chrononauten en ons onderwerp; Architectures of Trust.
  • Maandag 7 november 20u-22u — Building a Public Domain: Over hoe we in het publieke discours tot een gedeelde waarheid komen.
  • Maandag 14 november 20u-22u — Building a Public Culture: Over onze digitale identiteit, van wie die is, en hoe die bepaalt hoe we invulling geven aan ons burgerschap.
  • Maandag 21 november 20u-22u — Building a Public Governance: Over hoe nieuwe digitale infrastructuur een rol kan spelen in het bouwen van een participatieve democratie.

    Dan nu, without further ado, ons essay.

Building Trust in the Electric Age

‘Every kind of peaceful cooperation among men is primarily based on mutual trust and only secondarily on institutions such as courts of justice and police.’ —Albert Einstein

In November 17, 02021, a US court sentenced Jacob Chansely, also known as the ‘QAnon Shaman’, to 41 months in prison for his role in storming of the US Capitol on January 6, 2020. Images of Chansley in the Capitol building went viral because of his ‘barbaric’ outfit. His painted face, the large spear he carried, and his horned fur hat became symbolic for the mayhem that day. Because of this, Chansely’s sentence was extra harsh. To set an example among the wild online tribes that stormed the Capitol. According to the judge who sentenced him Chansely frequently posted ‘vitriolic messages on social media, encouraging his thousands of followers to expose corrupt politicians, to ID the traitors in the government, to halt their agenda, to stop the steal, and end the deep state’ prior to his storming of the Capitol.

The story of Jacob Chansely and the events on January 6th became emblematic of a sharp deterioration of societal trust in Western societies during the last 30 years. The social media messages of Chansely are testimony of a widening and deepening social mistrust in our democratic and governmental institutions and the officials, professionals and experts that make it run. This lack of trust is, of course, deeply problematic. Especially for democratic communities. If we don’t address and fix this trust-problem, it will spell the end of our way of life.

The storming of the Capitol in Washington on Jan 6 02021. Image: Brett Davis (CC)

Trust is the glue that holds societies and civilizations together. It’s the core principle on which all human relationships are build. It is consequently also the most sacred principle of effective communication. It is quite remarkable, in that light, that the societal dynamics of trust are still poorly understood. Especially when one considers it has been over thirty years since the introduction of the most omnipresent communication-platform ever conceived; the Internet. It is time that we start exploring how societal trust works, how it is produced, and how it is linked to communication technology. If we know it’s dynamics, we can perhaps design our way out of our current predicament.

There is a link between societal trust, information technology, the experience of community and the scale of human cooperation that a particular society is capable of. To understand this link, it is helpful to take a few steps back, zoom out, and look at the introduction of the printing press in the mid 1400’s and how it transformed society and made the Modern world possible.

Before the invention of the printing press the dominant information technology in Europe was the spoken word. This had obvious limitations. We had to meet each other, so we could talk to each other, so we could build trust, so we could cooperate effectively. Trust was a very personal affair. The institutions of trust where small villages, family structures, friendships, clans, and fealty. Within these institutions cooperation and division of labor could take place. Something that was quite challenging outside these circles of trust. This dependence on spoken word made large communities and economies of scale almost impossible.  

With the invention of the printing press, and the subsequent proliferation of publishing houses, Europe was introduced to a powerful new information technology – the printed word. The mass production of information that became possible allowed communities of trust to grow beyond the circle of personal acquaintance. Trust became a more abstract experience. People started to rely on the printed word – on schoolbooks, banknotes, newspapers, lawbooks, land maps and nautical charts. The new architecture of trust was built on the objectivity of experts, professionals and their bureaucracies that were associated with the production of this more abstract level of trust. The printing press thus made information scalable, which made trust scalable, which made the sense of community scalable, which made cooperation scalable.

In the nineteenth and twentieth century we were introduced to another information technology; electronics. Which subsequently led to new methods of communication – telegraph, radio, telephone, television, and the omnipresent personal computer of today. Especially after the introduction of the World Wide Web and other Internet applications the dominant medium of trust shifted again. Although the spoken word and the printed word are still around, and have their place in society, the dominant information technology became the activated word. (We call it ‘the activated word’ because computer code does not need humans to get work done; think robotics and machine learning.) But, while the dominant medium shifted from the printing press towards the new electronic realm there are, as of yet, no new architectures of trust in place to imbue its users with an even more abstract level of trust – an absence that undermines our sense of community and, if we don’t fix it soon, our ability to cooperate.

If we want to learn anything from this very brief history of trust, we need some sort of formula (or taxonomy, or definition) that establishes the social mechanics of trust. Because only if we know its mechanics, we can draw up design principles for producing trust in the electronic age.

So, to move forward, we think that we can safely define the social space where the linking of societal trust, information technology, sense of community and the scale of human cooperation happens as a public sphere. And to put it all into a single definition:

A public sphere produces public trust by imbuing information technology with a measure of objectivity – a notion of truth that is independent from human subjectivity. This measure of objectivity is called the architecture of trust. It enables the alignment of individual norms, identities, and interests into a sense of common ownership which provides the safety needed for people to cooperate.

Looking back with this formula in mind it makes sense that in the age of the spoken word people tried, by getting to know each other, to establish some measure of objectivity. By knowing each other’s subjectivities, one could, with some human insight, perhaps deduce some objective truth. That this is difficult speaks from the fact that these people lived in a very subjective universe. Their world view was very magical. Their world was mysteriously animated or otherwise divinely inspired. 

When the printed word entered the scene people slowly started to trust law books, banknotes, land maps, sea charts because they trusted the craftsmanship of the people (and their institutions) that produced these printed artifacts. From this trusted craftsmanship slowly there emerged the notion of professionalism. Professionalism is a work ethic that encourages workers to leave their subjectivity at home and become an objective ‘cog in the machine’. We trust our doctors, lawyers, bookkeepers, politicians, mapmakers, teachers because we trust their objectivity. Professionalism was the architecture of trust in the age of the printed word, and bureaucracies were its scaled-up institutions.  

The ideal modern professional is an objective cog in a trust-machine that relies on professional training, the code of ethics of their trade, and a ground truth based on paperwork, contracts and law. (image: Adam Levey for A World without Work (02015) The Atlantic)

Jacob Chansely’s ranting about corrupt politicians and the deep state make much more sense now. Professionalism was the architecture of trust that worked in the printed age. With the advent of a new information technology, the activated word, our faith in human professionalism is waning. Our (subjective) faith in the objectivity of experts and professionals does not cut it anymore. We need something stronger, something more objective. We need an architecture of trust that can withstand the massive challenges of the activated word.

We live in a transitional moment. We are still governed by the institutions that emerged in the age of the printed word, but most of our information and communication takes place in the realm of the activated word. This is a fraught situation because the dynamics of the printed age are different than those of the electronic age.

Here are a couple of those differences:

  1. The electronic realm processes much, much, and much more information than the printed realm.
  2. In contrast to the printed realm, the electronic realm does not only distribute information but also produces it.
  3. Because it is activated the electronic realm can control the robotic workings of critical infrastructure.
  4. In the electronic realm everybody is a producer of information, which is different from the printed realm that was controlled by an elite cadre of professionals.
  5. The electronic realm makes society much more transparent because everybody can disclose information in it. There is no ballotage of professional editors, curators, and publishers.
  6. Compared with the printed realm the electronic realm is a ridiculously complex and abstract place. It is built and governed in the language of higher mathematics, which makes its inner workings inaccessible to most.

We thus need to design a new architecture of trust that fortifies a much higher level of objectivity within the activated word, so that it can produce public trust, on which new (more democratic) communities and new (more democratic) ways of human cooperation can be established.

This is not something that must be done overnight. Because the stakes are high. Like professionalism became the foundation for our current representative democracy—where a buffer of professional politicians had our backs—and the many professional bureaucracies (corporate, governmental, or otherwise) that ensure accountability and durability, this new architecture of trust will become the foundation for our future society. Thinking about the future of trust is key to the establishment of an inclusive and sustainable way of life.


Fijn weekend, en tot de volgende editie.

Liefs, Ed & Chris

Qbism, Historische correcties, en hoe samenlevingen sneller van mening veranderen dan individuen

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Door het verleden te duiden openbaren zich immers, bijna als vanzelf, allerlei nieuwe verbeeldingen van de toekomst.

Vanaf vandaag keert de Atlas van het Lange Nu terug op zijn schreden: we gaan weer wekelijks schrijven. Om dit ritme vast te houden in tijden van drukte of bij noodzakelijke rust, experimenteren we vandaag met een nieuwe opzet van het format Tekens aan de Wand.

In Tekens aan de Wand delen we artikelen, grafieken, boeken, video’s, verbeeldingen en andere content die, volgens ons, iets interessants zeggen over de wereld van morgen. We begeleiden deze links vanaf nu niet meer met uitgebreide notities, maar alleen nog maar met een korte alinea van maximaal 100 woorden.

Ongeraffineerde brandstof dus voor de strategische geest en de speculatieve maker.

Tekens aan de Wand

🔮

Primitive Communism 🛖 In dit boeiende essay beschrijft antropoloog Manvir Singh aan de hand van veel interessante voorbeelden hoe de verschillende culturen van jagers en verzamelaars die wij kennen (vanuit de archeologie of antropologie) cultureel enorm van elkaar verschilden. Hij rekent af met de Romantische mythe dat alle jagers en verzamelaars in radicaal gelijkwaardige samenlevingen leefden. En dat het de uitvinding van de landbouw was die de mensheid uit het paradijs verdreef. De culturele diversiteit van de mensheid is groot. Veel is mogelijk – ook radicale gelijkwaardigheid.

The Dawn of Everything ✊ Ook archeoloog David Wengrow en de in 02020 overleden antropoloog David Graeber betogen in hun bestseller The Dawn of Everything (02021) dat de menselijke culturele diversiteit geen grenzen kent. In hun boek  verzetten zij zich tegen een andere mythe: het neoliberale denkbeeld dat sociale ongelijkheid een onvervreemdbaar onderdeel is van samenlevingen die zijn gebaseerd op verregaande arbeidsdeling – zoals de onze. Er zijn, volgens de schrijvers, genoeg voorbeelden van gelijkwaardige en complexe samenlevingen in de geschiedenis. Hier de TED van Wengrow.

Catalytic Government ⚡ Volgens denker, schrijver en durfinvesteerder Azeem Azhar is de neoliberale overheid passé en is de toekomst aan iets wat hij catalytic government noemt. Wat Azeems catalytic government anders maakt dan de al veelbesproken heropleving van industrial policy, is ons overigens nog niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat de opkomst van China, Poetins gaschantage, Big Tech, klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit overheden dwingen tot strategische sturing. (‘There Is No Alternative’ is morsdood. Behalve dan in Groot-Brittannië, waar Liz Truss net premier is geworden 🙄.)

Visuele Utopia’s 🌱 Vrolijke speculatieve animaties waarin Jan Kamensky mistroostige binnensteden vol vieze auto’s omtovert in mensvriendelijke en natuurvriendelijke utopia’s. Wat ons betreft mag het spannender, kan het absoluut meer punk gebruiken, maar toch zijn we fan. Voorheen stonden zijn video’s bekend als de Flying Car Movement.

Dit zijn vliegende auto’s op de Rotterdamse Bergweg. Om te zien hoe de Bergweg er volgens Kamensky uit moet komen te zien, check de video.

Het laatste jaar van China’s groeimodel 📈 De structurele problemen stapelen zich op in Xi’s China. Met als onderliggend vraagstuk het dominante ontwikkelingsmodel. Volgens Chinakenner Michael Pettis is ‘het probleem dat je op een bepaald moment de kloof gedicht hebt tussen de investeringen die een land nodig heeft en de investeringen die er zijn. China bereikte dat niveau 15 jaar geleden. Blijf je investeren, dan komt dat neer op verspilling. Je hebt tenslotte maar zoveel bruggen nodig.’ Bubbellogica dus: investeringen die niet meer worden omgezet in productiviteitsgroei. Een interessante kijk op de koers van snelle ontwikkelingseconomieën.

De Grote Demografische Krimp 📉 Een bijkomend onderliggend probleem voor China’s groeiambities is de krimpende bevolking. In onderstaande grafiek, gevonden op The Economist, zie je dat de Chinese bevolking nu al krimpt en, naar verwachting, steeds sneller gaat krimpen. En, gezien de onbetrouwbare statistiek uit China, is de kans groot dat de cijfers rooskleuriger zijn dan de werkelijkheid.

Credit: The Economist

My Quantum Leap 👁️ In dit essay uit februari, in Nautilus, beschrijft Bob Henderson hoe Qbism, een theorie in de kwantummechanica, zijn begrip van de werkelijkheid overhoop gooide. Volgens Qbism zijn sommige aspecten binnen de kwantummechanica subjectief van aard. Zo wordt de staat van een deeltje, volgens deze theorie, beïnvloed door de verwachtingen van de waarnemer. Volgens Qbism leven we in een ‘participatieve realiteit’. In het essay beschrijft Henderson zijn gesprekken met Qbist Chris Fuchs van de Universiteit van Massachusetts.

Bovenstaand schilderij heet Danseuse au café en is gemaakt door Jean Metzinger in 01912.

Qbism versus Kubisme 🖼 Qbism is een afkorting van Quantum Bayesianism. Deze afkorting is gemunt door David Mermin. Hij prefereert de afkorting omdat de werkelijkheid, volgens hem, verschilt van onze hedendaagse culturele perceptie ervan, zoals een kubistisch schilderij verschilt van een Rembrandt.

Cultivated Steak 🥩 Onderzoekers van UCLA hebben een methode ontwikkeld waarmee kweekvlees met een spierachtige textuur op schaal kan worden geproduceerd. De belofte van kweekvlees is enorm, maar de uitdagingen zijn dat ook. De belofte is als volgt: 70% van het wereldwijde landbouwareaal staat in dienst van de veeteelt, dat is dus 30% van het aardse landoppervlak. Als we dit gebied kunnen laten verwilderen besparen we niet alleen veel uitstoot, maar de herstellende ecosystemen zuigen vervolgens ook grote hoeveelheden CO2 uit de lucht. Kweekvlees staat nog in de kinderschoenen, maar de ontwikkelingen gaan snel. Singapore is al om.

Iedereen een Coder 👩‍💻 Een reportage in Wired over hoe gebruikers van Open AI’s bewierookte GPT-3-taalprogramma ontdekten dat het programma niet alleen hun Engelse zinnen verbeterde, maar ook hun code – de gebruikers waren computerprogrammeurs. Het één leidde tot het ander en nu is er Open AI’s Copilot: Een AI die computercodes voor je schrijft. Je zou de AI dus kunnen vragen: ‘Ik wil een programma dat het internet afstruint naar de laatste technologische en culturele trends en ontwikkelingen en deze vertaalt naar een wekelijkse nieuwsbrief.’ Het resultaat zal nog rommelig zijn, maar de toon is gezet: morgen is iedereen coder.

