02025 (& 02091)
Indrukken uit de Gewortelde Tijd. Over hoe winkels werkplaatsen werden en hoe er een nieuwe danstraditie ontstond.
Hoi, Ed en Chris hier. Wij zijn de oprichters van Monnik, een studio voor historisch-futuristisch onderzoek. In de Chrononauten delen we onze gedachten over de samenleving van gisteren, vandaag en morgen.
En het is 02025!
Los van hoe de wereld draait, hoe kunstmatige intelligentie wordt uitgerold, hoe de natuur- en klimaatcrisis zich zal ontvouwen, hoe Trump en zijn bondgenoten hun spierballen zullen flexen en los van hoe de samenleving evolueert, wensen wij jullie allemaal een geweldig jaar toe. Vol liefde, inspiratie en goesting.
Voor ons brengt het komende jaar een nieuw boek, een geïllustreerde toekomstgids met de vrolijke titel: Amsterdam in 2091. Alles Kwam Goed. Indrukken uit de Gewortelde Tijd. Het is een soort reisgids naar een wereld die zowel ecologisch, coöperatief als hoogtechnologisch is. Kortom, een wereld die zowel digitaal als romantisch is.
Het boek beschrijft hoe zo’n samenleving zou kunnen werken, hoe de dagelijkse levens van mensen eruitzien en hoe we daar zouden kunnen komen. Zoals al onze scenario’s is de toekomstverbeelding in Amsterdam in 2091 ter inspiratie, confrontatie en informatie. Het is vooral bedoeld als een uitnodiging om je eigen favo toekomst te verbeelden. Want als je ’m kan verbeelden, kan je ’m manifesteren.
Hoewel wij zouden tekenen voor de toekomst die erin wordt geschetst, is het boek dus vooral om je aan het denken te zetten.
Het boek voelt voor ons als het einde van het begin. Het is een antwoord op de vraag waarmee we in 2012 onze studio zijn begonnen: ‘Hoe ziet zo’n duurzame, inclusieve, alsook avontuurlijke samenleving er eigenlijk uit?’
Hoewel het boek is geschreven en getekend om antwoord te geven op deze vraag kreeg de wereld in Amsterdam in 2091 tijdens het worldbuilding-proces ook zijn eigen leven. Het is dus zowel futurologisch als sciencefiction. Met evenveel theorie als verhalen – allemaal ingebed in het prachtige tekenwerk van Jan Cleijne.
Het boek zit vol indrukken, beschrijvingen, ontmoetingen, anekdotes en geschiedenissen van een wonderlijk nieuw tijdperk. Een tijdperk dat mogelijkerwijs in het verlengde ligt van de technologische, sociale en maatschappelijke krachten die de samenleving van vandaag voortdrijven en vormgeven. Dat wil zeggen, als we de juiste keuzes maken.
Het wordt een vreemd maar vrolijk boek – al zeggen we het zelf. Dat wil zeggen, als we het nu dan ook echt weten af te maken, want we kondigen het al jaren aan...
Daarom bij deze ook een ietwat jammerlijke huishoudelijke mededeling: De Chrononauten gaan met winterstop.
In maart, als de lente in aantocht is, keren we hopelijk terug in ons wekelijkse ritme. We doen dit namelijk niet lichtzinnig. Voor ons is het schrijven van deze nieuwsbrief een van de belangrijkste motoren van ons denkproces. Maar naast het draaien van de studio kunnen we niet EN een boek schrijven EN een nieuwsbrief tikken. Helaas…
Alle maandelijkse donaties van lezers hebben we tijdelijk gepauzeerd, totdat we weer een normaal ritme oppakken. Voor de mensen die ons jaarlijks met een bedrag ondersteunen zal de eerstvolgende donatie een aantal maanden worden opgeschoven. En voor al onze giga-top-donateurs: jullie krijgen het boek cadeau.
En om jullie een indruk te geven van de wereld in Amsterdam in 2091 delen we hier beneden een lemma uit de reisgids met een korte geschiedenis van de toekomst. Het is één van de langere lemma’s, waarin de bezoeker van Amsterdam in 02091 wat meer achtergrondinformatie krijgt. Zoals jullie kunnen lezen, ligt de wereld in 02091 in het verlengde van het World Tree Model, ons historisch-futuristische denkraam.
