Home Blog

🌸 De Opkomst van de Homo Romanticus

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Het hier en nu is namelijk een moment dat eeuwen beslaat.

Vandaag wijden we wat gedachten aan de opkomst van de Homo Romanticus: het culturele archetype dat niets liever wil dan samenvallen met zichzelf, zijn gemeenschap en zijn natuurlijke omgeving. Hij of zij zoekt boven alles naar emotionele veiligheid. Wat, idealiter, wordt gevonden in eigen en oorspronkelijke relatie met de wereld, en met zichzelf.

De opkomst van de Homo Romanticus heeft goede kanten, maar lijkt ook gelinkt aan het steeds subjectievere karakter van ons publieke domein.

De Homo Romanticus wil soms namelijk niets liever dan de starre objectieve werkelijkheid ombuigen en die om zich heen wikkelen als een zacht, warm dekentje. Soms is een alternatief feitje immers fijner dan een emotioneel uitdagend feitje. Deze week dus wat gedachten over de cognitieve dissonantie van de Homo Romanticus. 

En, ter herinnering:

Aanstaande maandag, 3 oktober, om 20u begint onze fellowship bij Pakhuis de Zwijger. Tijdens een lezing verkennen we het verleden en de toekomst van ons publieke vertrouwen. Daarna gaan we in gesprek met Indira van ’t Klooster. Je kan ons live sluwe vragen stellen of je kan dat online doen, via deze link. (Je moet wel eerst een account aanmaken, maar daarna ligt het Pakhuis aan je voeten – die vervolgens lekker warm op de bank kunnen rusten terwijl het buiten herfstig waait en regent 🍁🍂)

Daarnaast heeft het Pakhuis de Zwijger ook een leuke podcast met ons opgenomen waarin we praten over het Lange Nu, hoe toekomstdenken werkt en hoe vertrouwen de afgelopen 1000 jaar veranderde, en waarom we nu nieuwe Architectures of Trust nodig hebben. De podcast is op Apple, Spotify, Soundcloud en andere podcast-platforms te beluisteren 🎧.

Notitie:

De Opkomst van de Homo Romanticus

🌸

Vorige week bespraken we A Culture of Fact. In dit boek beschrijft historica Barbara J. Shapiro hoe de Engelse cultuur in de Vroegmoderne Tijd steeds objectiever werd. Via de juryrechtspraak leerden gewone lieden denken in feitelijkheden, bewijzen, alibi’s, getuigenissen en motieven. Het subjectieve leerde men te wantrouwen.

Zoals we al eerder beschreven in het essay Building Trust in the Electric Age werd dit streven naar objectiviteit geborgd door ‘de professional’. Dit ging gepaard met een werkethos dat kenniswerkers aanmoedigde om hun subjectiviteit thuis te laten en alleen te doen wat de baan van hen vroeg, ongeacht eigenbelang of wat ze er zelf van vonden. De ideale professional was slechts een radertje in de machine.

In haar boek beschrijft Shapiro bijvoorbeeld hoe de schrijvers van nieuwsberichten en reisboeken in de 17de eeuw aan hoge standaarden werden gehouden door hun lezers. Als ze te partijdig waren of als ze gebeurtenissen beschreven die ze uit tweede hand hadden vernomen, werden ze pardoes beschuldigd van het schrijven van fictie.

Deze objectivering van de werkelijkheid was nauw verweven met de snelle opkomst van drukkers, uitgevers en auteurs na de uitvinding van de boekdrukkunst in het midden van de 15de eeuw. Het urbaniserende Europa kreeg zo een nieuwe blik op de wereld. En de objectieve professional voorzag deze blik van een architectuur van vertrouwen.

Met de overgang van het gedrukte woord naar het geactiveerde woord moeten we op zoek naar een nieuwe architectuur van vertrouwen. Want het vertrouwen in professionaliteit en de instituties die op dit werkethos zijn gebaseerd zijn tanende. Ze zijn niet opgewassen tegen de stortvloed aan informatie die het internet continu over ons uitgooit.

We moeten bouwen aan een robuust digitaal systeem dat enerzijds onze publieke waarden borgt en anderzijds het niveau van objectiviteit opkrikt en versterkt binnen het publieke domein. 

Maar dit is slechts een deel van de oplossing, want het is meer dan alleen een technisch probleem. Een andere oorzaak van het afgenomen vertrouwen is de opkomst van de Homo Romanticus.

De Homo Romanticus is een cultureel archetype dat in het midden van de 18de eeuw kwam bovendrijven in het Europese bewustzijn. Hij staat in ons denken naast de Homo Nobilis en Homo Economicus.

(Zie onze analyse van Poetin en van Poetins Rusland voor een uiteenzetting van deze drie archetypes. Poetin is een typische Homo Nobilis.)

Wij hebben de Homo Romanticus vernoemd naar de Romantiek, een stroming in de Westerse Moderniteit die zich vooral aan het einde van de 18de eeuw en in de 19de eeuw deed gelden in de kunsten en in het intellectuele leven. Tijdens de Romantiek was de subjectieve ervaring het uitgangspunt. Introspectie, oorspronkelijkheid, intuïtie, emotie, spontaniteit en verbeelding stonden centraal. De Romantiek was dan ook een tegenreactie op de rationalisering, industrialisering en objectivering van de Moderne Westerse samenleving.

Het woord romantiek is ontleend aan Middeleeuwse romances; epische en lyrische gedichten over imperfecte lieden die volmaaktheid najaagden.

Dat de middeleeuwse cultuur een grote inspiratiebron was voor Romantische denkers en kunstenaars is goed te zien in het werk van William Morris en de Arts & Crafts beweging. Hierboven een wandtapijt dat Morris & Co. heeft gemaakt waar een scene uit de Arthuriaanse legende van de Heilige Graal is afgebeeld. Voor meer voorbeelden van middeleeuwse invloeden in de afgelopen vierhonderd jaar zie Medievalism (Wikipedia)

De Homo Romanticus stond lange tijd in de schaduw van de objectieve Homo Economicus, het dominante archetype van de Westerse Moderniteit. De Homo Romanticus liet zich weliswaar gelden in de wereld van intellectuelen, wetenschappers, kunstenaars en vrijheidsstrijders, maar de rest van de bevolking had wel iets beters te doen dan zich zorgen te maken over hun emotionele veiligheid.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam hier verandering in. De Homo Romanticus kwam aan de oppervlakte van de populaire verbeelding. Door de toenemende welvaart, de leerplicht en de opkomst van elektronische media hadden jongeren opeens de tijd en de ruimte om zich bezig te houden met de zin van het leven en afgeleide morele vraagstukken. Dit leidde tot o.a. de burgerrechtenbeweging en de vele jeugdsubculturen van de jaren ’60.

Naarmate steeds meer mensen konden genieten van een middenklasse levensstijl, groeide de vraag naar zelfhulpproducten, paranormale dienstverlening en een velerlei aan Oosterse filosofieën, religies, geneeswijzen en vechtkunsten. De opkomende Homo Romanticus zoekt namelijk naar een soort emotioneel houvast. Naar een reddingsboei in de groeiende complexiteit. Naar menselijkheid in een hoogtechnologische samenleving.

De openingssong van de musical Hair, Aquarius kadert het verhaal en de idealen van de hippies als onderdeel van nieuw astrologisch tijdperk. De eerste zinnen van het lied luiden: When the moon is in the seventh house / And Jupiter aligns with Mars / Then peace will guide the planets / And love will steer the stars / This is the dawning of the age of Aquarius. Met andere worden de Hippies als boodschappers van een opkomend kosmische tijdperk. Een ‘New Age’.

De Homo Romanticus mag vaak en graag afgeven op de zielloze Homo Economicus en de objectivistische professionaliteit waar dit archetype van afhankelijk is. Maar in de zoektocht naar zijn subjectieve ankers vergeet de Homo Romanticus wel eens dat ook zijn welvaart en welbevinden afhangen van objectieve structuren. Schoon water uit de kraan is immers geen natuurverschijnsel.

Het is de uitdaging van de Homo Romanticus om de individuele en subjectieve ervaring te verenigen met de objectieve werkelijkheid die we onderling delen. Een democratische samenleving met een complexe kenniseconomie is nu eenmaal niet verenigbaar met een in zichzelf wegzakkende Homo Romanticus. De Homo Romanticus moet zichzelf trainen in een dualistisch mens- en wereldbeeld.

Projecteerde de Homo Nobilis zijn subjectieve binnenwereld op de objectieve buitenwereld (waardoor de buitenwereld onwerkbaar werd), zo projecteerde de Homo Economicus de objectieve buitenwereld op zijn subjectieve binnenwereld (wat de binnenwereld weer onwerkbaar maakte). Het is aan de Homo Romanticus om deze twee zienswijzen met elkaar te verenigen.

Dat dit voor veel mensen een lastige opgave is, blijkt uit de grote overlap tussen mensen die ontvankelijk zijn voor complottheorieën en mensen die werkzaam zijn in de wellness industrie. Of, met andere woorden: Er zijn veel yogi’s onder Trump-aanhangers en QAnon-adepten.

Na de bestorming van het Amerikaanse Capitool op 6 januari 02021 verschenen er artikelen met titels als ‘QAnon’s Unexpected Roots in New Age Spirituality’ (Washington Post), ‘Does yoga have a conspiracy problem’ (BBC), ‘The wellness world’s conspiracy problem is linked to orientalism’ (VOX) en ‘Meet the police chief turned yoga instructor prodding wealthy suburbanites to civil war(Washington Post)

Het BBC-artikel begint bijvoorbeeld met de volgende zinnen:

Throughout her career as a yoga teacher, Seane Corn has been used to hearing students and colleagues rail against mainstream medicine. She even shares some of their concerns.

But when the coronavirus pandemic began in 2020, Seane noticed a change.

‘I started to get text messages and emails inviting me to speak on panels or listen to leaders talking about anti-vaccination – but within that, there was this rhetoric about Covid being a hoax,’ she told the BBC.

‘They would then start to send me information about Big Pharma, which then led into information related to Bill Gates, then to sex trafficking,’ says Ms Corn.

Wat begon met een sceptische houding ten opzichte van de Westerse medische wetenschap, en wellicht met een oprechte nieuwsgierigheid naar andere medische tradities, eindigt vaak in een cul-de-sac van onnavolgbare complotgedachten.

Dit is deels verklaarbaar doordat het publieke domein wordt gefragmenteerd door allerlei sociale mediabedrijven wier algoritmes mensen steeds meer spektakel en verontwaardiging voorschotelen. Hierdoor komen ze terecht in filterbubbels die hun cognitieve dissonantie voedt. (Cognitieve dissonantie is de spanning die iemand ervaart als hij wordt geconfronteerd met feiten die niet stroken met zijn eigen overtuigingen.)

Maar naast het niet functionerende publieke domein is er dus ook die verdwaalde en wanhopig zoekende Homo Romanticus. De betekeniszoekende mens heeft een bijna occidentalistische afkeer van de Westerse beschaving. (Occidentalisme is een term die is gemunt door de Brits-Nederlandse sinoloog Ian Buruma en de Israëlische filosoof Avishai Margalit. Volgens hen wordt occidentalisme gekenmerkt door een afkeer van de Westerse beschaving. Die is te materialistisch, te lichtzinnig en te individualistisch.)

Nu valt er ontzettend veel aan te merken op de Westerse Moderniteit en zijn er vele voorbeelden van de absolute horror die het heeft voortgebracht. Ook valt er heel veel goeds te zeggen over allerlei briljante niet-Westerse kennistradities. En de verkenning van de eigen subjectiviteit kan absoluut interessant en zingevend zijn.

Maar het kind met het badwater weggooien is nooit een goed idee. (Het kind is in dit geval het objectief en systematisch denken.)

De uitdaging van de samenleving is dus tweeledig:

Enerzijds moet het digitale domein gestut worden met een robuuste digitale architectuur van vertrouwen. Anderzijds moet de samenleving de Homo Romanticus in zichzelf leren dat de erkenning en verkenning van de eigen subjectiviteit de erkenning en verkenning van een gezamenlijke objectiviteit niet hoeven uit te sluiten.

De toekomst van de Homo Romanticus is namelijk of dualistisch, of we riskeren een dreigende ‘terugval’ naar de tijden van de Homo Nobilis.

Verder lezen:

👁️ Laatst deelden we overigens al een link naar deze reportage over het Qbisme, een theorie in de kwantummechanica die expliciet suggereert dat de werkelijkheid zowel objectief als subjectief is.

🧠 We schreven al eerder over bewustzijn (de raadselachtige bron van de subjectieve ervaring) en hoe dat de laatste jaren door de wetenschap wordt erkend als een objectief fenomeen.


Fijn weekend, en misschien tot maandag bij Pakhuis de Zwijger!
Liefs ❤️ Ed & Chris

⚖️ Een Cultuur van Feitelijkheid

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Door ons verleden te duiden openbaren zich immers nieuwe verbeeldingen van onze toekomst.

Deze week lazen we een fascinerende historische studie.

Het boek heet A Culture of Fact. England, 1550-1750, geschreven door Barbara J. Shapiro, een historica verbonden aan de University of California. Zoals de titel al doet vermoeden, is het boek een onderzoek naar de oorsprong van het Moderne concept ‘feit’. Het beschrijft hoe ‘denken in feiten’ onderdeel werd van de Engelse populaire cultuur.

A Culture of Fact geeft een fascinerend beeld van de Vroegmoderne Engelse geschiedenis (1450-1800), een periode waarin Europa wanhopig op zoek was naar een nieuwe verhouding met de werkelijkheid.

Wanneer is iets waar? Of slechts waarschijnlijk? Wat zijn bewijzen en wat is een waarneming eigenlijk waard? Over deze vragen braken de Europese Vroegmodernen hun hoofd.

De antwoorden die ze op deze vragen formuleerden hebben onze huidige juridische, wetenschappelijke en journalistieke tradities gevormd.

We lazen A Culture of Fact om meer te leren over hoe de Moderne cultuur, waar feitelijkheid en objectiviteit een belangrijke rol spelen, ontstond. Maar natuurlijk waren we ook benieuwd of het ons iets kan vertellen over het huidige tijdsgewricht van fake news en alternative facts.

Vandaag dus enkele gedachten na het lezen van dit boek. Deze gedachten liggen overigens in het verlengde van het essay dat we voor onze fellowship in Pakhuis de Zwijger schreven en dat we vorige week hier met jullie hebben gedeeld: Building Trust in the Electric Age

Notitie

Een Cultuur van Feitelijkheid

⚖️

In de Vroegmoderne Tijd (1450-1800) ontwikkelde zich in Europa geleidelijk een meer objectieve en onttoverde benadering van de werkelijkheid. Naarmate de verstedelijking en geletterdheid toenam, versnelde deze ontwikkeling.

Aron Gurevich, een Russische historicus, beschreef de populaire cultuur in de Middeleeuwen ooit als een ‘mythopoetic and folkloric-magic consciousness’. In de Middeleeuwen leefde de mens in een diep subjectieve wereld vol wonderen, begeestering en overlevering. Deze dagelijkse ervaring maakte in de Vroegmoderne Tijd geleidelijk plaats voor een meer objectieve, seculiere en materialistische kijk op de wereld. De wereld werd niet langer voortgedreven door subjectieve wilskrachten, zoals die van goden of duivels, maar door objectieve natuurkrachten – krachten die te kennen zijn.

Een representatie van het Laatste Oordeel, waarin de verdoemden worden verorberd door een muil van de Hel. Uit de in the Winchester Psalter (12de eeuw)

In A Culture of Fact beschrijft Shapiro enkele van de mechanismes waarmee deze langzame culturele transitie zich voltrok in Engeland.

Shapiro laat zien hoe in de 16de eeuw het concept van feitelijkheid vorm kreeg in de Engelse rechtszaal, waarna het via allerlei andere disciplines onderdeel werd van de populaire cultuur. Aan het begin van de 18de eeuw was het woord fact volgens Shapiro al onderdeel van het alledaagse taalgebruik.

Met een feit wordt tegenwoordig – zonder te trekken aan de vele epistemologische losse eindjes – een gebeurtenis of omstandigheid bedoeld waarvan de materiële werkelijkheid vaststaat. Het probleem van deze definitie, zoals Engelse rechtsgeleerden in de 16de eeuw ook ontdekten, is als volgt: hoe bepaal je wanneer de materiële werkelijkheid van een gebeurtenis of omstandigheid vaststaat?

Om dit probleem op te lossen verzonnen ze indertijd allerlei juridische procedures en afwegingen om de betrouwbaarheid van bijvoorbeeld getuigenissen te bepalen. Ze stelden daarbij de volgende vragen: Is er eigenbelang of bevooroordeeldheid in het spel? Zijn de getuigen wel toerekeningsvatbaar? Wat is de waarde van een getuigenis onder ede? Hoeveel getuigen zijn er en zeggen ze wel hetzelfde? Hoe werkt hoor-en-wederhoor?

Maar ook werd de waarde van andere bewijsstukken, zoals moordwapens, onder de loep genomen, alsook die van alibi’s en motieven. En experts – wat voegen die eigenlijk toe? Hoe schat je deskundigheid en onafhankelijkheid op waarde?

Er ontstonden, kortom, allerlei juridische methoden om iets beyond reasonable doubt als feit te kunnen duiden. Een feit was hier dus niet een absolute vaststelling, maar een juridische aanname. Men was zich ervan bewust dat de werkelijkheid moeilijk te benaderen was – in ieder geval in de rechtszaal, waar met name niet-herhaalbare gebeurtenissen en omstandigheden werden behandeld.

Houtsnede van een rechtbank of tribunaal (17de eeuw)

Deze ontwikkelingen waren volgens Shapiro niet uniek voor Engeland. Sterker nog: op het Europese vasteland waren de rationalisatie en objectivering van het recht al veel eerder begonnen. Dit kwam omdat in Engeland het gewoonterecht gold, terwijl op het vasteland het Romeinse recht de norm was – waarin dit soort rationele afwegingen al zo’n 1.000 jaar eerder waren gecodificeerd.

In tegenstelling tot de Romeinse rechtstraditie, waarin professionele rechters een oordeel vellen, werkte het Engelse gewoonterecht met juryleden. En het waren deze gewone lieden die dit juridische denken de wijde wereld in brachten. Waar het, volgens Shapiro, in grote mate bijdroeg aan de objectivering van het Engelse mens- en wereldbeeld. 

