AI: wetenschappelijke verrijking of een internet vuilnisbelt?
De fasetransitie die Palestina had kunnen ondergaan
Goeiemorgen!
Vandaag weer twee frisse onderzoeksnotities in je inbox: de tweestrijd van AI en een geopolitieke duiding van de gemiste fasetransitie van Palestina.
🚮 AI heeft een enorme impact, zowel positief als negatief. Het vervuilt de openbaarheid van het internet, wat laat zien dat we de digitale sfeer als openbaarheid moeten gaan reguleren. Maar tegelijkertijd zetten we met AI ook grote stappen in wetenschappelijk onderzoek. Stappen die tot voor kort niet mogelijk leken.
🇵🇸 Daarnaast bespreken we fasetransities en faseovergangen, twee aanvullende concepten van ons World Tree Model. We leggen de concepten uit aan de hand van de geopolitieke situatie van Palestina.
Een fijn (lees)weekend!
🚮 AI: wetenschappelijke verrijking of een internet vuilnisbelt?
Wij lazen dit artikel van The Honest Broker door Ted Gioia over hoe sociale media onze cultuur steeds verder uitholt. Het verdienmodel dat zich richt op korte video's heeft een verslavend effect. Dit effect is al langer bekend, maar voor het eerst wordt de grootte van het probleem ook duidelijk. Volgens het World Happiness Report hebben de VS en andere welvarende, technologisch geavanceerde samenlevingen hierdoor te maken met een enorme daling van geluk.
Sociale media spelen met korte video's, van rond de 15 seconden, in op de manier waarop dopamine wordt aangemaakt. Op een gegeven moment creëert de cyclus van eindeloos kijken en scrollen anhedonie (het niet meer kunnen ervaren van vreugde). Gioia vergelijkt de huidige techplatforms met de meedogenloze bedrijven die rijk zijn geworden door opioïde misbruik. De dwangmatige handelingen die door dit verdienmodel ontstaan, vervangen wat we verstaan onder cultuur (zoals het kijken naar kunst) en zelfs het hersenloze entertainment (zoals een serie kijken). Een nieuwe cultuur is ontstaan, de dopamine cultuur.
Volgens de schrijver gaan we richting een dystopische toekomst, zoals in Huxley's Brave New World (01931), waarin extreme technologische vooruitgang het functioneren van de maatschappij vormgeeft.
Over dystopisch gesproken, in dit stuk schrijft Erik Hoel over peuters die achter hun Ipads AI-gegenereerde content kijken. Interactie gericht op het lospeuteren van dopamineshots en waar geen mens meer aan te pas komt. Laagwaardige en goedkoop geproduceerde content komt terecht bij hersenen die nog in ontwikkeling zijn, waarvan niemand weet wat het effect zal zijn. De TED Talk van James Bridle geeft trouwens wel een onheilspellend voorproefje over dit soort kinderhorrovideo’s.
Volgens Hoel is het probleem niet dat AI menselijke taken gaat overnemen, maar ligt het probleem veel meer bij de goedkoopheid van AI. Door AI zal betekenis geen waarde meer hebben, de auteur waarschuwt dan ook al sinds 02019 voor een semantische apocalypse. Omdat generatieve AI de kosten van het produceren van onzinnige content tot nul heeft gebracht, is de onvermijdelijke toekomst van het internet volgens hem een gigantische vuilnisbelt. Door middel van SEO kan AI zorgen voor vervuiling van zoekopdrachten, waardoor navigeren op het internet lastig gaat worden. Want hoe weten we dan welke informatie waardevoller is of meer autoriteit heeft?
Hoel vergelijkt het gebruik van het internet met the tragedy of the commons. Als er meerdere gebruikers zijn van een eindige maar waardevolle bron (meent), gaat dit leiden tot overgebruik en het verlies van die bron (denk aan een gedeeld stuk land waar meerdere boeren hun schapen op laten grazen). Volgens hem hebben we daarom een Clean Internet Act nodig.