Talking About My Generation 🤘 Volgens dit artikel in The Economist veranderen samenlevingen sneller van mening dan individuen. Of, anders gezegd, culturen veranderen vooral omdat er generaties bijkomen en er generaties doodgaan. Niet omdat de mensen in een samenleving van mening veranderen. Deze dynamiek verschilt wel per thema. En, voor de activisten onder jullie: ‘In general, battles for hearts and minds are won by grinding attrition more often than by rapid conquest.

Credit: The Economist

Veel liefs ❤️
Ed & Chris

PS: Er stond een leuk stukje in AccountantWeek over ons Token Lab, een scenario-workshop over de potentiële impact van Web3 en FinTech op de accountancy sector. Als je meer wil weten, schroom niet 🙂

Xenobots, eiwitvouwen en een saaie, maar cruciale Klimaatwet

cover: From Dusk Till Dawn (01996)

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Door het verleden te duiden openbaren zich immers nieuwe verbeeldingen van de toekomst.

Als de afgelopen zomers ons iets hebben geleerd, is het wel dat de nabije toekomst bij vlagen, die steeds langer duren, bloedheet en kurkdroog is. Met sporadisch een wolkbreuk, gevolgd door een overstroming. In theorie wisten we dit uiteraard al, maar nu voelen we ’m ook. Hoewel dit helaas niet voor iedereen op gaat.

Zo lijkt het erop dat onze politici, met name die van het CDA, de afgelopen zomers hebben doorgebracht onder een te hoog afgestelde airco. Met brain freeze als gevolg. Hun besluiteloosheid en uitstelgedrag op het gebied van natuur en klimaat is lang voorbij het groteske en benadert het onwerkelijke.

‘Na mij de zondvloed’ omschrijft hun gedrag eigenlijk al lang niet meer – de beste allegorie voor de Tweede Kamer is nu, wat ons betreft, de Titty Twister House Band, de bloedzuigende mariachi’s uit From Dusk Till Dawn, die ‘the end of the road (for civilization)’van een opzwepende soundtrack voorzien. 🎸💃🏽

Maar goed, dat terzijde.

Deze zomer bracht ook, totaal onverwacht, goed nieuws op het gebied van het klimaat: de Amerikaanse Inflation Reduction Act. Dat Bidens klimaatagenda er grotendeels ongeschonden doorheen is gekomen, na de teloorgang van Built Back Better, is – nogmaals – erg goed nieuws. Hierover zo meteen meer. Verder deze week wat gedachten over de post-waarom-wetenschap van AI-rekenmodellen en een korte bespreking van een fascinerend essay dat we lazen op Aeon, over de mysterieuze en bevreemdende eigenschappen van DNA en de eigenzinnige cellen die ze voortbrengen.

Tekens aan de Wand

🔮

Inflation Reduction Act 🗳️ Het grootste klimaatnieuws van deze zomer (en wellicht van dit jaar) was ongetwijfeld de totaal onverwachte ratificatie door het Amerikaanse congres en Bidens ondertekening van de Inflation Reduction Act. Aan de titel kun je het niet aflezen, maar deze wet is dus heel, heel, heel goed nieuws voor het klimaat.

Na het mislukken van Build Back Better (02021) – een transformatieve set aan sociaaldemocratische wetgeving die niet alleen de verzorgingsstaat zou uitbreiden, maar ook het Amerikaanse klimaatbeleid zou verenigen met het Akkoord van Parijs – leek het erop dat de VS nooit meer zouden kunnen gaan voldoen aan de doelstellingen van Parijs.

Dat zou een heel, heel, heel slecht scenario zijn.

Ongeacht wat we doen zal de zeespiegel volgens de laatste rekenmodellen gaan stijgen met minimaal 27cm, alleen al door het vrijwel zekere smelten van een gedeelte van de Groenlandse ijskap. Als de doelstellingen van Parijs niet worden gehaald, gaat de zeespiegelstijging waarschijnlijk in de meters lopen.

Op dit moment heeft de Amerikaanse Democratische Partij zowel het presidentschap in handen als een meerderheid in beide kamers van het congres. Niet alleen is de kans groot dat ze aanstaande november deze meerderheid verliezen, ook is het zeer waarschijnlijk dat zo’n politieke constellatie zich de komende tien jaar niet meer zal voordoen (door allerlei onevenwichtigheden in het Amerikaanse kiesstelsel die de Republikeinse Partij bovenmatig begunstigen).

De afgelopen twee jaar waren daarom DE window of opportunity. Als de grootste economie van de wereld zich namelijk niet houdt aan het Akkoord van Parijs, dan kunnen deze afspraken eigenlijk de prullenbak in. Deze window of opportunity werd verkleind toen de Democratische senatoren Joe Manchin en Kyrsten Sinema Build Back Better vorig jaar wegstemden. En toen ook een compromispoging afgelopen lente stuk liep, leek het voorgoed over en uit voor een zinnig Amerikaans klimaatbeleid.

Groot was dan ook ieders verbazing (en vreugde) – inclusief die van ons – toen de klimaatprovisies van Build Back Better relatief ongeschonden opdoken in de Inflation Reduction Act – een compromisvoorstel dat tot stand kwam na geheime gesprekken tussen Joe Manchin en fractieleider Chuck Schumer. En waar, na wat soebatten, ook Kyrsten Sinema mopperend mee akkoord ging.

De Inflation Reduction Act is in veel opzichten een flauwe schaduw van Build Back Better. Het is geen transformatieve sociaaldemocratische verbouwing van Amerika, maar het is wel een hele degelijke, goed doordachte en strak opgestelde klimaatwet die het Amerikaanse beleid grotendeels in lijn brengt met Parijs.

Ja, er zitten allemaal onhandige aspecten aan (zoals anti-China provisies); ja, er zijn belangrijke zaken verloren gegaan in de onderhandelingen (bijvoorbeeld stimuli voor elektrisch fietsen en treinverkeer en lab-grown meat); en ja, er zitten allemaal irritante concessies in aan de olie- en gasindustrie; en ja, het valt volkomen in het niet bij Bernie Sanders’ 16 biljoen (dat zijn 12 nullen) versie van de Green New Deal (de conceptuele voorloper van Build Back Better). Allemaal stuk voor stuk waar, jammerlijk en beklagenswaardig.

Maar toch: alle rekenmodellen – van zowel critici als voorstanders – geven aan dat de wet minimaal 40% reductie aan broeikasgasuitstoot (t.o.v. 02005) zal bewerkstelligen. En waarschijnlijk veel meer, want veel provisies zijn ontworpen als politieke, sociale en economische vliegwielen. Aanjagers van verankerde duurzame transformatie waarvan de effecten niet zijn meegerekend in de modellen.

Denk bijvoorbeeld aan de financiële boost (27 miljard) voor groen bankieren. Dit soort maatregelen zijn niet sexy, pakken niet de headlines, worden niet mee-gemodelleerd, maar zijn wel heel effectief. Ze werken op lokaal of State niveau en zorgen ervoor dat de transitie politiek, sociaal en economisch onderdeel wordt van de samenleving. Zo komen niet alleen veel duurzame projecten van de grond, maar worden lokale gemeenschappen ook verbonden aan de transitie, waardoor hun weerstand oplost. (Opeens hebben lokale gemeenschappen belang bij verduurzaming.)

Sowieso is de Inflation Reduction Act slechts bedoeld als beginpunt voor het Amerikaanse beleid. (Zo heeft California de afgelopen weken een aantal grote klimaatwetten en maatregelen aangenomen die o.a. de verkoop van nieuwe verbrandingsmotoren vanaf 02035 verbieden. Een wet die waarschijnlijk door veel staten wordt gekopieerd en de auto-industrie dwingt haast te maken.) Kortom, zonder de Inflation Reduction Act zaten we hopeloos in de penarie. Nu heeft de biosfeer weer een fighting chance.

Voor een ‘smeuïge’ geschiedenis van de politieke logica’s en achterhoedegevechten die de afgelopen 20 jaar aan de Inflation Reduction Act voorafgingen, luister de super-toegankelijke podcast van David Roberts, een beleidsjournalist die het klimaatbeleid al decennia volgt. Echt een aanrader.

DeepMinds AlphaFold 🤖 Op 28 juli publiceerde het AlphaFold Protein Structure Database, een samenwerking van DeepMind’s AlphaFold-team en een team van het European Bioinformatics Institute, de waarschijnlijke (of voorspelde) 3D-structuren van 200 miljoen eiwitten. Oftewel, van bijna elk eiwit dat bekend is.

Eiwitten zijn moleculen die veel belangrijke functies hebben in organismen. Die functies worden bepaald door hoe het eiwit is gevouwen – de 3D-structuur van het molecuul. Weten hoe een eiwit is gevouwen, is dus belangrijk voor verschillende wetenschappelijke disciplines en, uiteraard, voor biotech en farma.

AlphaFolds AI levert mogelijke structuren van eiwitten. Hierboven zie je hoe dicht de door de AlphaFold voorspelde eiwit structuren (blauw) matchen met de daadwerkelijke structuren (groen). Als je je afvraagt wat eiwitten (proteins) nou eigelijk zijn, en wat ze wel niet allemaal doen in de natuur, dan kun je even dit videootje kijken.

Tot nu toe was het bepalen van de 3D-structuur van een eiwit tijdrovend. Iets wat zo maanden of zelfs jaren kon duren. Nu is er een bibliotheek van waarschijnlijke 3D-structuren – die door het AI-model genaamd AlphaFold zijn voorspeld – van bijna elk bekend eiwit. Ze moeten uiteraard nog gecontroleerd worden, maar veel (hoewel niet alle) voorspellingen lijken behoorlijk accuraat.

Dit is uiteraard heel handig voor wetenschappers en ingenieurs die met eiwitten werken. De lofzang op AI was dan ook weer niet van de lucht.

Statistische rekenmodellen zoals AlphaFold – die tegenwoordig bekend staan als AI, maar uiteraard niet echt kunstmatig intelligent zijn – hebben veel mogelijkheden. Hun impact op wetenschap en technologie en daarmee op onze samenleving kan eigenlijk niet onderschat worden.

Maar, zoals o.a. Derek Lowe in chemistryworld.com terecht opmerkt, ze hebben vooralsnog één groot gebrek: ze voorspellen, in het geval van AlphaFold, inderdaad de waarschijnlijke 3D-structuur van een eiwit, maar ze vertellen ons (nog) niet waarom het eiwit zo gevouwen is. We weten nog steeds niet wat de achterliggende mechanica is dat vorm vertaalt naar functie.

Een soortgelijk argument hoorden we een paar jaar geleden ook uit de mond van Joshua Hoffman in een gesprek met Azeem Azhar. Hoffman was indertijd de CEO van Zymergen, een bedrijf dat de vooruitgang in AI combineert met die in CRISPR-Cas. Ze willen met gemanipuleerde microben materialen produceren op een milieuvriendelijke manier. (Zymergen is na een geflopte beursgang in 02021 overgenomen door Ginkgo Bioworks.)

In de podcast praat Joshua op een gegeven moment over een soort post-hypothese wetenschap. Volgens hem is genetica zo raadselachtig dat we, met behulp van AI, wel kunnen ontdekken wat bepaalde DNA-sequenties doen, maar blijven we in het duister tasten waarom deze sequenties doen wat ze doen. De achterliggende logica van DNA blijft terra incognita.

Statistische rekenmodellen vergelijken nieuwe data met geverifieerde oudere data en komen vervolgens met een waarschijnlijke uitkomst. Met andere woorden: ze herkennen patronen. Wat ze (nog) niet doen is mogelijke logische verklaringen geven voor die patronen – hypotheses.

Dat levert een interessant scenario op. Want als AI er maar niet in slaagt om de achterliggende logica van al die vele nieuwe patronen te construeren – en het ons vervolgens ook niet lukt – dan komen we op een vreemd nieuw gebied. Dan komen we dieper en dieper in een wereld te leven waarvan we wel weten hoe het werkt, maar totaal niet weten waarom het zo werkt.

What else is new, zou je uiteraard kunnen zeggen. Iedere ouder van een kind dat elk antwoord pareert met een nieuwe waaromvraag, is namelijk al lang tot deze conclusie gekomen. Wellicht – hypothese(!) – is deze ouderlijke frustratie wel de bron geweest voor het ontstaan van religies: de allerlaatste waaromvraag die je als ouder aankan, heel slim beantwoorden met een woest schrikbarend moraalverhaal. Twee vliegen in een klap, moeten onze voorouders hebben gedacht.

Het Leven 🧬 Een van de redenen waarom het zo moeilijk is om te achterhalen waarom DNA doet wat het doet, is wellicht omdat het in iedere situatie weer iets anders doet.

DNA moet volgens wetenschapsjournalist Philip Ball daarom ook niet gezien worden als een blauwdruk of een strak schema, maar als een set aan flexibele constructie-regels die, al naargelang de context, andere uitkomsten suggereert. Volgens Ball is de mogelijke variatie aan vormen en functies van een cel bijna eindeloos.

Humans become just one of the many things our cells are capable of doing.

Philip Ball

In zijn essay ‘What on earth is a xenobot?’, dat we deze week lazen op Aeon, beschrijft Ball bijvoordeeld huidcellen van een kikker die, als je ze uit de context ‘kikker’ haalt, opeens samenklonteren tot kleine, autonome, on-kikker-achtige organismen die allerlei eigen doelstellingen beginnen na te streven. Zoals het op hoopjes vegen van andere losse cellen die zich vervolgens weer ontwikkelen tot nieuwe organismes. Ze planten zich dus voort, als het ware.

Cells are like lego bricks that can be assembled in different ways – except they do the assembly themselves.

Philip Ball

Wetenschappers, zo lezen we in het essay, noemen deze afgeleide autonome organismes xenobots. Levende robots die een ontwikkelingsplan volgen dat totaal anders is dan dat van de ‘oorspronkelijke’ kikker. De vraag is dus wat het kikkergenoom nou precies ‘voorschrijft’ aan een cel als de vorm en het gedrag van het uiteindelijke organisme variabel is?

In zijn essay onderzoekt Ball mogelijke antwoorden op deze vraag, alsook mogelijke consequenties voor toekomstige biotechnologie. Check it out. Wij vonden het fascinerend leesvoer. (De complexiteit en gelaagdheid van het leven is truly mindblowing. Net zoals samenklonterende individuen de potentie hebben tot het vormen van oneindig veel verschillende culturen, zo lijken cellen ook zo’n soort dynamische emergente variatie te bezitten.)

Het essay roept in ieder geval bij ons veel te veel vragen op om hier even snel te bespreken. Maar schroom niet om die van jullie te delen.


Veel liefs, fijn weekend en tot de volgende keer.
Ed & Chris

Daly, Piketty en Tokio memories

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Want door het verleden te herinterpreteren, openbaren zich als vanzelf inspirerende nieuwe toekomstverbeeldingen.