Deze culturele ontwikkeling kwam vervolgens in een stroomversnelling doordat de Engelse bevolking in die tijd snel verstedelijkte en de geletterdheid toenam. Hierdoor moesten schrijvers van reisboeken en kranten zich bijvoorbeeld verantwoorden over dat wat ze opschreven. Ze konden niet zomaar meer iets beweren. Beweringen moesten onderbouwd worden. Het was in die tijd niet ongewoon dat een slecht geschreven nieuwsbericht of reisverhaal werd afgedaan als onfeitelijk – als fabels, fictie of opinie.

Deze ‘cultuur van feitelijkheid’ leidde uiteindelijk tot de Moderne journalistieke ethiek, waarin bewijzen, getuigenissen, hoor-en-wederhoor en deskundigheid een grote rol spelen.

Volgens velen zijn de Verlichting en de ontwikkeling van de wetenschappelijke methode de motor achter de transitie van het Middeleeuwse naar het Moderne mens- en wereldbeeld. Maar wat Shapiro in haar studie overtuigend betoogt, is dat de juridische traditie, in ieder geval in Engeland, hier dus op zijn minst medeverantwoordelijk voor is.

Ver voordat de Moderne wetenschap zich deed gelden in de populaire cultuur was de rechtszaal al geruime tijd een arena voor epistemologische discussies. Ook hier staat immers waarheidsvinding centraal. Toen godsgerichten, religieuze dogma’s en andersoortige irrationele lot bepalende praktijken – denk bijvoorbeeld aan de heksenwaag – meer en meer wenkbrauwen deden fronsen moest men toch op zoek naar iets anders.

Tussen de regels door lazen we in Shapiro’s boek ookdat de transitie van de Middeleeuwen naar de Moderniteit werd gekenmerkt door de introductie van een nieuw werkethos: professionalisme. De reisboekenschrijver en de journalist werden geacht hun subjectiviteit thuis te laten en zich te voegen naar de mores van hun professie. Hun meningen en hun voorkeuren werden ondergeschikt geacht aan de feiten.

Zoals we vorige week al schreven in het essay voor Pakhuis de Zwijger was de ontwikkeling van dit nieuwe Moderne werkethos een belangrijk element in het ontstaan van een nieuw publiek domein. Een publiek domein dat niet langer was gebouwd op subjectieve meningen en ervaringen maar op objectieve methoden van waarheidsvinding. Dit nieuwe publieke domein was, door de uitvinding van de boekdrukkunst, bovendien ook schaalbaar

De cultuur van feitelijk die in de Vroegmoderne Tijd in Engeland en Europa ontstond werd dus geborgd door professionals. Eerst door professionals die de juridische procedures zo feitelijk en objectief mogelijk hielden en vervolgens door schrijvers die het publieke domein zo feitelijk en objectief hielden. 

Zoals we vorige week schreven was de overgang van subjectief wereldbeeld naar objectief verweven met de overgang van het gesproken woord naar het gedrukte woord.

Op dit moment maken we de overgang mee van het gedrukte woord naar het geactiveerde woord en tegelijkertijd zien we ook dat het nieuwe digitale publieke domein wordt overspoeld door nepnieuws en ‘alternatieve feiten’. Ook zien we dat mensen hun vertrouwen beginnen te verliezen in de objectiviteit van de professionals.

Professionaliteit als werkethos is dus blijkbaar niet voldoende om objectiviteit te garanderen in het digitale publieke domein. We moeten dus op zoek naar een hardere architectuur van feitelijkheid. Een structuur waarin feiten en hun bewijsstukken veel makkelijker achterhaalbaar zijn voor het publiek.

Denk bijvoorbeeld aan een journalistiek platform zoals de NOS. In de meeste artikelen op de website van de NOS worden bijvoorbeeld de woorden van deskundigen, politici of gewone mensen aangehaald zonder dat het bronmateriaal, de audiofiles van de interviews bijvoorbeeld, wordt meegeleverd. Er wordt van de lezer verwacht dat hij vertrouwt op de professionaliteit van de NOS-redactie (vaak staat er geen auteur bij het artikel) dat de quotes ook echt zijn gezegd.

Hetzelfde geld voor andere journalistieke bronnen, zoals foto- of videomateriaal van gebeurtenissen of officiële documenten die zijn verkregen door middel van de WOB. Ook deze worden gesampled en ge-quote zonder dat de lezer het bronmateriaal kan raadplegen op accuraatheid. 

Kortom, wellicht is het tijd voor soort public stack, een digitale publieke infrastructuur waarin, via bijvoorbeeld persoonlijke datakluizen, journalistiek bronmateriaal beschikbaar kan worden gemaakt door de journalist.

De journalist kan de files en de metadata van de files, zoals geolocatie en timestaps, authentiseren – hij staat persoonlijk in voor hun authenticiteit en integriteit. Vervolgens kan hij hiernaartoe linken in zijn artikelen. Ook andere journalisten kunnen in hun artikelen hiernaartoe linken. Ook kan hij de files linken aan ander relevant bronmateriaal die bij andere journalisten in de datakluis staat.

Op deze manier krijg je een meer transparante chain of evidence. Vooral als deze wordt gekoppeld aan publieke datakluizen, zoals bibliotheken, archieven, kadasters, etc.

Voor zover wat eerste gedachten na het lezen van A Culture of Fact. We komen hier ongetwijfeld nog vaker op terug want Shapiro’s onderzoek raakt aan vele aspecten van ons denken.


Tot volgende week,
Veel liefs ❤️ Ed & Chris

⚡ Bouwen aan vertrouwen in het Elektrische Tijdperk

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Door het verleden te duiden openbaren zich immers nieuwe verbeeldingen van de toekomst.

🥳 For our more international audience who’ve been putting our newsletters through Google translate, or for those wanting to forward our newsletter to friends, students and colleagues who don’t read Dutch, we have good news! — We’ve started an English edition over at Substack titled Atlas of The Long Now. There we are publishing translations within a week after we’ve sent out the Dutch edition, and we’re translating some popular previous issues this fall. You can subscribe here.


En nog wat meer goed nieuws. Het afgelopen jaar hebben we uitgebreid geschreven over de toekomst van vertrouwen, en de grote rol die vertrouwen speelt in het mogelijk maken van complexe moderne samenlevingen. Pakhuis de Zwijger vroeg ons in het kader van hun Designing Cities for All Fellowship (DCFA) ons Toekomst van Vertrouwen-dossier dit najaar verder uit te werken. In gesprekken met verschillende experts willen we uiteenlopende aspecten van dit thema verder uitdiepen. We gaan deze gesprekken inleiden met, hoe kan het ook anders, een historische duiding van hoe vertrouwen de afgelopen duizend jaar gestalte kreeg, en een aantal ontwerpprincipes en toekomstscenario’s die laten zien hoe vertrouwen georganiseerd en geborgd zou kunnen worden in de toekomst.

Als een soort schot voor de boeg hebben we voor ons internationale panel van experts dan ook een inleidend essay geschreven dat we hieronder graag met jullie delen.

De komende tijd zullen we meer informatie geven rondom de verschillende elementen van het programma en welke gasten we zullen hebben. Er komt een podcast, een boekenclub en een aantal events bij Pakhuis de Zwijger waar live en online aan deelgenomen kan worden. Om te beginnen maar even een kort een rijtje data voor in de agenda:

  • Maandag 3 oktober 20u-22u — De DCFA launch: De introductie van de Chrononauten en ons onderwerp; Architectures of Trust.
  • Maandag 7 november 20u-22u — Building a Public Domain: Over hoe we in het publieke discours tot een gedeelde waarheid komen.
  • Maandag 14 november 20u-22u — Building a Public Culture: Over onze digitale identiteit, van wie die is, en hoe die bepaalt hoe we invulling geven aan ons burgerschap.
  • Maandag 21 november 20u-22u — Building a Public Governance: Over hoe nieuwe digitale infrastructuur een rol kan spelen in het bouwen van een participatieve democratie.

    Dan nu, without further ado, ons essay.

Building Trust in the Electric Age

‘Every kind of peaceful cooperation among men is primarily based on mutual trust and only secondarily on institutions such as courts of justice and police.’ —Albert Einstein

In November 17, 02021, a US court sentenced Jacob Chansely, also known as the ‘QAnon Shaman’, to 41 months in prison for his role in storming of the US Capitol on January 6, 2020. Images of Chansley in the Capitol building went viral because of his ‘barbaric’ outfit. His painted face, the large spear he carried, and his horned fur hat became symbolic for the mayhem that day. Because of this, Chansely’s sentence was extra harsh. To set an example among the wild online tribes that stormed the Capitol. According to the judge who sentenced him Chansely frequently posted ‘vitriolic messages on social media, encouraging his thousands of followers to expose corrupt politicians, to ID the traitors in the government, to halt their agenda, to stop the steal, and end the deep state’ prior to his storming of the Capitol.

The story of Jacob Chansely and the events on January 6th became emblematic of a sharp deterioration of societal trust in Western societies during the last 30 years. The social media messages of Chansely are testimony of a widening and deepening social mistrust in our democratic and governmental institutions and the officials, professionals and experts that make it run. This lack of trust is, of course, deeply problematic. Especially for democratic communities. If we don’t address and fix this trust-problem, it will spell the end of our way of life.

The storming of the Capitol in Washington on Jan 6 02021. Image: Brett Davis (CC)

Trust is the glue that holds societies and civilizations together. It’s the core principle on which all human relationships are build. It is consequently also the most sacred principle of effective communication. It is quite remarkable, in that light, that the societal dynamics of trust are still poorly understood. Especially when one considers it has been over thirty years since the introduction of the most omnipresent communication-platform ever conceived; the Internet. It is time that we start exploring how societal trust works, how it is produced, and how it is linked to communication technology. If we know it’s dynamics, we can perhaps design our way out of our current predicament.

There is a link between societal trust, information technology, the experience of community and the scale of human cooperation that a particular society is capable of. To understand this link, it is helpful to take a few steps back, zoom out, and look at the introduction of the printing press in the mid 1400’s and how it transformed society and made the Modern world possible.

Before the invention of the printing press the dominant information technology in Europe was the spoken word. This had obvious limitations. We had to meet each other, so we could talk to each other, so we could build trust, so we could cooperate effectively. Trust was a very personal affair. The institutions of trust where small villages, family structures, friendships, clans, and fealty. Within these institutions cooperation and division of labor could take place. Something that was quite challenging outside these circles of trust. This dependence on spoken word made large communities and economies of scale almost impossible.  

With the invention of the printing press, and the subsequent proliferation of publishing houses, Europe was introduced to a powerful new information technology – the printed word. The mass production of information that became possible allowed communities of trust to grow beyond the circle of personal acquaintance. Trust became a more abstract experience. People started to rely on the printed word – on schoolbooks, banknotes, newspapers, lawbooks, land maps and nautical charts. The new architecture of trust was built on the objectivity of experts, professionals and their bureaucracies that were associated with the production of this more abstract level of trust. The printing press thus made information scalable, which made trust scalable, which made the sense of community scalable, which made cooperation scalable.

In the nineteenth and twentieth century we were introduced to another information technology; electronics. Which subsequently led to new methods of communication – telegraph, radio, telephone, television, and the omnipresent personal computer of today. Especially after the introduction of the World Wide Web and other Internet applications the dominant medium of trust shifted again. Although the spoken word and the printed word are still around, and have their place in society, the dominant information technology became the activated word. (We call it ‘the activated word’ because computer code does not need humans to get work done; think robotics and machine learning.) But, while the dominant medium shifted from the printing press towards the new electronic realm there are, as of yet, no new architectures of trust in place to imbue its users with an even more abstract level of trust – an absence that undermines our sense of community and, if we don’t fix it soon, our ability to cooperate.

If we want to learn anything from this very brief history of trust, we need some sort of formula (or taxonomy, or definition) that establishes the social mechanics of trust. Because only if we know its mechanics, we can draw up design principles for producing trust in the electronic age.

So, to move forward, we think that we can safely define the social space where the linking of societal trust, information technology, sense of community and the scale of human cooperation happens as a public sphere. And to put it all into a single definition:

A public sphere produces public trust by imbuing information technology with a measure of objectivity – a notion of truth that is independent from human subjectivity. This measure of objectivity is called the architecture of trust. It enables the alignment of individual norms, identities, and interests into a sense of common ownership which provides the safety needed for people to cooperate.

Looking back with this formula in mind it makes sense that in the age of the spoken word people tried, by getting to know each other, to establish some measure of objectivity. By knowing each other’s subjectivities, one could, with some human insight, perhaps deduce some objective truth. That this is difficult speaks from the fact that these people lived in a very subjective universe. Their world view was very magical. Their world was mysteriously animated or otherwise divinely inspired. 

When the printed word entered the scene people slowly started to trust law books, banknotes, land maps, sea charts because they trusted the craftsmanship of the people (and their institutions) that produced these printed artifacts. From this trusted craftsmanship slowly there emerged the notion of professionalism. Professionalism is a work ethic that encourages workers to leave their subjectivity at home and become an objective ‘cog in the machine’. We trust our doctors, lawyers, bookkeepers, politicians, mapmakers, teachers because we trust their objectivity. Professionalism was the architecture of trust in the age of the printed word, and bureaucracies were its scaled-up institutions.  

The ideal modern professional is an objective cog in a trust-machine that relies on professional training, the code of ethics of their trade, and a ground truth based on paperwork, contracts and law. (image: Adam Levey for A World without Work (02015) The Atlantic)

Jacob Chansely’s ranting about corrupt politicians and the deep state make much more sense now. Professionalism was the architecture of trust that worked in the printed age. With the advent of a new information technology, the activated word, our faith in human professionalism is waning. Our (subjective) faith in the objectivity of experts and professionals does not cut it anymore. We need something stronger, something more objective. We need an architecture of trust that can withstand the massive challenges of the activated word.

We live in a transitional moment. We are still governed by the institutions that emerged in the age of the printed word, but most of our information and communication takes place in the realm of the activated word. This is a fraught situation because the dynamics of the printed age are different than those of the electronic age.

Here are a couple of those differences:

  1. The electronic realm processes much, much, and much more information than the printed realm.
  2. In contrast to the printed realm, the electronic realm does not only distribute information but also produces it.
  3. Because it is activated the electronic realm can control the robotic workings of critical infrastructure.
  4. In the electronic realm everybody is a producer of information, which is different from the printed realm that was controlled by an elite cadre of professionals.
  5. The electronic realm makes society much more transparent because everybody can disclose information in it. There is no ballotage of professional editors, curators, and publishers.
  6. Compared with the printed realm the electronic realm is a ridiculously complex and abstract place. It is built and governed in the language of higher mathematics, which makes its inner workings inaccessible to most.

We thus need to design a new architecture of trust that fortifies a much higher level of objectivity within the activated word, so that it can produce public trust, on which new (more democratic) communities and new (more democratic) ways of human cooperation can be established.

This is not something that must be done overnight. Because the stakes are high. Like professionalism became the foundation for our current representative democracy—where a buffer of professional politicians had our backs—and the many professional bureaucracies (corporate, governmental, or otherwise) that ensure accountability and durability, this new architecture of trust will become the foundation for our future society. Thinking about the future of trust is key to the establishment of an inclusive and sustainable way of life.


Fijn weekend, en tot de volgende editie.

Liefs, Ed & Chris

📉 Qbism, Historische correcties, en hoe samenlevingen sneller van mening veranderen dan individuen

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Door het verleden te duiden openbaren zich immers, bijna als vanzelf, allerlei nieuwe verbeeldingen van de toekomst.

Vanaf vandaag keert de Atlas van het Lange Nu terug op zijn schreden: we gaan weer wekelijks schrijven. Om dit ritme vast te houden in tijden van drukte of bij noodzakelijke rust, experimenteren we vandaag met een nieuwe opzet van het format Tekens aan de Wand.

In Tekens aan de Wand delen we artikelen, grafieken, boeken, video’s, verbeeldingen en andere content die, volgens ons, iets interessants zeggen over de wereld van morgen. We begeleiden deze links vanaf nu niet meer met uitgebreide notities, maar alleen nog maar met een korte alinea van maximaal 100 woorden.

Ongeraffineerde brandstof dus voor de strategische geest en de speculatieve maker.

Tekens aan de Wand

🔮

Primitive Communism 🛖 In dit boeiende essay beschrijft antropoloog Manvir Singh aan de hand van veel interessante voorbeelden hoe de verschillende culturen van jagers en verzamelaars die wij kennen (vanuit de archeologie of antropologie) cultureel enorm van elkaar verschilden. Hij rekent af met de Romantische mythe dat alle jagers en verzamelaars in radicaal gelijkwaardige samenlevingen leefden. En dat het de uitvinding van de landbouw was die de mensheid uit het paradijs verdreef. De culturele diversiteit van de mensheid is groot. Veel is mogelijk – ook radicale gelijkwaardigheid.

The Dawn of Everything ✊ Ook archeoloog David Wengrow en de in 02020 overleden antropoloog David Graeber betogen in hun bestseller The Dawn of Everything (02021) dat de menselijke culturele diversiteit geen grenzen kent. In hun boek  verzetten zij zich tegen een andere mythe: het neoliberale denkbeeld dat sociale ongelijkheid een onvervreemdbaar onderdeel is van samenlevingen die zijn gebaseerd op verregaande arbeidsdeling – zoals de onze. Er zijn, volgens de schrijvers, genoeg voorbeelden van gelijkwaardige en complexe samenlevingen in de geschiedenis. Hier de TED van Wengrow.

Catalytic Government ⚡ Volgens denker, schrijver en durfinvesteerder Azeem Azhar is de neoliberale overheid passé en is de toekomst aan iets wat hij catalytic government noemt. Wat Azeems catalytic government anders maakt dan de al veelbesproken heropleving van industrial policy, is ons overigens nog niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat de opkomst van China, Poetins gaschantage, Big Tech, klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit overheden dwingen tot strategische sturing. (‘There Is No Alternative’ is morsdood. Behalve dan in Groot-Brittannië, waar Liz Truss net premier is geworden 🙄.)

Visuele Utopia’s 🌱 Vrolijke speculatieve animaties waarin Jan Kamensky mistroostige binnensteden vol vieze auto’s omtovert in mensvriendelijke en natuurvriendelijke utopia’s. Wat ons betreft mag het spannender, kan het absoluut meer punk gebruiken, maar toch zijn we fan. Voorheen stonden zijn video’s bekend als de Flying Car Movement.