Echter het verhaal van de tragedy of the commons, zoals verwoordt in het gelijknamige essay van Garrett Hardin uit 01968, is gebouwd op een misrepresentatie van wat de meent is. In het essay wordt de meent uitgelegd als een voorziening waar niemand eigenaar van is waardoor er voor het gebruik en beheer van die voorziening geen regels zijn. Maar dit is niet wat een meent historisch gezien was, het was een voorziening die in collectief eigendom of beheer was en het collectief bepaalde de regels voor duurzaam gebruik zodat de meent ook voor toekomstige generaties behouden zou blijven.
Je zou kunnen zeggen dat we van het internet juist een meent moeten maken, in plaats van dat we het behandelen als een markt waar we een wet voor moeten schrijven zodat de vervuiling binnen de perken blijft.
Het internet louter als markt zien en proberen te cultiveren met marktregelgeving zoals een Clean Internet Act is volgens ons niet de juiste benadering. Het is een openbaarheid, de plek waar gemeenschap en behoren geproduceerd worden, en zo moeten we het ook behandelen. De verslavingsmachine die social media heet en de vuilnisbelt die AI online creëert laten zien dat het reguleren van de digitale sfeer als markt niet werkt, we moeten het internet daarom als openbaarheid gaan behandelen. Hier schreven we eerder over de openbaarheid.
Maar AI is niet alleen kommer en kwel. In de wetenschap worden grote stappen gezet door het gebruik van AI-technieken. Deze wetenschappelijke toepassingen van AI illustreren mooi wat de rol van een technologie kan zijn wanneer die meer in dienst komt te staan met de waarden van de openbaarheid.
Een voorbeeld van hoe AI de wetenschap vooruit helpt: sinds kort lijkt het mogelijk om verkoolde papyrusrollen uit Pompeii te ontcijferen. Een enorme belofte voor de toekomst van AI. Het ontcijferen en inzicht krijgen in historische bronnen en artefacten die tot nog toe compleet ontoegankelijk waren kunnen helpen om meer over het verleden te snappen. In deze podcast van The Economist wordt de techniek uitgelegd van het digitaal lezen van de papyrusrollen.

Ook in de materiaalwetenschappen worden grote stappen gezet. AI getraind op moleculaire structuren uit een materialendatabase heeft mogelijkheden gevonden voor 2.2 miljoen nieuwe materialen. 380.000 van deze anorganische kristallen worden stabiel verwacht en zijn daarmee kandidaat voor vervolgonderzoek. Vooral voor een duurzame en circulaire economie is deze ontdekking belangrijk. Betere batterijen, nog duurzamere energie en mogelijkheden voor recyclebare plastics komen hiermee binnen handbereik.
🇵🇸 De fasetransitie die Palestina had kunnen ondergaan
Drie weken geleden deelden we een notitie over of en hoe onze historisch-futuristische archetypen gebruikt kunnen worden voor geopolitieke duiding. Bij deze zowel een korte follow-up op die notitie, alsook een eerste introductie van twee aanvullende concepten in ons World Tree model: beschavingsfases en fasetransities. Het is iets waar we al een tijdje over nadenken. Maar een recente aflevering van de Ezra Klein Show (onze favo podcast), gaf opeens een goede aanleiding om hier een notitie over te schrijven.
De podcast is getiteld Building the Palestinian State With Salam Fayyad. Ezra Klein spreekt met Salam Fayyad, vooraanstaand econoom maar vooral bekend als de voormalig minister van Financiën en premier van de Palestijnse Autoriteit. Het gesprek geeft een heldere context om de hedendaagse situatie te begrijpen. Tegelijkertijd sluit het ook goed aan bij ons historisch-futuristisch denken en bij onze notitie van vorige week.