Deze week willen we wat gedachten met jullie delen over twee interviews die ons in de afgelopen weken zijn opgevallen en die, denken wij, iets interessants zeggen over de nabije en niet zo nabije toekomst. Tekens aan de wand dus. 🔮

Vervolgens hebben we, voor degenen die nog op vakantie gaan, een leeslijst met speculatieve fictie. Voor wie een goed boek nooit dik genoeg kan zijn. (Plus één kijktip, voor de niet-lezers.) Speculatieve werelden voor pro’s. 📚

Als afsluiter staan we deze week ook even kort stil bij ons eerste project met Studio Monnik. Want het is deze zomer precies tien jaar geleden dat we, al struinend door Tokio, de basis hebben gelegd voor onze huidige toekomstpraktijk. Een kleine Tokio Sonata. 🇯🇵

Tekens aan de Wand

🔍

Postgroei Blues 📉 Een paar weken voordat we ons realiseerden dat we alweer tien jaar aan het toekomstonderzoeken zijn – we begonnen met een fascinatie voor groei- en postgroei-condities (waarover straks meer) – verscheen dit interview met Herman Daly in de New York Times. Daly is een econoom die al meer dan vijftig jaar onderzoek doet naar steady state economics – lees: postgroei-economieën. Zijn werk was één van de eerste dingen die we begonnen te lezen, tien jaar geleden.

Eén van zijn belangrijkste punten is dat macro-economen alleen rekening houden met opbrengsten. Reële kosten, zoals gronduitputting, klimaatverandering, vervuiling en biodiversiteitsverlies, worden zelden meegenomen in de modellen. Het is te ingewikkeld en te ontregelend. Deze kosten worden ook wel externalities genoemd, alsof we niet in de biosfeer leven, maar daarbuiten.

Daly’s ideeën zijn extra actueel omdat we ons, hier in Nederland, op belangrijke gebieden opeens in een postgroei-economie bevinden. Zo leidt het stikstofarrest van de Hoge Raad tot krimp van zowel de bouw, de luchtvaartsector als de industriële landbouw. Opeens doen externe kosten ertoe. En dat is niet makkelijk. ‘We hebben het altijd gehad over groei, en daar zijn de regels ook op gemaakt,’ observeert emeritus hoogleraar luchtvaartrecht Pablo Mendes De Leon.

Degrowth of steady state zijn overigens geen termen die wij handig vinden als wij nadenken over de economie van morgen.

Wij duiden de Moderniteit als een expansieve groeisamenleving. De Moderniteit houdt geen rekening met psychologische, sociale en ecologische begrenzingen. Het dijt rücksichtslos uit. Denk aan kolonialisme, aan klimaatverandering, maar ook aan de hedendaagse stresspandemie. Groei volgt eigenlijk altijd de weg van de minste weerstand (op de korte termijn). Low Energy, High Impact.

Hoewel in de toekomst veel sectoren zullen krimpen onder druk van externalities (petrochemie, industriële landbouw en visserij, internationaal transport, etc.) is de toekomstige economie, denken wij, nog steeds een soort groeisamenleving. Alleen is de groei niet expansief, maar intensief. High Energy, Low Impact. Denk hierbij aan regeneratieve landbouw, wat veel meer energie vereist (qua arbeid of robotisering), maar ook herstellend werkt. Maar denk ook aan minder Romantische sectoren, zoals synthetische biologie. Dat vereist veel meer kennis en energie, maar trekt tegelijkertijd CO2 uit de lucht en er is veel minder land voor nodig. Of denk aan de betekeniseconomie, waar een ambachtelijke tafel van duurzaam hout, die veel manuren heeft gekost, toch de hoge prijs waard is omdat hij betekenis genereert voor zowel koper als maker (en generaties meegaat). Het zijn allemaal voorbeelden van High Energy, Low/Negative Impact.

Dit is een beeld van illustrator Jan Cleijne uit ons aankomende boek . Op dit moment zijn voedselbossen of strokenbouw niet rendabel, omdat het oogsten ervan niet op een gestandaardiseerde manier kan. Hedendaagse landbouwmachines zijn te lomp – te inflexibel. We passen dus het land aan, aan de machine. Of we vinden agro-robotica uit die kunnen omgaan met een gezonde diversiteit van het land, of we moeten het oogsten weer handmatig doen. In beide gevallen gaat het om high energy om low of negative impact te genereren.

Een andere manier waarop wij naar externalities kijken is door de lens van optimalisatie. Optimalisatie is het nastreven van zo min mogelijk kosten, verspilling en risico’s. (Wat dus op zich niet slecht is.)

Externalities komen, volgens ons, voort uit de huidige economische praktijk om waardeketens te optimaliseren op de korte termijn. Dat wordt efficiëntie genoemd. Als je niet verder kijkt dan het volgende boekjaar, dan heb je uiteraard geen oog voor kosten en risico’s die zich pas over een decennium openbaren. Als we de waardeketens daarentegen optimaliseren op de lange termijn dan zijn er geen externalities meer. Op de lange termijn doen alle kosten en risico’s er namelijk toe, ook de sociale, ecologische en politieke kosten en risico’s, die nu eigenlijk standaard worden veronachtzaamd. Deze vorm van optimalisatie kunnen we veerkracht noemen.

Het veerkrachtig maken van de huidige waardeketens is uiteraard lastig en complex. Je moet dan, wellicht, beginnen bij het ontwerpen van een hele nieuwe logica voor onze boekhoudkundige, aansprakelijkheids- en verzekeringsregels. Vervolgens kom je waarschijnlijk tot de conclusie dat de helft van alle bedrijfstakken op de lange termijn niet meer te optimaliseren is en moet worden opgedoekt.   

Universele Erfenis 💰 Een speculatieve ontwikkeling die we vaak slinks in onze scenario’s verweven maar die we, tot nu toe, nog niet echt gedegen hebben kunnen uitwerken, is de afschaffing of de inperking van het erfrecht. Gek genoeg heeft vooralsnog niemand ons gevraagd om de toekomst van erven eens echt goed te onderzoeken. (We hebben er hier, in één van de eerste chrononauten, wel al eens eerder over geschreven.)

Dat gezegd ligt het afschaffen, inperken of omdenken van het erfrecht in ons denken wel degelijk in het verlengde van de maatschappelijke trends op de lange termijn. Op de middellange termijn is het, denken wij, zelfs een waarschijnlijke ontwikkeling en onderdeel van de bredere transitie van een samenleving gericht op economische veiligheid naar een samenleving waarin de borging van emotionele veiligheid meer centraal staat.

Het verbaasde ons eigenlijk dat erfrecht zo weinig wordt besproken in het debat over een rechtvaardiger en progressiever belastingstelsel. Morrelen aan het erfrecht zit een beetje in het verdomhoekje. Dat merken we zelf ook als we het bespreekbaar proberen te maken. Maar wellicht is dit langzaam aan het veranderen.

In de The Ezra Klein Show van 7 juni sprak Ezra Klein met Thomas Piketty, naar aanleiding van zijn nieuwste boek A Brief History of Equality, dat onlangs uit het Frans is vertaald (de Nederlandse vertaling – Een kleine geschiedenis van de gelijkheid – verschijnt in september). In de podcast verkennen ze Piketty’s idee voor een universal minimum inheritance. Zijn idee hierover is, als we het goed begrijpen, als volgt:

Je moet niet kijken naar inkomensongelijkheid maar naar vermogensongelijkheid. Je vermogen is veruit je sterkste onderhandelingskaart vis-à-vis de maatschappij. Het geeft vrijheid. En het vermogen in de samenleving is nog steeds erg ongelijk verdeeld. Niet zo ongelijk als in de 19de eeuw, voordat de Moderne verzorgingsstaat werd opgetuigd, maar nog steeds schokkend ongelijk. In het Westen heeft bijvoorbeeld de onderste 50% gemiddeld slechts 5% van het vermogen in handen.

Dit kan je, volgens Piketty, veranderen door iets wat hij een universele minimale erfenis noemt. Hij bespreekt verschillende manieren om zoiets te benaderen, maar om aan te geven hoe het praktisch zou kunnen werken geeft hij het volgende voorbeeld: Stel, je heft een  erfenisbelasting van 100% waardoor niemand meer kan erven van zijn familie. Als je het jaarlijkse bedrag dat hiermee vrijkomt herverdeeld, kan je iedereen in Europa op zijn 25ste verjaardag 200.000 euro geven, als een eenmalige universele erfenis.

Nederland is gelijkwaardig qua inkomensverschillen, maar gemeten in vermogen is Nederland één van de meest ongelijkwaardige samenlevingen ter wereld. De 10 procent meest vermogende huishoudens hadden op 1 januari 2020 ruim 60 procent van het totale vermogen (1.830 miljard euro) in handen. De top 1 procent zelfs 26 procent. Bron CBS.

Dit radicale scenario heeft overigens niet Piketty’s voorkeur, maar het geeft volgens hem aan wat er mogelijk is. Hij geeft de voorkeur aan een minimale universele erfenis in Europa van 120.000 euro, die je krijgt op je 25ste. Dit kan volgens hem worden betaald door een progressieve belasting op alle vermogensoverdrachten en -winsten, die oploopt tot maximaal 60 procent. 

Op de door conservatieven vaak genoemde hypothese dat onbelast vermogen bij de rijken technologische innovatie en economische dynamiek teweegbrengt – het trickle down effect – antwoordt hij dat groei van welvaart vooral wordt veroorzaakt door massaeducatie en herverdeling. Een conclusie die in lijn ligt met ons denken. (Hoe meer mensen kennis en vaardigheden kunnen opbouwen en (financiële) bewegingsruimte ervaren, hoe meer productiviteit, ondernemerschap en creativiteit een samenleving immers kan voortbrengen.)

Luister naar hun gesprek voor veel meer interessante historische trends, feiten en inzichten. Alsook voor speculatieve manieren om een meer gelijkwaardige toekomst te realiseren.

Speculatieve werelden voor pro’s

📚

Voor wie een goed boek nooit dik genoeg kan zijn, hebben we deze week ook een korte leeslijst met de meest fascinerende speculatieve werelden die wij in de afgelopen vakanties (soms opnieuw) hebben verslonden.

De Hainish Cycle van Ursula Le Guin. Sociale en literaire sciencefiction die zich afspeelt in een toekomst waarin Le Guin de antropologische en psychologische aspecten van verschillende maatschappijvormen onderzoekt. Hoogtepunten zijn, wat ons betreft, The Dispossessed, The Left Hand of Darkness en The Word for World is Forest.

The Broken Earthtrilogie van N.K. Jemisin. Literaire en magische sciencefiction waarin Jemisin onze relatie met de aarde onderzoekt. Dat gezegd is de schrijfstijl in The Broken Earth van een bovenaardse schoonheid. Alle drie de boeken hebben de Hugo Award gewonnen.  

De Hyperion Cantos van Dan Simmons. De Hyperion Cantos is een literaire space-opera in de traditie van Dune (maar dan beter geschreven). Het zijn spannende boeken die tegelijkertijd een verkenning zijn van de aard en de mogelijkheden van het bewustzijn vis-à-vis de materiële werkelijkheid.

De twee Earthseed-romans van Octavia E. Butler, getiteld Parable of the Sower en Parable of the Talents. In de boeken, geschreven in de jaren negentig, verkent Butler een wereld waarin klimaatverandering en hyperkapitalisme hebben geleid tot de sociale ineenstorting van Amerika – inclusief een rechts-populistische Trumpiaanse president met de slogan ‘Make America Great Again’. Verteld door de ogen van een Afro-Amerikaanse die een nieuwe religie begint.

De Southern Reach Trilogy van Jeff VanderMeer. In deze drie boeken verkent VanderMeer een toekomst met daarin een vreemd en mysterieus gebied – Area X – waarin de natuur het langzaam weer overneemt van de mensheid. Het eerste deel, Annihilation, is verfilmd door Alex Garland met o.a. Natalie Portman, Jennifer Jason Leigh, Gina Rodriguez, Tessa Thompson en Oscar Isaac.

The Ringworld Series (en dan vooral deel 1) van Larry Niven. Een serie avonturenromans die plaatsvindt op een ringworld, een kunstmatig artefact van 299 miljoen kilometer in diameter dat om een zon is gebouwd. Het intellectuele aspect is eigenlijk vooral de verkenning van een verdwenen samenleving die een paar treden hogerop de Kardashev scale stond.

De Culture Series van Iain M. Banks. Tien romans die zich afspelen in een wereld waarin een panmenselijke beschaving is verenigd in The Culture, een techno-utopische beschaving waarin mensen en Minds (super-AI’s) een ultieme staat van zijn hebben bereikt. De spanning zit ’m in hun (nogal dubieuze en clandestiene) omgang met andere vaak niet-menselijke beschavingen. Banks heeft concepten zoals neurolace gemunt. (Musk is fan.) The Player of Games en Use of Weapons zijn echt aanraders.


📺

En dan als laatste een kijktip: Kurt Vonnegut, Unstuck in Time, een documentaire van Robert B. Weide. We schreven laatst al over de geweldige theaterbewerking van Erik Whien van Slachthuis Vijf. (Echt een aanrader, mocht je ’m nog niet gezien hebben.) Nu is er dus ook een prachtige documentaire over Vonnegut zelf. Lees hier de review van The Guardian.

Tokio Sonata

🗼

En dan, op een dag, ben je opeens tien jaar ouder.

Edwin, Vincent en Christiaan in Tokio, 02012

Deze week tien jaar geleden, in de zomer van 02012, waren wij samen met Vincent Schipper in Tokio. We probeerden een workshop van de grond te krijgen. Een project dat uiteindelijk zou uitmonden in onze huidige historisch-futuristische bezigheden.  Niet dat we dat toen voor ogen hadden. Verre van.

Geïnspireerd door de Occupy-beweging, die zich dat jaar als een olievlek over de wereld had verspreid, waren we geïnteresseerd geraakt in geloofwaardige verbeeldingen van duurzame en inclusieve samenlevingen. Die waren er niet. We wisten vooral waar we tegen waren, maar niet waar we voor waren.

We waren op zoek naar een geloofwaardig scenario dat ons kon vertellen hoe we de meer uitbuitende aspecten van de moderniteit achter ons konden laten – een exit-strategie. Het was een enorme vraag en we hadden geen flauw idee waar we moesten beginnen.

Uiteindelijk bedachten we dat hoe een betere wereld ook zou kunnen uitpakken, het waarschijnlijk op één of andere manier een post-groeiwereld zou betreffen. Zo hadden we de zaak iets ingekaderd, maar niet veel. Want wat is groei precies? En post-groei, waar hebben we het dan eigenlijk over?

We besloten naar Tokio te gaan. Want het metropoolgebied van Tokio is het grootste kunstmatige landschap dat de mensheid ooit heeft voortgebracht. Als iets ons wat kan vertellen over groei, zo beredeneerden we – wat het is en hoe het wordt ervaren – dan is Tokio dat. En zo geschiedde.

Tokio’s schijnbaar eindeloze kunstmatige landschap had een nogal claustrofobisch effect op Christiaan. Na weken urban exploration was hij er opeens niet meer zo zeker van dat er nog een wereld buiten Tokio bestond. Om hem te behoeden voor betonstress gingen we op zoek naar het einde van de stad – zie het hek. In dit essay schrijft Christiaan over zijn ervaring van Tokio.

