Afgelopen donderdag is de COP28 van start gegaan, de jaarlijkse VN-klimaatconferentie. Wij zijn geen experts op het gebied van natuur en klimaat, maar we volgen het wel zeker. Niet het politieke getouwtrek, maar de actuele en speculatieve verschuivingen als gevolg van beleid en technologische ontwikkelingen.
Deze week hebben we een kleine klimaatatlas opgesteld met grafieken die wij interessant vinden en die jullie wellicht een referentiekader geven. (Reageer vooral in de comments als jullie aanvullingen hebben.) We beginnen met een korte notitie over waarom mensen niet helder lijken te kunnen nadenken over klimaatverandering en soortenrijkheidverlies.
Zoals jullie weten werken wij aan een historisch-futuristisch denkraam waarmee we langlopende culturele, sociaaleconomische en maatschappelijke verschuivingen in kaart brengen. Een denkraam dat zowel het verleden duidt als een kapstok biedt voor geloofwaardige toekomstscenario’s.
Het is een denkraam en geen model, omdat het de toekomstscenario’s niet op een mechanische manier genereert. Menselijk gedrag laat zich gelukkig niet in deterministische termen vangen. Je kunt de toekomst van de maatschappij en de samenleving niet berekenen, meten of met sondes verkennen.
Historische kennis is op zichzelf ook niet genoeg om een toekomstige wereld tot leven te wekken. Er is daarnaast ook futuristische verbeeldingskracht voor nodig.
Dit geldt minder voor de natuur en het klimaat. Daar zijn rekenmodellen wel handig. Of, in ieder geval, iets handiger. Zoals gezegd kunnen ze niet de vereiste cultuurverandering in kaart brengen (die nodig is om de transitie te laten slagen), maar wel enigszins de uitwerking die de toekomstige cultuur moet gaan hebben op de aardse biosfeer.
We schrijven enigszins, omdat in de studie van de biosfeer veel variabelen (en de gevoeligheid tussen variabelen) nog steeds onbekend zijn. Dat maakt dat ook klimaatmodellen enige mate van onzekerheid in zich dragen. Het blijft een toekomstmodel, niet de toekomst zelf.
Maar ook als klimaatmodellen de aardse biosfeer tot in de perfectie zouden kunnen simuleren, dan nog zou dit voor de meeste mensen abacadabra zijn. Zelf als ze een fotorealistische simulatie zouden zien waarin alle plankton sterft en alle regenwouden verdorren waardoor in het jaar 02076 iedereen stikt, dan zouden veel mensen alsnog hun schouders ophalen.
Hoe komt dit?
Tijdens het schrijven van deze nieuwsbrief konden wij vier mogelijke redenen verzinnen waarom mensen zo slecht zijn in abstract denken, waaronder dus ook langetermijndenken:
Abstract denken is moeilijk
De meeste menselijke hersenen leren door concrete ervaringen. En de toekomst is uiteraard nog niet ervaren. Het is per definitie abstract. Mensen zijn gebouwd op de coördinatie van zintuigen en lichaamsdelen. Ze verwerken kennis door trial and error. (Pas nadat het kalf verdronken is, dempt men de put.) Niet alleen is de toekomst abstract, ook de natuur en het klimaat liggen in onze kunstmatige wereld buiten de alledaagse ervaring. Abstracte, geleidelijke veranderingen kunnen we alleen op waarde inschatten als er een referentiekader voor handen is dat is geijkt in ervaring of het geheugen. Wat de boer niet kent, dat eet die niet. Zie ook het Shifting Baseline Syndrom.
Exponentieel denken is nog moeilijker
Langzame, geleidelijke veranderingen die zich over generaties uitspreiden zijn moeilijk te bevatten voor de mens. Maar exponentiële veranderingen zijn nog veel en veel moeilijker te bevatten. Dat iets zich in het tijdsbestek van honderd generaties kan verdubbelen, om zich vervolgens in een enkele generatie te verdrieduizenddubbelen – dat kan het gemiddelde brein niet verwerken. En de klimaatmodellen zitten vol met dit soort exponentiële mindfucks. Alsook overigens de modellen die technologische ontwikkelingen in kaart brengen, wat wel weer hoopvol is.
Probabilistisch denken is weer veel moeilijker
Maar zelfs als je aanleg hebt voor abstract en exponentieel denken, dan is de volgende hobbel: probabilistisch denken. Denk aan klimaatontkenners die iets zeggen in de trant van: ‘maar er zijn ook tegengeluiden in de wetenschap’, of ‘het zou wel mee kunnen vallen’. Deze mensen zijn zowel slecht in kansberekening als in risicoanalyse. Ja, het kan meevallen (dat is niet waarschijnlijk, maar het kan), maar wil je dat risico lopen? Ben je bereid om te gokken met de levens van je kinderen op basis van die aanname? Die logica snijdt, gek genoeg, bij relatief weinig mensen hout. Prepare for the worst, hope for the best – daar zijn mensen niet goed in.