Dit zijn vliegende auto’s op de Rotterdamse Bergweg. Om te zien hoe de Bergweg er volgens Kamensky uit moet komen te zien, check de video.

Het laatste jaar van China’s groeimodel 📈 De structurele problemen stapelen zich op in Xi’s China. Met als onderliggend vraagstuk het dominante ontwikkelingsmodel. Volgens Chinakenner Michael Pettis is ‘het probleem dat je op een bepaald moment de kloof gedicht hebt tussen de investeringen die een land nodig heeft en de investeringen die er zijn. China bereikte dat niveau 15 jaar geleden. Blijf je investeren, dan komt dat neer op verspilling. Je hebt tenslotte maar zoveel bruggen nodig.’ Bubbellogica dus: investeringen die niet meer worden omgezet in productiviteitsgroei. Een interessante kijk op de koers van snelle ontwikkelingseconomieën.

De Grote Demografische Krimp 📉 Een bijkomend onderliggend probleem voor China’s groeiambities is de krimpende bevolking. In onderstaande grafiek, gevonden op The Economist, zie je dat de Chinese bevolking nu al krimpt en, naar verwachting, steeds sneller gaat krimpen. En, gezien de onbetrouwbare statistiek uit China, is de kans groot dat de cijfers rooskleuriger zijn dan de werkelijkheid.

Credit: The Economist

My Quantum Leap 👁️ In dit essay uit februari, in Nautilus, beschrijft Bob Henderson hoe Qbism, een theorie in de kwantummechanica, zijn begrip van de werkelijkheid overhoop gooide. Volgens Qbism zijn sommige aspecten binnen de kwantummechanica subjectief van aard. Zo wordt de staat van een deeltje, volgens deze theorie, beïnvloed door de verwachtingen van de waarnemer. Volgens Qbism leven we in een ‘participatieve realiteit’. In het essay beschrijft Henderson zijn gesprekken met Qbist Chris Fuchs van de Universiteit van Massachusetts.

Bovenstaand schilderij heet Danseuse au café en is gemaakt door Jean Metzinger in 01912.

Qbism versus Kubisme 🖼 Qbism is een afkorting van Quantum Bayesianism. Deze afkorting is gemunt door David Mermin. Hij prefereert de afkorting omdat de werkelijkheid, volgens hem, verschilt van onze hedendaagse culturele perceptie ervan, zoals een kubistisch schilderij verschilt van een Rembrandt.

Cultivated Steak 🥩 Onderzoekers van UCLA hebben een methode ontwikkeld waarmee kweekvlees met een spierachtige textuur op schaal kan worden geproduceerd. De belofte van kweekvlees is enorm, maar de uitdagingen zijn dat ook. De belofte is als volgt: 70% van het wereldwijde landbouwareaal staat in dienst van de veeteelt, dat is dus 30% van het aardse landoppervlak. Als we dit gebied kunnen laten verwilderen besparen we niet alleen veel uitstoot, maar de herstellende ecosystemen zuigen vervolgens ook grote hoeveelheden CO2 uit de lucht. Kweekvlees staat nog in de kinderschoenen, maar de ontwikkelingen gaan snel. Singapore is al om.

Iedereen een Coder 👩‍💻 Een reportage in Wired over hoe gebruikers van Open AI’s bewierookte GPT-3-taalprogramma ontdekten dat het programma niet alleen hun Engelse zinnen verbeterde, maar ook hun code – de gebruikers waren computerprogrammeurs. Het één leidde tot het ander en nu is er Open AI’s Copilot: Een AI die computercodes voor je schrijft. Je zou de AI dus kunnen vragen: ‘Ik wil een programma dat het internet afstruint naar de laatste technologische en culturele trends en ontwikkelingen en deze vertaalt naar een wekelijkse nieuwsbrief.’ Het resultaat zal nog rommelig zijn, maar de toon is gezet: morgen is iedereen coder.

Talking About My Generation 🤘 Volgens dit artikel in The Economist veranderen samenlevingen sneller van mening dan individuen. Of, anders gezegd, culturen veranderen vooral omdat er generaties bijkomen en er generaties doodgaan. Niet omdat de mensen in een samenleving van mening veranderen. Deze dynamiek verschilt wel per thema. En, voor de activisten onder jullie: ‘In general, battles for hearts and minds are won by grinding attrition more often than by rapid conquest.

Credit: The Economist

Veel liefs ❤️
Ed & Chris

PS: Er stond een leuk stukje in AccountantWeek over ons Token Lab, een scenario-workshop over de potentiële impact van Web3 en FinTech op de accountancy sector. Als je meer wil weten, schroom niet 🙂

🧬 Xenobots, eiwitvouwen en een saaie, maar cruciale Klimaatwet

cover: From Dusk Till Dawn (01996)

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Door het verleden te duiden openbaren zich immers nieuwe verbeeldingen van de toekomst.

Als de afgelopen zomers ons iets hebben geleerd, is het wel dat de nabije toekomst bij vlagen, die steeds langer duren, bloedheet en kurkdroog is. Met sporadisch een wolkbreuk, gevolgd door een overstroming. In theorie wisten we dit uiteraard al, maar nu voelen we ’m ook. Hoewel dit helaas niet voor iedereen op gaat.

Zo lijkt het erop dat onze politici, met name die van het CDA, de afgelopen zomers hebben doorgebracht onder een te hoog afgestelde airco. Met brain freeze als gevolg. Hun besluiteloosheid en uitstelgedrag op het gebied van natuur en klimaat is lang voorbij het groteske en benadert het onwerkelijke.

‘Na mij de zondvloed’ omschrijft hun gedrag eigenlijk al lang niet meer – de beste allegorie voor de Tweede Kamer is nu, wat ons betreft, de Titty Twister House Band, de bloedzuigende mariachi’s uit From Dusk Till Dawn, die ‘the end of the road (for civilization)’van een opzwepende soundtrack voorzien. 🎸💃🏽

Maar goed, dat terzijde.

Deze zomer bracht ook, totaal onverwacht, goed nieuws op het gebied van het klimaat: de Amerikaanse Inflation Reduction Act. Dat Bidens klimaatagenda er grotendeels ongeschonden doorheen is gekomen, na de teloorgang van Built Back Better, is – nogmaals – erg goed nieuws. Hierover zo meteen meer. Verder deze week wat gedachten over de post-waarom-wetenschap van AI-rekenmodellen en een korte bespreking van een fascinerend essay dat we lazen op Aeon, over de mysterieuze en bevreemdende eigenschappen van DNA en de eigenzinnige cellen die ze voortbrengen.

Tekens aan de Wand

🔮

Inflation Reduction Act 🗳️ Het grootste klimaatnieuws van deze zomer (en wellicht van dit jaar) was ongetwijfeld de totaal onverwachte ratificatie door het Amerikaanse congres en Bidens ondertekening van de Inflation Reduction Act. Aan de titel kun je het niet aflezen, maar deze wet is dus heel, heel, heel goed nieuws voor het klimaat.

Na het mislukken van Build Back Better (02021) – een transformatieve set aan sociaaldemocratische wetgeving die niet alleen de verzorgingsstaat zou uitbreiden, maar ook het Amerikaanse klimaatbeleid zou verenigen met het Akkoord van Parijs – leek het erop dat de VS nooit meer zouden kunnen gaan voldoen aan de doelstellingen van Parijs.

Dat zou een heel, heel, heel slecht scenario zijn.

Ongeacht wat we doen zal de zeespiegel volgens de laatste rekenmodellen gaan stijgen met minimaal 27cm, alleen al door het vrijwel zekere smelten van een gedeelte van de Groenlandse ijskap. Als de doelstellingen van Parijs niet worden gehaald, gaat de zeespiegelstijging waarschijnlijk in de meters lopen.

Op dit moment heeft de Amerikaanse Democratische Partij zowel het presidentschap in handen als een meerderheid in beide kamers van het congres. Niet alleen is de kans groot dat ze aanstaande november deze meerderheid verliezen, ook is het zeer waarschijnlijk dat zo’n politieke constellatie zich de komende tien jaar niet meer zal voordoen (door allerlei onevenwichtigheden in het Amerikaanse kiesstelsel die de Republikeinse Partij bovenmatig begunstigen).

De afgelopen twee jaar waren daarom DE window of opportunity. Als de grootste economie van de wereld zich namelijk niet houdt aan het Akkoord van Parijs, dan kunnen deze afspraken eigenlijk de prullenbak in. Deze window of opportunity werd verkleind toen de Democratische senatoren Joe Manchin en Kyrsten Sinema Build Back Better vorig jaar wegstemden. En toen ook een compromispoging afgelopen lente stuk liep, leek het voorgoed over en uit voor een zinnig Amerikaans klimaatbeleid.

Groot was dan ook ieders verbazing (en vreugde) – inclusief die van ons – toen de klimaatprovisies van Build Back Better relatief ongeschonden opdoken in de Inflation Reduction Act – een compromisvoorstel dat tot stand kwam na geheime gesprekken tussen Joe Manchin en fractieleider Chuck Schumer. En waar, na wat soebatten, ook Kyrsten Sinema mopperend mee akkoord ging.

De Inflation Reduction Act is in veel opzichten een flauwe schaduw van Build Back Better. Het is geen transformatieve sociaaldemocratische verbouwing van Amerika, maar het is wel een hele degelijke, goed doordachte en strak opgestelde klimaatwet die het Amerikaanse beleid grotendeels in lijn brengt met Parijs.

Ja, er zitten allemaal onhandige aspecten aan (zoals anti-China provisies); ja, er zijn belangrijke zaken verloren gegaan in de onderhandelingen (bijvoorbeeld stimuli voor elektrisch fietsen en treinverkeer en lab-grown meat); en ja, er zitten allemaal irritante concessies in aan de olie- en gasindustrie; en ja, het valt volkomen in het niet bij Bernie Sanders’ 16 biljoen (dat zijn 12 nullen) versie van de Green New Deal (de conceptuele voorloper van Build Back Better). Allemaal stuk voor stuk waar, jammerlijk en beklagenswaardig.

Maar toch: alle rekenmodellen – van zowel critici als voorstanders – geven aan dat de wet minimaal 40% reductie aan broeikasgasuitstoot (t.o.v. 02005) zal bewerkstelligen. En waarschijnlijk veel meer, want veel provisies zijn ontworpen als politieke, sociale en economische vliegwielen. Aanjagers van verankerde duurzame transformatie waarvan de effecten niet zijn meegerekend in de modellen.

Denk bijvoorbeeld aan de financiële boost (27 miljard) voor groen bankieren. Dit soort maatregelen zijn niet sexy, pakken niet de headlines, worden niet mee-gemodelleerd, maar zijn wel heel effectief. Ze werken op lokaal of State niveau en zorgen ervoor dat de transitie politiek, sociaal en economisch onderdeel wordt van de samenleving. Zo komen niet alleen veel duurzame projecten van de grond, maar worden lokale gemeenschappen ook verbonden aan de transitie, waardoor hun weerstand oplost. (Opeens hebben lokale gemeenschappen belang bij verduurzaming.)

Sowieso is de Inflation Reduction Act slechts bedoeld als beginpunt voor het Amerikaanse beleid. (Zo heeft California de afgelopen weken een aantal grote klimaatwetten en maatregelen aangenomen die o.a. de verkoop van nieuwe verbrandingsmotoren vanaf 02035 verbieden. Een wet die waarschijnlijk door veel staten wordt gekopieerd en de auto-industrie dwingt haast te maken.) Kortom, zonder de Inflation Reduction Act zaten we hopeloos in de penarie. Nu heeft de biosfeer weer een fighting chance.

Voor een ‘smeuïge’ geschiedenis van de politieke logica’s en achterhoedegevechten die de afgelopen 20 jaar aan de Inflation Reduction Act voorafgingen, luister de super-toegankelijke podcast van David Roberts, een beleidsjournalist die het klimaatbeleid al decennia volgt. Echt een aanrader.

DeepMinds AlphaFold 🤖 Op 28 juli publiceerde het AlphaFold Protein Structure Database, een samenwerking van DeepMind’s AlphaFold-team en een team van het European Bioinformatics Institute, de waarschijnlijke (of voorspelde) 3D-structuren van 200 miljoen eiwitten. Oftewel, van bijna elk eiwit dat bekend is.

Eiwitten zijn moleculen die veel belangrijke functies hebben in organismen. Die functies worden bepaald door hoe het eiwit is gevouwen – de 3D-structuur van het molecuul. Weten hoe een eiwit is gevouwen, is dus belangrijk voor verschillende wetenschappelijke disciplines en, uiteraard, voor biotech en farma.

AlphaFolds AI levert mogelijke structuren van eiwitten. Hierboven zie je hoe dicht de door de AlphaFold voorspelde eiwit structuren (blauw) matchen met de daadwerkelijke structuren (groen). Als je je afvraagt wat eiwitten (proteins) nou eigelijk zijn, en wat ze wel niet allemaal doen in de natuur, dan kun je even dit videootje kijken.

Tot nu toe was het bepalen van de 3D-structuur van een eiwit tijdrovend. Iets wat zo maanden of zelfs jaren kon duren. Nu is er een bibliotheek van waarschijnlijke 3D-structuren – die door het AI-model genaamd AlphaFold zijn voorspeld – van bijna elk bekend eiwit. Ze moeten uiteraard nog gecontroleerd worden, maar veel (hoewel niet alle) voorspellingen lijken behoorlijk accuraat.

Dit is uiteraard heel handig voor wetenschappers en ingenieurs die met eiwitten werken. De lofzang op AI was dan ook weer niet van de lucht.

Statistische rekenmodellen zoals AlphaFold – die tegenwoordig bekend staan als AI, maar uiteraard niet echt kunstmatig intelligent zijn – hebben veel mogelijkheden. Hun impact op wetenschap en technologie en daarmee op onze samenleving kan eigenlijk niet onderschat worden.

Maar, zoals o.a. Derek Lowe in chemistryworld.com terecht opmerkt, ze hebben vooralsnog één groot gebrek: ze voorspellen, in het geval van AlphaFold, inderdaad de waarschijnlijke 3D-structuur van een eiwit, maar ze vertellen ons (nog) niet waarom het eiwit zo gevouwen is. We weten nog steeds niet wat de achterliggende mechanica is dat vorm vertaalt naar functie.

Een soortgelijk argument hoorden we een paar jaar geleden ook uit de mond van Joshua Hoffman in een gesprek met Azeem Azhar. Hoffman was indertijd de CEO van Zymergen, een bedrijf dat de vooruitgang in AI combineert met die in CRISPR-Cas. Ze willen met gemanipuleerde microben materialen produceren op een milieuvriendelijke manier. (Zymergen is na een geflopte beursgang in 02021 overgenomen door Ginkgo Bioworks.)

In de podcast praat Joshua op een gegeven moment over een soort post-hypothese wetenschap. Volgens hem is genetica zo raadselachtig dat we, met behulp van AI, wel kunnen ontdekken wat bepaalde DNA-sequenties doen, maar blijven we in het duister tasten waarom deze sequenties doen wat ze doen. De achterliggende logica van DNA blijft terra incognita.

Statistische rekenmodellen vergelijken nieuwe data met geverifieerde oudere data en komen vervolgens met een waarschijnlijke uitkomst. Met andere woorden: ze herkennen patronen. Wat ze (nog) niet doen is mogelijke logische verklaringen geven voor die patronen – hypotheses.

Dat levert een interessant scenario op. Want als AI er maar niet in slaagt om de achterliggende logica van al die vele nieuwe patronen te construeren – en het ons vervolgens ook niet lukt – dan komen we op een vreemd nieuw gebied. Dan komen we dieper en dieper in een wereld te leven waarvan we wel weten hoe het werkt, maar totaal niet weten waarom het zo werkt.

What else is new, zou je uiteraard kunnen zeggen. Iedere ouder van een kind dat elk antwoord pareert met een nieuwe waaromvraag, is namelijk al lang tot deze conclusie gekomen. Wellicht – hypothese(!) – is deze ouderlijke frustratie wel de bron geweest voor het ontstaan van religies: de allerlaatste waaromvraag die je als ouder aankan, heel slim beantwoorden met een woest schrikbarend moraalverhaal. Twee vliegen in een klap, moeten onze voorouders hebben gedacht.

Het Leven 🧬 Een van de redenen waarom het zo moeilijk is om te achterhalen waarom DNA doet wat het doet, is wellicht omdat het in iedere situatie weer iets anders doet.

DNA moet volgens wetenschapsjournalist Philip Ball daarom ook niet gezien worden als een blauwdruk of een strak schema, maar als een set aan flexibele constructie-regels die, al naargelang de context, andere uitkomsten suggereert. Volgens Ball is de mogelijke variatie aan vormen en functies van een cel bijna eindeloos.

Humans become just one of the many things our cells are capable of doing.

Philip Ball

In zijn essay ‘What on earth is a xenobot?’, dat we deze week lazen op Aeon, beschrijft Ball bijvoordeeld huidcellen van een kikker die, als je ze uit de context ‘kikker’ haalt, opeens samenklonteren tot kleine, autonome, on-kikker-achtige organismen die allerlei eigen doelstellingen beginnen na te streven. Zoals het op hoopjes vegen van andere losse cellen die zich vervolgens weer ontwikkelen tot nieuwe organismes. Ze planten zich dus voort, als het ware.

Cells are like lego bricks that can be assembled in different ways – except they do the assembly themselves.

Philip Ball

Wetenschappers, zo lezen we in het essay, noemen deze afgeleide autonome organismes xenobots. Levende robots die een ontwikkelingsplan volgen dat totaal anders is dan dat van de ‘oorspronkelijke’ kikker. De vraag is dus wat het kikkergenoom nou precies ‘voorschrijft’ aan een cel als de vorm en het gedrag van het uiteindelijke organisme variabel is?

In zijn essay onderzoekt Ball mogelijke antwoorden op deze vraag, alsook mogelijke consequenties voor toekomstige biotechnologie. Check it out. Wij vonden het fascinerend leesvoer. (De complexiteit en gelaagdheid van het leven is truly mindblowing. Net zoals samenklonterende individuen de potentie hebben tot het vormen van oneindig veel verschillende culturen, zo lijken cellen ook zo’n soort dynamische emergente variatie te bezitten.)

Het essay roept in ieder geval bij ons veel te veel vragen op om hier even snel te bespreken. Maar schroom niet om die van jullie te delen.


