Het Futurologisch Ambacht en de Creatieve Bureaucratie
Over design thinking, de fragmentatie van vakkennis en de ambachtelijke charlatan.
Hoi, Ed en Chris hier 👋 Het ‘hier en nu’ is een moment dat eeuwen beslaat. In de Atlas van het Lange Nu schrijven we daarom over historische onderstromen, maatschappelijke denkramen en inspirerende toekomstscenario’s.
In deze editie een stukje zelfreflectie over hoe wij in ons futurologische werk het arbeidsethos van professionalisme en meesterschap ervaren. Naast het schrijven van de Atlas van het Lange Nu verdienen we onze boterham namelijk vooral met Studio Monnik, onze futurologische denktank slash creatieve studio. Wat ons werk een mix maakt van nadenken, schrijven en tekenen, en het begeleiden van organisaties bij het nadenken over de toekomst. Met andere woorden, een combinatie van ambachtelijkheid en professionalisme. Waarbij het ene ons beter ligt dan het andere.
De bureaucratisering van creativiteit en toekomstdenken
📌
Misschien heb je er zelf wel eens aan deelgenomen, of er zelfs een georganiseerd: een co-creatiesessie, design thinking workshop of een futures sessie. Creatieve sessies die over het algemeen gekarakteriseerd worden door een muur vol post-its, prikkelende werkvormen en een tafel met snacks, om de energie een beetje op peil te houden. Zelf zijn we zowel deelnemer als organisator van dergelijke workshops, ook al zijn we er geen uitgesproken fan van. Want hoewel het leuke bijeenkomsten zijn, mensen geïnspireerd raken en er vaak nieuwe inzichten uit voortvloeien, vragen wij ons af of deze vorm echt werkt. Zijn de uitkomsten werkelijk waardevol voor de deelnemers?
Als deelnemer delen we in dit soort workshops toch vaak die ideeën die we al hadden, en als organisator kunnen we vaak moeilijk inschatten of deelnemers in dit soort sessies op waardevolle ideeën over de toekomst komen, en of dit uiteindelijk ook tot verandering leidt binnen de organisatie van de opdrachtgever. Onze voorkeur gaat dan ook uit naar workshops met veel input, stof tot nadenken en inhoudelijke discussies. We bereiden deze workshops voor op basis van ons onderzoek, ons historisch-futuristische World Tree Model en eventueel op maat gemaakte user journey’s en theatrale lezingen om de deelnemers zo mee te nemen op een reis door grote historische verschuivingen, naar geloofwaardige toekomstscenario’s.
De co-creatiesessie voelt voor ons toch vaak als vorm boven inhoud, als proces boven product. Daar zit geen waardeoordeel in, het is nu eenmaal zo dat wij onszelf meer makers voelen dan procesbegeleiders, en ons minder op ons gemak voelen als het procesmatige dominant is.
We voelden dan ook veel herkenning, en moesten af en toe gniffelen, toen we Rebecca Ackermanns artikel ‘Design thinking was supposed to fix the world. Where did it go wrong?’ in de MIT Technology Review lazen. In het artikel reconstrueert ze hoe begin deze eeuw brainstorms, post-its en ontwerpvaardigheden voor iedereen toegankelijk werden gemaakt onder de vlag van design thinking. Het idee komt uit de koker van het befaamde productontwerpbureau IDEO, werd gepopulariseerd op Stanford’s d.school en verspreidde zich al snel tot ver buiten de ontwerpdiscipline.
De belofte van design thinking was destijds zeer verleidelijk voor zowel ontwerpers als niet-ontwerpers:
Almachtige ontwerpers ⚡ Design thinking stelt dat het denken en de manier van kijken van een ontwerper losgelaten kan worden op welk probleem dan ook. Het maakt niet uit of je nu opgeleid bent als architect, grafisch of industrieel ontwerper. Dat is een ego strelend idee voor de ontwerper. En, niet onbelangrijk, opeens is de markt waarin je als ontwerper aan de slag kan enorm vergroot.

Iedereen ontwerper 🤝 De design thinking methodiek bestaat uit een simpel proces van zes stappen: 1) Leef je in je gebruikers in 2) definieer hun probleem 3) brainstorm over oplossingen 4) maak prototypes 5) test de prototypes met gebruikers 6) implementeer de uiteindelijke oplossing. Een simpel en duidelijk proces dat in allerlei versies en vormen terug te vinden is in vele hedendaagse co-creatiesessies en trajecten. En een proces dat innovatieve oplossingen belooft en tegelijkertijd draagvlak creëert bij gebruikers, burgers of consumenten. Een verleidelijke propositie voor organisaties, overheden en bestuurders die het graag goed willen doen voor hun stakeholders.