Asociaal denken is het allermoeilijkst
Groupthink is veruit het lastigste obstakel voor je brein. Het een fenomeen is zo oud als de mens zelf en het smoort onafhankelijk denken. Iedereen lijdt eraan. Iedereen. Groupthink is een sociaal verschijnsel dat zorgt dat mensen makkelijker de consensus van de groep volgen dan dat ze zeggen wat ze op dat moment écht denken. Dus ook als je goed abstract, exponentieel en probabilistisch kan nadenken, saboteert je brein dat vaak doordat het zich wil aanpassen aan de culturele mores van jouw groep of sector.
Deze week vliegen zo’n 70.000 mensen naar het oliestaatje VAE om het klimaat te redden. (Iets wat op zichzelf al klinkt als een soort denkfout.) Allemaal politici, beleidsmakers en zakenmensen die in meer of mindere mate last hebben van bovenstaande denkobstructies. Dat geeft wiebel- en bewegingsruimte aan lobbyisten en activisten.
Dat gezegd hebben we enkele grafieken, diagrammen en kaarten verzameld die je denkruimte wellicht wat kunnen structureren en verruimen.
Een Kleine Klimaatatlas
De Versnellende Energietransitie
Bevrijd het land!
De Rol van de Aerosol
1. De Versnellende Energietransitie
Een kleine 20% van ’s werelds energie-opwekking stoot geen broeikasgassen uit, en dan rekenen we kerncentrales ook mee. Nog 80% te gaan dus! Dat is veel. Het goede nieuws is dat de productieketen voor hernieuwbare schone energie nu echt op stoom aan het komen is.

De leercurves hebben de kosten van zonne- en windenergie dermate verlaagd dat ze nu kostencompetitief of zelfs goedkoper dan fossiel zijn!

Echter, dat is niet het hele plaatje. Voor een volledig duurzaam electriciteitsgrid heb je ook energieopslag nodig en dat kost geld. Maar ook op dat vlak ziet het er goed uit. Batterijen worden steeds goedkoper; waar eerst nog werd ingezet op gascentrales als transitie-oplossing, zijn enorme batterijcentrales inmiddels kostencompetitief geworden. Reuters berichte recent dat er wereldwijd zo’n 68 plannen voor gascentrales zijn gestopt of gepauzeerd.
Helaas heeft de productie van batterijen ook een schaduwkant, namelijk dat er kobalt en andere zeldzame metalen voor nodig zijn waarvoor we afhankelijk zijn van mijnbouw en twijfelachtige regimes.
Maar ook hier goed nieuws. De Guardian berichte dat Northvolt, de grootste batterijproducent van Europa, een zoutbatterij (Sodium-Ion) heeft ontwikkeld waar geen enkel zeldzaam metaal in zit, en die qua capaciteit (160 Watt/h/kg) vergelijkbaar is met de Lithium-ion batterijen (200-300 Watt/h/kg) die nu dominant zijn. Het maakt de batterijproductie daarmee minder afhankelijk van grimmige mijnbouwpraktijken en van China, waar nu veel van de zeldzame batterijmetalen vandaan komen.
Een ander groot voordeel van de overstap naar duurzame elektrische energie is dat we in totaal minder energie nodig hebben om hetzelfde te doen dan wanneer we fossiele brandstoffen gebruiken. Om elektriciteit uit olie, kolen of gas te krijgen moet je ze verbranden, en met die warmte een generator in beweging zetten die energie opwekt. Niet bijster efficiënt. Benzine-auto’s zetten bijvoorbeeld maar 20 tot 40% van de energie die je erin stopt om in beweging, voor elektrische auto’s is dit 70 tot 80%. Deze verhoudingen kun je ook grofweg op onze hele samenleving projecteren. Zoals je in het diagram van de energieconsumptie van de VS hieronder kan zien, is iets minder dan 70% van de energie die in de economie is gestopt rejected energy.
Dat betekent dat de totale energievraag voor een groeiende maar groener wordende samenleving misschien wel ongeveer gelijk blijft.
Schone energie is dus zonder subsidies nu vaak al goedkoper dan fossiel, en wordt nog goedkoper. Je zou bijna zeggen dat als je de markt z’n werk maar laat doen, de fossiele industrie zo verdwenen is. Banken willen ze geen geld meer lenen, overheden bestellen geen kolencentrales meer en fossiele projecten worden onverzekerbaar.
Juist hierom zou COP28 wel eens een interessante kanteling kunnen laten zien, juist met olieman sultan Al Jaber aan het roer, die dit keer vooral de zakenwereld wil laten aansluiten bij de top. Lees dit stuk op Foreign Policy voor de redenering hierachter. Misschien wordt Al Jaber wel de Oliebaron van de Toekomst over wie we eerder een toekomstscenario maakten.