Veel liefs, fijn weekend en tot de volgende keer.
Ed & Chris

🌞 Daly, Piketty en Tokio memories

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Want door het verleden te herinterpreteren, openbaren zich als vanzelf inspirerende nieuwe toekomstverbeeldingen.

Deze week willen we wat gedachten met jullie delen over twee interviews die ons in de afgelopen weken zijn opgevallen en die, denken wij, iets interessants zeggen over de nabije en niet zo nabije toekomst. Tekens aan de wand dus. 🔮

Vervolgens hebben we, voor degenen die nog op vakantie gaan, een leeslijst met speculatieve fictie. Voor wie een goed boek nooit dik genoeg kan zijn. (Plus één kijktip, voor de niet-lezers.) Speculatieve werelden voor pro’s. 📚

Als afsluiter staan we deze week ook even kort stil bij ons eerste project met Studio Monnik. Want het is deze zomer precies tien jaar geleden dat we, al struinend door Tokio, de basis hebben gelegd voor onze huidige toekomstpraktijk. Een kleine Tokio Sonata. 🇯🇵

Tekens aan de Wand

🔍

Postgroei Blues 📉 Een paar weken voordat we ons realiseerden dat we alweer tien jaar aan het toekomstonderzoeken zijn – we begonnen met een fascinatie voor groei- en postgroei-condities (waarover straks meer) – verscheen dit interview met Herman Daly in de New York Times. Daly is een econoom die al meer dan vijftig jaar onderzoek doet naar steady state economics – lees: postgroei-economieën. Zijn werk was één van de eerste dingen die we begonnen te lezen, tien jaar geleden.

Eén van zijn belangrijkste punten is dat macro-economen alleen rekening houden met opbrengsten. Reële kosten, zoals gronduitputting, klimaatverandering, vervuiling en biodiversiteitsverlies, worden zelden meegenomen in de modellen. Het is te ingewikkeld en te ontregelend. Deze kosten worden ook wel externalities genoemd, alsof we niet in de biosfeer leven, maar daarbuiten.

Daly’s ideeën zijn extra actueel omdat we ons, hier in Nederland, op belangrijke gebieden opeens in een postgroei-economie bevinden. Zo leidt het stikstofarrest van de Hoge Raad tot krimp van zowel de bouw, de luchtvaartsector als de industriële landbouw. Opeens doen externe kosten ertoe. En dat is niet makkelijk. ‘We hebben het altijd gehad over groei, en daar zijn de regels ook op gemaakt,’ observeert emeritus hoogleraar luchtvaartrecht Pablo Mendes De Leon.

Degrowth of steady state zijn overigens geen termen die wij handig vinden als wij nadenken over de economie van morgen.

Wij duiden de Moderniteit als een expansieve groeisamenleving. De Moderniteit houdt geen rekening met psychologische, sociale en ecologische begrenzingen. Het dijt rücksichtslos uit. Denk aan kolonialisme, aan klimaatverandering, maar ook aan de hedendaagse stresspandemie. Groei volgt eigenlijk altijd de weg van de minste weerstand (op de korte termijn). Low Energy, High Impact.

Hoewel in de toekomst veel sectoren zullen krimpen onder druk van externalities (petrochemie, industriële landbouw en visserij, internationaal transport, etc.) is de toekomstige economie, denken wij, nog steeds een soort groeisamenleving. Alleen is de groei niet expansief, maar intensief. High Energy, Low Impact. Denk hierbij aan regeneratieve landbouw, wat veel meer energie vereist (qua arbeid of robotisering), maar ook herstellend werkt. Maar denk ook aan minder Romantische sectoren, zoals synthetische biologie. Dat vereist veel meer kennis en energie, maar trekt tegelijkertijd CO2 uit de lucht en er is veel minder land voor nodig. Of denk aan de betekeniseconomie, waar een ambachtelijke tafel van duurzaam hout, die veel manuren heeft gekost, toch de hoge prijs waard is omdat hij betekenis genereert voor zowel koper als maker (en generaties meegaat). Het zijn allemaal voorbeelden van High Energy, Low/Negative Impact.

Dit is een beeld van illustrator Jan Cleijne uit ons aankomende boek . Op dit moment zijn voedselbossen of strokenbouw niet rendabel, omdat het oogsten ervan niet op een gestandaardiseerde manier kan. Hedendaagse landbouwmachines zijn te lomp – te inflexibel. We passen dus het land aan, aan de machine. Of we vinden agro-robotica uit die kunnen omgaan met een gezonde diversiteit van het land, of we moeten het oogsten weer handmatig doen. In beide gevallen gaat het om high energy om low of negative impact te genereren.

Een andere manier waarop wij naar externalities kijken is door de lens van optimalisatie. Optimalisatie is het nastreven van zo min mogelijk kosten, verspilling en risico’s. (Wat dus op zich niet slecht is.)

Externalities komen, volgens ons, voort uit de huidige economische praktijk om waardeketens te optimaliseren op de korte termijn. Dat wordt efficiëntie genoemd. Als je niet verder kijkt dan het volgende boekjaar, dan heb je uiteraard geen oog voor kosten en risico’s die zich pas over een decennium openbaren. Als we de waardeketens daarentegen optimaliseren op de lange termijn dan zijn er geen externalities meer. Op de lange termijn doen alle kosten en risico’s er namelijk toe, ook de sociale, ecologische en politieke kosten en risico’s, die nu eigenlijk standaard worden veronachtzaamd. Deze vorm van optimalisatie kunnen we veerkracht noemen.

Het veerkrachtig maken van de huidige waardeketens is uiteraard lastig en complex. Je moet dan, wellicht, beginnen bij het ontwerpen van een hele nieuwe logica voor onze boekhoudkundige, aansprakelijkheids- en verzekeringsregels. Vervolgens kom je waarschijnlijk tot de conclusie dat de helft van alle bedrijfstakken op de lange termijn niet meer te optimaliseren is en moet worden opgedoekt.   

Universele Erfenis 💰 Een speculatieve ontwikkeling die we vaak slinks in onze scenario’s verweven maar die we, tot nu toe, nog niet echt gedegen hebben kunnen uitwerken, is de afschaffing of de inperking van het erfrecht. Gek genoeg heeft vooralsnog niemand ons gevraagd om de toekomst van erven eens echt goed te onderzoeken. (We hebben er hier, in één van de eerste chrononauten, wel al eens eerder over geschreven.)

Dat gezegd ligt het afschaffen, inperken of omdenken van het erfrecht in ons denken wel degelijk in het verlengde van de maatschappelijke trends op de lange termijn. Op de middellange termijn is het, denken wij, zelfs een waarschijnlijke ontwikkeling en onderdeel van de bredere transitie van een samenleving gericht op economische veiligheid naar een samenleving waarin de borging van emotionele veiligheid meer centraal staat.

Het verbaasde ons eigenlijk dat erfrecht zo weinig wordt besproken in het debat over een rechtvaardiger en progressiever belastingstelsel. Morrelen aan het erfrecht zit een beetje in het verdomhoekje. Dat merken we zelf ook als we het bespreekbaar proberen te maken. Maar wellicht is dit langzaam aan het veranderen.

In de The Ezra Klein Show van 7 juni sprak Ezra Klein met Thomas Piketty, naar aanleiding van zijn nieuwste boek A Brief History of Equality, dat onlangs uit het Frans is vertaald (de Nederlandse vertaling – Een kleine geschiedenis van de gelijkheid – verschijnt in september). In de podcast verkennen ze Piketty’s idee voor een universal minimum inheritance. Zijn idee hierover is, als we het goed begrijpen, als volgt:

Je moet niet kijken naar inkomensongelijkheid maar naar vermogensongelijkheid. Je vermogen is veruit je sterkste onderhandelingskaart vis-à-vis de maatschappij. Het geeft vrijheid. En het vermogen in de samenleving is nog steeds erg ongelijk verdeeld. Niet zo ongelijk als in de 19de eeuw, voordat de Moderne verzorgingsstaat werd opgetuigd, maar nog steeds schokkend ongelijk. In het Westen heeft bijvoorbeeld de onderste 50% gemiddeld slechts 5% van het vermogen in handen.

Dit kan je, volgens Piketty, veranderen door iets wat hij een universele minimale erfenis noemt. Hij bespreekt verschillende manieren om zoiets te benaderen, maar om aan te geven hoe het praktisch zou kunnen werken geeft hij het volgende voorbeeld: Stel, je heft een  erfenisbelasting van 100% waardoor niemand meer kan erven van zijn familie. Als je het jaarlijkse bedrag dat hiermee vrijkomt herverdeeld, kan je iedereen in Europa op zijn 25ste verjaardag 200.000 euro geven, als een eenmalige universele erfenis.

Nederland is gelijkwaardig qua inkomensverschillen, maar gemeten in vermogen is Nederland één van de meest ongelijkwaardige samenlevingen ter wereld. De 10 procent meest vermogende huishoudens hadden op 1 januari 2020 ruim 60 procent van het totale vermogen (1.830 miljard euro) in handen. De top 1 procent zelfs 26 procent. Bron CBS.

Dit radicale scenario heeft overigens niet Piketty’s voorkeur, maar het geeft volgens hem aan wat er mogelijk is. Hij geeft de voorkeur aan een minimale universele erfenis in Europa van 120.000 euro, die je krijgt op je 25ste. Dit kan volgens hem worden betaald door een progressieve belasting op alle vermogensoverdrachten en -winsten, die oploopt tot maximaal 60 procent. 

Op de door conservatieven vaak genoemde hypothese dat onbelast vermogen bij de rijken technologische innovatie en economische dynamiek teweegbrengt – het trickle down effect – antwoordt hij dat groei van welvaart vooral wordt veroorzaakt door massaeducatie en herverdeling. Een conclusie die in lijn ligt met ons denken. (Hoe meer mensen kennis en vaardigheden kunnen opbouwen en (financiële) bewegingsruimte ervaren, hoe meer productiviteit, ondernemerschap en creativiteit een samenleving immers kan voortbrengen.)

Luister naar hun gesprek voor veel meer interessante historische trends, feiten en inzichten. Alsook voor speculatieve manieren om een meer gelijkwaardige toekomst te realiseren.

Speculatieve werelden voor pro’s

📚

Voor wie een goed boek nooit dik genoeg kan zijn, hebben we deze week ook een korte leeslijst met de meest fascinerende speculatieve werelden die wij in de afgelopen vakanties (soms opnieuw) hebben verslonden.

De Hainish Cycle van Ursula Le Guin. Sociale en literaire sciencefiction die zich afspeelt in een toekomst waarin Le Guin de antropologische en psychologische aspecten van verschillende maatschappijvormen onderzoekt. Hoogtepunten zijn, wat ons betreft, The Dispossessed, The Left Hand of Darkness en The Word for World is Forest.

The Broken Earthtrilogie van N.K. Jemisin. Literaire en magische sciencefiction waarin Jemisin onze relatie met de aarde onderzoekt. Dat gezegd is de schrijfstijl in The Broken Earth van een bovenaardse schoonheid. Alle drie de boeken hebben de Hugo Award gewonnen.  

De Hyperion Cantos van Dan Simmons. De Hyperion Cantos is een literaire space-opera in de traditie van Dune (maar dan beter geschreven). Het zijn spannende boeken die tegelijkertijd een verkenning zijn van de aard en de mogelijkheden van het bewustzijn vis-à-vis de materiële werkelijkheid.

De twee Earthseed-romans van Octavia E. Butler, getiteld Parable of the Sower en Parable of the Talents. In de boeken, geschreven in de jaren negentig, verkent Butler een wereld waarin klimaatverandering en hyperkapitalisme hebben geleid tot de sociale ineenstorting van Amerika – inclusief een rechts-populistische Trumpiaanse president met de slogan ‘Make America Great Again’. Verteld door de ogen van een Afro-Amerikaanse die een nieuwe religie begint.

De Southern Reach Trilogy van Jeff VanderMeer. In deze drie boeken verkent VanderMeer een toekomst met daarin een vreemd en mysterieus gebied – Area X – waarin de natuur het langzaam weer overneemt van de mensheid. Het eerste deel, Annihilation, is verfilmd door Alex Garland met o.a. Natalie Portman, Jennifer Jason Leigh, Gina Rodriguez, Tessa Thompson en Oscar Isaac.

The Ringworld Series (en dan vooral deel 1) van Larry Niven. Een serie avonturenromans die plaatsvindt op een ringworld, een kunstmatig artefact van 299 miljoen kilometer in diameter dat om een zon is gebouwd. Het intellectuele aspect is eigenlijk vooral de verkenning van een verdwenen samenleving die een paar treden hogerop de Kardashev scale stond.

De Culture Series van Iain M. Banks. Tien romans die zich afspelen in een wereld waarin een panmenselijke beschaving is verenigd in The Culture, een techno-utopische beschaving waarin mensen en Minds (super-AI’s) een ultieme staat van zijn hebben bereikt. De spanning zit ’m in hun (nogal dubieuze en clandestiene) omgang met andere vaak niet-menselijke beschavingen. Banks heeft concepten zoals neurolace gemunt. (Musk is fan.) The Player of Games en Use of Weapons zijn echt aanraders.


📺

En dan als laatste een kijktip: Kurt Vonnegut, Unstuck in Time, een documentaire van Robert B. Weide. We schreven laatst al over de geweldige theaterbewerking van Erik Whien van Slachthuis Vijf. (Echt een aanrader, mocht je ’m nog niet gezien hebben.) Nu is er dus ook een prachtige documentaire over Vonnegut zelf. Lees hier de review van The Guardian.

Tokio Sonata

🗼

En dan, op een dag, ben je opeens tien jaar ouder.

Edwin, Vincent en Christiaan in Tokio, 02012

Deze week tien jaar geleden, in de zomer van 02012, waren wij samen met Vincent Schipper in Tokio. We probeerden een workshop van de grond te krijgen. Een project dat uiteindelijk zou uitmonden in onze huidige historisch-futuristische bezigheden.  Niet dat we dat toen voor ogen hadden. Verre van.

Geïnspireerd door de Occupy-beweging, die zich dat jaar als een olievlek over de wereld had verspreid, waren we geïnteresseerd geraakt in geloofwaardige verbeeldingen van duurzame en inclusieve samenlevingen. Die waren er niet. We wisten vooral waar we tegen waren, maar niet waar we voor waren.

We waren op zoek naar een geloofwaardig scenario dat ons kon vertellen hoe we de meer uitbuitende aspecten van de moderniteit achter ons konden laten – een exit-strategie. Het was een enorme vraag en we hadden geen flauw idee waar we moesten beginnen.

Uiteindelijk bedachten we dat hoe een betere wereld ook zou kunnen uitpakken, het waarschijnlijk op één of andere manier een post-groeiwereld zou betreffen. Zo hadden we de zaak iets ingekaderd, maar niet veel. Want wat is groei precies? En post-groei, waar hebben we het dan eigenlijk over?

We besloten naar Tokio te gaan. Want het metropoolgebied van Tokio is het grootste kunstmatige landschap dat de mensheid ooit heeft voortgebracht. Als iets ons wat kan vertellen over groei, zo beredeneerden we – wat het is en hoe het wordt ervaren – dan is Tokio dat. En zo geschiedde.

Tokio’s schijnbaar eindeloze kunstmatige landschap had een nogal claustrofobisch effect op Christiaan. Na weken urban exploration was hij er opeens niet meer zo zeker van dat er nog een wereld buiten Tokio bestond. Om hem te behoeden voor betonstress gingen we op zoek naar het einde van de stad – zie het hek. In dit essay schrijft Christiaan over zijn ervaring van Tokio.

Want – om een lang verhaal bruut af te kappen – wat we in Tokio leerden over de Moderniteit heeft de basis gelegd voor ons huidige historisch-futuristische denkraam. Eind goed, al goed dus. (Voor ons dan, nog niet voor de wereld.) En nu, tien jaar nadat we op zoek gingen naar een betere wereld, komy ons boek Alles Komt Goed, Amsterdam in 2091, Indrukken uit de Gewortelde Tijd uit.

(Vincent Schipper, met wie we het project begonnen, verliet ons een jaartje later om samen met zijn lief The Future te beginnen, een uitgeverij voor de meest fantastische publicaties. Als je geïnteresseerd bent in ambachtelijke druk- en bindtechnieken, kunstresidenties in Japan, of de kunstscene in Tokio – schroom niet en neem contact met hen op.)

Het is niet het definitieve omslag, maar zo staat onze verbeelding van een duurzame en inclusieve stad in de najaarscatalogus van Concerto Books. We hoopten eigenlijk al klaar zijn, maar we tekenen en schrijven nog heel eventjes door. ETA begin 02023.

Wij zijn de komende weken even op vakantie. Zaterdag 3 september kun je de volgende editie op je digitale deurmat verwachten. Fijne zomer iedereen 🌞

❤️ Ed en Chris

👁️ Weirdo’s, Conspiritualists en Androids

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Als we het verleden leren herinterpreteren, openbaren zich dan nieuwe duurzame en inclusieve toekomstverbeeldingen?

Tekens aan de Wand*

Rooksignalen, contouren en andere terloopse aanknopingspunten die misschien iets zeggen over het momentum van ons tijdsgewricht.

Met in deze editie:

  • High Weirdness 👽 Kan weirdness ons helpen om onze tijd beter te begrijpen?
  • Conspirituality 🧘‍♂️ Wat krijg je als alt-right en new age samenkomen?
  • Parasitic Processing 🧠 Wat gebeurt er in het complotdenkende brein?
  • De Turing Trap 🤖 Moet de mens wel de meetlat voor intelligentie zijn?
  • After Yang 💀 Kan iets wat nooit leefde wel overlijden?
  • Zomerboeken 📚 Wat mee te nemen op vakantie?

*Zoals we onze gecureerde edities vanaf heden noemen. 

High Weirdness

👽

It is perhaps only from the flattened and disenchanted perspective of modern subjectivity that the liveliness of the world fails to register
— Erik Davis, High Weirdness (02019)

High Weirdness. Drugs, Esoterica, and Visionary Experience in the Seventies (02019)

Sinds we lang geleden Erik Davis’ werk Techgnosis. Myth, Magic, and Mysticism in the Age of Information (01993) ontdekten is het voor ons zonneklaar dat technologie, magie, religie en cultuur intiem met elkaar verweven zijn. Zo zou je geschreven taal eigenlijk kunnen zien als de allereerste virtual reality-technologie, want als je naar deze aan elkaar geregen krabbeltjes – ‘letters’ – kijkt kan je immers niet anders dan een klank horen in je hoofd, of beeld zien verschijnen in je geestesoog. Eerste klas magie toch !?