Want – om een lang verhaal bruut af te kappen – wat we in Tokio leerden over de Moderniteit heeft de basis gelegd voor ons huidige historisch-futuristische denkraam. Eind goed, al goed dus. (Voor ons dan, nog niet voor de wereld.) En nu, tien jaar nadat we op zoek gingen naar een betere wereld, komy ons boek Alles Komt Goed, Amsterdam in 2091, Indrukken uit de Gewortelde Tijd uit.

(Vincent Schipper, met wie we het project begonnen, verliet ons een jaartje later om samen met zijn lief The Future te beginnen, een uitgeverij voor de meest fantastische publicaties. Als je geïnteresseerd bent in ambachtelijke druk- en bindtechnieken, kunstresidenties in Japan, of de kunstscene in Tokio – schroom niet en neem contact met hen op.)

Het is niet het definitieve omslag, maar zo staat onze verbeelding van een duurzame en inclusieve stad in de najaarscatalogus van Concerto Books. We hoopten eigenlijk al klaar zijn, maar we tekenen en schrijven nog heel eventjes door. ETA begin 02023.

Wij zijn de komende weken even op vakantie. Zaterdag 3 september kun je de volgende editie op je digitale deurmat verwachten. Fijne zomer iedereen 🌞

❤️ Ed en Chris

Weirdo’s, Conspiritualists en Androids

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Als we het verleden leren herinterpreteren, openbaren zich dan nieuwe duurzame en inclusieve toekomstverbeeldingen?

Tekens aan de Wand*

Rooksignalen, contouren en andere terloopse aanknopingspunten die misschien iets zeggen over het momentum van ons tijdsgewricht.

Met in deze editie:

  • High Weirdness 👽 Kan weirdness ons helpen om onze tijd beter te begrijpen?
  • Conspirituality 🧘‍♂️ Wat krijg je als alt-right en new age samenkomen?
  • Parasitic Processing 🧠 Wat gebeurt er in het complotdenkende brein?
  • De Turing Trap 🤖 Moet de mens wel de meetlat voor intelligentie zijn?
  • After Yang 💀 Kan iets wat nooit leefde wel overlijden?
  • Zomerboeken 📚 Wat mee te nemen op vakantie?

*Zoals we onze gecureerde edities vanaf heden noemen. 

High Weirdness

👽

It is perhaps only from the flattened and disenchanted perspective of modern subjectivity that the liveliness of the world fails to register
— Erik Davis, High Weirdness (02019)

High Weirdness. Drugs, Esoterica, and Visionary Experience in the Seventies (02019)

Sinds we lang geleden Erik Davis’ werk Techgnosis. Myth, Magic, and Mysticism in the Age of Information (01993) ontdekten is het voor ons zonneklaar dat technologie, magie, religie en cultuur intiem met elkaar verweven zijn. Zo zou je geschreven taal eigenlijk kunnen zien als de allereerste virtual reality-technologie, want als je naar deze aan elkaar geregen krabbeltjes – ‘letters’ – kijkt kan je immers niet anders dan een klank horen in je hoofd, of beeld zien verschijnen in je geestesoog. Eerste klas magie toch !?

Aan zijn nieuwe boek, High Weirdness, zijn we net begonnen. Hierin verkent Davis op een serieuze, kritische maar tegelijk ook lichte manier de wereld van esoterie, psychedelica en paranoïde complottheorieën, die samenkomen in de Amerikaanse westkust van de jaren zeventig. Hij doet dit door te kijken naar de opkomende psychedelische spiritualiteit in het werk van drie psychonauten: Philip K. Dick, Terence McKenna en Robert Anton Wilson.

De auteur, futurist en Dicordiaan Robert Anton Wilson verzamelde en vervlocht op satirische wijze uiteenlopende complottheorieën in de cult-klassieker The Illuminatus! Trilogy (01975) (welke destijds werd aangeprezen als ‘a fairy tale for paranoids’)

Centraal in zijn werk staat het concept weirdness. Davis legt het zo uit: ‘A weird thing [is] a testimony we are not asked to believe, but to encounter on its own terms, to swallow like a drug, or stranger’s strange story.’ Denk aan de ervaringen en verhalen waaraan onze normatieve werkelijkheid geen ruimte geeft zoals, spoken, UFO’s, de psychedelische trip, de spirituele openbaring. Of zoiets simpels als een déjà vu, of een glitch in the matrix?

Deze weirde verhalen hebben fascinerende gemene delers, en ze resoneren sterk met ons huidige tijdsgewricht. Complottheorieën zijn overal, er is een psychedelische renaissance gaande (hebben jullie How to Change Your Mind al gezien op Netflix?), UFO’s zijn weer bespreekbaar geworden (#0006 /  Hoe serieus te praten over ufo’s…) en het bestaan van bewustzijn wordt in de wetenschap serieuzer genomen (#0003 /  Bewustzijn en het einde van het materialisme).

Conclusies zijn nog niet te trekken. Edwin zit nog midden in Erik Davis’ trip, eeeuh boek.

Conspirituality

🧘‍♂️

Door de kennismaking met High Weirdness belandden we online al snel in allerlei weirdo rabbit holes. We ontdekten de notie van ‘conspirituality’, en ook al snel de podcast van drie figuren die dit fenomeen onderzoeken. Want waar samenzweringstheorieën voor de een vooral exotisch, grappig en lekker raar entertainment zijn, kunnen ze zich bij de ander op ingenieuze wijze vermengen met bestaande attitudes en sentimenten en een serieuze overtuiging worden die zijn of haar hele wereldbeeld inkleurt.

Het beeldmerk van de Conspirituality podcast

Een zo’n vermenging is die van samenzweringen en spiritualiteit, oftewel ‘conspirituality’. De term conspirituality komt uit de koker van sociologen Charlotte Ward en David Voas, en zij definiëren het als volgt:

‘It offers a broad politico-spiritual philosophy based on two core convictions, the first traditional to conspiracy theory, the second rooted in the New Age: 1) a secret group covertly controls, or is trying to control, the political and social order, and 2) humanity is undergoing a ‘paradigm shift’ in consciousness. Proponents believe that the best strategy for dealing with the threat of a totalitarian ‘new world order’ is to act in accordance with an awakened ‘new paradigm’ worldview.’ — ‘The Emergence of Conspirituality’ (Journal of Contemporary Religion, 02011) [PDF]

In de Conspirituality-podcast verkennen een journalist, een cultonderzoeker en een filosofische scepticus de overlap tussen rechtse complottheorieën en pseudo-progressieve wellness utopieën, waarin alt-right en new age meer gemeen hebben dan je zou denken. Let wel, de drie heren wijzen zeker niet alles wat alternatief en kritisch naar de gevestigde orde kijkt af, zelf zijn ze namelijk ook beoefenaars van spirituele praktijken en meditatief lichaamswerk.

Parasitic Processing

🧠

Ep. 13 – Awakening from the Meaning Crisis – Buddhism and Parasitic Processing van John Vervaeke

Geloof in een samenzwering en verlichting vinden hebben op een bepaald niveau iets met elkaar gemeen. In beide gevallen word je ‘wakker’, vallen de schellen van je ogen en krijg je een dieper inzicht in de werkelijkheid. Uit John Vervaekes Awakening from the Meaning Crisis leerden we dat wij (de mens) neurologisch gezien hetzelfde gereedschap inzetten voor verlichting en het openen van onszelf voor de wereld, als voor het vernauwen van onze wereld en onszelf voor de gek houden. Dit laatste noemt Vervaeke parasitic processing en hij legt uit hoe dit er bijvoorbeeld bij een depressie voor zorgt dat we onszelf kwijtraken en we ons steeds verder afsluiten van de wereld. Hij laat daarentegen ook zien hoe wijsheidstradities zoals het boeddhisme deze negatieve spiraal proberen te doorbreken en een positieve, openende, oftewel ‘verlichtende’, spiraal in onze geest proberen te brengen.

Een cognitief schema van hoe parasitic processing werk volgens Varvaeke.

Gebeurt er bij het vervallen in complotdenken niet iets soortgelijks? Een complot vertelt immers over verborgen structuren en patronen die duiding en zekerheid geven over hoe de wereld ‘echt’ werkt. En hoe meer we ons wereldbeeld hierin verankeren, en ons identificeren met het complot, hoe verder we verwijderd raken van de samenleving. Onderzoek wijst uit dat er inderdaad een relatie is tussen geestelijke gezondheid en complotdenken. Een complot kan aansprekend zijn als er onbevredigde psychologische behoeftes zijn. Zoals de behoefte aan kennis en het verlangen naar veiligheid, zelfverzekerdheid en een positief zelfbeeld. Deze behoeften kunnen groot zijn als je angsten ervaart, je sociaal geïsoleerd voelt of depressief bent (zie ‘Conspiracy theories are a mental health crisis’ – Mashable).

De Turing Trap

🤖

Veel van het denken en praten over robots en kunstmatige intelligentie verraadt een obsessie met onszelf, de mens. We meten het succes van AI af aan of het kan wat wij kunnen. Ons denken over AI is dan ook vaak antropomorfisch. We dichten AI niet alleen menselijke kwaliteiten, ambities en verlangens toe, ook is de heilige graal voor veel computerwetenschappers het realiseren van human-like artificial intelligence (HLAI). Maar is dit wel de meest vruchtbare strategie? Volgens econoom Erik Brynjolfsson niet. Hij noemt deze manier van denken de Turing Trap. Een buitensporige focus op het spiegelen van menselijke taken en vaardigheden en deze proberen te automatiseren, leidt volgens hem tot de marginalisering van werkenden, grotere ongelijkheid en polarisering in de samenleving. Terwijl een andere insteek, namelijk de verrijking of vergroting van menselijk werk door intelligente machinerie juist meer nieuwe waarde toe kan voegen aan de samenleving zonder dat het de mens probeert te marginaliseren. Vandaag is echter het speelveld zo ingericht dat er eerder voor automatisering dan verrijking gekozen wordt.

Uit ‘The Turing Trap: The Promise & Peril of Human-Like Artificial Intelligence‘ – Erik Brynjolfsson

Toch blijven computerwetenschappers vaak gefocust op menselijke vaardigheden die computers niet hebben of waar ze niet goed in zijn, bijvoorbeeld motorische en zintuiglijke vaardigheden zoals je oriënteren in een rommelige onvoorspelbare omgeving en dit contextueel en symbolisch allemaal begrijpen, en hierbinnen juist te handelen. Aan de andere kant zijn computers in allerlei zaken zoals wiskunde, logica en geheugen eigenlijk bovenmenselijk veel beter dan wij, en kunnen ze zelf allerlei dingen die überhaupt onmenselijk zijn. Daarnaast hebben ze toegang tot dimensies en inputs van de realiteit die voor ons überhaupt niet toegankelijk zijn.

Brynjolfsson deelt de volgende anekdote over AlphaGo, de AI van DeepMind die Go-wereldkampioen Lee Sedol versloeg met de befaamde move 37:

‘As Demis Hassabis, CEO of DeepMind, put it, the AI system “doesn’t play like a human, and it doesn’t play like a program. It plays in a third, almost alien, way… it’s like chess from another dimension.” Computer scientist Jonathan Schaeffer explains the source of its superiority: “I’m absolutely convinced it’s because it hasn’t learned from humans.”’

Met andere woorden: AI’s zijn eigenlijk eerder buitenaardse intelligenties. De A in AI zou eigenlijk voor Alien of Alternative moeten staan. Nieuwe en vreemde vormen van intelligentie die ons werk zouden kunnen verrijken in plaats van verschralen.

After Yang

💀

19:30 Donderdag 28 juli 02022
Techdenkers: After Yang (Film + Talk) – de Balie, Amsterdam

After Yang (02022) van regisseur Kogonada. Kijk hier de trailer

Ondanks Brynjolfssons waarschuwingen blijft het kunstmatige spiegelbeeld van de mens een dankbaar onderwerp voor filosofische reflectie. Zo ook in de film After Yang. Een prachtig, verstild sciencefictiondrama waarin het verhaal wordt verteld van een familie wiens niet van mens te onderscheiden androïde, of ‘technosapien’, stopt met werken. Of misschien kan je ook zeggen ‘komt te overlijden’, want zo lijkt het te voelen. Er valt eigenlijk een volwaardig gezinslid weg. Iedereen in het gezin gaat er anders mee om, zoekende naar wat het betekent als je rouw en verdriet voelt wanneer iets wat nooit leefde toch ‘overlijdt’.

Los van het cerebrale maar toch rustige plot is de cinematografie en worldbuilding atypisch voor een sciencefictionfilm. De schaal is niet episch, maar juist klein, intiem en huiselijk, alles speelt zich bijna uitsluitend af in interieurs. De kleuren zijn zacht en donker, en de camera heeft veel aandacht voor details, lichtpatronen, texturen en materialen. De wereld heeft een soort solarpunk-gevoel, ze is organisch, ambachtelijk en er is veel groen. Desondanks is ze niet erg zonnig, maar eerder lommerrijk en gelaten. De film is echt een aanrader, ook voor de niet scifi-liefhebber.

Wil je ’m zien en erover napraten met ons? Volgende week donderdag (28 juli) is de film te zien bij de Balie in Amsterdam en zal Christiaan na afloop met Jelle Baars in gesprek gaan over de vragen die de film oproept. 🎟 Koop hier een kaartje (gratis met Cineville).

Zomerboeken

📚

Onze leeslijstje voor de zomer (het gaat natuurlijk nooit lukken om dit natuurlijk allemaal te lezen, maar de e-reader is gelukkig groot genoeg en niet al te zwaar).

High Weirdness; Drugs, Esoterica, and Visionary Experience in the Seventies – Erik Davis (02019) 👽 Zie hierboven 🙂

The Dawn of Everything: A New History of Humanity – David Graeber, David Wengrow (02021) 🗿 Waarom is het idee dat complexe beschavingen als noodzakelijk kwaad nu eenmaal ongelijkheid te accepteren hebben zo’n dominante notie terwijl er legio historische voorbeelden zijn van het tegendeel? Of waarom denken we dat witte Europeanen de idealen van gelijkheid, vrijheid en broederschap de wereld in hebben gebracht, terwijl het de inheemse bevolking van Noord Amerika was? Graeber en Wengrow zetten met dit boek de geschiedschrijving en het verhaal dat de Westerse cultuur zichzelf voorhoudt behoorlijk op z’n kop. (Ook in het Nederlands vertaald: Het Begin van Alles)

Regenesis; Feeding the world without devouring the planet – George Monbiot (02022) 🦠 Het lijkt erop dat George Monbiot ook de premisse van ons scenario De Grote Omdraaiing heeft omarmd en dit heeft uitgewerkt tot een heel boek! We zijn benieuwd naar de nieuwe inzichten die hij te bieden heeft om dit scenario te verrijken! Hier een review op The Guardian.

The New Science of the Enchanted Universe: : An Anthropology of Most of Humanity – Marshall Sahlins (02022) 🪶 Het laatste boek van de in 02021 overleden antropoloog die bekend werd met het beroemde essay The Original Affluent Society(01966) over de overvloed waarin de jager-verzamelaar leefde.

The Gutenberg Galaxy: The Making of Typographic Man – Marshall McLuhan (01962) 👓 We ontdekten recent dat McLuhans ideeën over hoe de boekdrukpers de moderne culturele bewustzijn heeft vormgegeven behoorlijk in lijn zijn met de onze eigen inzichten. Hoog tijd dus om eens te lezen en leren van wat McLuhan zestig jaar geleden al heeft bedacht.