2. Bevrijd het Land!
Als we van petrochemische kunststoffen en materialen naar een circulaire biobased productieketen kunnen zonder CO2-uitstoot en gifgebruik, dan zou dat mooi zijn, toch? Goed voor het klimaat, onze gezondheid en de natuur.
Maar we leven op een planeet met een groeiende bevolking die steeds meer ruimte, voeding en spullen nodig heeft. Als we al deze huisvesting, voeding en materialen moeten verbouwen op het land, dan komen we met biobased oplossingen in de knel. Zowel qua ruimte als economisch.
Een voorbeeld:
Een veelbelovende biobased oplossing is bouwen met hout. Hele steden gebouwd met aan de atmosfeer onttrokken koolstof dat ook nog eens een prachtige, warme, menselijke uitstraling heeft. Maar bouwen met hout (Cross Laminated Timber, CLT) lijkt toch niet de droomoplossing te zijn. Zeker niet als we het op een enorme schaal gaan doen.
Ongeveer een derde van het geoogste hout (takken en wortels) blijft achter in het bos of de plantage.
10 tot 15% van de boom bestaat uit bast die verwijderd en vaak verbrandt wordt.
Een bos dat mag blijven groeien haalt meer CO2 uit de lucht, dan hetzelfde bos dat op een bepaalde capaciteit wordt gehouden, en waarvan jaarlijk het ‘rendement’ wordt geoogst.
Constructiehout draagt waarschijnlijk dus bij aan klimaatopwarming.
Voor meer redenen en onderbouwing, lees hier over het onderzoek dat het World Resource Institute hiernaar deed.
Eigenlijk hebben we de ruimte niet voor het op grote schaal bouwen met hout, en waarschijnlijk gaat dit ook ten koste van natuurlijke bossen, biodiversiteit en CO2-opnemende vermogens van natuurlijke landschappen. Als je alles in de hand hebt en zeker weet waar het hout vandaan komt, dan is dit natuurlijk geen probleem. Maar omdat de wereldwijde markteconomie nogal cynisch opereert, kan er zomaar ‘per ongeluk’ een wolkenkrabber worden gemaakt van een oerbos. De ervaringen rondom gesubsidieerde energie uit biomassa baren ons in elk geval zorgen.
Het is juist van belang dat we veel meer ruimte aan de natuur geven, ecosystemen herstellen en enorme stukken land en zee met rust laten en laten verwilderen.
Dit kan als we niet al onze materiële en voedselbehoeftes bevredigen met macro-organismen: bomen, koeien, kippen, graan, rijst, etc. Dat klinkt nogal radicaal, en we pleiten ook niet voor het afzweren van ieder macro-organisme.
Het gaat meer om het opbouwen van een productieketen gebaseerd op micro-organismen en microbiologische stofwisselingen. Want een microbe heeft geen land nodig om op te groeien, slechts een bad op de juiste temperatuur, met de juiste voedingstoffen. Voeding die idealiter ook weer door een microbe gemaakt wordt. Veel van deze biotechnologie staat nog in de kinderschoenen – maar kan op den duur allicht veel land wereldwijd vrijspelen voor de natuur.
Wolkenkrabbers van kweekhout dus, in plaats van wild hout. Er wordt al aan gewerkt.
Of wellicht een schimmeltoren? Hieronder de Twin Twungus uit ons aanstaande boek (Alles Komt Goed).
Kweekhout is vooralsnog toekomstmuziek. Urgenda maakte een duurzamer landgebruikplan dat we meteen kunnen gebruiken! En wil je meteen aan de slag hiermee, sluit je aan bij De Groene Sprong, het nieuwe project van Frank Remerie die een aantal jaren geleden Land van Ons oprichtte.
3. De Rol van de Aerosol
Zwarte lijn: de gemiddelde wereldwijde opwarming gemeten t.o.v. 01850. Rode lijnen: de opwarming die je zou verwachten als je enkel het broeikaseffect berekent. Blauwe vlak: Waneer je het koelende effect van aerosolen aftrekt kom je uit bij de gemeten opwarming (zwarte lijn). Bron: Global Warming in the Pipeline - James E Hansen et al. Oxford Open Climate Change, Volume 3, Issue 1, 02023.
De afbouw van fossiele brandstoffen levert een Faustiaans dilemma op. Met de verbranding van olie, kolen en gas komen er niet alleen broeikasgassen (GHG’s) in de atmosfeer, maar ook aerosolen; vaste en vloeibare stof- en roetdeeltjes. Deze deeltjes zijn slecht voor de volksgezondheid, maar hebben een koelend effect omdat ze zonnestralen terugkaatsen de ruimte in. Deze deeltjes vormen vaak een condensatiekernen en zorgen daardoor voor meer wolken.