Maar eerst delen we een lemma waarin een nieuwe danstraditie in het Amsterdam van 02091 wordt beschreven. Het is een van de vele tips die de gids aan de bezoeker geeft.
Dansen
Het Sjamanistisch Hedonistisch Grond Verbond
Amsterdam krimpt. Dit heeft verschillende redenen. De bevolking krimpt, zelfrijdende auto’s maken het leven buiten de stad aantrekkelijker en de stad bereidt zich langzaam maar zeker voor op het stijgende water. Het ontmaakt zichzelf. Maar deze krimp leidt niet tot malaise, integendeel zelfs.
Sinds een aantal jaar worden bijzondere en historische gebouwen, na langdurige leegstand, zorgvuldig ontmanteld en opgeslagen, zodat ze te zijner tijd weer kunnen worden opgebouwd, ergens, op hogere grond. (Niet bijzonder geachte gebouwen worden poreus gemaakt, tot ruïnes omgetoverd. Zo ontstaan nieuwe ecokathedralen waar mossen, schimmels, bomen, struiken, vleermuizen, uilen en vossen hun intrek kunnen nemen.)
Het verdwijnen van bijzondere en historische gebouwen heeft een onverwacht curieus effect gehad op de stad. De nieuwe open plekken worden namelijk onmiddellijk opgenomen in een bruisende creatieve infrastructuur. Creativiteit van het soort dat gedijt bij rafelrandjes, juridische onduidelijkheid en sociale onaangepastheid. De open plekken blijken natuurlijke landingsplekken voor het soort ecologische, culturele en technologische experimenten waar spontaniteit en drift zwaarder wegen dan kwaliteit en kennis van zaken. Volgens velen zijn het deze open plekken geweest die Amsterdam weer op de creatieve wereldkaart hebben gezet.
Het is een nieuwe Amsterdamse traditie dat als er zo’n plek vrijkomt in het stedelijke weefsel, deze eerst wordt ingewijd met een magische feestrite door het Sjamanistisch Hedonistisch Grond Verbond, een mystiek DJ-gilde dat zich inzet voor de spirituele loutering van de stad en haar ondergrond. Volgens hen verjagen hun happenings een breed scala aan diepgewortelde kapitalistische demonen, bevrijden ze de oorspronkelijke genius loci en maken ze de weg vrij voor ‘kosmisch uitgelijnde invulling’.
De feesten behoren tot de beste van Amsterdam. Mocht je bezoek samengaan met een happening van het Sjamanistisch Hedonistisch Grond Verbond, verzaak dan niet. Haak aan, bevrijd de grond, ontmoet de natuurgeesten, dans tot je voeten gloeien en bevrijd jezelf van allerhande emotionele barrières en psychische saboteurs. De wilde happenings van het Sjamanistisch Hedonistisch Grond Verbond zijn een win-win-win. Absoluut een aanrader.
Een korte geschiedenis
Van Winkels naar Werkplaatsen
Je ontkomt er niet aan in Amsterdam: de vele werkplaatsen in het straatbeeld en het zachte rumoer van de coöperatieve maakindustrie op de achtergrond. Hier en daar zie je mensen of bots sjouwen met allerhande grondstoffen of afgewerkte producten. Zwierend en flanerend door de straten overhoor je overal kleine gesprekjes – tussen meesters en gezellen, tussen makers en gebruikers.
In opengeslagen deuren zie je maatwerk wachten op levering. En als je gezegend bent met een uitzonderlijke neus vang je hier en daar wat vleugjes op van de vele natuurlijke materialen die in de stad worden bewerkt. Mits je niet wordt afgeleid door het boeket aan kruidige aroma’s van het kakelverse straatvoedsel uit de vele eethuisjes, warungs, toko’s, foodtrucks en yatai’s die het leven in de stad animeren. Door de coöperatieve stad lopen is een diep zintuigelijke ervaring.
Het straatbeeld aan het einde van de 21ste eeuw is bijna het tegendeel van wat men voorzag, zo’n honderd jaar geleden, toen men zich een voorstelling probeerde te maken van de digitale toekomst. Weinigen konden vermoeden dat bits, bites en bots de weg zouden banen voor een ambachtelijke, coöperatieve en diep zintuigelijke samenleving.