Aan zijn nieuwe boek, High Weirdness, zijn we net begonnen. Hierin verkent Davis op een serieuze, kritische maar tegelijk ook lichte manier de wereld van esoterie, psychedelica en paranoïde complottheorieën, die samenkomen in de Amerikaanse westkust van de jaren zeventig. Hij doet dit door te kijken naar de opkomende psychedelische spiritualiteit in het werk van drie psychonauten: Philip K. Dick, Terence McKenna en Robert Anton Wilson.

De auteur, futurist en Dicordiaan Robert Anton Wilson verzamelde en vervlocht op satirische wijze uiteenlopende complottheorieën in de cult-klassieker The Illuminatus! Trilogy (01975) (welke destijds werd aangeprezen als ‘a fairy tale for paranoids’)

Centraal in zijn werk staat het concept weirdness. Davis legt het zo uit: ‘A weird thing [is] a testimony we are not asked to believe, but to encounter on its own terms, to swallow like a drug, or stranger’s strange story.’ Denk aan de ervaringen en verhalen waaraan onze normatieve werkelijkheid geen ruimte geeft zoals, spoken, UFO’s, de psychedelische trip, de spirituele openbaring. Of zoiets simpels als een déjà vu, of een glitch in the matrix?

Deze weirde verhalen hebben fascinerende gemene delers, en ze resoneren sterk met ons huidige tijdsgewricht. Complottheorieën zijn overal, er is een psychedelische renaissance gaande (hebben jullie How to Change Your Mind al gezien op Netflix?), UFO’s zijn weer bespreekbaar geworden (#0006 /  Hoe serieus te praten over ufo’s…) en het bestaan van bewustzijn wordt in de wetenschap serieuzer genomen (#0003 /  Bewustzijn en het einde van het materialisme).

Conclusies zijn nog niet te trekken. Edwin zit nog midden in Erik Davis’ trip, eeeuh boek.

Conspirituality

🧘‍♂️

Door de kennismaking met High Weirdness belandden we online al snel in allerlei weirdo rabbit holes. We ontdekten de notie van ‘conspirituality’, en ook al snel de podcast van drie figuren die dit fenomeen onderzoeken. Want waar samenzweringstheorieën voor de een vooral exotisch, grappig en lekker raar entertainment zijn, kunnen ze zich bij de ander op ingenieuze wijze vermengen met bestaande attitudes en sentimenten en een serieuze overtuiging worden die zijn of haar hele wereldbeeld inkleurt.

Het beeldmerk van de Conspirituality podcast

Een zo’n vermenging is die van samenzweringen en spiritualiteit, oftewel ‘conspirituality’. De term conspirituality komt uit de koker van sociologen Charlotte Ward en David Voas, en zij definiëren het als volgt:

‘It offers a broad politico-spiritual philosophy based on two core convictions, the first traditional to conspiracy theory, the second rooted in the New Age: 1) a secret group covertly controls, or is trying to control, the political and social order, and 2) humanity is undergoing a ‘paradigm shift’ in consciousness. Proponents believe that the best strategy for dealing with the threat of a totalitarian ‘new world order’ is to act in accordance with an awakened ‘new paradigm’ worldview.’ — ‘The Emergence of Conspirituality’ (Journal of Contemporary Religion, 02011) [PDF]

In de Conspirituality-podcast verkennen een journalist, een cultonderzoeker en een filosofische scepticus de overlap tussen rechtse complottheorieën en pseudo-progressieve wellness utopieën, waarin alt-right en new age meer gemeen hebben dan je zou denken. Let wel, de drie heren wijzen zeker niet alles wat alternatief en kritisch naar de gevestigde orde kijkt af, zelf zijn ze namelijk ook beoefenaars van spirituele praktijken en meditatief lichaamswerk.

Parasitic Processing

🧠

Ep. 13 – Awakening from the Meaning Crisis – Buddhism and Parasitic Processing van John Vervaeke

Geloof in een samenzwering en verlichting vinden hebben op een bepaald niveau iets met elkaar gemeen. In beide gevallen word je ‘wakker’, vallen de schellen van je ogen en krijg je een dieper inzicht in de werkelijkheid. Uit John Vervaekes Awakening from the Meaning Crisis leerden we dat wij (de mens) neurologisch gezien hetzelfde gereedschap inzetten voor verlichting en het openen van onszelf voor de wereld, als voor het vernauwen van onze wereld en onszelf voor de gek houden. Dit laatste noemt Vervaeke parasitic processing en hij legt uit hoe dit er bijvoorbeeld bij een depressie voor zorgt dat we onszelf kwijtraken en we ons steeds verder afsluiten van de wereld. Hij laat daarentegen ook zien hoe wijsheidstradities zoals het boeddhisme deze negatieve spiraal proberen te doorbreken en een positieve, openende, oftewel ‘verlichtende’, spiraal in onze geest proberen te brengen.

Een cognitief schema van hoe parasitic processing werk volgens Varvaeke.

Gebeurt er bij het vervallen in complotdenken niet iets soortgelijks? Een complot vertelt immers over verborgen structuren en patronen die duiding en zekerheid geven over hoe de wereld ‘echt’ werkt. En hoe meer we ons wereldbeeld hierin verankeren, en ons identificeren met het complot, hoe verder we verwijderd raken van de samenleving. Onderzoek wijst uit dat er inderdaad een relatie is tussen geestelijke gezondheid en complotdenken. Een complot kan aansprekend zijn als er onbevredigde psychologische behoeftes zijn. Zoals de behoefte aan kennis en het verlangen naar veiligheid, zelfverzekerdheid en een positief zelfbeeld. Deze behoeften kunnen groot zijn als je angsten ervaart, je sociaal geïsoleerd voelt of depressief bent (zie ‘Conspiracy theories are a mental health crisis’ – Mashable).

De Turing Trap

🤖

Veel van het denken en praten over robots en kunstmatige intelligentie verraadt een obsessie met onszelf, de mens. We meten het succes van AI af aan of het kan wat wij kunnen. Ons denken over AI is dan ook vaak antropomorfisch. We dichten AI niet alleen menselijke kwaliteiten, ambities en verlangens toe, ook is de heilige graal voor veel computerwetenschappers het realiseren van human-like artificial intelligence (HLAI). Maar is dit wel de meest vruchtbare strategie? Volgens econoom Erik Brynjolfsson niet. Hij noemt deze manier van denken de Turing Trap. Een buitensporige focus op het spiegelen van menselijke taken en vaardigheden en deze proberen te automatiseren, leidt volgens hem tot de marginalisering van werkenden, grotere ongelijkheid en polarisering in de samenleving. Terwijl een andere insteek, namelijk de verrijking of vergroting van menselijk werk door intelligente machinerie juist meer nieuwe waarde toe kan voegen aan de samenleving zonder dat het de mens probeert te marginaliseren. Vandaag is echter het speelveld zo ingericht dat er eerder voor automatisering dan verrijking gekozen wordt.

Uit ‘The Turing Trap: The Promise & Peril of Human-Like Artificial Intelligence‘ – Erik Brynjolfsson

Toch blijven computerwetenschappers vaak gefocust op menselijke vaardigheden die computers niet hebben of waar ze niet goed in zijn, bijvoorbeeld motorische en zintuiglijke vaardigheden zoals je oriënteren in een rommelige onvoorspelbare omgeving en dit contextueel en symbolisch allemaal begrijpen, en hierbinnen juist te handelen. Aan de andere kant zijn computers in allerlei zaken zoals wiskunde, logica en geheugen eigenlijk bovenmenselijk veel beter dan wij, en kunnen ze zelf allerlei dingen die überhaupt onmenselijk zijn. Daarnaast hebben ze toegang tot dimensies en inputs van de realiteit die voor ons überhaupt niet toegankelijk zijn.

Brynjolfsson deelt de volgende anekdote over AlphaGo, de AI van DeepMind die Go-wereldkampioen Lee Sedol versloeg met de befaamde move 37:

‘As Demis Hassabis, CEO of DeepMind, put it, the AI system “doesn’t play like a human, and it doesn’t play like a program. It plays in a third, almost alien, way… it’s like chess from another dimension.” Computer scientist Jonathan Schaeffer explains the source of its superiority: “I’m absolutely convinced it’s because it hasn’t learned from humans.”’

Met andere woorden: AI’s zijn eigenlijk eerder buitenaardse intelligenties. De A in AI zou eigenlijk voor Alien of Alternative moeten staan. Nieuwe en vreemde vormen van intelligentie die ons werk zouden kunnen verrijken in plaats van verschralen.

After Yang

💀

19:30 Donderdag 28 juli 02022
Techdenkers: After Yang (Film + Talk) – de Balie, Amsterdam

After Yang (02022) van regisseur Kogonada. Kijk hier de trailer

Ondanks Brynjolfssons waarschuwingen blijft het kunstmatige spiegelbeeld van de mens een dankbaar onderwerp voor filosofische reflectie. Zo ook in de film After Yang. Een prachtig, verstild sciencefictiondrama waarin het verhaal wordt verteld van een familie wiens niet van mens te onderscheiden androïde, of ‘technosapien’, stopt met werken. Of misschien kan je ook zeggen ‘komt te overlijden’, want zo lijkt het te voelen. Er valt eigenlijk een volwaardig gezinslid weg. Iedereen in het gezin gaat er anders mee om, zoekende naar wat het betekent als je rouw en verdriet voelt wanneer iets wat nooit leefde toch ‘overlijdt’.

Los van het cerebrale maar toch rustige plot is de cinematografie en worldbuilding atypisch voor een sciencefictionfilm. De schaal is niet episch, maar juist klein, intiem en huiselijk, alles speelt zich bijna uitsluitend af in interieurs. De kleuren zijn zacht en donker, en de camera heeft veel aandacht voor details, lichtpatronen, texturen en materialen. De wereld heeft een soort solarpunk-gevoel, ze is organisch, ambachtelijk en er is veel groen. Desondanks is ze niet erg zonnig, maar eerder lommerrijk en gelaten. De film is echt een aanrader, ook voor de niet scifi-liefhebber.

Wil je ’m zien en erover napraten met ons? Volgende week donderdag (28 juli) is de film te zien bij de Balie in Amsterdam en zal Christiaan na afloop met Jelle Baars in gesprek gaan over de vragen die de film oproept. 🎟 Koop hier een kaartje (gratis met Cineville).

Zomerboeken

📚

Onze leeslijstje voor de zomer (het gaat natuurlijk nooit lukken om dit natuurlijk allemaal te lezen, maar de e-reader is gelukkig groot genoeg en niet al te zwaar).

High Weirdness; Drugs, Esoterica, and Visionary Experience in the Seventies – Erik Davis (02019) 👽 Zie hierboven 🙂

The Dawn of Everything: A New History of Humanity – David Graeber, David Wengrow (02021) 🗿 Waarom is het idee dat complexe beschavingen als noodzakelijk kwaad nu eenmaal ongelijkheid te accepteren hebben zo’n dominante notie terwijl er legio historische voorbeelden zijn van het tegendeel? Of waarom denken we dat witte Europeanen de idealen van gelijkheid, vrijheid en broederschap de wereld in hebben gebracht, terwijl het de inheemse bevolking van Noord Amerika was? Graeber en Wengrow zetten met dit boek de geschiedschrijving en het verhaal dat de Westerse cultuur zichzelf voorhoudt behoorlijk op z’n kop. (Ook in het Nederlands vertaald: Het Begin van Alles)

Regenesis; Feeding the world without devouring the planet – George Monbiot (02022) 🦠 Het lijkt erop dat George Monbiot ook de premisse van ons scenario De Grote Omdraaiing heeft omarmd en dit heeft uitgewerkt tot een heel boek! We zijn benieuwd naar de nieuwe inzichten die hij te bieden heeft om dit scenario te verrijken! Hier een review op The Guardian.

The New Science of the Enchanted Universe: : An Anthropology of Most of Humanity – Marshall Sahlins (02022) 🪶 Het laatste boek van de in 02021 overleden antropoloog die bekend werd met het beroemde essay The Original Affluent Society(01966) over de overvloed waarin de jager-verzamelaar leefde.

The Gutenberg Galaxy: The Making of Typographic Man – Marshall McLuhan (01962) 👓 We ontdekten recent dat McLuhans ideeën over hoe de boekdrukpers de moderne culturele bewustzijn heeft vormgegeven behoorlijk in lijn zijn met de onze eigen inzichten. Hoog tijd dus om eens te lezen en leren van wat McLuhan zestig jaar geleden al heeft bedacht.


Fijn weekend en een heerlijke vakantie voor iedereen die al weg is.

Veel liefs,
Ed en Chris

✊🏿 Afrofuturisme, de Kunst van het Thuiskomen

👋 Hoi, Ed & Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we onze snel veranderende wereld. We doen dit met de historisch-futuristische bril van de langetermijndenker en de gereedschapskist van de speculatieve maker. Als we het verleden leren herinterpreteren, openbaren zich dan nieuwe duurzame en inclusieve toekomstverbeeldingen?

Om te beginnen:

‘There is nothing more galvanizing than the sense of a cultural past.’
Alain LeRoy Locke

En:

The first thing to do is to consider time as officially ended.’
Sun Ra, Space is the Place

Vandaag kijken we door de lens van Janelle Monáe’s funky mix van Black Feminism, Afrofuturisme en Queer Scifi Extravaganza naar hoe we onszelf, tegen beter weten in, maar blijven identificeren met de Moderne Tijd – de meest recente historische periode in de Westerse geschiedenis. We verkennen wat dit precies betekent, hoe we deze historische identificatie kunnen loslaten en wat daarvoor in de plaats kan komen.

Een aantal jaar geleden werden we op het werk van Janelle Monáe gewezen door Dan Hassler-Forest, een af-en-toe collaborator van ons en een inspirerende spreker die allerlei doorwrochte studies schrijft over speculatieve fictie. We waren meteen geïntrigeerd door Monáe’s subversieve, grensoverschrijdende, popsugar, scifi weirdness. En, vooral, hoe haar stem onderdeel werd van een krachtig nieuw cultureel momentum voor Afrofuturisme, Queerness, Feminisme, Black Activism en andere alternatieve toekomsten.

En omdat we ook fan zijn van Dans vele inzichten in de speculatieve kunsten en hij onlangs een nieuw boek heeft gepubliceerd over Monáe – een aanrader voor iedereen die zich niet laat afschrikken door media-theoretische abracadabra – willen we hier wat langetermijngedachten met jullie delen die bij ons opkwamen tijdens het lezen ervan (waar we eerlijkheidshalve nog steeds mee bezig zijn) en het vele googelen waar dat vervolgens toe leidde.

Afrofuturisme, de Kunst van het Thuiskomen

In 02010 brak Janelle Monáe door met The ArchAndroid, haar futuristische debuutalbum. Het was het conceptuele vervolg op de EP Metropolis: The Chase Suite. In beide albums wordt de luisteraar meegenomen met de messiaanse avonturen van haar robot-alter-ego Cindi Mayweather. Ook op haar vervolgalbum uit 02013, The Electric Lady, volgen we Cindi Mayweather in haar queeste om de robots van Metropolis te bevrijden van een soort geheim genootschap dat (met tijdreizen) de liefde en de vrijheid probeert te onderdrukken.

Dit is de albumcover van The ArchAndroid. De wereld die ze hier creëert is geïnspireerd op Metropolis, Fritz Langs socialistische sciencefictionklassieker uit 01927.

In 02018 komt haar project Dirty Computer uit, dat uit zowel een album als een muziekfilm bestaat. Beide vertellen het verhaal van Jane 57821, een non-binaire androïde die in verzet komt tegen een totalitair, homofobisch regime – New Dawn. Androïden die zich niet voegen naar de officiële seksuele mores worden bestempeld als Dirty Computers. Als Dirty Computers worden opgepakt wordt hun geheugen gewist. Uiteindelijk overkomt dit ook Jane 57821. De muziekfilm bestaat uit fragmenten van haar herinneringen, vlak voordat deze worden gewist.

Ook in haar verhalenbundel The Memory Librarian: And Other Stories Of Dirty Computer, die afgelopen april uitkwam, volgen we de naar liefde snakkende maar vaak tragisch aflopende avonturen van Jane 57821 en andere Dirty Computers. Ook hier zijn tijd en identiteit luxegoederen, worden ‘vieze’ geheugens gewist en kan je illegaal nieuwe kopen. In de wereld van Dirty Computer is toegang tot het verleden een wapen.

Monáe als Jane 57821, in de film Dirty Computer. Ze speelt een queer androïde die in de rafelrandjes van een totalitaire samenleving, New Dawn, liefde en vriendschap ervaart; wetende dat ze elk moment kan worden opgepakt waarna haar geheugen wordt gewist en haar settingen geherprogrammeerd worden.

De sciencefiction in The Memory Librarian gaat over meer dan alleen robotliefde. Het is niet moeilijk om in de dystopische wereld van Dirty Computer – waar identiteit en verleden wisbaar zijn – een analogie te zien met de situatie waarin de Afro-Amerikaanse gemeenschap zich momenteel bevindt (en andere gemeenschappen in het Westen met een achtergrond in de trans-Atlantische slavenhandel).

Net zoals Jane 57821 haar identiteit en verleden wordt afgenomen door New Dawn, wordt ook Afro-Amerikanen een historische identiteit ontkent die is geworteld in een betekenisvol verleden. Dit is uiteraard geen toeval. In een interview met Zora, naar aanleiding van haar hoofdrol in de speelfilm Antebellum (02020), zegt Monáe:

‘The romanticization White people have of the antebellum South is horrific. People still have weddings on plantations. People are still trying to relive their Civil War dreams by going to reenactments. It’s just crazy to me. The president is trying to take the 1619 Project out of schools. The project deals with what Black people have contributed to this country, beginning with slavery. He said, talking about slavery is traumatizing for kids. That’s just more erasure and more whitewashing of our history to promote more romanticizing when America was great for White people.’

The 1619 Project, waar Monáe naar verwijst, is een long-form journalistiek project van The New York Times Magazine uit 02019 dat de geschiedenis van de Verenigde Staten probeert te begrijpen door de lens van slavernij.

Het project leidde tot veel boze reacties, vooral vanuit conservatieve hoek. Toen Californië het project wilde opnemen in het standaard curriculum dreigde toenmalig president Trump de federale geldkraan dicht te draaien. Niet lang daarna stelde hij de 1776 Commission in, met als doel een patriottisch curriculum te ontwikkelen – een curriculum dat louter positieve dingen zegt over het Amerikaanse verleden.