Fijn weekend en een heerlijke vakantie voor iedereen die al weg is.

Veel liefs,
Ed en Chris

Afrofuturisme, de Kunst van het Thuiskomen

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Als we het verleden leren herinterpreteren, openbaren zich dan nieuwe duurzame en inclusieve toekomstverbeeldingen?

Om te beginnen:

‘There is nothing more galvanizing than the sense of a cultural past.’
Alain LeRoy Locke

En:

The first thing to do is to consider time as officially ended.’
Sun Ra, Space is the Place

Vandaag kijken we door de lens van Janelle Monáe’s funky mix van Black Feminism, Afrofuturisme en Queer Scifi Extravaganza naar hoe we onszelf, tegen beter weten in, maar blijven identificeren met de Moderne Tijd – de meest recente historische periode in de Westerse geschiedenis. We verkennen wat dit precies betekent, hoe we deze historische identificatie kunnen loslaten en wat daarvoor in de plaats kan komen.

Een aantal jaar geleden werden we op het werk van Janelle Monáe gewezen door Dan Hassler-Forest, een af-en-toe collaborator van ons en een inspirerende spreker die allerlei doorwrochte studies schrijft over speculatieve fictie. We waren meteen geïntrigeerd door Monáe’s subversieve, grensoverschrijdende, popsugar, scifi weirdness. En, vooral, hoe haar stem onderdeel werd van een krachtig nieuw cultureel momentum voor Afrofuturisme, Queerness, Feminisme, Black Activism en andere alternatieve toekomsten.

En omdat we ook fan zijn van Dans vele inzichten in de speculatieve kunsten en hij onlangs een nieuw boek heeft gepubliceerd over Monáe – een aanrader voor iedereen die zich niet laat afschrikken door media-theoretische abracadabra – willen we hier wat langetermijngedachten met jullie delen die bij ons opkwamen tijdens het lezen ervan (waar we eerlijkheidshalve nog steeds mee bezig zijn) en het vele googelen waar dat vervolgens toe leidde.

Afrofuturisme, de Kunst van het Thuiskomen

In 02010 brak Janelle Monáe door met The ArchAndroid, haar futuristische debuutalbum. Het was het conceptuele vervolg op de EP Metropolis: The Chase Suite. In beide albums wordt de luisteraar meegenomen met de messiaanse avonturen van haar robot-alter-ego Cindi Mayweather. Ook op haar vervolgalbum uit 02013, The Electric Lady, volgen we Cindi Mayweather in haar queeste om de robots van Metropolis te bevrijden van een soort geheim genootschap dat (met tijdreizen) de liefde en de vrijheid probeert te onderdrukken.

Dit is de albumcover van The ArchAndroid. De wereld die ze hier creëert is geïnspireerd op Metropolis, Fritz Langs socialistische sciencefictionklassieker uit 01927.

In 02018 komt haar project Dirty Computer uit, dat uit zowel een album als een muziekfilm bestaat. Beide vertellen het verhaal van Jane 57821, een non-binaire androïde die in verzet komt tegen een totalitair, homofobisch regime – New Dawn. Androïden die zich niet voegen naar de officiële seksuele mores worden bestempeld als Dirty Computers. Als Dirty Computers worden opgepakt wordt hun geheugen gewist. Uiteindelijk overkomt dit ook Jane 57821. De muziekfilm bestaat uit fragmenten van haar herinneringen, vlak voordat deze worden gewist.

Ook in haar verhalenbundel The Memory Librarian: And Other Stories Of Dirty Computer, die afgelopen april uitkwam, volgen we de naar liefde snakkende maar vaak tragisch aflopende avonturen van Jane 57821 en andere Dirty Computers. Ook hier zijn tijd en identiteit luxegoederen, worden ‘vieze’ geheugens gewist en kan je illegaal nieuwe kopen. In de wereld van Dirty Computer is toegang tot het verleden een wapen.

Monáe als Jane 57821, in de film Dirty Computer. Ze speelt een queer androïde die in de rafelrandjes van een totalitaire samenleving, New Dawn, liefde en vriendschap ervaart; wetende dat ze elk moment kan worden opgepakt waarna haar geheugen wordt gewist en haar settingen geherprogrammeerd worden.

De sciencefiction in The Memory Librarian gaat over meer dan alleen robotliefde. Het is niet moeilijk om in de dystopische wereld van Dirty Computer – waar identiteit en verleden wisbaar zijn – een analogie te zien met de situatie waarin de Afro-Amerikaanse gemeenschap zich momenteel bevindt (en andere gemeenschappen in het Westen met een achtergrond in de trans-Atlantische slavenhandel).

Net zoals Jane 57821 haar identiteit en verleden wordt afgenomen door New Dawn, wordt ook Afro-Amerikanen een historische identiteit ontkent die is geworteld in een betekenisvol verleden. Dit is uiteraard geen toeval. In een interview met Zora, naar aanleiding van haar hoofdrol in de speelfilm Antebellum (02020), zegt Monáe:

‘The romanticization White people have of the antebellum South is horrific. People still have weddings on plantations. People are still trying to relive their Civil War dreams by going to reenactments. It’s just crazy to me. The president is trying to take the 1619 Project out of schools. The project deals with what Black people have contributed to this country, beginning with slavery. He said, talking about slavery is traumatizing for kids. That’s just more erasure and more whitewashing of our history to promote more romanticizing when America was great for White people.’

The 1619 Project, waar Monáe naar verwijst, is een long-form journalistiek project van The New York Times Magazine uit 02019 dat de geschiedenis van de Verenigde Staten probeert te begrijpen door de lens van slavernij.

Het project leidde tot veel boze reacties, vooral vanuit conservatieve hoek. Toen Californië het project wilde opnemen in het standaard curriculum dreigde toenmalig president Trump de federale geldkraan dicht te draaien. Niet lang daarna stelde hij de 1776 Commission in, met als doel een patriottisch curriculum te ontwikkelen – een curriculum dat louter positieve dingen zegt over het Amerikaanse verleden.

Ook verbood Florida in juli 02021 om het gedachtengoed van de Critical Race Theory te gebruiken tijdens het lesgeven. (Critical Race Theory is een, vaak activistisch, onderzoeksgebied dat stamt uit de jaren zestig en dat het concept ‘ras’ in het Amerikaanse maatschappelijk leven onderzoekt.) Ook Texas heeft vorig jaar een wet ingevoerd die gebruikt kan worden om het slavernijverleden onbespreekbaar te maken op scholen.

In Antebellum speelt Monáe een schrijfster en sociologe, gespecialiseerd in de Afro-Amerikaanse gemeenschap, die wordt ontvoerd naar een Zuidelijke plantage met echte slaven die stelselmatig worden verkracht en vermoord door witte mannen die soldaten naspelen van de Zuidelijke Confederatie.

De incorporatie van het slavernijverleden in de canon van de geschiedenis stuit niet alleen in de Verenigde Staten op grote weerstand.

Vorige week vrijdag, 1 juli, was het Keti Koti, een van oorsprong Surinaamse feestdag. Keti Koti viert de officiële afschaffing van de slavernij in de koloniën op 1 juli 01963. Keti Koti betekent ‘ketenen gebroken’ in het Sranantongo. In 02021 is er een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer met het verzoek om van 1 juli een nationale herdenkings- en feestdag te maken en om als Nederlandse regering excuses aan te bieden voor het slavernijverleden. Dit leidde tot een motie van Jetten die werd afgewezen. (Lees hier het debat terug tussen Jetten, Rutte en Simons.)

De uitkomst van het debat weerspiegelde het sentiment in de Nederlandse samenleving. Volgens een onderzoek van Een Vandaag vorig jaar onder ongeveer 30 duizend mensen, ziet 59 procent het niet zitten dat Keti Koti een nationale feestdag wordt. Ook zijn volgens de meeste ondervraagden excuses niet op zijn plaats. Een deelnemer schrijft:

‘Hoe kun je excuses aanbieden voor iets van eeuwen geleden waar je zelf totaal niet bij betrokken bent? Ik voel me daar niet verantwoordelijk voor en wil er ook niet op aangesproken worden!’

Op zich geen vreemd sentiment; de zonden van de vaders zijn niet die van de zoon, enzovoort. (Hoewel de zoons er vaak nog wel van profiteren – van die zonden.) Ook is het wellicht oneigenlijk om daden uit het verleden te meten aan de waarden van nu. (Hoewel slavernij in de 18de en 19de eeuw ook al heel controversieel was.)

Maar deze argumenten missen allemaal het belangrijkste punt: Excuses zijn niet alleen een mea culpa van instituties die nauw betrokken waren bij de trans-Atlantische en/of de Oost-Aziatische slavenhandel – excuses zijn vooral een officiële erkenning dat slavenhandel een wezenlijk onderdeel is van de Moderne Nederlandse geschiedenis.

Het is niet toevallig dat de robot, of de androïde, een grote rol speelt in Afrofuturisme. Het woord robot komt van het Tsjechische woord ‘robota’, dat geforceerde arbeid betekent, zoals dat van een lijfeigene (een feodale slaaf). Het werd voor het eerst in zijn huidige betekenis gebruikt in het toneelstuk RUR van Karel Capek, uit 01921. Door de robot te omarmen als iets liefdevols, iets menselijks, wordt het traumatische gewicht van de geschiedenis wellicht ietwat verlicht. Beeld is een still van Monáe uit de tv-serie Electric Dreams.

Door Keti Koti te omarmen als nationale feestdag maken we de geschiedenis van de slavenhandel onderdeel van onze gemeenschappelijke historische identiteit en zeggen we dus tegen degenen wier voorouders tot slaaf gemaakt zijn dat ze mogen meedoen met de rest. Dat ze erbij horen. Dat hun verleden ons verleden is en, belangrijker, dat ons verleden ook hun verleden is. Dat ze zich mogen identificeren met de Moderne Westerse geschiedenis.

Overigens heeft de Gemeente Amsterdam vorig jaar excuses aangeboden en hebben dit jaar de provincie Noord-Holland en De Nederlandsche Bank excuses aangeboden. Klaas Knot, DNB-directeur, begon zijn excusesspeech met het gebruik van de oprichters van De Nederlandsche Bank, waarvan velen slavenhouder waren, om tot slaaf gemaakten te beschouwen als vee. Vervolgens vermeldde Knot dat zijn voorgangers zich jarenlang hebben verzet tegen de emancipatie van tot slaaf gemaakten. Lees hier zijn speech.

In het artikel ‘Further Considerations on Afrofuturism’, uit 02003, schrijft Kodwo Eshun, een Brits-Ghanese curator, schrijver en kunstenaar:

‘(…) imperial racism has denied black subjects the right to belong to the enlightenment project (…).’

Door het slavernijverleden te blijven ontkennen, doordat we bijvoorbeeld weigeren Keti Koti als nationale feestdag op te nemen, sluiten we de facto grote groepen mensen uit van het Westerse beschavingsproject. Door de duistere kanten van de Moderne Westerse geschiedenis te ontkennen zeggen we eigenlijk tegen diegenen wier voorouders als slaven uit Afrika zijn gehaald: jullie mogen niet meedoen met de Westerse beschaving – jullie mogen je hiermee niet identificeren. Of, beter gezegd, dat mag wel, maar dan moeten jullie wel jullie echte herinneringen en jullie echte verleden vergeten – inruilen voor ‘onze’ herinneringen en ‘ons’ verleden.

Je mag, net zoals Jane 57821, dus alleen meedoen als je je geheugen wist.

President Obama heeft een witte Amerikaanse moeder en een Keniaanse vader en is deels opgevoed door witte grootouders. Qua afkomst maakt hij dus geen deel uit van de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Zijn voorouders waren geen tot slaaf gemaakten. Ze hebben ook niet de ervaring van eeuwenlang cultureel en institutioneel racisme. Obama kon zich dus makkelijker identificeren met de ‘Amerikaanse Droom’, wat hem acceptabel maakte voor het electoraat.

De Afro-Amerikaanse gemeenschap zit klem. Ze mogen alleen meedoen als ze hun achtergrond ontkennen. Dit is uiteraard onmogelijk, waardoor ze niet alleen geen deel uitmaken van het collectieve verleden, maar ook geen deel uitmaken van de collectieve toekomst. Want de verbeelding van de toekomst ligt altijd in het verlengde van de verbeelding van het verleden. Of, zoals George Orwel het verwoordde in de scifi-klassieker 1984: ‘Who controls the past, controls the future: who controls the present controls the past.

Als we mensen uitsluiten van ons gezamenlijke verleden sluiten we ze ook uit van onze gezamenlijke toekomst. De Afro-Amerikaanse gemeenschap, en uiteraard andere gemeenschappen die afstammen van tot slaaf gemaakten, zitten dus klem in de tijd. Afrofuturisme is hier een reactie op. Het wil zich losbreken van de tijd.

Mocht je Londen aandoen deze zomer, bezoek dan In the Black Fantastic, een tentoonstelling in Hayward Gallery. De tentoonstelling is gecureerd door Ekow Eshun en verkent het Afrofuturisme in het werk van hedendaagse kunstenaars zoals Lina Iris Viktor, wier werk Eleventh hier is afgebeeld. De tentoonstelling loopt van 29 juni tot 18 september.

Afrofuturisme is, in onze woorden, een intellectuele en culturele beweging in met name de Afro-Amerikaanse gemeenschap die zich wil bevrijden van een historisch en futuristisch discours waaraan ze niet mogen meedoen. Het verkent en creëert daarom alternatieve en fictieve geschiedenissen en toekomstscenario’s die wel recht doen aan hun herinneringen en ervaringen.

Het levert speculatieve verkenningen op waarin het mystieke, het transcendente en het fantasmagorische niet worden geschuwd. Want als zowel het verleden als de toekomst als een dwangbuis werkt, dan is ‘de tijd’ not on your side, en is het verwerpen of het loslaten van de (lineaire) tijd misschien wel de enige weg voorwaarts.

In haar boek Afrofuturism: The World of Black Sci-Fi and Fantasy Culture schrijft Ytasha Womack:

‘Afrofuturism stretches the imagination far beyond the conventions of our time and the horizons of expectation, and kicks the box of normalcy and preconceived ideas of blackness out of the solar system.’

Afrofuturisme ontdoet zich van de beperkingen van de tijd (en daarmee van causaliteit en normaliteit) en vermengt lucide droomlandschappen met Afrikaanse esthetiek met psychedelische transcendentie met hoogtechnologische toekomstverbeeldingen met kosmische tijdmachines met mystieke transformaties. Het verbindt dit alles op een vreemde maar inspirerende manier met de emancipatie van de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Het begon allemaal met een visioen (of misschien een droom, of wellicht een mythe): In 01937 werd Herman Poole Blount, beter bekend als de jazzcomponist Sun Ra, de creatieve stamvader van het Afrofuturisme, namelijk ontvoerd naar Saturnus.