Wat men voorspelde was een cybernetische verschrikking, een hyperkapitalistisch transhumanisme; eenzaam, ontlichaamd en vol verliezers. Maar niets van dat kwam uit. Alles kwam goed, uiteindelijk.
Robotica leidde niet tot werkloosheid, maar tot een zekere mate van overvloed en vrijgesteldheid. Tot meer ruimte om de individuele fascinaties en talenten te onderzoeken en te ontplooien. Autonome productie leidde niet tot machinale eentonigheid maar tot duurzaam massamaatwerk. Kunstmatige intelligentie leidde niet tot intellectuele luiheid maar tot allerlei vreemde nieuwe inzichten in de onderliggende patronen van deze wereld. Digitale netwerken creëerden geen permanent slijkland van onwaarheden, haatpraat en polarisatie.
De komst van de Universal Data Commons creëerde een gezonde openbaarheid. Een plek waar mensen gezamenlijk gemeenschap maakten en ervaarden. Een plek waar de complete bibliotheek van menselijke kennis is samengebracht in een transparant en openbaar platform van wetenschappelijke en journalistieke bewijsvoering en theorie. En een plek waar burgers verantwoordelijk worden gehouden voor hun gedrag. De computer leidde noch tot cybernetische overheersing, noch tot online wangedrag. Het leidde tot een verdieping van ons democratische burgerschap.
De uitvinding van de computer leidde ons naar een nieuw historisch tijdperk. Zoals de uitvinding van de boekdrukkunst ons eerder vanuit de Middeleeuwen de Moderniteit in had geleid, zo leidde de computer ons vanuit de Moderniteit naar de Gewortelde Tijd. Sociale en maatschappelijke instituties zijn deels functies van de informatietechnologie. Of, zoals Frans Tuinman het zo mooi zei: ‘Het gesproken woord bracht ons feodale patronagesystemen, het gedrukte woord bracht ons professionele bureaucratieën en het geactiveerde woord bracht ons coöperatieve en autonome platformen.’ En, dus, werkplaatsen.
Maar de komst van de computer is slechts de helft van het verhaal.
In de Dijkstraat, om de hoek bij de Nieuwmarkt, is een muurschildering te bewonderen. Het is een fresco van Mariama Addo, een muurschilderes uit Zunderdorp wier herkenbare stijl door de hele stad is te bewonderen. Haar werk in de Dijkstraat heet De Binnenwereld. Het is – bij gebrek aan een betere omschrijving – een psychedelisch-erotisch groepsportret van allerlei historische figuren. Het is een geliefd tafereel in de buurt. De zitbankjes in de straat zijn erg populair bij de lokale hangoudjes.
Achter Addo’s fresco huist de Toulmin Faculteit van Cosmopolische Geschiedkunde en Archeologie. Dit is een coöperatie voor archeologen en historici die onderzoek doen naar historische mens- en wereldbeelden. Ze onderzoeken hoe ze in elkaar steken en hoe ze onze sociale en maatschappelijke instituties structureren.
De figuren die op de buitenmuur van de faculteit worden afgebeeld zijn historische aanjagers geweest van het Romantische mens- en wereldbeeld – het mens- en wereldbeeld dat volgens velen vandaag de dag dominant is. Dat, samen met de ontwikkeling van de computer, heeft de sociale en maatschappelijke instituties van onze hedendaagse samenleving vormgegeven.
Het fresco verbeeldt een soort psychedelische wervelwind. Een kosmische straalstroom waarin een historische doorsnede van belangrijke Romantici – mensen zoals William Blake, Caroline Schelling, Johannes Gottlieb Fichte, Mary Shelley, Lord Byron, Alexander von Humboldt, Henry David Thoreau, William Morris, Carl Jung, Aldous Huxley, John Lennon, Ted Nelson, Allen Ginsberg, Simon Vinkenoog, Frans Tuinman en Ilona Yasmina Ricci – zijn verstrengeld in een extatisch doch bevreemdend seksritueel.
Het is de stijl van Addo, die vaak wordt vergeleken met Picasso, die de stroom lichamen zowel artistiek als sensueel maakt. Tegen de achtergrond van de historische orgie lonkt de blauwzwarte diepte van het hemelgesternte. Het is een langgerekt fresco van zeker zestig meter. En absoluut de moeite van het bezoeken waard.