Ook verbood Florida in juli 02021 om het gedachtengoed van de Critical Race Theory te gebruiken tijdens het lesgeven. (Critical Race Theory is een, vaak activistisch, onderzoeksgebied dat stamt uit de jaren zestig en dat het concept ‘ras’ in het Amerikaanse maatschappelijk leven onderzoekt.) Ook Texas heeft vorig jaar een wet ingevoerd die gebruikt kan worden om het slavernijverleden onbespreekbaar te maken op scholen.

In Antebellum speelt Monáe een schrijfster en sociologe, gespecialiseerd in de Afro-Amerikaanse gemeenschap, die wordt ontvoerd naar een Zuidelijke plantage met echte slaven die stelselmatig worden verkracht en vermoord door witte mannen die soldaten naspelen van de Zuidelijke Confederatie.

De incorporatie van het slavernijverleden in de canon van de geschiedenis stuit niet alleen in de Verenigde Staten op grote weerstand.

Vorige week vrijdag, 1 juli, was het Keti Koti, een van oorsprong Surinaamse feestdag. Keti Koti viert de officiële afschaffing van de slavernij in de koloniën op 1 juli 01963. Keti Koti betekent ‘ketenen gebroken’ in het Sranantongo. In 02021 is er een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer met het verzoek om van 1 juli een nationale herdenkings- en feestdag te maken en om als Nederlandse regering excuses aan te bieden voor het slavernijverleden. Dit leidde tot een motie van Jetten die werd afgewezen. (Lees hier het debat terug tussen Jetten, Rutte en Simons.)

De uitkomst van het debat weerspiegelde het sentiment in de Nederlandse samenleving. Volgens een onderzoek van Een Vandaag vorig jaar onder ongeveer 30 duizend mensen, ziet 59 procent het niet zitten dat Keti Koti een nationale feestdag wordt. Ook zijn volgens de meeste ondervraagden excuses niet op zijn plaats. Een deelnemer schrijft:

‘Hoe kun je excuses aanbieden voor iets van eeuwen geleden waar je zelf totaal niet bij betrokken bent? Ik voel me daar niet verantwoordelijk voor en wil er ook niet op aangesproken worden!’

Op zich geen vreemd sentiment; de zonden van de vaders zijn niet die van de zoon, enzovoort. (Hoewel de zoons er vaak nog wel van profiteren – van die zonden.) Ook is het wellicht oneigenlijk om daden uit het verleden te meten aan de waarden van nu. (Hoewel slavernij in de 18de en 19de eeuw ook al heel controversieel was.)

Maar deze argumenten missen allemaal het belangrijkste punt: Excuses zijn niet alleen een mea culpa van instituties die nauw betrokken waren bij de trans-Atlantische en/of de Oost-Aziatische slavenhandel – excuses zijn vooral een officiële erkenning dat slavenhandel een wezenlijk onderdeel is van de Moderne Nederlandse geschiedenis.

Het is niet toevallig dat de robot, of de androïde, een grote rol speelt in Afrofuturisme. Het woord robot komt van het Tsjechische woord ‘robota’, dat geforceerde arbeid betekent, zoals dat van een lijfeigene (een feodale slaaf). Het werd voor het eerst in zijn huidige betekenis gebruikt in het toneelstuk RUR van Karel Capek, uit 01921. Door de robot te omarmen als iets liefdevols, iets menselijks, wordt het traumatische gewicht van de geschiedenis wellicht ietwat verlicht. Beeld is een still van Monáe uit de tv-serie Electric Dreams.

Door Keti Koti te omarmen als nationale feestdag maken we de geschiedenis van de slavenhandel onderdeel van onze gemeenschappelijke historische identiteit en zeggen we dus tegen degenen wier voorouders tot slaaf gemaakt zijn dat ze mogen meedoen met de rest. Dat ze erbij horen. Dat hun verleden ons verleden is en, belangrijker, dat ons verleden ook hun verleden is. Dat ze zich mogen identificeren met de Moderne Westerse geschiedenis.

Overigens heeft de Gemeente Amsterdam vorig jaar excuses aangeboden en hebben dit jaar de provincie Noord-Holland en De Nederlandsche Bank excuses aangeboden. Klaas Knot, DNB-directeur, begon zijn excusesspeech met het gebruik van de oprichters van De Nederlandsche Bank, waarvan velen slavenhouder waren, om tot slaaf gemaakten te beschouwen als vee. Vervolgens vermeldde Knot dat zijn voorgangers zich jarenlang hebben verzet tegen de emancipatie van tot slaaf gemaakten. Lees hier zijn speech.

In het artikel ‘Further Considerations on Afrofuturism’, uit 02003, schrijft Kodwo Eshun, een Brits-Ghanese curator, schrijver en kunstenaar:

‘(…) imperial racism has denied black subjects the right to belong to the enlightenment project (…).’

Door het slavernijverleden te blijven ontkennen, doordat we bijvoorbeeld weigeren Keti Koti als nationale feestdag op te nemen, sluiten we de facto grote groepen mensen uit van het Westerse beschavingsproject. Door de duistere kanten van de Moderne Westerse geschiedenis te ontkennen zeggen we eigenlijk tegen diegenen wier voorouders als slaven uit Afrika zijn gehaald: jullie mogen niet meedoen met de Westerse beschaving – jullie mogen je hiermee niet identificeren. Of, beter gezegd, dat mag wel, maar dan moeten jullie wel jullie echte herinneringen en jullie echte verleden vergeten – inruilen voor ‘onze’ herinneringen en ‘ons’ verleden.

Je mag, net zoals Jane 57821, dus alleen meedoen als je je geheugen wist.

President Obama heeft een witte Amerikaanse moeder en een Keniaanse vader en is deels opgevoed door witte grootouders. Qua afkomst maakt hij dus geen deel uit van de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Zijn voorouders waren geen tot slaaf gemaakten. Ze hebben ook niet de ervaring van eeuwenlang cultureel en institutioneel racisme. Obama kon zich dus makkelijker identificeren met de ‘Amerikaanse Droom’, wat hem acceptabel maakte voor het electoraat.

De Afro-Amerikaanse gemeenschap zit klem. Ze mogen alleen meedoen als ze hun achtergrond ontkennen. Dit is uiteraard onmogelijk, waardoor ze niet alleen geen deel uitmaken van het collectieve verleden, maar ook geen deel uitmaken van de collectieve toekomst. Want de verbeelding van de toekomst ligt altijd in het verlengde van de verbeelding van het verleden. Of, zoals George Orwel het verwoordde in de scifi-klassieker 1984: ‘Who controls the past, controls the future: who controls the present controls the past.

Als we mensen uitsluiten van ons gezamenlijke verleden sluiten we ze ook uit van onze gezamenlijke toekomst. De Afro-Amerikaanse gemeenschap, en uiteraard andere gemeenschappen die afstammen van tot slaaf gemaakten, zitten dus klem in de tijd. Afrofuturisme is hier een reactie op. Het wil zich losbreken van de tijd.

Mocht je Londen aandoen deze zomer, bezoek dan In the Black Fantastic, een tentoonstelling in Hayward Gallery. De tentoonstelling is gecureerd door Ekow Eshun en verkent het Afrofuturisme in het werk van hedendaagse kunstenaars zoals Lina Iris Viktor, wier werk Eleventh hier is afgebeeld. De tentoonstelling loopt van 29 juni tot 18 september.

Afrofuturisme is, in onze woorden, een intellectuele en culturele beweging in met name de Afro-Amerikaanse gemeenschap die zich wil bevrijden van een historisch en futuristisch discours waaraan ze niet mogen meedoen. Het verkent en creëert daarom alternatieve en fictieve geschiedenissen en toekomstscenario’s die wel recht doen aan hun herinneringen en ervaringen.

Het levert speculatieve verkenningen op waarin het mystieke, het transcendente en het fantasmagorische niet worden geschuwd. Want als zowel het verleden als de toekomst als een dwangbuis werkt, dan is ‘de tijd’ not on your side, en is het verwerpen of het loslaten van de (lineaire) tijd misschien wel de enige weg voorwaarts.

In haar boek Afrofuturism: The World of Black Sci-Fi and Fantasy Culture schrijft Ytasha Womack:

‘Afrofuturism stretches the imagination far beyond the conventions of our time and the horizons of expectation, and kicks the box of normalcy and preconceived ideas of blackness out of the solar system.’

Afrofuturisme ontdoet zich van de beperkingen van de tijd (en daarmee van causaliteit en normaliteit) en vermengt lucide droomlandschappen met Afrikaanse esthetiek met psychedelische transcendentie met hoogtechnologische toekomstverbeeldingen met kosmische tijdmachines met mystieke transformaties. Het verbindt dit alles op een vreemde maar inspirerende manier met de emancipatie van de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Het begon allemaal met een visioen (of misschien een droom, of wellicht een mythe): In 01937 werd Herman Poole Blount, beter bekend als de jazzcomponist Sun Ra, de creatieve stamvader van het Afrofuturisme, namelijk ontvoerd naar Saturnus.

Geboren in 01914 in het gesegregeerde Alabama is Sun Ra een leergierig kind. Hij brengt een groot deel van zijn tijd door in de bibliotheek van de zwarte vrijmetselaarsloge in Birmingham, waar hij zich laaft aan de symboliek. Hoewel hij als één van de weinige Afro-Amerikanen in die tijd een beurs krijgt om te studeren verlaat hij in 01937 de universiteit nadat hem dat, naar eigen zeggen, was opgedragen door buitenaardse wezens:

‘My whole body changed into something else. I could see through myself. And I went up… I wasn’t in human form… I landed on a planet that I identified as Saturn… they teleported me and I was down on a stage with them. They wanted to talk with me. They had one little antenna on each ear. A little antenna over each eye. They talked to me. They told me to stop [attending college] because there was going to be great trouble in schools… the world was going into complete chaos… I would speak [through music], and the world would listen. That’s what they told me.’

In de jaren vijftig begon Sun Ra sciencefiction, ‘kosmische’ mystiek en de esthetiek van oude Afrikaanse culturen te verweven met de alledaagse out of place-ervaring van de Afro-Amerikaanse gemeenschap. De timing was uiteraard geen toeval. Het was het begin van zowel de Space Age, de psychedelische tegencultuur, als de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Hoewel de term Afrofuturisme pas in de jaren negentig werd gemunt, inspireerde Sun Ra vanaf de jaren vijftig vele generaties Afro-Amerikaanse artiesten, van George Clinton tot Missy Elliott.

De Mothership Connection (01975) is het vierde album van Parliament. George Clinton beschreef het concept als volgt: ‘We had put black people in situations nobody ever thought they would be in, like the White House. I figured another place you wouldn’t think black people would be was in outer space. I was a big fan of Star Trek, so we did a thing with a pimp sitting in a spaceship shaped like a Cadillac…’

De mythische ontvoering van Sun Ra naar Saturnus en de continue fascinatie voor sciencefiction binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap worden begrijpelijk als je bedenkt dat de belangrijkste thema’s in sciencefiction –vervreemding, ontheemding, ontmenselijking, tijdreizen en uiteraard ontvoering door buitenaardse wezens – heel herkenbaar zijn voor mensen wier voorouders tot slaaf gemaakten waren.

In het interview-artikel Black into the Future uit 01994, waarin overigens ook het woord Afrofuturisme voor het eerst wordt gebruikt, zegt schrijver Greg Tate: 

‘…transporting someone from the past into the future, thrusting someone into an alien culture, on another planet, where he has to confront alien ways of being. All these devices reiterate the condition of being black in American culture.’

Als je het verhaal van een Afrikaanse tot slaaf gemaakte persoon bekijkt, verschilt dat niet veel met het willekeurige verhaal over alien abduction. Ook die Afrikaan werd uit zijn vertrouwde omgeving geplukt en op een futuristisch schip naar een nieuwe wereld gebracht vol vreemde witte wezens, waar hij of zij van zijn familie werd gescheiden en zich moest voortplanten met wildvreemden en waar op hem geëxperimenteerd werd. De stap van slaveships to spaceships is dus, zo beschouwd, eigenlijk niet zo groot.

Ook de hedendaagse conditie van het vastzitten in een samenleving die je geschiedenis ontkent en je daarmee ook de toekomst ontzegt, vertaalt zich naar een zekere vervreemding van de Moderne Westerse samenleving waar je toch onderdeel van bent – of je dat nu wilt of niet. (Schrijfster Toni Morrison beschouwde Afro-Amerikanen overigens als de eerste Moderne mensen, omdat ze al heel vroeg de ontheemding, vervreemding en ontmenselijking ervoeren die denkers zoals Nietzsche en Marx later zouden associeerden met het kapitalisme, de Industriële Revolutie en de Moderniteit.)

In de context van deze ontheemding kan het Afrofuturisme misschien wel het beste worden begrepen als de kunst van het thuiskomen. Thuiskomen in zowel het verleden en het heden als in de toekomst. En niets symboliseert deze belofte van een kosmisch thuiskomen beter dan de film Space is the Place van Sun Ra. Hierin overtuigt Sun Ra de Afro-Amerikaanse gemeenschap, via muziek, om met hem mee te gaan naar een nieuwe lotsbestemming diep in de kosmos.

Albumcover van de soundtrack van Space is the Place. Je kan hier de film bekijken en hier de soundtrack beluisteren.

In de film zegt Sun Ra:

‘We set up a colony for black people here. See what they can do on a planet all on their own, without any white people there. They can drink in the beauty of this planet. It will affect their vibrations, for the better of course. The first thing to do, equation wise, is to consider time as officially ended. We work on the other side of time. (…) We’ll teleport the whole planet here through music.’

Sun Ra is dus als een moderne Noah die zijn volk meeneemt naar het beloofde land, met zijn schip als een ruimte-ark en een exploderende aardbol achterlatend. Zijn band heet ook niet voor niets de Arkestra – die trouwens nu nog steeds weleens optreedt, bijna dertig jaar na zijn dood.

Afrofuturisme is dus de kunst van het thuiskomen, die vooral wordt beoefend door los te laten. Het loslaten van de mainstream manier waarop het verleden en heden worden verbeeld.

Maar waarom hebben we toch zo’n moeite met het incorporeren van het slavernijverleden in onze eigen geschiedenisboekjes? Het is toch gewoon onderdeel van de (Vroeg)moderne geschiedenis? Het antwoord is simpel: omdat we ons als gemeenschap nog steeds identificeren met de Moderne geschiedenis.

Historici spreken van de Vroegmoderne Tijd (1450-1800) en de Moderne Tijd (1800-1950) en deze twee historische perioden vormen samen de Nieuwe Tijd. In deze lange historische periode (1450-1950) zijn de maatschappelijke instituties die we nu kennen gevormd. Denk onder andere aan de democratische rechtstaat en de corporate en ambtelijke bureaucratieën die onze samenleving van structuur voorzien. Het is dus ook niet verwonderlijk dat we ons hiermee identificeren. En dat verklaart weer waarom we de negatieve aspecten van deze geschiedenis niet onder ogen willen zien.

Het is eigenlijk een vorm van cognitieve dissonantie. Cognitieve dissonantie is de onaangename spanning die iemand ervaart als hij of zij wordt geconfronteerd met observaties of ideeën die tegenstrijdig zijn met interne overtuigingen of opvattingen. Als je zelfbeeld bijvoorbeeld botst met feiten die dit zelfbeeld niet ondersteunen, of zelfs tegenspreken, ervaart iemand cognitieve dissonantie – een dissonant of niet-harmonieus gevoel dat zo snel mogelijk moet worden weggenomen. Het wegnemen van het vervelende gevoel gebeurt door of je zelfbeeld aan te passen of de feiten te ontkennen. Uiteraard is dat laatste makkelijker dan het eerste.

Slavernij en het kolonialisme zijn niet verenigbaar met onze huidige normen en waarden, maar toch maken ze deel uit van de Vroegmoderne en Moderne geschiedenis. Net als de ontwikkeling van de democratie en de formulering van de mensenrechten. Toch is ons zelfbeeld meer gebouwd op dat tweede aspect van onze geschiedenis dan op het eerste. Als we China de les lezen over de internationale rechtsorde, dan beginnen we uiteraard nooit over de Opiumoorlogen of, iets verder weg, de oorlog die de VOC voerde met Ming-China om het Middenrijk te dwingen om op voor ‘ons’ gunstige voorwaarden handel te drijven.

We willen slavenhandel en andere koloniale misstanden niet in de schoolboekjes opnemen omdat het ons, als gemeenschap, een ongemakkelijk dissonant gevoel geeft. Het dwingt tot zelfreflectie, tot een aanpassing van ons zelfbeeld, en daar zijn de meeste mensen nu eenmaal niet goed in. Het is dan makkelijker om de feiten te ontkennen – of te bagatelliseren. Bij veel mensen en gemeenschappen zijn feiten ondergeschikt aan de identiteit. We stoppen, kortom, liever ons hoofd in het zand.

Niet alleen ons historische zelfbeeld staat op het spel, ook ons toekomstige zelfbeeld. Zo bood de Marvelfilm Black Panter (02018) een Afrofuturistische verbeelding van een aantrekkelijke hoogtechnologische Afrikaanse stad. Dit is nieuw, want veel dystopische toekomstverbeeldingen uit de jaren tachtig zaten vol met Aziatische beeldaspecten – denk Bladerunner. De culturele ‘ander’ was onderdeel van een negatief scenario. In Black Panter was dit anders. Ook is er ogenschijnlijk een interessante esthetische verwantschap tussen Afrofuturisme en Solarpunk.

De prijs van onze maatschappelijke identificatie met de Vroegmoderne en Moderne Tijd is hoog. Niet alleen voor degenen die afstammen van tot slaaf gemaakten. Ook de samenleving als geheel betaalt een hoge prijs. Onze culturele identificatie met de laatste zeshonderd jaar en met de instituties die zich toen hebben gevormd zorgen er namelijk voor dat we het zicht verliezen op een snel veranderende samenleving.

Hoewel onze maatschappelijke instituties nog stammen uit de Vroegmoderne en Moderne Tijd leven we niet meer in dat tijdperk. Zoals Jan Rotmans zei: we leven niet in een tijdperk van verandering maar in een verandering van tijdperk. Pas als we onze culturele identificatie met de Vroegmoderne en Moderne Tijd kunnen loslaten, kunnen we openstaan voor de culturele uitdagingen en institutionele veranderingen die fundamentele drijvers zoals klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, digitalisering en de opkomst van de Homo Romanticus met zich meebrengen.