Geboren in 01914 in het gesegregeerde Alabama is Sun Ra een leergierig kind. Hij brengt een groot deel van zijn tijd door in de bibliotheek van de zwarte vrijmetselaarsloge in Birmingham, waar hij zich laaft aan de symboliek. Hoewel hij als één van de weinige Afro-Amerikanen in die tijd een beurs krijgt om te studeren verlaat hij in 01937 de universiteit nadat hem dat, naar eigen zeggen, was opgedragen door buitenaardse wezens:

‘My whole body changed into something else. I could see through myself. And I went up… I wasn’t in human form… I landed on a planet that I identified as Saturn… they teleported me and I was down on a stage with them. They wanted to talk with me. They had one little antenna on each ear. A little antenna over each eye. They talked to me. They told me to stop [attending college] because there was going to be great trouble in schools… the world was going into complete chaos… I would speak [through music], and the world would listen. That’s what they told me.’

In de jaren vijftig begon Sun Ra sciencefiction, ‘kosmische’ mystiek en de esthetiek van oude Afrikaanse culturen te verweven met de alledaagse out of place-ervaring van de Afro-Amerikaanse gemeenschap. De timing was uiteraard geen toeval. Het was het begin van zowel de Space Age, de psychedelische tegencultuur, als de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Hoewel de term Afrofuturisme pas in de jaren negentig werd gemunt, inspireerde Sun Ra vanaf de jaren vijftig vele generaties Afro-Amerikaanse artiesten, van George Clinton tot Missy Elliott.

De Mothership Connection (01975) is het vierde album van Parliament. George Clinton beschreef het concept als volgt: ‘We had put black people in situations nobody ever thought they would be in, like the White House. I figured another place you wouldn’t think black people would be was in outer space. I was a big fan of Star Trek, so we did a thing with a pimp sitting in a spaceship shaped like a Cadillac…’

De mythische ontvoering van Sun Ra naar Saturnus en de continue fascinatie voor sciencefiction binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap worden begrijpelijk als je bedenkt dat de belangrijkste thema’s in sciencefiction –vervreemding, ontheemding, ontmenselijking, tijdreizen en uiteraard ontvoering door buitenaardse wezens – heel herkenbaar zijn voor mensen wier voorouders tot slaaf gemaakten waren.

In het interview-artikel Black into the Future uit 01994, waarin overigens ook het woord Afrofuturisme voor het eerst wordt gebruikt, zegt schrijver Greg Tate: 

‘…transporting someone from the past into the future, thrusting someone into an alien culture, on another planet, where he has to confront alien ways of being. All these devices reiterate the condition of being black in American culture.’

Als je het verhaal van een Afrikaanse tot slaaf gemaakte persoon bekijkt, verschilt dat niet veel met het willekeurige verhaal over alien abduction. Ook die Afrikaan werd uit zijn vertrouwde omgeving geplukt en op een futuristisch schip naar een nieuwe wereld gebracht vol vreemde witte wezens, waar hij of zij van zijn familie werd gescheiden en zich moest voortplanten met wildvreemden en waar op hem geëxperimenteerd werd. De stap van slaveships to spaceships is dus, zo beschouwd, eigenlijk niet zo groot.

Ook de hedendaagse conditie van het vastzitten in een samenleving die je geschiedenis ontkent en je daarmee ook de toekomst ontzegt, vertaalt zich naar een zekere vervreemding van de Moderne Westerse samenleving waar je toch onderdeel van bent – of je dat nu wilt of niet. (Schrijfster Toni Morrison beschouwde Afro-Amerikanen overigens als de eerste Moderne mensen, omdat ze al heel vroeg de ontheemding, vervreemding en ontmenselijking ervoeren die denkers zoals Nietzsche en Marx later zouden associeerden met het kapitalisme, de Industriële Revolutie en de Moderniteit.)

In de context van deze ontheemding kan het Afrofuturisme misschien wel het beste worden begrepen als de kunst van het thuiskomen. Thuiskomen in zowel het verleden en het heden als in de toekomst. En niets symboliseert deze belofte van een kosmisch thuiskomen beter dan de film Space is the Place van Sun Ra. Hierin overtuigt Sun Ra de Afro-Amerikaanse gemeenschap, via muziek, om met hem mee te gaan naar een nieuwe lotsbestemming diep in de kosmos.

Albumcover van de soundtrack van Space is the Place. Je kan hier de film bekijken en hier de soundtrack beluisteren.

In de film zegt Sun Ra:

‘We set up a colony for black people here. See what they can do on a planet all on their own, without any white people there. They can drink in the beauty of this planet. It will affect their vibrations, for the better of course. The first thing to do, equation wise, is to consider time as officially ended. We work on the other side of time. (…) We’ll teleport the whole planet here through music.’

Sun Ra is dus als een moderne Noah die zijn volk meeneemt naar het beloofde land, met zijn schip als een ruimte-ark en een exploderende aardbol achterlatend. Zijn band heet ook niet voor niets de Arkestra – die trouwens nu nog steeds weleens optreedt, bijna dertig jaar na zijn dood.

Afrofuturisme is dus de kunst van het thuiskomen, die vooral wordt beoefend door los te laten. Het loslaten van de mainstream manier waarop het verleden en heden worden verbeeld.

Maar waarom hebben we toch zo’n moeite met het incorporeren van het slavernijverleden in onze eigen geschiedenisboekjes? Het is toch gewoon onderdeel van de (Vroeg)moderne geschiedenis? Het antwoord is simpel: omdat we ons als gemeenschap nog steeds identificeren met de Moderne geschiedenis.

Historici spreken van de Vroegmoderne Tijd (1450-1800) en de Moderne Tijd (1800-1950) en deze twee historische perioden vormen samen de Nieuwe Tijd. In deze lange historische periode (1450-1950) zijn de maatschappelijke instituties die we nu kennen gevormd. Denk onder andere aan de democratische rechtstaat en de corporate en ambtelijke bureaucratieën die onze samenleving van structuur voorzien. Het is dus ook niet verwonderlijk dat we ons hiermee identificeren. En dat verklaart weer waarom we de negatieve aspecten van deze geschiedenis niet onder ogen willen zien.

Het is eigenlijk een vorm van cognitieve dissonantie. Cognitieve dissonantie is de onaangename spanning die iemand ervaart als hij of zij wordt geconfronteerd met observaties of ideeën die tegenstrijdig zijn met interne overtuigingen of opvattingen. Als je zelfbeeld bijvoorbeeld botst met feiten die dit zelfbeeld niet ondersteunen, of zelfs tegenspreken, ervaart iemand cognitieve dissonantie – een dissonant of niet-harmonieus gevoel dat zo snel mogelijk moet worden weggenomen. Het wegnemen van het vervelende gevoel gebeurt door of je zelfbeeld aan te passen of de feiten te ontkennen. Uiteraard is dat laatste makkelijker dan het eerste.

Slavernij en het kolonialisme zijn niet verenigbaar met onze huidige normen en waarden, maar toch maken ze deel uit van de Vroegmoderne en Moderne geschiedenis. Net als de ontwikkeling van de democratie en de formulering van de mensenrechten. Toch is ons zelfbeeld meer gebouwd op dat tweede aspect van onze geschiedenis dan op het eerste. Als we China de les lezen over de internationale rechtsorde, dan beginnen we uiteraard nooit over de Opiumoorlogen of, iets verder weg, de oorlog die de VOC voerde met Ming-China om het Middenrijk te dwingen om op voor ‘ons’ gunstige voorwaarden handel te drijven.

We willen slavenhandel en andere koloniale misstanden niet in de schoolboekjes opnemen omdat het ons, als gemeenschap, een ongemakkelijk dissonant gevoel geeft. Het dwingt tot zelfreflectie, tot een aanpassing van ons zelfbeeld, en daar zijn de meeste mensen nu eenmaal niet goed in. Het is dan makkelijker om de feiten te ontkennen – of te bagatelliseren. Bij veel mensen en gemeenschappen zijn feiten ondergeschikt aan de identiteit. We stoppen, kortom, liever ons hoofd in het zand.

Niet alleen ons historische zelfbeeld staat op het spel, ook ons toekomstige zelfbeeld. Zo bood de Marvelfilm Black Panter (02018) een Afrofuturistische verbeelding van een aantrekkelijke hoogtechnologische Afrikaanse stad. Dit is nieuw, want veel dystopische toekomstverbeeldingen uit de jaren tachtig zaten vol met Aziatische beeldaspecten – denk Bladerunner. De culturele ‘ander’ was onderdeel van een negatief scenario. In Black Panter was dit anders. Ook is er ogenschijnlijk een interessante esthetische verwantschap tussen Afrofuturisme en Solarpunk.

De prijs van onze maatschappelijke identificatie met de Vroegmoderne en Moderne Tijd is hoog. Niet alleen voor degenen die afstammen van tot slaaf gemaakten. Ook de samenleving als geheel betaalt een hoge prijs. Onze culturele identificatie met de laatste zeshonderd jaar en met de instituties die zich toen hebben gevormd zorgen er namelijk voor dat we het zicht verliezen op een snel veranderende samenleving.

Hoewel onze maatschappelijke instituties nog stammen uit de Vroegmoderne en Moderne Tijd leven we niet meer in dat tijdperk. Zoals Jan Rotmans zei: we leven niet in een tijdperk van verandering maar in een verandering van tijdperk. Pas als we onze culturele identificatie met de Vroegmoderne en Moderne Tijd kunnen loslaten, kunnen we openstaan voor de culturele uitdagingen en institutionele veranderingen die fundamentele drijvers zoals klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, digitalisering en de opkomst van de Homo Romanticus met zich meebrengen.

We hebben al eerder geschreven over het drieluik Homo Nobilis, Homo Economicus en Homo Romanticus. We ervaren nu de culturele overgang naar de derde fase. Wat overigens mist in dit plaatje is dat de culturele archetypen corresponderen met de Middeleeuwen, Vroegmoderne en Moderne Tijd en de vooralsnog naamloze toekomstige tijd. Wat ook mist is dat ieder cultureel archetype is gebaseerd op een verschillende informatietechnologie, respectievelijk het gesproken woord, het gedrukte woord en het geactiveerde woord.

We moeten onze culturele identificatie met de Vroegmoderne en Moderne Tijd dus leren loslaten. Zodat we er objectief, zonder allerlei culturele hangups, naar kunnen kijken. Zoals we nu bijvoorbeeld naar de Middeleeuwen kunnen kijken. Het zal niemand nu een worst wezen als er wordt gezegd dat een of andere Hollandse graaf zus en zo deed bij die of dat. Hoe anders is dat bij Vroegmoderne types zoals Piet Hein of Michiel de Ruyter. Als iemand iets lulligs zegt over die lui, dat het ook piraten of slavenhandelaren waren bijvoorbeeld, schiet een groot deel van Nederland in een cognitief dissonante kramp. Dat geeft aan dat we ons er nog steeds mee identificeren.

Maar in tijden van fundamentele verandering moeten we leren loslaten. Zodat we met een open geest kunnen bouwen aan de instituties van morgen. Instituties die ons naar een digitale, natuur-inclusieve, economisch veilige en sociaal inclusieve toekomst kunnen leiden. Zodat ook wij kunnen thuiskomen in de tijd.

Lang dachten we dat historische periodisering ietwat triviaal was. Historische veranderingen gaan immers geleidelijk. Niet van de ene dag op de andere. Maar wat het Afrofuturisme ons leert is dat dit soort periodisering er wel degelijk toe doet. Het leert ons namelijk waar we onszelf mee identificeren. Pas als we een nieuwe naam hebben voor de tijd waar we ons naartoe bewegen zullen we zijn aangekomen.

Hopelijk zullen we de Afrofuturisten daar aantreffen.


Veel liefs en fijn weekend,
Ed en Chris

Wat betekent industriële A.I. voor de samenleving?

👋 Hoi, Ed en Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we de snel veranderende wereld vanuit een langetermijnperspectief. Hoe begrijpen we onze tijd als we verder kijken dan dagkoersen, kwartaalverslagen en verkiezingscycli? Als we het moment waarin we denken te leven oprekken tot decennia, eeuwen of millennia – wat zien we dan?


Vandaag een verkenning van de snel veranderende wereld van kunstmatige intelligentie. De afgelopen tijd lijkt het er namelijk op dat deze technologie het laboratorium nu definitief aan het ontgroeien is, door enorm grote en breed toepasbare AI-modellen. Maar wat betekent dit?

De Opkomst van Industriële Denkkracht

🔌

Veel technologische uitvindingen die een enorme impact hebben gehad op onze samenleving zijn tot op zekere hoogte onzichtbaar geworden. Ze zijn zo alledaags, zo verweven met alles wat we doen, dat we makkelijk vergeten hoe fundamenteel ze zijn voor ons bestaan. Denk aan elektriciteit, de spoorwegen, de boekdrukkunst, de verbrandingsmotor, de computer of het internet. Dit soort technologieën staan ook wel bekend als General Purpose Technologies, en wanneer er een uitgevonden wordt, veranderen samenlevingen. Probeer je maar eens voor te stellen hoe een wereld eruit zou zien als het nederige stopcontact nergens meer te vinden zou zijn.

Foto: Paul Hanaoka via Unsplash


Volgens velen is Artificial Intelligence, of kortweg AI, nu op een punt aangekomen dat het een General Purpose Technology gaat worden. Veel van de AI, of om preciezer te zijn, de machine learning-modellen die gebouwd zijn met neural networks, hadden tot nog toe vrij nauwe toepassingen, zoals herkenning van gezichten, spraak of tekst, het afmaken van woorden met autocomplete, of het besturen van een auto. Dit is als het ware ambachtelijke AI, ontwikkeld door teams van slimme programmeurs, gevoed met specifieke data die gelabeld zijn door mensen, om specifieke taken te leren. Maar het afgelopen jaar is AI industrieel geworden, de modellen worden steeds groter, slimmer en makkelijker toe te passen in allerlei nieuwe contexten.

De toenemende grootte van Natural Language Processing modellen (wat nu Foundation Models worden genoemd) sinds BERT (02017)


Deze AI-modellen op industriële schaal worden Foundation Models genoemd. Het zijn enorme AI-modellen die gevoed zijn door enorme hoeveelheden ongelabelde en (deels) ongestructureerde data, zoals websites, boeken, video’s en foto’s. De AI zoekt daar vervolgens zelf structuren en patronen in zonder supervisie. Door statistische relaties te ontwaren, leert het model hoe taal werkt, wat wiskunde is, en wat het verschil is tussen een Dalí en een Vermeer. Behalve dat deze modellen groot zijn en een aardige intelligentie vertonen in uiteenlopende domeinen (van schaken tot essay’s of code schrijven en het creëren van foto’s en illustraties op basis van een beschrijving) kan iedereen zijn eigen toepassingen erop bouwen en het op die manier inpassen voor eigen gebruik.

Wat gaat dit betekenen? 