Wat de historische figuren op de muurschildering in de Dijkstraat met elkaar gemeen hebben was hun interesse in de subjectieve binnenwereld – de belevingswereld van mensen.
Hoewel ieder van hen dit anders zou verwoorden, lag daar volgens hen de bron van waarheid en geluk. Of, zoals Carl Jung het ooit zei:
‘Your vision will become clear only when you can look into your own heart. Who looks outside, dreams; who looks inside, awakes.’
Het was een mystieke zienswijze die in een scherp contrast stond met de steeds verder doorgevoerde objectivering en rationalisering van de Moderne wereld.
In tegenstelling tot de Romantici beschouwde het Moderne mens- en wereldbeeld de buitenwereld als de bron van alle kennis en waarheid. Alleen hier – zeker niet in de troebele, subjectieve en anekdotische binnenwereld – was het mogelijk om objectieve en universele waarheden te achterhalen. Waarheden die voor iedereen altijd opgingen.
Romantici stelden echter dat alhoewel de wetenschap je goed kon vertellen hoe de natuurwetten werkten en hoe je met die kennis allerhande handige technologieën kon ontwikkelen, de wetenschap je nooit zou kunnen vertellen hoe je een betekenisvol leven kon leiden. Hoe je je eigenlijk moest verhouden tot de buitenwereld. De wetten van de objectieve buitenwereld konden je niet leren wie je was en wie en wat je gelukkig kon maken. Om dat te achterhalen moest je naar binnen kijken, niet naar buiten.
Volgens Romantici moest het individu leren samenvallen met zichzelf. En moesten de sociale en maatschappelijke instituties van de samenleving dit streven ondersteunen.
Want leren samenvallen met jezelf was alleen mogelijk als je tegelijkertijd ook kon samenvallen met je gemeenschap. Zodat er geen onoverkomelijke wrijving meer zou zijn tussen het individu en de wereld, waardoor zowel het individu als de samenleving de beste versie van zichzelf kon zijn.
Met de komst van nieuwe sociale en maatschappelijke instituties na de Coöperatieve Revolutie, spreken historici van een nieuw historisch tijdperk: De Gewortelde Tijd.
Als iets het einde van de Moderne Tijd symboliseert en de komst van de Gewortelde Tijd, dan is het, volgens velen, het verdwijnen van de winkel ten gunste van de werkplaats. De komst van ambachtelijke werkplaatsen maakte het nieuwe tijdperk voor de meeste mensen tastbaar en alledaags.
De komst van de werkplaats vertelt deels het verhaal van de autonome economische zones, de AI-robotfabriekscomplexen die massa-maatwerk leveren van lokaal opgekweekte grondstoffen.
De komst van de autonome economische zones maakte het maakproces weer lokaal. Maar het zorgde er ook voor dat loonarbeid verdween. Door de komst van robotfabrieken was de mens niet langer noodzakelijk als anoniem schakeltje in de mondiale waardeketen, waarvan de winkel vaak de laatste stop was. Waardoor de mens zich ook niet meer hoefde te voegen naar een zo efficiënt en kosteneffectief mogelijk maakproces. Het maakproces kon zich weer voegen naar de mens.
Met de organisatie van de autonome economische zones als een meent – als een gedeelde hulpbron – leidden ze tot een zekere mate van vrijgesteldheid, van overvloed. Iets dat werd bevestigd met de invoering van het basisinkomen en de woningmeent, waardoor voedselvoorziening en huisvesting werden gegarandeerd.
Maar het verdwijnen van de winkel uit het straatbeeld en de komst van de werkplaats vertelt ook een ander verhaal. Het verhaal van wat de mens toen ging doen, toen hij zich niet meer hoefde te voegen naar het strakke keurslijf van de mondiale waardeketens. Het vertelt het verhaal van hoe de werkende mens zichzelf opnieuw uitvond. Hoe miljoenen en miljoenen werkers die eerst nog vastzaten in eentonig lopendebandwerk of onzinnige kantoorbanen op zoek gingen naar hoe ze een bijdrage konden leveren aan de samenleving die ook in lijn lag met hun unieke talenten en fascinaties. De mens herontdekte zijn of haar ambachtelijkheid.