We hebben al eerder geschreven over het drieluik Homo Nobilis, Homo Economicus en Homo Romanticus. We ervaren nu de culturele overgang naar de derde fase. Wat overigens mist in dit plaatje is dat de culturele archetypen corresponderen met de Middeleeuwen, Vroegmoderne en Moderne Tijd en de vooralsnog naamloze toekomstige tijd. Wat ook mist is dat ieder cultureel archetype is gebaseerd op een verschillende informatietechnologie, respectievelijk het gesproken woord, het gedrukte woord en het geactiveerde woord.

We moeten onze culturele identificatie met de Vroegmoderne en Moderne Tijd dus leren loslaten. Zodat we er objectief, zonder allerlei culturele hangups, naar kunnen kijken. Zoals we nu bijvoorbeeld naar de Middeleeuwen kunnen kijken. Het zal niemand nu een worst wezen als er wordt gezegd dat een of andere Hollandse graaf zus en zo deed bij die of dat. Hoe anders is dat bij Vroegmoderne types zoals Piet Hein of Michiel de Ruyter. Als iemand iets lulligs zegt over die lui, dat het ook piraten of slavenhandelaren waren bijvoorbeeld, schiet een groot deel van Nederland in een cognitief dissonante kramp. Dat geeft aan dat we ons er nog steeds mee identificeren.

Maar in tijden van fundamentele verandering moeten we leren loslaten. Zodat we met een open geest kunnen bouwen aan de instituties van morgen. Instituties die ons naar een digitale, natuur-inclusieve, economisch veilige en sociaal inclusieve toekomst kunnen leiden. Zodat ook wij kunnen thuiskomen in de tijd.

Lang dachten we dat historische periodisering ietwat triviaal was. Historische veranderingen gaan immers geleidelijk. Niet van de ene dag op de andere. Maar wat het Afrofuturisme ons leert is dat dit soort periodisering er wel degelijk toe doet. Het leert ons namelijk waar we onszelf mee identificeren. Pas als we een nieuwe naam hebben voor de tijd waar we ons naartoe bewegen zullen we zijn aangekomen.

Hopelijk zullen we de Afrofuturisten daar aantreffen.


Veel liefs en fijn weekend,
Ed en Chris

⚙️ Wat betekent industriële A.I. voor de samenleving?

👋 Hoi, Ed en Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we de snel veranderende wereld vanuit een langetermijnperspectief. Hoe begrijpen we onze tijd als we verder kijken dan dagkoersen, kwartaalverslagen en verkiezingscycli? Als we het moment waarin we denken te leven oprekken tot decennia, eeuwen of millennia – wat zien we dan?


Vandaag een verkenning van de snel veranderende wereld van kunstmatige intelligentie. De afgelopen tijd lijkt het er namelijk op dat deze technologie het laboratorium nu definitief aan het ontgroeien is, door enorm grote en breed toepasbare AI-modellen. Maar wat betekent dit?

De Opkomst van Industriële Denkkracht

🔌

Veel technologische uitvindingen die een enorme impact hebben gehad op onze samenleving zijn tot op zekere hoogte onzichtbaar geworden. Ze zijn zo alledaags, zo verweven met alles wat we doen, dat we makkelijk vergeten hoe fundamenteel ze zijn voor ons bestaan. Denk aan elektriciteit, de spoorwegen, de boekdrukkunst, de verbrandingsmotor, de computer of het internet. Dit soort technologieën staan ook wel bekend als General Purpose Technologies, en wanneer er een uitgevonden wordt, veranderen samenlevingen. Probeer je maar eens voor te stellen hoe een wereld eruit zou zien als het nederige stopcontact nergens meer te vinden zou zijn.

Foto: Paul Hanaoka via Unsplash


Volgens velen is Artificial Intelligence, of kortweg AI, nu op een punt aangekomen dat het een General Purpose Technology gaat worden. Veel van de AI, of om preciezer te zijn, de machine learning-modellen die gebouwd zijn met neural networks, hadden tot nog toe vrij nauwe toepassingen, zoals herkenning van gezichten, spraak of tekst, het afmaken van woorden met autocomplete, of het besturen van een auto. Dit is als het ware ambachtelijke AI, ontwikkeld door teams van slimme programmeurs, gevoed met specifieke data die gelabeld zijn door mensen, om specifieke taken te leren. Maar het afgelopen jaar is AI industrieel geworden, de modellen worden steeds groter, slimmer en makkelijker toe te passen in allerlei nieuwe contexten.

De toenemende grootte van Natural Language Processing modellen (wat nu Foundation Models worden genoemd) sinds BERT (02017)


Deze AI-modellen op industriële schaal worden Foundation Models genoemd. Het zijn enorme AI-modellen die gevoed zijn door enorme hoeveelheden ongelabelde en (deels) ongestructureerde data, zoals websites, boeken, video’s en foto’s. De AI zoekt daar vervolgens zelf structuren en patronen in zonder supervisie. Door statistische relaties te ontwaren, leert het model hoe taal werkt, wat wiskunde is, en wat het verschil is tussen een Dalí en een Vermeer. Behalve dat deze modellen groot zijn en een aardige intelligentie vertonen in uiteenlopende domeinen (van schaken tot essay’s of code schrijven en het creëren van foto’s en illustraties op basis van een beschrijving) kan iedereen zijn eigen toepassingen erop bouwen en het op die manier inpassen voor eigen gebruik.

Wat gaat dit betekenen? 

Het is nog vroeg, maar wat deze modellen al kunnen is erg indrukwekkend, ook al maken ze vaak ook nog gekke bokkensprongen (rare zinnen, unheimische beelden, onherkenbare uitspraken). Maar veel van deze foundation models zijn relatief makkelijk te gebruiken en te integreren (via API’s) in apps en andere digitale processen. GPT-3, een foundation model waar afgelopen jaar veel buzz over was, kun je hier zelf uitproberen (je kan inloggen met een Google- of Microsoft-account). Dat betekent dat allerlei ontwikkelaars nu heel makkelijk AI kunnen gaan integreren in hun toepassingen. De komende jaren zul je dus in allerlei apps, op websites en bij alles wat op software draait steeds meer, en steeds slimmere AI tegen gaan komen. Hieronder een korte speculatieve verkenning, onderbouwd met wat mensen nu al aan het maken zijn.

Je Persoonlijke Sparringpartner

💬

Stel, je bent een academicus en je doet onderzoek naar middeleeuwse symboliek. Je begint met een foundation model en daarbovenop laat je het model al je geschreven werk lezen en alles wat je ooit las. Vervolgens ga je aan het werk met je kunstmatige intelligente onderzoeksassistent. Een samenwerking waarin de AI met je meeschrijft, zinnen parafraseert, bronnen aandraagt en misschien zelfs met je brainstormt om nieuwe richtingen voor je onderzoek te verkennen. Misschien kan de AI zelfs de hele paper voor jou schrijven waarbij je ‘m alleen maar hoeft te corrigeren en feedback te geven, waarna je de volgende iteratie krijgt. Hoe meer je in het model stopt, hoe slimmer je kunstmatige metgezel wordt. Hoe langer deze AI met jou mee-leert, en hoe meer literatuur, manuscripten, en beeldarchieven het absorbeert, hoe slimmer en dieper de inzichten van de AI zullen zijn. Althans, dit is de belofte.

Overigens is deze richting misschien ook wel nodig om wetenschappelijk onderzoek uit het slop te trekken. Azeem Azhar wees ons op ‘Science is getting harder’, een essay van Matt Clancy waarin hij bewijs verzamelt dat de ontdekkingen die gedaan worden gemiddeld genomen kleiner worden. Allicht heeft het iets te maken met de uitdaging om voort te bouwen op een almaar uitdijende en complexer wordende hoeveelheid kennis. Is het ontwikkelen van nieuwe kennis op de lange termijn nog doenbaar als je enkel gebruik maakt van menselijke denkkracht?

📊 SpreadSheet Magic — Waarom zelf data opzoeken? Met deze GPT-3 add-on vult de AI de data die je wil hebben automatisch in (zie hierboven). Dit is vooral een experimenteel prototype, en de data klopt niet altijd, maar het maakt de potentie goed duidelijk. [link]

👓 Elicit — Een AI onderzoeksassistent gebouwd op GPT-3. Helpt je papers tevinden en kan met je brainstormen over onderzoeksrichtingen. [link]

Je Eenpersoons Superstudio

🎨

Stel, je bent een illustrator die in opdracht tekeningen maakt. Je gebruikt een visueel foundation model en die voer je ook al jouw tekenwerk, waardoor het model zich ook jouw herkenbare handschrift eigen kan maken. Vervolgens kan je het schetsen voeren, of simpelweg omschrijvingen en ideeën over wat de tekening moet vertellen of laten zien. Vervolgens poept de AI eindeloos veel iteraties uit, die je telkens kan finetunen qua kleur, compositie, etc. Samen met deze digitale tovenaarsleerling ben je opeens een studio geworden die meer en sneller kan produceren dan je ooit in je eentje kon.

Dit soort tools vinden al hun ingang in de game- en filmindustrie, aangezien hier met grote teams van tekenaars en creatievelingen gewerkt wordt en er ontstellend veel materiaal geproduceerd moet worden. Het werk is hier al specialistisch en op massaproductie ingericht, met tekenaars die alleen achtergronden, gadgets, karakters, voertuigen, beesten of architectuur doen. 

Colie Wertz, een concept artist die voor producties zoals Star Wars en Dune werkte, vertelt in deze podcast bijvoorbeeld hoe hij landschappen tekent met een GauGAN, het neurale netwerk waar Nividia’s Canvas-app op draait. Hiermee tekent hij landschappen in minuten in plaats van uren.
 

🖼 Nvidia Canvas/GauGAN — Een AI beeldcreatietool om landschappen mee te maken (zie hierboven). Is gratis te downloaden voor Windows of je kan er hier online mee spelen. Verschillende partijen hebben hier inmiddels foundation models voor gebouwd. Deze toepassing zal dus niet beperkt blijven tot landschappen, maar straks kan je elk beeld maken in welke stijl je maar wilt, van fotografische beelden tot een Rembrandt-schilderij. 

Van OpenAI is er Dall-E 2 (wachtlijst), Google maakte Imagen (niet openbaar toegankelijk) en dan is er nog het artistiekere Midjourney (wachtlijst). Voor een goeie uitleg hoe dit allemaal werkt en waartoe deze modellen in staat zijn is deze video van Vox een aanrader.

#midjourney op instagram

Brave New Brain

🧠

Voordat we in de nieuwe problemen en uitdagingen duiken die het loslaten van industriële denkkracht in onze samenleving met zich meebrengen, nog even het meest extreme vergezicht: de Neural Lace, een brein-computer-interface die onder je schedeldak wordt ingebracht en waarmee jouw brein direct toegang kan krijgen tot een enorme hoeveelheid capaciteiten en mogelijkheden die AI te bieden heeft. Deze neural lace bestaat nog niet, maar Neuralink, het bedrijf van Elon Musk (die overigens ook OpenAI oprichtte, de makers van Dall-E 2 en GPT-3) is deze technologie aan het ontwikkelen.

De trans-humanistische logica achter dit project is als volgt: als AI steeds beter wordt dan lopen we als mensen uiteindelijk tegen een beperking aan. De snelheid waarmee we kunnen communiceren met een AI is namelijk beperkt tot onze spreeksnelheid, of de snelheid waarmee we met onze tien vingers via een toetsenbord of een ander input-apparaat kunnen communiceren met de betreffende AI. Als we optimaal gebruik willen maken van de denkkracht van AI dan moeten we deze smalle communicatiebandbreedte tussen ons biologische brein en het kunstmatige brein zien op te lossen. Musks oplossing, die overigens geïnspireerd is op de neural lace uit de sciencefiction van Ian M. Bank, is het brein direct op neurologisch niveau in contact te brengen met een externe kunstmatige hersenkwab, AI.

Wat dit betekent, en of we dit willen, is uiteraard een belangrijke discussie. Maar voordat je compleet in de weerstand schiet van het idee dat je sociale media straks letterlijk in je brein zit, is het goed om eens te verkennen hoe dit zou kunnen werken en hoe het zou kunnen voelen als je brein opeens groter is dan je hoofd. Wat als in jouw bewustzijn je eigen gedachten samen komen met die van andere (kunstmatige) breinen? Hoe voelt het om opeens dingen te weten die je nooit geleerd hebt? Kun je het verschil voelen tussen of een idee uit je eigen geest, of uit je kunstmatig intelligente hersenkwab kwam?  Dit zijn nogal trippy vragen, maar als je deze rabbit hole in wil duiken dan is deze (enorme) long read van Tim Urban van Wait But Why een absolute aanrader: Neuralink and the Brain’s Magical Future.

Nieuwe technologie, nieuwe problemen

💥

Hoewel dit natuurlijk allemaal interessante nieuwe mogelijkheden voor makers en denkers biedt en fascinerende vergezichten oplevert, ontstaan er met de komst van deze nieuwe General Purpose Technology natuurlijk ook allerlei nieuwe problemen. Een kleine selectie (er zijn er vast meer):

🔀 Bias — Foundation models hebben bizar veel data nodig om goed te functioneren. Het internet is het curriculum waarmee deze modellen zonder supervisie leren en daarmee ‘leren’ ze ook alle ideeën die er te vinden zijn, van diepe filosofische waarheden tot flat earth theorieën en het feit dat CEO’s over het algemeen witte mannen zijn. Als deze foundation models een basisinfrastructuur worden, wordt ook het biasprobleem groter.

💪 Machtsconcentratie — Om foundation models te trainen heb je enorm veel rekenvermogen nodig. Het kost nu een tiental miljoen euro’s om een model te trainen. Dat betekent dat alleen grote vermogende partijen dit kunnen doen. Dan gaat het niet alleen om Big Tech, ook natiestaten doen mee in wat een soort nieuwe race is geworden.



Uit On the Opportunities and Risks of Foundation Models (Stanford University, 02021)


✍️ Auteursrecht — Met deze technologie kan je uiteindelijk een film in de stijl van Disney of Pixar maken zonder auteursrechten te overtreden. Of de concurrent van een illustrator kan werk in zijn stijl gaan maken en verkopen zonder de wet te overtreden. Want een bepaalde esthetiek of stijl is niet wettelijk te beschermen. Althans, nog niet.

🤝 Vertrouwen — Wanneer het in ons medialandschap totaal onduidelijk is of er achter het beeld dat we zien, een tekst die we lezen (of zelfs een gedachte die we hebben) een mensenhand of een robotbrein zit, waar vertrouwen we dan op? Want impliciet ligt een groot deel van ons vertrouwen in de publieke sfeer ook in het feit dat er achter iedere uiting een mens zit, een bewustzijn met een geweten, een persoon die onderdeel is van een gemeenschap en een gedeelde cultuur. Het zijn individuen die uiteindelijk kunnen worden aangesproken op hun handelen. Maar hoe houd je een AI verantwoordelijk? En kan een AI uitleggen waarom het deed wat het deed? Met de opkomst van kunstmatige intelligentie wordt de noodzaak voor een digitale vertrouwensarchitectuur dus nog groter. (Zie ons dossier ‘De Toekomst van Vertrouwen’)

💭 Bewustzijn — Of AI’s bewust kunnen zijn en zo ja, wat dat zou betekenen, is een langlopende fascinatie. Los van de filosofische discussie hierover, worden de gesprekken met AI’s nu dermate diepgaand en overtuigend, dat sommigen stellig geloven dat ze te maken hebben met een echt denkend en voelend persoon. Zo trad Blake Lemoine, een Google-ingenieur en priester, deze maand naar buiten met de overtuiging dat LaMDA, de AI-chatbot die hij moest controleren op discriminatie en haat, daadwerkelijk een bewuste entiteit was. Lees hier zelf Lemoine’s chat met LaMDA. De reactie van vele technici en AI-experts op dit voorval is dat het eerste gevaar van deze interacties met AI’s niet is dat de AI daadwerkelijk bewust is, maar dat wij het als mensen bewustzijn toeschrijven omdat het zó goed social-emotionele patronen herkent, geneert en toepast, dat we als mens denken dat er aan de andere kant van het scherm daadwerkelijk een levend en voelend wezen schuilt.


Dat was het voor deze keer. Fijn weekend allemaal, en tot de volgende.

Veel liefs,
Ed + Chris

💾 Waarom toenemende informatie en complexiteit ons dwingt om onze maatschappelijke instituties te herzien.

👋 Hoi, Ed en Chris hier. In de Atlas van het Lange Nu duiden we de snel veranderende wereld vanuit een langetermijnperspectief. Hoe begrijpen we onze tijd als we verder kijken dan dagkoersen, kwartaalverslagen en verkiezingscycli? Als we het moment waarin we denken te leven oprekken tot decennia, eeuwen of millennia – wat zien we dan?

Vandaag wat gedachten over de toekomst van de informatiesamenleving. 

Honderden jaren lang ging men er expliciet van uit dat er niet zoiets bestond als te veel informatie. De samenleving produceerde vele dikke encyclopedieën, gaf elk gehucht een bibliotheek, elke stad een universiteit, introduceerde de leerplicht en droomde van grenzeloze elektronische ruimtes waar alle kennis-ooit-geproduceerd voor iedereen altijd beschikbaar zou zijn. Eén van de diepste culturele uitgangspunten van de Moderne wereld was immers dat kennis ons vrij zou maken – in alle opzichten die men zich kon bedenken. 

Nu, éénendertig jaar na de publicatie van het World Wide Web, door Tim Berners-Lee, lijkt het tegengestelde het geval. In plaats van ons te bevrijden, lijkt informatie ons te ketenen. In plaats van ons te verenigen in gedeelde kennis, lijkt de overvloed aan informatie ons uit elkaar te drijven. En, zoals Nicholas Carr het zo mooi verwoordde in zijn beroemde essay ‘Is Google Making Us Stupid’;

Once I was a scuba diver in a sea of words.
Now I zip along the surface like a guy on a Jet Ski.

Ons vermogen voor aandacht, voor deep reading, lijkt te worden afgebroken door een stortvloed aan elektronisch spektakel en entertainment. We verliezen de stilte, onze innerlijke ruimte, en vullen deze op met altijd voorhanden online “content”. (Dat gezegd; sorry voor de links. Misschien eerst de nieuwsbrief lezen, in zijn geheel. Daarna pas klikken op links.)