Fayyad vertelt hoe hij heeft geprobeerd om de Palestijnse Autoriteit om te vormen van een persoonlijk patronagesysteem dat was gebouwd rondom een ‘president who is larger than life, an iconic leader’, tot een betrouwbare bureaucratische staat. Een staat met wie de wereld zaken kon doen en dat het volk (en niet de leider) dient. Die iconische leider was uiteraard Yassar Arafat, die in 02004 overleed, niet lang nadat Fayyad in dienst kwam.
De Palestijnse Autoriteit is in 01994 opgericht als onderdeel van de Oslo-akkoorden. Maar qua mensen lag het in het verlengde van de PLO en Fatah, wat semi-clandestiene guerrilla organisaties waren die functioneerden rondom persoonlijke vertrouwensbanden. Het waren mensen die weinig tot geen ervaring hadden met professionele bureaucratieën (met organisaties die op een transparante en consistente wijze belastingen kunnen heffen, rioleringen kunnen aanleggen of landbouwbeleid kunnen opstellen en uitvoeren).
Israël heeft zich altijd ‘beklaagd’ over het gebrek aan zo’n Palestijnse staat. De Israëlische staat heeft aan de Palestijnse kant niemand om zaken mee te doen - als een gelijke, van staat tot staat – was vaak het refrein. Maar in werkelijkheid was het een situatie die voor Israël goed uitkwam. Sterker nog, ze hebben er alles aan gedaan om de creatie van een professionele en goed functionerende Palestijnse staat tegen te houden. Het gebrek aan een goed functionerende (en dus legitieme) Palestijnse staat geeft ze immers een operationeel overwicht en een onevenredige diplomatieke bewegingsruimte. Maar nog veel belangrijker, het maakt het voor Israël mogelijk om te blijven geloven in, en te blijven bouwen aan, een Groot-Israël.
Vooral Netanyahu heeft in zijn lange carrière alles op alles gezet om de professionalisering van Palestijnse organisaties te voorkomen. Liever dat de Palestijnse zaak wordt vertegenwoordigd door semi-clandestiene groepen, zoals Hamas, dan door iets wat de internationale wereldorde zou herkennen als een Palestijnse staat. Want waar een Palestijnse staat is, moet ook een Palestijnse natie zijn. En waar een Palestijnse natie is, moet ook een Palestijns territorium zijn.
Deze internationale logica is gebouwd op de Europese notie van de natiestaat. Waarin de ‘natie’ een gemeenschap van mensen is die zich verbonden voelen door een gemeenschappelijke cultuur. En de ‘staat’ een juridisch verweven geheel van professionele bureaucratische instituties is die uit naam van de gemeenschap gezag uitoefent over het leefgebied. Natiestaten ontstonden in de Europese Moderne Tijd en zijn vervolgens de mal geworden waarin niet-westerse volken zich na de Tweede Wereldoorlog moesten organiseren, of het nu paste of niet.
En vaak paste het niet. Enerzijds omdat grenzen vaak koloniale erfenissen waren die geen recht deden aan de gemeenschapsbanden op de grond. Anderzijds omdat professionele bureaucratieën voortkomen uit een geletterde Europese cultuur met een objectief mens- en wereldbeeld. Het is moeilijk om een bureaucratische staat op te bouwen in een cultuur waarin lezen en schrijven niet wijdverbreid is en waar men niet gewend is om ambtenaren te zien als objectieve professionals in plaats van als subjectieve mensen.
In ons World Tree model beschrijven we de objectieve en wetenschappelijke cultuur als het mens- en wereldbeeld van de Homo Economicus. Samen met de uitvinding van de boekdrukkunst rond 01450, dat productie en distributie van informatie schaalbaar maakte, maakte deze culturele humuslaag het mogelijk om professionele bureaucratieën in te richten. De ontwikkeling van deze maatschappelijke constellatie vormt de basis van de Europese Moderne Tijd.