Het is nog vroeg, maar wat deze modellen al kunnen is erg indrukwekkend, ook al maken ze vaak ook nog gekke bokkensprongen (rare zinnen, unheimische beelden, onherkenbare uitspraken). Maar veel van deze foundation models zijn relatief makkelijk te gebruiken en te integreren (via API’s) in apps en andere digitale processen. GPT-3, een foundation model waar afgelopen jaar veel buzz over was, kun je hier zelf uitproberen (je kan inloggen met een Google- of Microsoft-account). Dat betekent dat allerlei ontwikkelaars nu heel makkelijk AI kunnen gaan integreren in hun toepassingen. De komende jaren zul je dus in allerlei apps, op websites en bij alles wat op software draait steeds meer, en steeds slimmere AI tegen gaan komen. Hieronder een korte speculatieve verkenning, onderbouwd met wat mensen nu al aan het maken zijn.

Je Persoonlijke Sparringpartner

💬

Stel, je bent een academicus en je doet onderzoek naar middeleeuwse symboliek. Je begint met een foundation model en daarbovenop laat je het model al je geschreven werk lezen en alles wat je ooit las. Vervolgens ga je aan het werk met je kunstmatige intelligente onderzoeksassistent. Een samenwerking waarin de AI met je meeschrijft, zinnen parafraseert, bronnen aandraagt en misschien zelfs met je brainstormt om nieuwe richtingen voor je onderzoek te verkennen. Misschien kan de AI zelfs de hele paper voor jou schrijven waarbij je ‘m alleen maar hoeft te corrigeren en feedback te geven, waarna je de volgende iteratie krijgt. Hoe meer je in het model stopt, hoe slimmer je kunstmatige metgezel wordt. Hoe langer deze AI met jou mee-leert, en hoe meer literatuur, manuscripten, en beeldarchieven het absorbeert, hoe slimmer en dieper de inzichten van de AI zullen zijn. Althans, dit is de belofte.

Overigens is deze richting misschien ook wel nodig om wetenschappelijk onderzoek uit het slop te trekken. Azeem Azhar wees ons op ‘Science is getting harder’, een essay van Matt Clancy waarin hij bewijs verzamelt dat de ontdekkingen die gedaan worden gemiddeld genomen kleiner worden. Allicht heeft het iets te maken met de uitdaging om voort te bouwen op een almaar uitdijende en complexer wordende hoeveelheid kennis. Is het ontwikkelen van nieuwe kennis op de lange termijn nog doenbaar als je enkel gebruik maakt van menselijke denkkracht?

📊 SpreadSheet Magic — Waarom zelf data opzoeken? Met deze GPT-3 add-on vult de AI de data die je wil hebben automatisch in (zie hierboven). Dit is vooral een experimenteel prototype, en de data klopt niet altijd, maar het maakt de potentie goed duidelijk. [link]

👓 Elicit — Een AI onderzoeksassistent gebouwd op GPT-3. Helpt je papers tevinden en kan met je brainstormen over onderzoeksrichtingen. [link]

Je Eenpersoons Superstudio

🎨

Stel, je bent een illustrator die in opdracht tekeningen maakt. Je gebruikt een visueel foundation model en die voer je ook al jouw tekenwerk, waardoor het model zich ook jouw herkenbare handschrift eigen kan maken. Vervolgens kan je het schetsen voeren, of simpelweg omschrijvingen en ideeën over wat de tekening moet vertellen of laten zien. Vervolgens poept de AI eindeloos veel iteraties uit, die je telkens kan finetunen qua kleur, compositie, etc. Samen met deze digitale tovenaarsleerling ben je opeens een studio geworden die meer en sneller kan produceren dan je ooit in je eentje kon.

Dit soort tools vinden al hun ingang in de game- en filmindustrie, aangezien hier met grote teams van tekenaars en creatievelingen gewerkt wordt en er ontstellend veel materiaal geproduceerd moet worden. Het werk is hier al specialistisch en op massaproductie ingericht, met tekenaars die alleen achtergronden, gadgets, karakters, voertuigen, beesten of architectuur doen. 

Colie Wertz, een concept artist die voor producties zoals Star Wars en Dune werkte, vertelt in deze podcast bijvoorbeeld hoe hij landschappen tekent met een GauGAN, het neurale netwerk waar Nividia’s Canvas-app op draait. Hiermee tekent hij landschappen in minuten in plaats van uren.
 

🖼 Nvidia Canvas/GauGAN — Een AI beeldcreatietool om landschappen mee te maken (zie hierboven). Is gratis te downloaden voor Windows of je kan er hier online mee spelen. Verschillende partijen hebben hier inmiddels foundation models voor gebouwd. Deze toepassing zal dus niet beperkt blijven tot landschappen, maar straks kan je elk beeld maken in welke stijl je maar wilt, van fotografische beelden tot een Rembrandt-schilderij. 

Van OpenAI is er Dall-E 2 (wachtlijst), Google maakte Imagen (niet openbaar toegankelijk) en dan is er nog het artistiekere Midjourney (wachtlijst). Voor een goeie uitleg hoe dit allemaal werkt en waartoe deze modellen in staat zijn is deze video van Vox een aanrader.

#midjourney op instagram

Brave New Brain

🧠

Voordat we in de nieuwe problemen en uitdagingen duiken die het loslaten van industriële denkkracht in onze samenleving met zich meebrengen, nog even het meest extreme vergezicht: de Neural Lace, een brein-computer-interface die onder je schedeldak wordt ingebracht en waarmee jouw brein direct toegang kan krijgen tot een enorme hoeveelheid capaciteiten en mogelijkheden die AI te bieden heeft. Deze neural lace bestaat nog niet, maar Neuralink, het bedrijf van Elon Musk (die overigens ook OpenAI oprichtte, de makers van Dall-E 2 en GPT-3) is deze technologie aan het ontwikkelen.

De trans-humanistische logica achter dit project is als volgt: als AI steeds beter wordt dan lopen we als mensen uiteindelijk tegen een beperking aan. De snelheid waarmee we kunnen communiceren met een AI is namelijk beperkt tot onze spreeksnelheid, of de snelheid waarmee we met onze tien vingers via een toetsenbord of een ander input-apparaat kunnen communiceren met de betreffende AI. Als we optimaal gebruik willen maken van de denkkracht van AI dan moeten we deze smalle communicatiebandbreedte tussen ons biologische brein en het kunstmatige brein zien op te lossen. Musks oplossing, die overigens geïnspireerd is op de neural lace uit de sciencefiction van Ian M. Bank, is het brein direct op neurologisch niveau in contact te brengen met een externe kunstmatige hersenkwab, AI.

Wat dit betekent, en of we dit willen, is uiteraard een belangrijke discussie. Maar voordat je compleet in de weerstand schiet van het idee dat je sociale media straks letterlijk in je brein zit, is het goed om eens te verkennen hoe dit zou kunnen werken en hoe het zou kunnen voelen als je brein opeens groter is dan je hoofd. Wat als in jouw bewustzijn je eigen gedachten samen komen met die van andere (kunstmatige) breinen? Hoe voelt het om opeens dingen te weten die je nooit geleerd hebt? Kun je het verschil voelen tussen of een idee uit je eigen geest, of uit je kunstmatig intelligente hersenkwab kwam?  Dit zijn nogal trippy vragen, maar als je deze rabbit hole in wil duiken dan is deze (enorme) long read van Tim Urban van Wait But Why een absolute aanrader: Neuralink and the Brain’s Magical Future.

Nieuwe technologie, nieuwe problemen

💥

Hoewel dit natuurlijk allemaal interessante nieuwe mogelijkheden voor makers en denkers biedt en fascinerende vergezichten oplevert, ontstaan er met de komst van deze nieuwe General Purpose Technology natuurlijk ook allerlei nieuwe problemen. Een kleine selectie (er zijn er vast meer):

🔀 Bias — Foundation models hebben bizar veel data nodig om goed te functioneren. Het internet is het curriculum waarmee deze modellen zonder supervisie leren en daarmee ‘leren’ ze ook alle ideeën die er te vinden zijn, van diepe filosofische waarheden tot flat earth theorieën en het feit dat CEO’s over het algemeen witte mannen zijn. Als deze foundation models een basisinfrastructuur worden, wordt ook het biasprobleem groter.

💪 Machtsconcentratie — Om foundation models te trainen heb je enorm veel rekenvermogen nodig. Het kost nu een tiental miljoen euro’s om een model te trainen. Dat betekent dat alleen grote vermogende partijen dit kunnen doen. Dan gaat het niet alleen om Big Tech, ook natiestaten doen mee in wat een soort nieuwe race is geworden.



Uit On the Opportunities and Risks of Foundation Models (Stanford University, 02021)


✍️ Auteursrecht — Met deze technologie kan je uiteindelijk een film in de stijl van Disney of Pixar maken zonder auteursrechten te overtreden. Of de concurrent van een illustrator kan werk in zijn stijl gaan maken en verkopen zonder de wet te overtreden. Want een bepaalde esthetiek of stijl is niet wettelijk te beschermen. Althans, nog niet.

🤝 Vertrouwen — Wanneer het in ons medialandschap totaal onduidelijk is of er achter het beeld dat we zien, een tekst die we lezen (of zelfs een gedachte die we hebben) een mensenhand of een robotbrein zit, waar vertrouwen we dan op? Want impliciet ligt een groot deel van ons vertrouwen in de publieke sfeer ook in het feit dat er achter iedere uiting een mens zit, een bewustzijn met een geweten, een persoon die onderdeel is van een gemeenschap en een gedeelde cultuur. Het zijn individuen die uiteindelijk kunnen worden aangesproken op hun handelen. Maar hoe houd je een AI verantwoordelijk? En kan een AI uitleggen waarom het deed wat het deed? Met de opkomst van kunstmatige intelligentie wordt de noodzaak voor een digitale vertrouwensarchitectuur dus nog groter. (Zie ons dossier ‘De Toekomst van Vertrouwen’)

💭 Bewustzijn — Of AI’s bewust kunnen zijn en zo ja, wat dat zou betekenen, is een langlopende fascinatie. Los van de filosofische discussie hierover, worden de gesprekken met AI’s nu dermate diepgaand en overtuigend, dat sommigen stellig geloven dat ze te maken hebben met een echt denkend en voelend persoon. Zo trad Blake Lemoine, een Google-ingenieur en priester, deze maand naar buiten met de overtuiging dat LaMDA, de AI-chatbot die hij moest controleren op discriminatie en haat, daadwerkelijk een bewuste entiteit was. Lees hier zelf Lemoine’s chat met LaMDA. De reactie van vele technici en AI-experts op dit voorval is dat het eerste gevaar van deze interacties met AI’s niet is dat de AI daadwerkelijk bewust is, maar dat wij het als mensen bewustzijn toeschrijven omdat het zó goed social-emotionele patronen herkent, geneert en toepast, dat we als mens denken dat er aan de andere kant van het scherm daadwerkelijk een levend en voelend wezen schuilt.


Dat was het voor deze keer. Fijn weekend allemaal, en tot de volgende.

Veel liefs,
Ed + Chris

Waarom toenemende informatie en complexiteit ons dwingt om onze maatschappelijke instituties te herzien.

👋 Hoi, Ed en Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we de snel veranderende wereld vanuit een langetermijnperspectief. Hoe begrijpen we onze tijd als we verder kijken dan dagkoersen, kwartaalverslagen en verkiezingscycli? Als we het moment waarin we denken te leven oprekken tot decennia, eeuwen of millennia – wat zien we dan?

Vandaag wat gedachten over de toekomst van de informatiesamenleving. 

Honderden jaren lang ging men er expliciet van uit dat er niet zoiets bestond als te veel informatie. De samenleving produceerde vele dikke encyclopedieën, gaf elk gehucht een bibliotheek, elke stad een universiteit, introduceerde de leerplicht en droomde van grenzeloze elektronische ruimtes waar alle kennis-ooit-geproduceerd voor iedereen altijd beschikbaar zou zijn. Eén van de diepste culturele uitgangspunten van de Moderne wereld was immers dat kennis ons vrij zou maken – in alle opzichten die men zich kon bedenken. 

Nu, éénendertig jaar na de publicatie van het World Wide Web, door Tim Berners-Lee, lijkt het tegengestelde het geval. In plaats van ons te bevrijden, lijkt informatie ons te ketenen. In plaats van ons te verenigen in gedeelde kennis, lijkt de overvloed aan informatie ons uit elkaar te drijven. En, zoals Nicholas Carr het zo mooi verwoordde in zijn beroemde essay ‘Is Google Making Us Stupid’;

Once I was a scuba diver in a sea of words.
Now I zip along the surface like a guy on a Jet Ski.

Ons vermogen voor aandacht, voor deep reading, lijkt te worden afgebroken door een stortvloed aan elektronisch spektakel en entertainment. We verliezen de stilte, onze innerlijke ruimte, en vullen deze op met altijd voorhanden online “content”. (Dat gezegd; sorry voor de links. Misschien eerst de nieuwsbrief lezen, in zijn geheel. Daarna pas klikken op links.)

De transitie van een gedrukt publiek domein naar een elektronisch publiek domein gaat, zacht gezegd, niet over rozen. We verliezen onszelf en we verliezen elkaar – in ieder geval zo lijkt het. Maar transities zijn rommelig. Wat nu het geval is, hoeft straks niet zo te zijn. Sterker nog; verandering is de aard van een transitie.

Recente tweets van de man die Twitter wil kopen en al die angstige vogeltjes aldaar, daarna, blijkbaar, wil bevrijden.

The Map is not the Territory

🗺️

In 1996 verscheen het eerste deel van Manuel Castell’s magnus opus “The Information Age: Economy, Society and Culture”. Al vanaf de eerste druk behoort de drieluik tot de canon van de sociale wetenschap. Het was ook de tijd van grenzeloos optimisme over de vele voordelen die het World Wide Web (toen nog maar vijf jaar oud) ons zou brengen. En hoewel slechts weinigen de boeken van A tot Z hebben gelezen was de term ‘informatiesamenleving’ een blijvertje. De industriële samenleving lag achter ons. De informatiesamenleving (en de netwerkmaatschappij en de kenniseconomie) was de toekomst.   

Hoewel de komst van een nieuwe informatietechnologie – de computer – onze samenleving tot in zijn vezels gaat veranderen is het, volgens ons, ietwat oneigenlijk om te stellen dat dit de informatiesamenleving teweeg heeft gebracht. Zoals we al schreven is er al vele honderden jaren sprake van een informatiesamenleving, waar we in leven. 

Al sinds de uitvinding van de boekdrukkunst, rond 1450 door Johannes Gutenberg, is de moderne wereld geobsedeerd door kennis. Zonder de uitvinding van de boekdrukkunst was de Moderne wereld ook helemaal niet mogelijk geweest. Het maakte de massaproductie van kennis mogelijk.

De hoeveelheid informatie die de samenleving genereerde steeg in de drie eeuwen na de uitvinding van de boekdrukkunst exponentieel. Hiermee steeg ook de complexiteit van de samenleving exponentieel. De samenleving moest dus nieuwe manieren verzinnen om deze hoeveelheid kennis en complexiteit in goede banen te leiden.

Duurde in de tijd voor de boekdrukkunst het produceren van een boek zo’n één tot twee jaar en kostte ieder afzonderlijk boek dus zo’n één tot twee jaarsalarissen, zo vlogen de boeken na de uitvinding van de boekdrukkunst als warme broodjes over de toonbank. 