De kern van design thinking is dus het toegankelijk maken van creativiteit, iets waarvan veel bureaucratische organisaties, terecht of onterecht, denken dat ze dat niet in huis hebben. Maar iedereen kon dit nieuwe proces leren met middelen die al in huis zijn: pen, papier en post-its.
Key to design thinking’s spread was its replicable aesthetic, represented by the post-it note: a humble square that anyone can use in infinite ways. Not too precious, not too permanent, the ubiquitous post-it promises a fast-moving, cooperative, egalitarian process for getting things done. — Rebecca Ackermann
Gewapend met een post-it en een beginners mindset kon iedereen designer worden. Kennis van zaken zou vooral een obstakel zijn voor innovatie en creativiteit, met een open geest het probleem oplossen was vruchtbaarder. Zo was de gedachte althans.
Je zou de opkomst van design thinking kunnen zien als een poging van de ontwerpdiscipline, die zich traditioneel richt op het eindproduct, om aansluiting te vinden op het professionele werkethos, een werkethos dat procesgeoriënteerd is. Zo citeert Ackermann in haar artikel Angela McKee Brown: ‘The design thinking process was a language that bureaucracy could understand’.

Onze gefragmenteerde relatie met werk
🛠️
Het design thinking fenomeen is een dankbaar voorbeeld van wat er in vele vakgebieden en organisaties gebeurt: de fragmentatie en specialisatie van vakkennis over verschillende lagen en de uitbesteding aan externe partijen en dat je met het juiste proces universeel problemen kan oplossen. Wat overblijft zijn procesgerichte bureaucratieën, zonder expertise en vakbekwaamheid over de producten die ze uiteindelijk produceren. Neem bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, waar nauwelijks nog ingenieurs werken, waardoor de bouwers van infrastructuur geen deskundige gesprekspartner meer hebben, en projecten uitlopen en mislopen.
Over de fragmentatie van en de vervreemding met ons werk werd al geschreven door Karl Marx. Hij omschrijft hoe in industriële logica het maakproces wordt opgeknipt in simpele repetitieve handelingen waardoor de arbeider vervreemd raakt van het eindproduct dat hij of zij maakt. Maar de fragmentatie van ons werk begon al lang voor de industriële revolutie, namelijk bij de introductie van de boekdrukkunst. Toen ontstond er, volgens Jeff Jarvis, het onderscheid tussen vorm en inhoud (content):
Content is a Gutenberg-era notion: that which fills the space on a page and in a publication and, in the last century, time on a speaker or a screen.
In de Middeleeuwen, toen de schrijver, of deze nu overschreef of nieuw werk optekende, een boek letterlijk zelf schreef, waren de maker en het gemaakte nog intiem met elkaar verweven. Sinds de boekdrukpers levert de schrijver inhoud aan de uitgever, die het vervolgens in veelvoud laat drukken. Hoewel vandaag de auteur zich nog wel identificeert met de ideeën, verhalen en verbeeldingen die het boek bij de lezer oproepen, is zijn of haar relatie met het fysieke individuele boek verdund of zelfs verdwenen. De schrijver kan hoogstens nog een handtekening zetten op de eerste pagina voor een fan, maar dat is het wel zo’n beetje.
Het huidige werklandschap wordt gekenmerkt door een scheidslijn tussen professionele waarden en meesterschapswaarden. Het onderscheid tussen die twee is soms zacht en vloeibaar, en in andere gevallen harder en problematischer, zoals hoe genoten opleiding zich vertaalt naar kloven in de samenleving.

De Ambachtelijke Charlatan
🔮
Zelf voelen wij ons meer thuis bij de meesterschapswaarden, ook al zijn we theoretisch opgeleid en voelen we ons geen onderdeel van de middenklasse. Als je ervoor kiest om je vooral inhoudelijk bezig te houden met dat wat je ooit studeerde, zit je al snel meer aan de meesterschapskant. Maar wanneer je besluit dat je carrière wil maken, dan ben je sneller veroordeeld tot de omarming van een professioneler kader. Het is bijvoorbeeld een van de redenen waarom sommige hoogleraren geen promotie willen maken tot hoofd van hun afdeling of leerstoel. Dan gaat namelijk veel meer van hun tijd op aan management in plaats van de beoefening van hun vak, ook al betaalt het beter.
Zelfs onder futurologen bestaat er een tweedeling tussen meesterschap en professionalisme, getuige bovenstaand schema van Alex Fergnani dat we op LinkedIn voorbij zagen komen.
Het interessante hieraan is dat hij de professionele futurist als iemand neerzet die gespecialiseerd is in het ontwikkelen en uitvoeren van methodes en zich neutraal, objectief (en amoreel?) opstelt ten opzichte van de toekomstscenario’s die hij maakt. Het is duidelijk dat Fergnani zichzelf als professionele futurist identificeert en neerkijkt op de charlatan die veel normatiever is, gerichter op een eigen maakproces, en volgens hem dus vooroordelen heeft. Hoewel wij normatiever en met een eigen model en methode opereren pretenderen we echter nooit dé toekomst te voorspelen, en geven altijd aan vanuit welke aannames we een scenario maken. Maar goed, het futuristenveld is inderdaad divers en de titel is vogelvrij, dus dat iemand een poging doet zijn professie te claimen is begrijpelijk. Misschien moeten we een kolommetje toevoegen met de Craftsman Futurist, hoewel charlatan wel een fijn freak power randje heeft waar we ook niet ongevoelig voor zijn.
Fijn weekend!
❤️ Edwin & Chris