Maar wanneer we minder fossiele brandstoffen gaan verbranden, komen er dus ook minder aerosolen in de atmosfeer en neemt dit koelende effect af. Deze effecten worden allemaal meegenomen in de afbouwscenario’s van de broeikasgasuitstoot. Echter, hoe groot deze effecten zijn en hoe gevoelig het klimaatsysteem hiervoor is, is niet goed duidelijk omdat er geen satellieten zijn die de aerosolen in onze atmosfeer meten.
Zo zijn er verschillende klimaatwetenschappers die het aannemelijk achten dat de hittegolven in de oceanen van afgelopen zomer deels veroorzaakt zijn door de aanscherping van de zwaveluitstootregels voor de wereldwijde scheepvaart. In een klap verlaagde hierdoor de wereldwijde zwaveluitstoot met zo’n 10%. (Voor een diepere analyse zie hier)
(a) De totale wereldwijde zwaveluitstoot (b) De zwaveluitstoot van enkel de scheepvaart.
Andersom geldt dus ook dat wanneer je een enorme berg aerosolen toevoegt aan de atmosfeer, dit voor afkoeling zorgt. Grote vulkaanuitbarstingen zijn bijvoorbeeld een van de natuurlijke oorzaken van dit fenomeen.

Zo zorgde de uitbarsting van de Pinatubo in 01993 ervoor dat de gehele planeet gemiddeld met bijna een halve graad afkoelde. En in 01815 zorgde de uitbarsting van de Tambora-vulkaan in 01816 in Europa voor het ‘jaar zonder zomer’ waarin oogsten faalden en het continent werd gehuld in mistige zonsondergangen en donkere bewolking.
J.W. Turner werd beroemd met z’n atmosferische landschappen. Hij schilderde er velen, ook tijdens het 'jaar zonder zomer. Hij was gefascineerd door smog ongeacht of het van vulkaan of van een stoommachine kwam. 01816 was overigens ook het jaar dat Mary Shelley teruggetrokken samen met Lord Byron en Percy Shelley in een villa aan het Meer van Genève de eerste draft van Frankenstein schreef, het eerste moderne science fiction boek.
Vulkaanuitbarstingen en de drastische afname van de zwaveluitstoot in de scheepvaart zijn proof-of-concept van een vorm van Solar Geoengineering die ook wel Solar Radiation Modification (SRM) wordt genoemd. Door aerosollen toe te voegen aan de stratosfeer bereikt minder zonlicht het aardoppervlak en koelt de planeet af.
Dit idee is lang taboe geweest en figureert vooralsnog alleen in sciencefiction verhalen. Überhaupt onderzoek er naar doen wordt al veroordeelt. Maar nu het klimaat sneller opwarmt en er een grote kans is dat we in 02023 al de 1.5 graden aan gaan tikken, El Niño er aankomt en de CO2 nog steeds toeneemt, belooft weinig goeds.
De klimaatcrisis is nu al zo nijpend dat het snel afkoelen van het klimaat waarschijnlijk al direct levens zal redden. Moeten we SRM dan op z’n minst niet onderzoeken? Zodat we begrijpen waar we het over hebben, wat de effecten en afwegingen zijn? En dat, mocht het nodig zijn, we snappen hoe we dit verantwoordelijk kunnen doen?
Uiteraard ontslaat SRM ons niet van het terugdringen van CO2 uitstoot. Want ook al koel je de planeet af de CO2 zal nog altijd de oceanen blijven verzuren, een doemscenario waarover we eerder schreven in De Oceaan als Blinde Vlek, en dat ten alle tijden afgewend moet worden.
Dat was het voor deze week, fijn weekend!
❤️ Christiaan & Edwin
PS1 🗒 Op Substack delen we in onze Notes bijna dagelijks links naar leuke content en andere nieuwbrieven. Met deze week onder andere: Hoe de Middeleeuwers eigenlijk al een circulaire economie hadden, het necrobioom, en een speculatieve fictie parel: de serie Scavengers Reign.
PS2 ✨ Kom op 8 december naar het Nieuwe Instituut voor de opening van Designing the Netherlands: 100 Years of Past & Present Futures. We zijn namelijk trots dat we met werk uit ons aanstaande boek, Alles Komt Goed, zijn opgenomen in dit honderdjarige overzicht van toekomstplannen, visioenen en scenario’s voor Nederland.
PS3 🏳️🌈 Ook behoefte aan wat meer Queer Joy in de literatuur? Steun de crowdfunding campagne van de eerste lesbiqueer uitgever van Nederland Velvet publishing! Opgericht door onder andere Anna Krans, die elke week week weer de teksten van deze twee dyslecten corrigeert 🙏