De transitie van een gedrukt publiek domein naar een elektronisch publiek domein gaat, zacht gezegd, niet over rozen. We verliezen onszelf en we verliezen elkaar – in ieder geval zo lijkt het. Maar transities zijn rommelig. Wat nu het geval is, hoeft straks niet zo te zijn. Sterker nog; verandering is de aard van een transitie.

Recente tweets van de man die Twitter wil kopen en al die angstige vogeltjes aldaar, daarna, blijkbaar, wil bevrijden.

The Map is not the Territory

🗺️

In 1996 verscheen het eerste deel van Manuel Castell’s magnus opus “The Information Age: Economy, Society and Culture”. Al vanaf de eerste druk behoort de drieluik tot de canon van de sociale wetenschap. Het was ook de tijd van grenzeloos optimisme over de vele voordelen die het World Wide Web (toen nog maar vijf jaar oud) ons zou brengen. En hoewel slechts weinigen de boeken van A tot Z hebben gelezen was de term ‘informatiesamenleving’ een blijvertje. De industriële samenleving lag achter ons. De informatiesamenleving (en de netwerkmaatschappij en de kenniseconomie) was de toekomst.   

Hoewel de komst van een nieuwe informatietechnologie – de computer – onze samenleving tot in zijn vezels gaat veranderen is het, volgens ons, ietwat oneigenlijk om te stellen dat dit de informatiesamenleving teweeg heeft gebracht. Zoals we al schreven is er al vele honderden jaren sprake van een informatiesamenleving, waar we in leven. 

Al sinds de uitvinding van de boekdrukkunst, rond 1450 door Johannes Gutenberg, is de moderne wereld geobsedeerd door kennis. Zonder de uitvinding van de boekdrukkunst was de Moderne wereld ook helemaal niet mogelijk geweest. Het maakte de massaproductie van kennis mogelijk.

De hoeveelheid informatie die de samenleving genereerde steeg in de drie eeuwen na de uitvinding van de boekdrukkunst exponentieel. Hiermee steeg ook de complexiteit van de samenleving exponentieel. De samenleving moest dus nieuwe manieren verzinnen om deze hoeveelheid kennis en complexiteit in goede banen te leiden.

Duurde in de tijd voor de boekdrukkunst het produceren van een boek zo’n één tot twee jaar en kostte ieder afzonderlijk boek dus zo’n één tot twee jaarsalarissen, zo vlogen de boeken na de uitvinding van de boekdrukkunst als warme broodjes over de toonbank. 

De Moderniteit is altijd al een informatiesamenleving geweest. Gedurende de afgelopen 600 jaar draaide alles om technologische en maatschappelijke innovatie en om ontdekkingsreizen. Als iets onze cultuur heeft gevormd is het wel ons geloof dat feiten, logica en rede de basis zijn voor een betere wereld. Hoe meer kennis, hoe beter, was al lange tijd (en is eigenlijk nog steeds) het leidende adagium in onze cultuur.

 De computer en haar toepassingen, zoals het Internet en het World Wide Web, kwamen dus ook niet uit de lucht vallen. Ze liggen direct in het verlengde van de Verlichting – de culturele stroming die wetenschap en universele educatie beschouwde als een tegengif tegen armoede, bijgeloof, domheid en intolerantie. Lang voordat je met de smartphone op ieder gewenst moment van de dag Wikipedia kon raadplegen droomde men al over elektronische systemen die alle kennis van de wereld op een ordelijke manier aan iedereen beschikbaar zouden maken.

In 1993 maakte CERN de webbrowser genaamd WorldWideWeb toegankelijk voor het grote publiek, daarvoor was het een instrument voor wetenschappers om informatie met elkaar te delen. Sindsdien is het WWW een groot succes, als het exponentieel stijgende aantal websites daarvoor een goede graadmeter is.

Beroemd is bijvoorbeeld het essay As We May Think van Vannevar Bush, dat in 1945 werd gepubliceerd in The Atlantic. Toen al liep de informatiesamenleving tegen zijn grenzen aan, volgens Bush. Informatie was verkokerd in specialistische vakgebieden waardoor experts zowel slimmer als dommer tegelijk werden. Ze zaten op een ‘bewildering store of knowledge’ dat, omdat deze kennis niet toegankelijk was voor andere experts en het publiek, niet kon worden omgezet naar collectieve kennis. 
In het essay breekt Bush een lans voor een denkbeeldig elektronisch systeem – dat hij memex doopte – dat een informatie kan transformeren naar kennis. Een ‘collective memory machine’ dat de verkokering van informatie binnen allerlei vakgebieden kon doorbreken en zodoende kon omzetten in een soort gemeenschappelijke wijsheid.

De memex was, in veel opzichten, het denkbeeldige prototype van het WWW. Zie voor een volgende iteratie van dit idee, dat uiteindelijk leidde tot het WWW, Ted Nelson’s Xanadu. Dit is een scène uit Low and Behold, Reveries of the Connected World, een documentaire van Werner-Herzog, die Ted hier interviewt. Ted, die het huidige WWW niet goed vindt werken, qua kennis ordening, laat hier zijn eigen systeem zien. Kijk de scene hier

Bush maakt dus een onderscheid tussen informatie en kennis. En dat is een belangrijk punt. Want data is geen informatie, informatie is geen kennis, en kennis is geen wijsheid. Tussen al die stappen zit interpretatie – duiding. Je hebt bij iedere stap een soort theoretisch kader nodig waarin je van het één de ander kan maken. (Of in het geval wijsheid misschien een emotioneel kader.) Je kan wel een heleboel data hebben – zeg honderd miljoen ingevulde excel-cellen – maar dat levert je alleen maar problemen op als je niet weet welke conclusies je daar wel (en vooral niet) uit kan trekken. Denk; toeslagenaffaire. 

Informatie is dus een probleem, zoals Bush al aangaf, als het onvolledig is of als je het niet kan duiden. Als je niet de kwaliteit van de data op waarde kan schatten of als je er niet de juiste patronen uit kan distilleren dan gaat het mis. Waarop is mijn data van toepassing en waarop niet en welke denkramen gebruik ik om patronen uit deze data te filteren en welke niet? Moeilijke vragen die maar weinig mensen zich stellen. De meeste mensen nemen de informatie on face value – wat zo’n beetje het domste is wat je kan doen. Vooral als je omkomt in de informatie. 

Volgens Femke de Vries, bijzonder hoogleraar toezicht aan de RUG, haalt de gemiddelde bewindsman, bestuurder of commissaris zo de ‘duizend pagina’s per vergadering’. Dat is onzinnig. Blijkbaar wordt van deze arme vergadertijgers verwacht om uit deze enorme berg informatie het kaf van het koren te scheiden en de diepere verborgen patronen te filteren zodat ze deze vervolgens kunnen te bespreken met hun collega’s die ook zo hun conclusies hebben getrokken.  Wat ongetwijfeld prima is als je hier een paar weken voor kan uittrekken. Maar deze mensen rennen van vergadering naar vergadering. 

Het doet denken aan een scène uit de film Margin Call, uit 2011, waarin we de gebeurtenissen in een bank volgen aan de vooravond van de beurscrash van 2008. Jeremy Irons, die de CEO van de bank speelt, vraagt aan een lage analist, gespeeld door Zachary Quinto, om hem te vertellen wat er gaande is. “And please speak as you might to a young child, or to a golden retriever”. 

Waarna de analist vertelt dat hun financiële modellen, waar ze tot nu toe heel veel geld mee hebben verdiend, al een tijdje niet meer in pas lopen met de werkelijkheid. Met, en dit blijft uiteraard ongezegd, mogelijk catastrofale gevolgen voor de bank en, oh ja, de hele wereldeconomie. De CEO laat dit even bezinken en zegt dan:

Do you care to know why I’m in the chair, why I earn the big bucks? I’m here for one reason only and one reason alone, I’m here to guess what the music might do a week, a month, a year from now. That’s it, nothing more. I’m standing here tonight. I’m afraid that I don’t hear a thing. Just… silence.

Hierna besluit de CEO om de hele voorraadkast aan onbegrijpelijke, ontransparante en in werkelijkheid compleet waardeloze financiële producten, de volgende ochtend te verkopen aan de hoogste bieder. Waardoor hij de bank redt maar de wereldeconomie doet imploderen.

Je kan de scene uit Margin Call (2011) hier bekijken.

Wat interessant is aan deze scene is dat het enerzijds aangeeft dat informatie moet worden teruggebracht naar begrijpelijke patronen – the music has stopped – waarop je als bestuurder kan handelen – sell everything – en anderzijds aangeeft dat modellen niet hetzelfde zijn als de werkelijkheid. 

Een model is een interpretatie, een versimpeling, van de werkelijkheid waarop je kan handelen. Het geeft je een gereedschapskist om je data om te zetten in informatie, of je informatie om te zetten in kennis, of je kennis om te zetten in wijsheid. Een model of een denkraam is dus niet hetzelfde als de werkelijkheid, net zoals een menu niet hetzelfde is als de maaltijd, een toekomstscenario niet hetzelfde is als de toekomst en een kaart niet hetzelfde is als het landschap.

In 1895 schreef Lewis Carroll in Sylvie and Bruno Concluded, zijn laatste roman, deze dialoog over een landkaart op de schaal ‘a mile to the mile’:

“What a useful thing a pocket-map is!” I remarked.

“That’s another thing we’ve learned from your Nation,” said Mein Herr, “map-making. But we’ve carried it much further than you. What do you consider the largest map that would be really useful?”

“About six inches to the mile.”

“Only six inches!” exclaimed Mein Herr. “We very soon got to six yards to the mile. Then we tried a hundred yards to the mile. And then came the grandest idea of all ! We actually made a map of the country, on the scale of a mile to the mile!”

“Have you used it much?” I enquired.

“It has never been spread out, yet,” said Mein Herr: “the farmers objected: they said it would cover the whole country, and shut out the sunlight ! So we now use the country itself, as its own map, and I assure you it does nearly as well.”

Een landkaart is een interpretatie van het landschap, een versimpeling – het geeft je alleen de allerbelangrijkste patronen waarop je kan navigeren of waarmee je de schat kan vinden. Als een kaart alle informatie zou geven over het landschap dan is de kaart even groot als het landschap en dus totaal nutteloos. Een kaart is handig juist omdat het het landschap terugbrengt naar een stukje papier ter grootte van een A4. 

Een vergadering ingaan met 1000 vellen papier is dus nogal stompzinnig. Dat is een landschap binnenlopen op een kaart die bijna net zo groot als het landschap zelf. Too much information, too little knowledge zeg maar. Je doet zoiets, volgens de Vries, alleen maar om te laten zien dat je alles hebt gelezen. Alsof dat het criteria is van goed bestuur – met de vergadering als een soort schriftelijke overhoring.Het doet denken aan de quote; “hogeropgeleiden kunnen vooral goed kennis nalullen’, van Joris Luyendijk in het FD van 18 mei. Wat ze dus blijkbaar niet kunnen, als we Luyendijk mogen geloven, is denkramen verzinnen die ze in staat stelt 1000 pagina’s terug te brengen tot een aantal onderliggende patronen. Kortom, ze kunnen van informatie geen kennis maken. Waardoor ze geen basis hebben waarop ze wijze besluiten kunnen nemen.

In de jaren tachtig observeerde Hans Moravec, een robotica professor, dat computers goed zijn in ‘logisch nadenken’ en mensen niet, terwijl mensen goed zijn in motorisch-zintuiglijke coördinatie en computers (toen nog) niet. (Dit staat bekend als Moravec’s paradox.) Het overgrootste deel van ons brein is geoptimaliseerd voor het navigeren van een rommelig landschap. Het verklaart wellicht ook waarom de meeste mensen slecht zijn in het vinden van verborgen patronen in grote hoeveelheden geschreven informatie.

Dat gezegd heeft de informatiesamenleving dus een probleem: er is veel te veel informatie en veel te weinig kennis, en nog veel minder wijsheid. En dat komt vooral omdat we nog niet de culturele en technologische architectuur hebben waarmee we kunnen omgaan met de overvloedige informatie. 

Wat ons doet terugkomen op de leeftijd van de informatiesamenleving.

Als je de informatiesamenleving laat beginnen met de uitvinding van de computer dan ga je niet alleen voorbij aan de informatie-minnende cultuur die de computer heeft voortgebracht maar ook aan de manier waarop deze cultuur, na de uitvinding van de boekdrukkunst, de stortvloed aan informatie in goede banen heeft weten te leiden. Dat ging natuurlijk niet echt over één nacht ijs, als het al een bewust proces was, maar door de Moderniteit door de lens van informatieprocessen te bekijken leren we veel over onze situatie nu en wellicht over een toekomst waarin we informatie weer voor ons kunnen laten werken in plaats van tegen ons.  

De Moderniteit, de cultuur die dus voor een groot deel is gebouwd op de boekdrukkunst, creëerde in de loop van de tijd allerlei maatschappelijke mechanismen die ervoor zorgden dat we konden omgaan met de continue sterker wordende stroom informatie. Elk van die mechanismen zal moeten worden aangepast aan de bijzonderheden van de digitale revolutie.  

Bij deze een kort speculatieve to-do lijstje om een idee te krijgen van de uitdagingen waar we voor staan:

🧪 Wetenschappelijke Methode 2.0 — Ons idee van de wetenschappelijke methode en wat het is om kennis te vergaren moeten we, zoals het er nu uitziet, waarschijnlijk aanpassen aan de komst van kunstmatige intelligentie en wellicht, over een aantal decennia, kwantumcomputers. Deze technieken kunnen patronen herkennen en simuleren zonder dat ze de theoretische en hypothetische logica daarachter prijsgeven.  

📖 Langer Leren — De boekdrukkunst leidde tot een alsmaar hogere informatiedichtheid in de samenleving, wat weer zorgde voor een alsmaar grotere complexiteit. Om mensen hierop voor te bereiden werd educatie steeds belangrijker en steeds intensiever. Steeds meer mensen moesten steeds langer naar school. Nu staat de leerplicht op 16 jaar. Grote kans, nu de computer voor nog hogere complexiteit alsook voor meer bottom-up democratie zorgt dat de leerplicht, voor iedereen, richting 24 of zelfs 30 jaar gaat. 

🗳 Upgrade de democratische informatie processor — De representatieve democratie kan je zien als een breed gedragen, flexibel en zelfregulerend informatieproces. Door de boekdrukkunst kwam er zoveel informatie en complexiteit de maatschappij binnen dat je het besluitvormingsproces niet aan een alleenheerser en een paar vazallen kon overlaten. Na de komst van de computer komt er echter zoveel informatie het systeem binnen dat de representatieve democratie, waar we stemmen op een aantal elitaire professionals, het ook niet meer kan bolwerken. We moeten toe naar nog breder gedragen deliberatie en besluitvormingsproces. De democratie moet verdiept worden, zodat nog meer informatie kan worden verwerkt. Burgerraden?

🖋 Een diepere architectuur van vertrouwen — Het publieke domein, dat onderling vertrouwen en gemeenschapsgevoel produceert is verschoven van kranten en tijdschriften naar het World Wide Web. Vertrouwden we ooit op de professionaliteit van (elitaire) journalisten en experts om ons een feitelijke blik op de wereld te geven, nu is iedereen zoekende. Wat zijn feiten nog in het digitale domein? Hoe maken we van het verwilderde digitale domein een publiek domein dat mensen verenigt in plaats van verdeelt? De journalistieke ethiek, die best elitair was, is niet meer toereikend in een wereld waarin iedereen kan meepraten. We moeten op zoek naar een diepere, hardere en meer democratische architectuur van vertrouwen in het digitale tijdperk. P2P en cryptologie?

Democratie, onderwijs, journalistiek en wetenschap waren de belangrijkste kennis-innovaties van de post-boekdrukkunst informatiesamenleving. Het waren deze vier instituties die informatie probeerden om te zetten in een soort collectieve kennis. Het waren de zuilen waar onze gemeenschappelijke architectuur van vertrouwen op leunden. 

Met de komst van een nieuwe informatietechnologie – de computer – die de maatschappij van nog meer informatie en complexiteit voorziet moeten we deze vier sectoren opnieuw uitvinden. Ze moeten waarschijnlijk verdiept en verstevigd worden. Zodat ze opnieuw losse informatie kunnen omzetten in collectieve kennis, de gemeenschap opnieuw bij elkaar brengen, en kunnen voorzien van een diep onderling vertrouwen. 

Dit gaat uiteraard niet over één nacht ijs. Maar door met een langetermijnbril naar de informatiesamenleving te kijken hebben we in ieder geval een idee waar we kunnen beginnen met zoeken. 

Liefs

Ed + Chris

🥵 Wat is het punt waarop onze atmosfeer een dodelijke vijand wordt?

{subject}
                             

🥳 We zijn jarig! Het eerste jaar met de Chrononauten

{subject}
                             

🐋 Comeback whales, troostrijke doemscenario’s en een update van het vertrouwensdossier

{subject}
                             

⚔️ Poetins Rusland in het Lange Nu

{subject}
                             

🗳️ Lijstduwers van het Lange Nu

{subject}
                             

📚 Grensoverschrijdingen, onverklaarbare ervaringen, een worldbuilding reader en ‘Dead Man’

{subject}
                             

🤝 Hoe vertrouwen onze wereld vormgeeft

{subject}
                             

🔮 Kan de toekomst voorspelt, uitgerekend of bezworen worden?

{subject}
                             

📚 Geo-engineering met de Oranjes · Fully Automated Luxury Gnosticism · How to world a world

{subject}
                             

🤝 Hoe zou een internet gebaseerd op vertrouwen eruit kunnen zien?

{subject}
                             

🌞 Welkom in de wereld van Solarpunk

{subject}
                             

✅ Kan een decentraal digitaal paspoort ons tot volwaardige online burgers maken?

{subject}
                             

🌐 Zou een digitaal paspoort van het WWW een functionerende publieke sfeer kunnen maken?

{subject}
                             

👔 Is onze relatie met werk aan het veranderen?

{subject}
                             

💊 Worden we straks geüpload in onze eigen fantasiewereld, of zijn we dat al?

{subject}
                             

🌬️ Climate fiction en de transformatie van onze binnen- en buitenwereld.

{subject}
                             

💧Hoe snel stijgt de zee?

{subject}