De Moderniteit is altijd al een informatiesamenleving geweest. Gedurende de afgelopen 600 jaar draaide alles om technologische en maatschappelijke innovatie en om ontdekkingsreizen. Als iets onze cultuur heeft gevormd is het wel ons geloof dat feiten, logica en rede de basis zijn voor een betere wereld. Hoe meer kennis, hoe beter, was al lange tijd (en is eigenlijk nog steeds) het leidende adagium in onze cultuur.

 De computer en haar toepassingen, zoals het Internet en het World Wide Web, kwamen dus ook niet uit de lucht vallen. Ze liggen direct in het verlengde van de Verlichting – de culturele stroming die wetenschap en universele educatie beschouwde als een tegengif tegen armoede, bijgeloof, domheid en intolerantie. Lang voordat je met de smartphone op ieder gewenst moment van de dag Wikipedia kon raadplegen droomde men al over elektronische systemen die alle kennis van de wereld op een ordelijke manier aan iedereen beschikbaar zouden maken.

In 1993 maakte CERN de webbrowser genaamd WorldWideWeb toegankelijk voor het grote publiek, daarvoor was het een instrument voor wetenschappers om informatie met elkaar te delen. Sindsdien is het WWW een groot succes, als het exponentieel stijgende aantal websites daarvoor een goede graadmeter is.

Beroemd is bijvoorbeeld het essay As We May Think van Vannevar Bush, dat in 1945 werd gepubliceerd in The Atlantic. Toen al liep de informatiesamenleving tegen zijn grenzen aan, volgens Bush. Informatie was verkokerd in specialistische vakgebieden waardoor experts zowel slimmer als dommer tegelijk werden. Ze zaten op een ‘bewildering store of knowledge’ dat, omdat deze kennis niet toegankelijk was voor andere experts en het publiek, niet kon worden omgezet naar collectieve kennis. 
In het essay breekt Bush een lans voor een denkbeeldig elektronisch systeem – dat hij memex doopte – dat een informatie kan transformeren naar kennis. Een ‘collective memory machine’ dat de verkokering van informatie binnen allerlei vakgebieden kon doorbreken en zodoende kon omzetten in een soort gemeenschappelijke wijsheid.

De memex was, in veel opzichten, het denkbeeldige prototype van het WWW. Zie voor een volgende iteratie van dit idee, dat uiteindelijk leidde tot het WWW, Ted Nelson’s Xanadu. Dit is een scène uit Low and Behold, Reveries of the Connected World, een documentaire van Werner-Herzog, die Ted hier interviewt. Ted, die het huidige WWW niet goed vindt werken, qua kennis ordening, laat hier zijn eigen systeem zien. Kijk de scene hier

Bush maakt dus een onderscheid tussen informatie en kennis. En dat is een belangrijk punt. Want data is geen informatie, informatie is geen kennis, en kennis is geen wijsheid. Tussen al die stappen zit interpretatie – duiding. Je hebt bij iedere stap een soort theoretisch kader nodig waarin je van het één de ander kan maken. (Of in het geval wijsheid misschien een emotioneel kader.) Je kan wel een heleboel data hebben – zeg honderd miljoen ingevulde excel-cellen – maar dat levert je alleen maar problemen op als je niet weet welke conclusies je daar wel (en vooral niet) uit kan trekken. Denk; toeslagenaffaire. 

Informatie is dus een probleem, zoals Bush al aangaf, als het onvolledig is of als je het niet kan duiden. Als je niet de kwaliteit van de data op waarde kan schatten of als je er niet de juiste patronen uit kan distilleren dan gaat het mis. Waarop is mijn data van toepassing en waarop niet en welke denkramen gebruik ik om patronen uit deze data te filteren en welke niet? Moeilijke vragen die maar weinig mensen zich stellen. De meeste mensen nemen de informatie on face value – wat zo’n beetje het domste is wat je kan doen. Vooral als je omkomt in de informatie. 

Volgens Femke de Vries, bijzonder hoogleraar toezicht aan de RUG, haalt de gemiddelde bewindsman, bestuurder of commissaris zo de ‘duizend pagina’s per vergadering’. Dat is onzinnig. Blijkbaar wordt van deze arme vergadertijgers verwacht om uit deze enorme berg informatie het kaf van het koren te scheiden en de diepere verborgen patronen te filteren zodat ze deze vervolgens kunnen te bespreken met hun collega’s die ook zo hun conclusies hebben getrokken.  Wat ongetwijfeld prima is als je hier een paar weken voor kan uittrekken. Maar deze mensen rennen van vergadering naar vergadering. 

Het doet denken aan een scène uit de film Margin Call, uit 2011, waarin we de gebeurtenissen in een bank volgen aan de vooravond van de beurscrash van 2008. Jeremy Irons, die de CEO van de bank speelt, vraagt aan een lage analist, gespeeld door Zachary Quinto, om hem te vertellen wat er gaande is. “And please speak as you might to a young child, or to a golden retriever”. 

Waarna de analist vertelt dat hun financiële modellen, waar ze tot nu toe heel veel geld mee hebben verdiend, al een tijdje niet meer in pas lopen met de werkelijkheid. Met, en dit blijft uiteraard ongezegd, mogelijk catastrofale gevolgen voor de bank en, oh ja, de hele wereldeconomie. De CEO laat dit even bezinken en zegt dan:

Do you care to know why I’m in the chair, why I earn the big bucks? I’m here for one reason only and one reason alone, I’m here to guess what the music might do a week, a month, a year from now. That’s it, nothing more. I’m standing here tonight. I’m afraid that I don’t hear a thing. Just… silence.

Hierna besluit de CEO om de hele voorraadkast aan onbegrijpelijke, ontransparante en in werkelijkheid compleet waardeloze financiële producten, de volgende ochtend te verkopen aan de hoogste bieder. Waardoor hij de bank redt maar de wereldeconomie doet imploderen.

Je kan de scene uit Margin Call (2011) hier bekijken.

Wat interessant is aan deze scene is dat het enerzijds aangeeft dat informatie moet worden teruggebracht naar begrijpelijke patronen – the music has stopped – waarop je als bestuurder kan handelen – sell everything – en anderzijds aangeeft dat modellen niet hetzelfde zijn als de werkelijkheid. 

Een model is een interpretatie, een versimpeling, van de werkelijkheid waarop je kan handelen. Het geeft je een gereedschapskist om je data om te zetten in informatie, of je informatie om te zetten in kennis, of je kennis om te zetten in wijsheid. Een model of een denkraam is dus niet hetzelfde als de werkelijkheid, net zoals een menu niet hetzelfde is als de maaltijd, een toekomstscenario niet hetzelfde is als de toekomst en een kaart niet hetzelfde is als het landschap.

In 1895 schreef Lewis Carroll in Sylvie and Bruno Concluded, zijn laatste roman, deze dialoog over een landkaart op de schaal ‘a mile to the mile’:

“What a useful thing a pocket-map is!” I remarked.

“That’s another thing we’ve learned from your Nation,” said Mein Herr, “map-making. But we’ve carried it much further than you. What do you consider the largest map that would be really useful?”

“About six inches to the mile.”

“Only six inches!” exclaimed Mein Herr. “We very soon got to six yards to the mile. Then we tried a hundred yards to the mile. And then came the grandest idea of all ! We actually made a map of the country, on the scale of a mile to the mile!”

“Have you used it much?” I enquired.

“It has never been spread out, yet,” said Mein Herr: “the farmers objected: they said it would cover the whole country, and shut out the sunlight ! So we now use the country itself, as its own map, and I assure you it does nearly as well.”

Een landkaart is een interpretatie van het landschap, een versimpeling – het geeft je alleen de allerbelangrijkste patronen waarop je kan navigeren of waarmee je de schat kan vinden. Als een kaart alle informatie zou geven over het landschap dan is de kaart even groot als het landschap en dus totaal nutteloos. Een kaart is handig juist omdat het het landschap terugbrengt naar een stukje papier ter grootte van een A4. 

Een vergadering ingaan met 1000 vellen papier is dus nogal stompzinnig. Dat is een landschap binnenlopen op een kaart die bijna net zo groot als het landschap zelf. Too much information, too little knowledge zeg maar. Je doet zoiets, volgens de Vries, alleen maar om te laten zien dat je alles hebt gelezen. Alsof dat het criteria is van goed bestuur – met de vergadering als een soort schriftelijke overhoring.Het doet denken aan de quote; “hogeropgeleiden kunnen vooral goed kennis nalullen’, van Joris Luyendijk in het FD van 18 mei. Wat ze dus blijkbaar niet kunnen, als we Luyendijk mogen geloven, is denkramen verzinnen die ze in staat stelt 1000 pagina’s terug te brengen tot een aantal onderliggende patronen. Kortom, ze kunnen van informatie geen kennis maken. Waardoor ze geen basis hebben waarop ze wijze besluiten kunnen nemen.

In de jaren tachtig observeerde Hans Moravec, een robotica professor, dat computers goed zijn in ‘logisch nadenken’ en mensen niet, terwijl mensen goed zijn in motorisch-zintuiglijke coördinatie en computers (toen nog) niet. (Dit staat bekend als Moravec’s paradox.) Het overgrootste deel van ons brein is geoptimaliseerd voor het navigeren van een rommelig landschap. Het verklaart wellicht ook waarom de meeste mensen slecht zijn in het vinden van verborgen patronen in grote hoeveelheden geschreven informatie.

Dat gezegd heeft de informatiesamenleving dus een probleem: er is veel te veel informatie en veel te weinig kennis, en nog veel minder wijsheid. En dat komt vooral omdat we nog niet de culturele en technologische architectuur hebben waarmee we kunnen omgaan met de overvloedige informatie. 

Wat ons doet terugkomen op de leeftijd van de informatiesamenleving.

Als je de informatiesamenleving laat beginnen met de uitvinding van de computer dan ga je niet alleen voorbij aan de informatie-minnende cultuur die de computer heeft voortgebracht maar ook aan de manier waarop deze cultuur, na de uitvinding van de boekdrukkunst, de stortvloed aan informatie in goede banen heeft weten te leiden. Dat ging natuurlijk niet echt over één nacht ijs, als het al een bewust proces was, maar door de Moderniteit door de lens van informatieprocessen te bekijken leren we veel over onze situatie nu en wellicht over een toekomst waarin we informatie weer voor ons kunnen laten werken in plaats van tegen ons.  

De Moderniteit, de cultuur die dus voor een groot deel is gebouwd op de boekdrukkunst, creëerde in de loop van de tijd allerlei maatschappelijke mechanismen die ervoor zorgden dat we konden omgaan met de continue sterker wordende stroom informatie. Elk van die mechanismen zal moeten worden aangepast aan de bijzonderheden van de digitale revolutie.  

Bij deze een kort speculatieve to-do lijstje om een idee te krijgen van de uitdagingen waar we voor staan:

🧪 Wetenschappelijke Methode 2.0 — Ons idee van de wetenschappelijke methode en wat het is om kennis te vergaren moeten we, zoals het er nu uitziet, waarschijnlijk aanpassen aan de komst van kunstmatige intelligentie en wellicht, over een aantal decennia, kwantumcomputers. Deze technieken kunnen patronen herkennen en simuleren zonder dat ze de theoretische en hypothetische logica daarachter prijsgeven.  

📖 Langer Leren — De boekdrukkunst leidde tot een alsmaar hogere informatiedichtheid in de samenleving, wat weer zorgde voor een alsmaar grotere complexiteit. Om mensen hierop voor te bereiden werd educatie steeds belangrijker en steeds intensiever. Steeds meer mensen moesten steeds langer naar school. Nu staat de leerplicht op 16 jaar. Grote kans, nu de computer voor nog hogere complexiteit alsook voor meer bottom-up democratie zorgt dat de leerplicht, voor iedereen, richting 24 of zelfs 30 jaar gaat. 

🗳 Upgrade de democratische informatie processor — De representatieve democratie kan je zien als een breed gedragen, flexibel en zelfregulerend informatieproces. Door de boekdrukkunst kwam er zoveel informatie en complexiteit de maatschappij binnen dat je het besluitvormingsproces niet aan een alleenheerser en een paar vazallen kon overlaten. Na de komst van de computer komt er echter zoveel informatie het systeem binnen dat de representatieve democratie, waar we stemmen op een aantal elitaire professionals, het ook niet meer kan bolwerken. We moeten toe naar nog breder gedragen deliberatie en besluitvormingsproces. De democratie moet verdiept worden, zodat nog meer informatie kan worden verwerkt. Burgerraden?

🖋 Een diepere architectuur van vertrouwen — Het publieke domein, dat onderling vertrouwen en gemeenschapsgevoel produceert is verschoven van kranten en tijdschriften naar het World Wide Web. Vertrouwden we ooit op de professionaliteit van (elitaire) journalisten en experts om ons een feitelijke blik op de wereld te geven, nu is iedereen zoekende. Wat zijn feiten nog in het digitale domein? Hoe maken we van het verwilderde digitale domein een publiek domein dat mensen verenigt in plaats van verdeelt? De journalistieke ethiek, die best elitair was, is niet meer toereikend in een wereld waarin iedereen kan meepraten. We moeten op zoek naar een diepere, hardere en meer democratische architectuur van vertrouwen in het digitale tijdperk. P2P en cryptologie?

Democratie, onderwijs, journalistiek en wetenschap waren de belangrijkste kennis-innovaties van de post-boekdrukkunst informatiesamenleving. Het waren deze vier instituties die informatie probeerden om te zetten in een soort collectieve kennis. Het waren de zuilen waar onze gemeenschappelijke architectuur van vertrouwen op leunden. 

Met de komst van een nieuwe informatietechnologie – de computer – die de maatschappij van nog meer informatie en complexiteit voorziet moeten we deze vier sectoren opnieuw uitvinden. Ze moeten waarschijnlijk verdiept en verstevigd worden. Zodat ze opnieuw losse informatie kunnen omzetten in collectieve kennis, de gemeenschap opnieuw bij elkaar brengen, en kunnen voorzien van een diep onderling vertrouwen. 

Dit gaat uiteraard niet over één nacht ijs. Maar door met een langetermijnbril naar de informatiesamenleving te kijken hebben we in ieder geval een idee waar we kunnen beginnen met zoeken. 

Liefs

Ed + Chris

Wat is het punt waarop onze atmosfeer een dodelijke vijand wordt?

{subject}
                             

We zijn jarig! Het eerste jaar met de Chrononauten

{subject}
                             

Comeback whales, troostrijke doemscenario’s en een update van het vertrouwensdossier

{subject}
                             

Poetins Rusland in het Lange Nu

{subject}
                             

Lijstduwers van het Lange Nu

{subject}
                             

Grensoverschrijdingen, onverklaarbare ervaringen, een worldbuilding reader en ‘Dead Man’

{subject}
                             

Hoe vertrouwen onze wereld vormgeeft

{subject}
                             

Kan de toekomst voorspelt, uitgerekend of bezworen worden?

{subject}
                             

Geo-engineering met de Oranjes · Fully Automated Luxury Gnosticism · How to world a world

{subject}
                             

Hoe zou een internet gebaseerd op vertrouwen eruit kunnen zien?

{subject}