Of je nu een carbonmeester bent die op maat gemaakte raketpunten fabriceert, een stadsbosmeester die de porositeit bewaakt, een celmeester die DNA ontwerpt voor dataopslag, of een meesterromancier die de pijn en de vreugde van het ouderschap verkent – aan het eind van de 21ste eeuw duidde je je werk in termen van meesterschap. Werk werd een levenskeuze – een levenswandel. Het werd gezien als de belangrijkste manier waarop je kon samenvallen met jezelf.
Gelijktijdig ontstond er een nieuwe markt voor ambachtelijkheid. De Gewortelde mens wilde immers kunnen samenvallen met de gemeenschap. Door relaties aan te gaan met lokale vakmensen ontstond een web van wederkerigheid en daarmee ook een diep en geleefd gevoel van behoren.
Als je het je kon veroorloven kozen de meeste mensen toch liever voor een op maat gemaakte tafel door bijvoorbeeld een lokale timmermeester, met wiens kinderen die van jou de straat onveilig maakten, dan een goedkopere doch onpersoonlijkere tafel uit een robotfabriek. Beter een tafel met een verhaal dat je aansprak, dat iets vertelde over jezelf en de gemeenschap waar je onderdeel van bent.
Het kopen van een tafel was dus ook een sociale investering. En een investering in jezelf. Want je keuzes reflecteerden jezelf – je smaak en je waarden. Door bewust keuzes te maken in je materiële omgeving kwamen zowel je karakter als je gemeenschap scherper in beeld.
Samen met de komst van de woningmeent vertaalde deze nieuwe ambachtelijkheid zich naar een nieuw stedelijk weefsel. Winkels als onpersoonlijke verkooppunten verdwenen uit het straatbeeld. Ze werden vervangen door ambachtelijke werkplaatsen, want de ambachtelijke meester had ruimte nodig. Alsook door galeries, want niet alle winkel-achtige verkooppunten verdwenen uit het straatbeeld.
Sommige mensen specialiseerden zich namelijk als curator van andermans ambachtelijkheid. Deze mensen bouwden connecties op met makers over de hele wereld. Makers die ze interessant vonden. Galeries zijn voor veel mensen een leuke manier om met nieuwe stijlen, technieken en maakfilosofieën in aanraking te komen.
Niet alle galeries zijn overigens gecureerde aangelegenheden. In iedere wijk en buurt vind je immers wel een groengalerie, waar je verse levensmiddelen kan kopen.
Deze groengalerieën worden meestal niet gerund door een curator maar door de gezellen van een landbouwgilde, die ook diensten moeten draaien in één van de verkooppunten. Deze galeries verkopen kruiden, groenten, knollen, vruchten en noten direct van de boerderij, tuinderij of kwekerij. Alsook de producten van meesters en coöperaties waarmee het nauw samenwerkt, denk aan brouwmeesters, zeepziederijen, dezemmeesters en fermentatielabs.
Galeries die zich specialiseren in levensmiddelen uit andere regio’s zijn vaak wel gecureerd, door bijvoorbeeld kenners van de Limburgse, Waterlandse, Napolitaanse, Libanese, Malinese, Baskische of Sichuan keukens.
In de nadagen van de 21ste eeuw zijn het de ambachtelijke werkplaatsen die van de stad een rijke en zintuigelijke ervaring maken. Maar ze kwamen niet uit de lucht vallen. Ze zijn een symptoom van een samenleving in verandering.
Als je meer wilt weten over de geschiedenis van het stedelijk weefsel, ga dan naar de Amsterdamse Woningmeent. Deze meent, die een groot deel van de woningvoorraad in Amsterdam beheert, beheert ook een klein museum over de transformatie die de stad heeft ondergaan sinds de Coöperatieve Revolutie.
Hopelijk smaakt dit voorproefje naar meer. Wij gaan in elk geval hard aan de slag om ons boek af te maken. We treffen elkaar weer in het voorjaar. Tot dan!
Veel liefs,
Christiaan
Hulde voor weer een prachtige nieuwsbrief. Ik kan niet wachten op die toekomst vol werkplaatsen, zintuigelijke prikkels en lege / poreuze plekken in de stad. Succes met de laatste loodjes 💪
Dank Daniël! 💪🏾