Voordat de cultuur en de instituties van de Homo Economicus dominant werden, waren in Europa de cultuur en de instituties van de Homo Nobilis dominant. De Homo Nobilis had een subjectief mens- en wereldbeeld en de instituties van de Homo Nobilis waren gebaseerd op het gesproken woord en op manuscripten – handgeschreven bijbels en feodale oorkondes. Het was een cultuur waarin alle sociale en maatschappelijke instituties waren gebaseerd op persoonlijke banden.
De overgang van de samenleving waarin de sociale en maatschappelijke instituties van de Homo Nobilis dominant waren naar een samenleving waarin die van de Homo Economicus dominant waren zou je een fasetransitie kunnen noemen. De transitie naar een ‘beschavingsfase’ die meer complexiteit kan dragen. De komst van de boekdrukkunst zorgde voor een hogere informatiedichtheid en het objectieve mens- en wereldbeeld zorgde voor een focus op wetenschappelijke waarheidsvinding en procesoptimalisatie.
Met ‘beschavingsfase’ bedoelen we uiteraard niet dat de wereld van de Homo Nobilis meer of minder beschaafd is dan die van de Homo Economicus. Wij gebruiken ‘beschaving’ als term omdat deze term het wijdste net gooit van gemeenschappelijke culturele delers (je zou immers kunnen spreken van de Belgische cultuur versus de Nederlandse cultuur, maar je zou niet kunnen spreken van een Belgische beschaving versus een Nederlandse beschaving omdat veel mensen België en Nederland in dezelfde beschaving zouden plaatsen). Dus door te zeggen dat de Europese Middeleeuwen en de Europese Moderne Tijd ‘beschavingsfases’ zijn, proberen we te zeggen dat deze tijdperken anders waren maar dat ze ook in het verlengde van elkaar liggen. Er is nog steeds een bepaalde sociaal-culturele continuïteit tussen de fases.
Dat gezegd, probeerde Salam Fayyad dus een soort fasetransitie te forceren binnen de context van de Palestijnse Autoriteit. Want als iets de fasetransities onderscheidt is het de overgang van de ene institutionele logica naar een nieuwe institutionele logica.
Fayyad probeerde van een patronage-hiërarchie, gebouwd op een web aan subjectieve persoonlijke banden, een professionele bureaucratie te maken. Een organisatie die vakkundig, transparant en consistent te werk kon gaan en meer complexiteit kon verstouwen, zonder de afleidende werking van allerlei persoonlijke voorkeuren en vertrouwensbanden. Een werking die door westerse waarnemers vaak wordt weggezet als corrupt.
Door de hedendaagse oorlog in Gaza is er weer veel beweging op het thema. Veel Westerse landen overwegen om eenzijdig - zonder toestemming van Israël - een Palestijnse staat te erkennen. Iets waar Netanyahu en zijn extremistische kabinet van gruwelt. De vredesonderhandelingen tussen Israël en de Golfstaten zijn er nu ook van afhankelijk. Ook staat de Israelische kolonistenbeweging voor het eerst internationaal in de belangstelling, een fascistische beweging van landdieven die alleen kan gedijen in de afwezigheid van een Palestijnse staat. Deze beweging is, in praktische termen gezien, het grootste struikelblok voor de zogenaamde tweestatenoplossing.
Laten we dus hopen dat er snel een functionerende Palestijnse staat komt, zodat het Palestijnse volk zowel in binnenland als buitenland goed vertegenwoordigd is. Want zonder veiligheid en zelfbeschikkingsrecht voor de Palestijnse bevolking is ook die van Israël in het geding, en vice versa.
Dat gezegd, zitten wij in het Westen (en in delen van Oost-Azië) weer in een volgende faseovergang. Die van een wereld gebaseerd op de boekdrukkunst en de Homo Economicus, naar een wereld gebaseerd op de computer en het mens- en wereldbeeld van de Homo Romanticus.
Veel liefs,
💚 Christiaan, Edwin & Jaël